Wijzigingen Officiële bron
VERORDENING van het bestuur van het Bosschap tot het opleggen van heffingenVerordening Algemene heffing Bosschap 2004 HET BESTUUR van het Bosschap,

gelet op de artikelen 95 en 126 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie en artikel 7 van het Instellingsbesluit Bosschap, besluit vast te stellen de navolgende

VERORDENING

Zeist 3 december 2003A. Jorritsma-LebbinkvoorzitterG.J.P. Jansensecretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal/Economische Raad bij besluit van 26 februari 2004.

In deze verordening worden overgenomen de begripsbepalingen van artikel 3 van het Instellingsbesluit Bosschap.

Onder beboste oppervlakte worden in deze verordening verstaan:

Onder hakhout zijn niet begrepen wallen smaller dan 3 meter.

Onder rijbeplanting(en) worden in deze verordening verstaan:

beplanting(en) zich bevindende langs de perceelgrenzen, wegen en dijken en bestaande uit de boomsoorten populier (behalve Italiaanse populier en knotpopulier) en/of wilg (behalve knotwilg) en uit overige boomsoorten.

Onder overige boomsoorten worden uitsluitend verstaan:

inlandse eik, Amerikaanse eik, es (behalve knotes), iep en beuk.

Onder omzet wordt in deze verordening verstaan:

het totaalbedrag dat door een bosbouwambachtonderneming in een kalenderjaar in rekening is gebracht aan bosbouwondernemingen en rondhouthandelsbedrijven wegens uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot bossen en/of andere houtopstanden en andere dienst verlening, de bij levering van materialen, spuitmiddelen e.d. daaronder begrepen, exclusief B.T.W., met dien verstande, dat genoemd totaalbedrag door bosbouwmbachtondernemingen die hout op stam en/ of in het bos liggend hout kopen en de daaraan in het bos te verrichten werkzaamheden zelf uitvoeren dient te worden verhoogd met een bedrag dat wordt verkregen door het aantal m3 te vermenigvuldigen met € 11,35.

Onder heffingsplichtige wordt in deze verordening verstaan:

degene, die krachtens het bepaalde in deze verordening heffing is verschuldigd.

De heffing als bedoeld in artikel 6 geschiedt naar beboste oppervlakte(n) en/of rijbeplanting(en).

Rijbeplantingen van gemeenten, die zijn gelegen binnen de bebouwde kom, zoals deze volgens de Bouwverordening is vastgesteld, zijn vrijgesteld van heffing.

Naast de heffingen als bedoeld in de artikelen 6 en 11 wordt aan die ondernemingen een basisheffing opgelegd van € 26,10 per onderneming.