U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 08-12-2006.

Ministeriële regeling · BWBR0014538

Regeling identificatie en registratie van dieren

Wijzigingen Officiële bron
Regeling identificatie en registratie van dierenRegeling identificatie en registratie van dierenDe Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op titel I en III, van verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juli 2000 (PbEG L 204) tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad; op verordening (EG) nr. 2629/97 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 december 1997 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad inzake oormerken, bedrijfsregisters en paspoorten overeenkomstig de identificatie- en registratieregeling voor runderen (PbEG L 354); op verordening (EG) nr. 494/98 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 februari 1998 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad wat de toepassing van de minimale administratieve sancties in het kader van de identificatie- en registratieregeling voor runderen betreft (PbEG L 060); op richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964, inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautair handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121); op richtlijn nr. 92/102/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren (PbEG L 355); op beschikking nr. 2000/678/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 oktober 2000 houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van bedrijven in nationale gegevensbanken voor varkens, zoals bedoeld in Richtlijn 64/432/EEG van de Raad (PbEG L 281);

Gelet op de artikelen 105 en 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en op artikel 3 van het Besluit identificatie en registratie van dieren;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, B.J.Odink

In deze regeling wordt verstaan onder:

Van iedere wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, doet de houder binnen drie weken nadat deze wijziging zich heeft voorgedaan opgave onder vermelding van het UBN van het betrokken bedrijf.

De gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden in het gecomputeriseerd gegevensbestand bewaard tot drie jaar nadat de houder ingevolge artikel 4 opgave heeft gedaan dat hij de betrokken diersoort niet meer houdt.

De houder bewaart bij het bedrijfsregister een kopie van de bevestiging, bedoeld in artikel 3, tot 3 jaar nadat het laatste dier van het bedrijf is afgevoerd.

Artikel 2, eerste lid, en artikel 4 zijn niet van toepassing op de natuurlijke persoon of rechtspersoon die uitsluitend één of meer schapen of geiten inschaart.

De eisen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, zijn:

De bestelling van merken voor runderen geschiedt, voor zover de bestelling bij de minister geplaatst wordt, per telefoon via het daartoe ingerichte voice response systeem, of elektronisch.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Indien een rund één merk heeft verloren, bestelt de houder binnen 3 werkdagen te rekenen vanaf de dag na de dag waarop het merk is verloren een vervangend merk met dezelfde identificatiecode, en hermerkt hij het rund zodra het merk in zijn bezit is en in elk geval binnen 10 werkdagen nadat het verlies van het merk van een rund is geconstateerd.

De ambtenaren, bedoeld in artikel 114, eerste lid, van de wet zijn tevens belast met het toezicht op de naleving van titel I van verordening 1760/2000.

Indien het bedrijf een slachthuis is, zorgt de houder ervoor dat de karkassen van de runderen zijn geïdentificeerd tot en met het tijdstip van de weging na slachting.

De minister is bevoegd uitvoering te geven aan artikel 1, tweede lid, van verordening 494/98.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

De ambtenaren, bedoeld in artikel 114, eerste lid, van de wet zijn tevens belast met het toezicht op de naleving van verordening 21/2004.

Het is verboden dieren die niet overeenkomstig deze regeling zijn geïdentificeerd of zijn geregistreerd, te houden, te verhandelen, te vervoeren, aan te voeren of af te voeren.

In zoverre in afwijking van de artikelen 39 en 40, tweede lid, behoeft bij rechtstreeks vervoer van runderen naar een slachthuis en bij aanvoer van runderen op een slachthuis niet te zijn voldaan aan artikel 13, eerste lid, onderdeel a, indien slechts één van de gegevens, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder C, punt 1, derde, vierde, vijfde en zevende gedachtestreepje, van richtlijn 64/432/EEG ontbreekt.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003, met uitzondering van artikel 34, eerste lid, dat op 1 mei 2003 in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling identificatie en registratie van dieren.

1. Het oormerk is vervaardigd van geel thermoplastisch kunststof en bestaat uit twee delen, te weten een mannelijk deel met een verbindingspen en een vrouwelijk deel met een kamer waarin de stift van het mannelijk deel kan worden vergrendeld.

2. In zoverre in afwijking van punt 1, zijn het oormerk, bedoeld onder D, punt 2, van deze bijlage, en het slachtmerk beugelmerken. Het slachtmerk is vervaardigd van metaal.

