U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 08-03-2006.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 4 juli 2002, houdende regels voor het heffen van mobiliteitstarieven ter zake van het rijden op de weg met een motorrijtuig en de ondersteuning van regionale mobiliteitsfondsen (Wet bereikbaarheid en mobiliteit)Wet bereikbaarheid en mobiliteitWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is ter verbetering van de bereikbaarheid van economische en andere centra over de weg en ter stroomlijning van de mobiliteit regels te stellen voor het heffen van mobiliteitstarieven ter zake van het rijden op de weg met een motorrijtuig, alsmede regels te stellen inzake de ondersteuning van regionale mobiliteitsfondsen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage4 juli 2002BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat,T. NetelenbosDe Minister van Financiën,G. ZalmDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. P. Pronkde dertigste juli 2002De Minister van Justitie,J. P. H. Donner

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Deze wet is uitsluitend van toepassing op wegen die openbaar zijn in de zin van de Wegenwet.

De mobiliteitstarieven worden geheven en ingevorderd met overeenkomstige toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen.

Vrijstelling van de mobiliteitstarieven kan, onder voorwaarden en beperkingen, worden verleend bij algemene maatregel van bestuur.

Indien een mobiliteitstarief wordt nageheven, blijft artikel 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen buiten toepassing.

Bij regeling van Onze Minister worden eenvormige regels gesteld over de apparatuur voor het op elektronische wijze doen van aangifte en het op elektronische wijze betalen van mobiliteitstarieven.

Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld die ertoe strekken dat voor de weggebruiker duidelijk kenbaar zijn:

Onder de naam «expresbaantarief» wordt van rijkswege een mobiliteitstarief geheven ter zake van het passeren tijdens een daartoe krachtens artikel 16, eerste lid, onderdeel c, aangewezen tijdsperiode van een voor dat tarief aangewezen betaalpoort op een weg, in beheer bij het Rijk, met een motorrijtuig in de voor die betaalpoort aangewezen rijrichting over de ten aanzien van die betaalpoort aangewezen baan van de weg.

Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Financiën wordt ten aanzien van een betaalpoort vastgesteld:

De rijksbelastingdienst heft het expresbaantarief en vordert het in.

Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld die ertoe strekken dat voor de weggebruiker tijdig en duidelijk kenbaar zijn:

Bij een weg, in beheer bij het Rijk, treedt voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen Onze Minister in de plaats van de in die wetten genoemde functionarissen.

Onze Minister zendt periodiek aan de Staten-Generaal een overzicht, bevattende:

Indien een bestemmingsplan voorschriften bevat die in strijd zijn met een in artikel 3, eerste lid, bedoeld besluit, bepaalt dat besluit dat ter zake de artikelen 32 en 34 van toepassing zijn.

Tegen een besluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Artikel 72a van de onteigeningswet is van overeenkomstige toepassing met het oog op onteigening ten behoeve van betaalpoorten.

In geval artikel 3, tweede lid, niet wordt toegepast ten aanzien van een weg die in beheer is bij een ander dan het Rijk, en het naar het oordeel van Onze Minister in het belang van een goede uitvoering van de wet is dat ter zake een besluit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt genomen, kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, een zodanig besluit nemen en zijn ter zake de artikelen 30 tot en met 37 van overeenkomstige toepassing.

Onze Minister zendt tweejaarlijks voor juli aan de beide kamers der Staten-Generaal een overzicht waaruit de stand van zaken met betrekking tot de mobiliteitstarieven blijkt. Het overzicht geeft in elk geval aan:

Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën binnen vijf jaar na de datum waarop het verslag, bedoeld in artikel 40, eerste lid, aan de beide kamers der Staten-Generaal is gezonden en vervolgens telkens na vier jaar aan de beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze wet in de praktijk.

Op eerste vordering van ambtenaren van de rijksbelastingdienst of van opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, is de bestuurder van een motorrijtuig verplicht dat te doen stilstaan.

De in artikel 42 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd een motorrijtuig te onderwerpen aan een onderzoek en het daartoe te brengen of te doen brengen naar een nabij gelegen plaats. De bestuurder van het motorrijtuig en bij diens afwezigheid degene die het motorrijtuig houdt, is verplicht desgevorderd zijn voor het onderzoek en het vervoer noodzakelijke medewerking te verlenen en de ambtenaren met het motorrijtuig te vervoeren.

Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.

Wijzigt de Wegenwet.

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Wijzigt deze wet.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet bereikbaarheid en mobiliteit.