Wijzigingen Officiële bron
Regeling eisen civiele explosieven opsporingsbedrijven en opruimer explosievenRegeling eisen civiele explosieven opsporingsbedrijven en opruimer explosievenDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 1, onderdelen h en i, van het Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.Hessing

In deze regeling wordt verstaan onder:

Civiele explosieven opsporingsbedrijven, het door deze bedrijven gebruikte materieel en een opruimer explosieven dienen te voldoen aan de in bijlage 1 gestelde eisen.

Dit besluit wordt aangehaald als Regeling eisen civiele explosieven opsporingsbedrijven en opruimer explosieven.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

Conform het Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999 (verder: Bijdragebesluit 1999) kunnen opsporingswerkzaamheden van explosieven zowel door personeel aangewezen door het Ministerie van Defensie (EOD) als door civiele explosieven opsporingsbedrijven worden uitgevoerd.

De werkzaamheden verbonden aan de ruiming van explosieven blijven voorbehouden aan door het ministerie van Defensie als zodanig aangewezen personeel. De ruimingswerkzaamheden door personeel van Defensie maken het voor Defensie noodzakelijk voor dit personeel veilige omstandigheden te waarborgen. Daarom, alsmede in het kader van de openbare orde en veiligheid, dienen aan civiele explosieven opsporingsbedrijven eisen te worden gesteld.

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van opsporings- en ruimingswerkzaamheden ligt op het niveau van de lokale autoriteiten. De burgemeester als verantwoordelijke voor openbare orde en veiligheid dient voor de uitvoering van de opsporing- sen ruimingswerkzaamheden toestemming te verlenen.

Indien is voldaan aan de eisen van deze regeling, kunnen civiele explosieven opsporingsbedrijven met toestemming van de lokale autoriteiten opsporingswerkzaamheden uitvoeren. Deze werkzaamheden zijn vastgelegd in een werkplan.

De opdrachtgever (gemeente) is verantwoordelijk voor het geven van toestemming voor de opsporings- en ruimwerkzaamheden. Binnen de context van het Bijdragebesluit is de ruiming van explosieven voorbehouden aan de EOD.

Het civiele explosieven opsporingsbedrijf respectievelijk de opruimer explosieven dient te beschikken over de voor de opsporingswerkzaamheden verplichte erkenning, ontheffing of verlof, bedoeld in de Wet wapens en munitie.

De Wet Wapens en Munitie geeft het kader waarbinnen men (al dan niet) wapens en munitie voorhanden mag hebben, vervoeren, transformeren, etcetera. Op grond van artikel 3a van deze wet gelden de wettelijke verboden niet voor de krijgsmacht, voorzover de minister van Defensie dit bij regeling heeft bepaald. Die regeling kan ook betrekking hebben op personen die werkzaam zijn voor de krijgsmacht, zonder dat die personen daarvan deel uitmaken.

Explosieven zullen doorgaans worden aangemerkt als wapens van categorie II van artikel 2 van de Wet Wapens en Munitie, ten aanzien waarvan het uitgangspunt is dat zij in beginsel niet in handen van particulieren mogen komen. De minister van Justitie heeft echter de mogelijkheid ontheffing of vrijstelling van wettelijke verboden te verlenen in de in artikel 4 van deze wet genoemde gevallen. Daarnaast kan door de korpschefs in de politieregio een erkenning worden verleend voor de in artikel 9 van de Wet Wapens en Munitie genoemde handelingen met wapens of munitie, onder andere transformeren. Tenslotte biedt artikel 28 van die wet de korpschef de mogelijkheid een 'verlof tot het voorhanden hebben' te verlenen. Die mogelijkheid is echter beperkt tot wapens en munitie van categorie III.

Een bevoegdheidsdocument op grond van de Wet wapens en munitie is niet vereist zolang de wapens of de munitie niet voorhanden worden gehouden. Het begrip 'voorhanden hebben' vereist dat de desbetreffende persoon zich bewust is van het feit dat hij over een (onderdeel van een) wapen of munitie kan beschikken en dat hij een zekere mate van zeggenschap heeft over het wapen of de munitie. Door het uitgraven en het - in afwachting van ruiming door de EOD - beveiligd opslaan van (onderdelen van) explosieven en munitie wordt de feitelijke macht verkregen over deze voorwerpen en heeft men derhalve wapens en / of munitie voorhanden, hetgeen zonder een daartoe strekkende vrijstelling, ontheffing of verlof verboden is.