3. De delen van een oormerk als bedoeld in punt 1 kunnen slechts op één manier gesloten worden. Indien de delen van het oormerk op een andere manier gesloten worden of op een andere wijze aan elkaar bevestigd worden of worden verwijderd na het aanbrengen van het merk, treedt duidelijk zichtbaar zodanige vormverandering van het merk op, dat het niet opnieuw kan worden gebruikt.

4. Het materiaal waarvan het oormerk en het slachtmerk zijn vervaardigd:

a. trekt geen vuil aan;

b. heeft een glad oppervlak;

c. is goed reinigbaar, en

d. wekt na het aanbrengen geen allergische reactie bij het dier op.

5. Het oormerk en het slachtmerk zijn dusdanig vormgegeven dat:

a. de kans op het uitscheuren van het oor van het dier minimaal is;

b. geen blijvende irritatie aan het oor van het dier kan optreden;

c. het merk geen scherpe hoeken en randen bevat, en

d. bij het aanbrengen van het merk geen ruwe of rafelige wond ontstaat, die een vertraagde genezing van de wond of het optreden van infecties tot gevolg kan hebben.

6. De verbindingspen van het oormerk, bedoeld in punt 1:

a. is rond en glad afgewerkt, en

b. heeft een lengte waardoor - rekening houdend met de groei van het oor van het dier - geen irritatie en onnodige overlast wordt veroorzaakt aan het oor van het dier waaraan het oormerk is aangebracht.

7. De duurzaamheid van het oormerk en het slachtmerk is afgestemd op de gebruiksduur. Het merk voldoet gedurende de totale gebruiksduur aan de volgende eisen:

a. het merk vervormt niet blijvend of wordt niet breekbaar bij temperaturen tussen 10 oC beneden het vriespunt en 40 oC boven het vriespunt, onder invloed van het klimaat dat heerst in stallen of onder invloed van ultraviolet licht, zoals dat voorkomt in daglicht;

b. de eigenschappen van het merk zijn zodanig, dat het aangebrachte merk aan het dier bevestigd blijft, en

c. de informatie op het merk is aangebracht in zwart schrift en is onder normale bedrijfsomstandigheden te allen tijde goed leesbaar.

1. De voor varkens toegelaten oormerken zijn de merken die zijn geleverd door de volgende ondernemingen:

a. SMW Handel en Engineering B.V.;

b. Splitthoff Gmbh;

c. Metagam N.V.;

d. Merko B.V.;

e. Metal and Plastics Supplies Hut B.V.;

f. Schippers Bladel B.V.

g. Harbers Handelsonderneming;

h. Bio Enterprise B.V.;

i. Record B.V.;

j. Nutrifarm AB B.V., en

k. Dalton Continental B.V..

2. De voor varkens toegelaten slachtmerken zijn de merken die zijn geleverd door de volgende ondernemingen:

a. Metal and Plastics Supplies Hut B.V.;

b. Record B.V., en

c. Merko B.V..

3. Op het merkdeel van het oormerk dat na aanbrengen van het merk direct zichtbaar is, staat uitsluitend vermeld:

a. de letters `NL', gevolgd door het UBN van het bedrijf waar het varken geboren is, dat een minimale hoogte van 7 millimeter en maximale hoogte van 10 millimeter heeft, en

b. de letter `I&R' of het onderstaande logo:

4. Op het merkdeel, niet zijnde het merkdeel, bedoeld in punt 3, kunnen aanvullende gegevens worden aangebracht.

5. In één zijde van het slachtmerk zijn in de afmeting van 6,5 bij 3,5 millimeter, de volgende gegevens gestanst:

a. het UBN van het bedrijf waarvan het varken voor de slacht wordt afgevoerd, en

b. het logo, zoals afgebeeld in punt 3, onder b.

6. Een rond oormerk heeft een diameter van maximaal 30 millimeter. Bij oormerken met een andere vorm bedraagt de afstand vanaf het hart van de bevestiging tot de buitenrand maximaal 25 millimeter.

7. Een slachtmerk heeft een lengte van maximaal 55 millimeter.

8. Het gewicht van een oormerk dat wordt aangebracht bij een varken dat ouder dan 6 maanden is, bedraagt maximaal 10 gram. Het gewicht van de overige oormerken en de slachtmerken bedraagt maximaal 4 gram.

