Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 2 september 1999, houdende een regeling met betrekking tot de toekenning van bijdragen aan publiekrechtelijke lichamen ter zake van de kosten van opsporing of ruiming van als gevolg van de Tweede Wereldoorlog achtergebleven explosieven (Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999)Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, van 1 juni 1999, nr. fip 99/399M;

Gelet op artikel 17 van de Financiële-verhoudingswet;

De Raad van State gehoord (advies van 24 juni 1999, nr. W06.99.0264/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 30 augustus 1999, nr. fip 99/428U,

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage2 september 1999Beatrix De Staatssecretaris van Financiën,W. A. F. G. Vermeendachtentwintigste september 1999De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Dit besluit verstaat onder:

Dit besluit is niet van toepassing op de kosten van opsporing en ruiming van explosieven die het gevolg zijn van door het Rijk geïnitieerde grote infrastructurele projecten.

Bij een opsporing kunnen de volgende soorten kosten voor een bijdrage in aanmerking komen:

Bij een ruiming kunnen de in artikel 4 onder c. tot en met f. genoemde soorten kosten voor een bijdrage in aanmerking komen.

De kosten van de verzekering van het bovenmatig risico dat verbonden is aan het opsporen of ruimen van explosieven en dat niet gedekt wordt door de gebruikelijke verzekeringen kunnen voor een bijdrage in aanmerking komen.

In geval van een calamiteit kunnen, op verzoek van het college, ook andere dan de in dit besluit vermelde kostensoorten voor een bijdrage in aanmerking komen, indien deze, naar het oordeel van Onze Minister, redelijkerwijs niet of slechts gedeeltelijk voor rekening van de gemeente kunnen blijven.

Van grote risico's voor de bevolking als bedoeld in artikel 3, derde lid, is sprake indien:

in geval van opsporing:

Aan artikel 3, vierde lid, wordt voldaan als het college in voldoende mate kan aantonen dat:

Van artikel 9 kan worden afgeweken indien in een gebied sprake is van een zodanig ernstige verontreiniging van het grond- of oppervlaktewater als gevolg van de vermoede aanwezigheid van explosieven dat er grote risico's voor de bevolking ontstaan, terwijl het niet mogelijk is afdoende beheersingsmaatregelen te treffen.

In afwijking van artikel 11, worden de ingevolge dit besluit voor een bijdrage in aanmerking komende kosten volledig vergoed, indien:

Een declaratie voor een opsporing heeft als inhoud:

Een declaratie voor een ruiming heeft als inhoud:

De kasruimte voor de ruimingen wordt gelijk gesteld aan de op grond van artikel 16, eerste lid, vastgestelde verplichtingenruimte voor de ruimingen. Onbesteed gebleven bedragen worden op 1 oktober van het begrotingsjaar toegevoegd aan de kasruimte voor de opsporingen.

Bij een overschrijding van de bij begrotingswet toegestane ruimte voor het doen van uitgaven, worden de bijdragen, met inachtneming van de artikelen 16 en 19, op een nader door Onze Minister te bepalen tijdstip uitbetaald.

Bij de toepassing van artikel 12 worden opsporingen en ruimingen dan wel, naar het oordeel van Onze Minister, op zich zelf staande onderdelen daarvan, die vóór 1 januari 1999 in uitvoering zijn genomen, mede bij de beoordeling betrokken.

Vervallen

Dit besluit wordt aangehaald als: Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999.