U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2005.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 9 oktober 2003, houdende invoering van de Wet werk en bijstand (Invoeringswet Wet werk en bijstand)Invoeringswet Wet werk en bijstandWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Wet werk en bijstand en enkele daarmee samenhangende onderwerpen te regelen, zulks onder intrekking van de Algemene bijstandswet, de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet, de Wet inschakeling werkzoekenden, de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ en het Besluit in- en doorstroombanen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage9 oktober 2003BeatrixDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,M. Ruttede tiende oktober 2003De Minister van Justitie,J. P. H. Donner

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Op een aanvraag tot het verlenen van bijstand wordt beslist met toepassing van:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verlening van bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van de Wet werk en bijstand aan zelfstandigen en aan personen die algemene bijstand ontvangen en voornemens zijn een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen en zich in verband hiermee niet beschikbaar stellen voor arbeid in dienstbetrekking gedurende de voorbereidingsperiode van ten hoogste twaalf maanden, waarbij kan worden afgeweken van de artikelen 9, 10, 11, 32, 34, 40, 41, 45, 77 en de paragrafen 4.2, 6.1, 6.4 en 7.1 van die wet.

Als het vermogen dat vanaf de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen, bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de Wet werk en bijstand, van de belanghebbende aan wie op de peildatum algemene bijstand werd verleend, geldt het bedrag zoals dat laatstelijk vóór of op de peildatum door het college is vastgesteld.

Artikel 43, tweede lid, onderdelen m en n, van de Algemene bijstandswet blijft in het eerste jaar waarop de Wet werk en bijstand betrekking heeft, van toepassing op de belanghebbende van wie op grond van dat artikel op de peildatum inkomsten niet tot zijn middelen werden gerekend, met dien verstande dat het bedrag dat op grond van dat artikel niet tot de middelen wordt gerekend, wordt vermenigvuldigd met:

Tot het tijdstip waarop de artikelen 56, 61 en 62 van de Wet werk en bijstand in werking treden, kunnen kosten van bijstand door het college worden verhaald in de gevallen en overeenkomstig de regels aangegeven in de artikelen 92, tweede en derde lid, tot en met 105 en 141 van de Algemene bijstandswet.

Artikel 7, vierde lid, van de Wet werk en bijstand is niet van toepassing op werkzaamheden die zijn gestart:

Het deel van de subsidie, bedoeld in artikel 14 van de Wet inschakeling werkzoekenden, van het kalenderjaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand dat op grond van artikel 18, vierde lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden, wordt toegevoegd aan de subsidie van het daaropvolgende kalenderjaar dan wel in dat jaar wordt besteed aan laatstgenoemde wet of de Wet sociale werkvoorziening, wordt toegevoegd aan de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, van het eerste kalenderjaar waarop laatstgenoemde wet betrekking heeft, onderscheidenlijk besteed aan de Wet sociale werkvoorziening.

Artikel 13 van het Besluit in- en doorstroombanen blijft van toepassing op:

Onze Minister houdt toezicht op de rechtmatige uitvoering van dit hoofdstuk door het college. De paragrafen 7.2 en 7.3 van de Wet werk en bijstand zijn van overeenkomstige toepassing.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening kunstenaars.

Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Wijzigt de Ziektewet.

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Wijzigt de Toeslagenwet.

Wijzigt de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.

Wijzigt de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen.

Wijzigt de Wet premieregime bij marginale arbeid.

Wijzigt de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet.

Wijzigt de Algemene nabestaandenwet.

Wijzigt de Algemene Ouderdomswet.

Wijzigt de Wet arbeid en zorg.

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Wijzigt de Beroepswet.

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek, Boek 1.

Wijzigt de Faillissementswet.

Wijzigt de Wet op de rechtsbijstand.

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Wijzigt de Wet inburgering nieuwkomers.

Wijzigt de Handelsregisterwet 1996.

Wijzigt de Huursubsidiewet.

Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.

Wijzigt de Ambtenarenwet.

Wijzigt de Uitkeringswet KNIL-beroepsmilitairen.

Wijzigt de Uitkeringswet KNIL-dienstplichttijd.

Wijzigt de Wet algemene regels herindeling.

Wijzigt de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Wijzigt de Wet op de lijkbezorging.

Wijzigt de wet Rietkerk-uitkering.

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen.

Wijzigt de Uitkeringswet financiële compensatie langdurige militaire dienst.

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Wijzigt de Wet op het consumentenkrediet.

Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000.

Wijzigt de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.

Wijzigt de Wet stelselwijziging ziektekostenverzekering tweede fase.

Wijzigt de Wet uitkeringen burger-slachtoffers 1940–1945.

Wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945.

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand worden de in de hoofdstukken 3 en 4 van voornoemde wet genoemde bedragen en percentages op de in paragraaf 4.2 van die wet voorgeschreven wijze herzien, voorzover de ontwikkeling van het netto minimumloon, de netto aanspraak op minimumvakantiebijslag en het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie, gerekend vanaf 1 januari 2003, daartoe aanleiding geeft. Van de herziene normen en bedragen en van de dag waarop de herziening plaatsvindt, wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.

Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op de goede invoering van de Wet werk en bijstand regels worden gesteld waarbij zo nodig kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens voornoemde wet of deze wet.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

Deze wet wordt aangehaald: Invoeringswet Wet werk en bijstand.