U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 08-08-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0016199

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 2003, nr. PO&I/2003/96561, houdende de inrichting van de organisatie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede verdeling van taken en verlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004)Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag18 december 2003De Minister van Sociale Zaken en WerkgelegenheidA.J. de Geus

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Het ministerie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

De directeur-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder c. Het werkterrein van de directeur-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen omvat in brede zin:

De directeur-generaal Arbeidsomstandigheden en Sociale Verzekeringen is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder d. Het werkterrein van de directeur-generaal Arbeidsomstandigheden en Sociale Verzekeringen omvat in brede zin:

De directeur-generaal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder e. Het werkterrein van de directeur-generaal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand omvat in brede zin:

De inspecteur-generaal is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de Inspectie Werk en Inkomen. Het werkterrein van de inspecteur-generaal omvat de taken, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, alsmede het aan de minister opgedragen toezicht op de toezichtswerkzaamheden van:

Bij afwezigheid of verhindering van een vertegenwoordigingsbevoegde worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger, behoudens de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaten, volmachten en machtigingen.

Tenzij in deze regeling anders is bepaald, is de leidinggevende van een vertegenwoordigingsbevoegde te allen tijde bevoegd de aan deze verleende bevoegdheden zelf uit te oefenen.

Een vertegenwoordigingsbevoegde is niet bevoegd tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken op het gebied van personeelsaangelegenheden die betrekking hebben op hemzelf.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004.