Mede gelet op het restrictieve uitgangspunt van de wet ten aanzien van het voorhanden hebben van categorie II-wapens en -munitie door particulieren, zal er vooralsnog - vooruitlopend op een fundamenteel onderzoek naar de mogelijke risico's in het kader van de evaluatie van het bijdragebesluit - terughoudend worden omgegaan met het verlenen van vrijstellingen, ontheffingen en verloven voor het voorhanden hebben van (onderdelen van) wapens en munitie ten behoeve van het verrichten van opsporingswerkzaamheden.

De Arbeidsomstandighedenwet legt iedere werkgever de verplichting op zorg te dragen voor zodanige (arbeids)omstandigheden dat de werkzaamheden (in casu de opsporings- en ruimingswerkzaamheden) voor het betrokken personeel en de omgeving veilig en in goede orde kunnen worden uitgevoerd. Binnen de Arbo-wetgeving zijn de regels duidelijk met betrekking tot het omgaan met gevaarlijke stoffen in het algemeen en met betrekking tot explosieve stoffen in het bijzonder. Deze regels/richtlijnen en wetgeving zijn van toepassing op alle civiele explosieven opsporingsbedrijven

Tot het vooronderzoek behoren alle activiteiten ter vaststelling van de noodzaak om tot opsporing of ruiming over te gaan. Het vooronderzoek moet leiden tot een positief dan wel negatief advies. In het kader van het Bijdragebesluit 1999 ligt de beoordeling voor een positief/negatief advies bij de EOD. Indien het vooronderzoek wordt uitgevoerd door een civiel explosieven opsporingsbedrijf dient gedetailleerd te worden aangegeven op grond waarvan men tot een positief/negatief advies is gekomen.

Onder opsporingswerkzaamheden worden de activiteiten detecteren (vaststellen van de aanwezigheid van een voorwerp op of onder het maaiveld) en lokaliseren (vaststellen van de exacte ligplaats van een voorwerp, dat op of onder het maaiveld is gedetecteerd) verstaan. Opsporingswerkzaamheden kunnen worden onderverdeeld in oppervlakte- en dieptedetectie.

Onder oppervlaktedetectie wordt verstaan het met behulp van detectieapparatuur afzoeken van de bovenlaag, waarbij significante uitslagen worden uitgegraven. Door het mogelijk direct in contact komen met aanwezige explosieven, alsmede de noodzaak tot identificatie daarvan, dienen kwalitatief hoge eisen te worden gesteld aan het personeel belast met deze werkzaamheden.

Daar de ruiming van explosieven is voorbehouden aan de EOD dienen de werkzaamheden in het kader van oppervlaktedetectie vooraf te worden aangemeld bij de EOD, waarna in overleg de procedure wordt vastgesteld om aangetroffen explosieven te ruimen.

Onder dieptedetectie wordt verstaan het met behulp van dieptedetectieapparatuur volgens een vooraf vastgesteld plan vaststellen of zich onder het maaiveld (vermoedelijk) explosieven bevinden.

Daar de ruiming van explosieven is voorbehouden aan de EOD worden de uitkomsten van de opsporing vastgelegd in een opleveringsprotocol dat wordt overhandigd aan de EOD.

Indien een (vermoedelijk) explosief is gelokaliseerd kan de benadering, onder toezicht van de EOD, met ondersteuning van civieltechnische bedrijven worden uitgevoerd.

Onder ruimingswerkzaamheden wordt verstaan het (nadat tijdens opsporingswerkzaamheden een (vermoedelijk) explosief is aangetroffen), benaderen, identificeren, veiligstellen (demonteren,) en afvoeren c.q. vernietigen van een aangetroffen explosief. De ruimingswerkzaamheden zijn voorbehouden aan de EOD van het ministerie van Defensie.

Schematische onderverdeling uitvoering:

In verband met de veiligheid van het uitvoerend personeel en de Openbare Orde en Veiligheid worden de volgende eisen gesteld:

Momenteel kunnen bedrijven gecertificeerd worden op verschillende gebieden zoals kwaliteitszorg (ISO 9001; ISO 9002), veiligheidszorg (ISRS) en veiligheidsbeheerssysteem (VCA*; VCA Certificering vindt plaats na evaluatie door een auditor van een onafhankelijke instantie, bijvoorbeeld door DNV (Det Norske Veritas), Lloyds, Veritas of Kema. Voor civiele explosieven opsporingsbedrijven die opsporingswerkzaamheden verrichten geldt dat zij minimaal dienen te voldoen aan de Veiligheids Checklist Aannemers** (VCA**) ongeacht de grootte van het bedrijf. De algemene certificering (twee sterren) geeft aan dat het bedrijf voldoet aan een aantal onderwerpen die de structurele opzet van een veiligheidsorganisatie binnen een onderneming garanderen. Binnen het Ministerie van Defensie wordt het ISRS (International Safety and Rating System) toegepast voor munitie verwerkende bedrijven. Niveau 7 binnen het ISRS garandeert eveneens een structurele opzet van een veiligheidszorg systeem.