1. De voor schapen en geiten toegelaten oormerken zijn de volgende merken die zijn geleverd door de volgende ondernemingen:

a. Snaptag van Dalton Continental B.V.;

b. K12 van Metaalwarenfabriek Hut B.V.;

c. Splitthoff Ready-Mini van Beljaars Schapenpraktijk (Advies en Producten), en

d. Combi Mini van SWM Handel en Engineering B.V..

2. Het voor schapen van de rassen Ouessant, Skudde, Soay, Clun Forest en Kerry Hill en voor dwerggeiten toegelaten oormerk is het type merk `TB Tag' dat geleverd wordt door SWM Handel en Engineering B.V.. Onder dwerggeit wordt voor de toepassing van punt 2 verstaan: een geit die op de leeftijd van 30 dagen een schofthoogte heeft van maximaal 25 centimeter en indien deze volwassen is een schofthoogte heeft van maximaal 55 centimeter indien de geit van het vrouwelijk geslacht is, en van maximaal 60 centimeter indien de geit van het mannelijk geslacht is.

3. De voor schapen toegelaten slachtmerken zijn de merken die zijn geleverd door de volgende ondernemingen:

a. Metal and Plastics Supplies Hut B.V., en

b. Record B.V..

4. Op het mannelijk merkdeel van het oormerk, bedoeld in punt 1, dat na aanbrengen van het merk direct zichtbaar is, staat vermeld, met een hoogte van minimaal 7 millimeter en maximaal 10 millimeter:

a. de letters `LNV';

b. daaronder de letters `NL' gevolgd door het UBN, en

c. daaronder het uniek volgnummer.

5. Op het oormerk, bedoeld in punt 2, staat achtereenvolgens vermeld de letters `NL', het UBN, het uniek volgnummer en de letters `LNV'.

6. Op het merkdeel, niet zijnde het merkdeel waarop de gegevens, bedoeld in punt 4, zijn aangebracht, kunnen aanvullende gegevens worden aangebracht.

7. In het slachtmerk is gestanst het UBN van het verzamelcentrum, het uniek volgnummer en een deel van het slachtmerk, niet zijnde het deel waarop de gegevens zijn vermeld, is oranje gekleurd.

8. Het oormerk, bedoeld in punt 1, heeft een afmeting van maximaal 48 bij 45 millimeter, het oormerk, bedoeld in punt 2, heeft een afmeting van 38 bij 8 millimeter en een slachtmerk heeft een afmeting van 43 bij 10 millimeter.

9. Het gewicht van het oormerk of het slachtmerk bedraagt maximaal 7,5 gram.

1. De tatoeage bestaat uit de letters `NL' gevolgd door het UBN van het bedrijf waar de geit is geboren en een uniek volgnummer.

2. De tatoeage wordt aangebracht in de kleuren zwart of groen.

3. De tatoeage wordt aangebracht met een daarvoor geschikte tang op een zodanige wijze dat de tekens goed leesbaar blijven.

1. De bevestigingstang, waarmee het merk wordt aangebracht, is een voor het aan te brengen merk geschikte tang.

2. De bevestigingstang voldoet aan de volgende eisen:

a. de vorm van de bevestigingstang is dusdanig dat het merk er slechts op één manier in geplaatst kan worden;

b. de bevestigingstang opent automatisch met het aanbrengen van het merk en schuift gemakkelijk van het merk af, nadat dit is aangebracht;

c. bij gebruik van de bevestigingstang is voldoende zicht op het oor van het dier mogelijk;

d. het aanbrengen van het merk is met behulp van de bevestigingstang duidelijk waarneembaar, en

e. de bevestigingstang kan onder alle omstandigheden met een normale krachtsinspanning met één hand bediend worden.

1. Een onderzoek van hersenweefsel met één van de testen als bedoeld in bijlage X, hoofdstuk C, punt 4, van verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147).

2. Een onderzoek naar stoffen waarvan de toediening bij of krachtens een wettelijk voorschrift is verboden.

3. Een onderzoek naar stoffen waarvan de aanwezigheid een bij of krachtens wettelijk voorschrift vastgestelde hoeveelheid overschrijdt.

4. Een onderzoek naar de aanwezigheid van residuen van bacteriegroeiremmende stoffen met behulp van de Nieuwe Nederlandse Niertest (NNNT).