Regeling · BWBR0013934

Aanwijzingsbesluit middelen Opiumwet

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 26 juli 2002, houdende aanwijzing van middelen op grond van artikel 2, tweede lid, van de Opiumwet alsmede wijziging van lijst II, behorende bij de Opiumwet op grond van artikel 3, tweede lid, van die wetAanwijzingsbesluit middelen OpiumwetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 21 mei 2002, GMT/BMC 2281330;

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, en 3, tweede lid, van de Opiumwet;

De Raad van State gehoord (advies van 6 juni 2002, nr. W13.02.0227/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 juli 2002, GMT/BMC 2292401;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage26 juli 2002BeatrixDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. J. Bomhofftweeëntwintigste augustus 2002De Minister van Justitie,J. P. H. Donner

Als middel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Opiumwet wordt aangewezen: N-methyl-1-(4-methoxyfenyl)-2-aminopropaan (paramethoxymethamfetamine).

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel 1 gedurende vier maanden na inwerkingtreding van dit besluit niet van toepassing is op zolpidem en 4-hydroxyboterzuur die industrieel worden vervaardigd en uitsluitend als geneesmiddel worden voorgeschreven op recept.