In internationaal verband wordt gewerkt met minimale eisen waaraan personeel moet voldoen dat werkzaam is op het gebied van de opsporing en ruiming van explosieven. Deze minimale eisen zijn neergelegd in STANAG 2389 (Minimum Standards of Proficiency for Trained Explosive Ordnance Disposal Personnel). In aansluiting op deze basisvaardigheden worden aanvullende cursussen gevolgd. Omdat de STANAG vrij algemene eisen stelt zijn deze voor de Koninklijke Landmacht vertaald in concrete eindleerdoelen voor de volgende functionarissen:

De zoeker explosieven is na een opleidingsperiode van circa 2 weken in staat om computerondersteunde dieptedetectie uit te voeren. Ook kan betrokkene de verkregen meetgegevens bewerken.

De assistent opruimer explosieven, die een basis opleiding heeft als munitietechnicus (circa 9 maanden), is na een opleidingsperiode van circa 6 maanden als assistent opruimer explosieven, in staat om als 2e man in een ruimingsploeg explosieven te detecteren, te lokaliseren, te benaderen, te identificeren, veilig te stellen of te vernietigen.

De opruimer explosieven, die een ervaringsopbouw heeft van tenminste 4 jaren als assistent opruimer explosieven, is in staat om als 1e man leiding te geven aan een ruimploeg en alle voorkomende werkzaamheden als ruimploeg uit te voeren.

Vooralsnog worden voor civiele explosieven opsporingsbedrijven twee verschillende opleidingsniveaus onderkend en gehanteerd. Het hoogste niveau is een functionaris die in staat moet zijn om verkenning uit te voeren en, aan de hand van de verkregen meetresultaten, in staat moet zijn om de gemeente te adviseren wat eventuele vervolgactiviteiten zouden kunnen zijn. Hij dient tevens in staat te zijn om middels een opleveringsprotocol de opsporingswerkzaamheden over te dragen aan de EOD voor het uitvoeren van de ruimingswerkzaamheden. Daarnaast moet hij in staat zijn om oppervlaktedetectie uit te voeren, significante uitslagen uit te graven en vast te stellen om welk explosief het gaat. Tevens moet hij in staat zijn de noodzakelijke maatregelen te treffen in afwachting van de ruiming door EOD. Hiervoor dienen alleen functionarissen aangewezen te worden die het opleidingsniveau opruimer explosieven hebben.

Het tweede opleidingsniveau is het niveau voor een uitvoerende functionaris. De functionaris moet in staat zijn de hem opgedragen werkzaamheden uit te voeren. Hiervoor wordt het opleidingsniveau zoeker explosieven gehanteerd.

De detectieapparatuur moet voldoen aan de huidige stand van de techniek en aan internationaal gehanteerde technische eisen. Aan de hand van een technische beschrijving van de detectieapparatuur moeten de maximaal haalbare meetresultaten worden onderbouwd. Bovendien dient registratie plaats te vinden van de instellingen en het gebruik van de detectieapparatuur.

Overige apparatuur die wordt ingezet voor de opsporing van explosieven moet aan de bovenvermelde eisen voldoen. Daarnaast dienen maatregelen te zijn genomen ter beveiliging van machines waarvan gebruik wordt gemaakt voor bijvoorbeeld grondverzet of het plaatsen van meetbuizen in de directe omgeving van een vermoedelijk aanwezig explosief.

De beveiliging van deze machines omvat 3 categorieën:

Deze categorie omvat normale handelsmachines waarop geen wijzigingen of aanvullingen ter beveiliging zijn aangebracht.

Het voorgaande geeft het kader waarin civiele explosieven opsporingsbedrijven kunnen opereren. De gemeenten en betrokken andere partijen zoals de EOD en de civiele explosieven opsporingsbedrijven, overleggen regelmatig over werkwijzen en knelpunten in de opsporings- en ruimingswerkzaamheden.