Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 10 december 2003, nr. 5258657/03/6;
Gelet op artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 27b, tweede lid, en artikel 29a, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 22, zesde lid, van de Beroepswet, artikel 24, zesde lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, artikel 40, zesde lid, van de Wet op de Raad van State, artikel 7.67, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en artikel 1, tweede lid, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 15 januari 2004, nr. W0.03.0539/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 29 januari 2004, nr. 5268249/04/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage30 januari 2004BeatrixDe Minister van Justitie ,J. P. H.Donner de dertigste januari 2004De Minister van Justitie ,J. P. H.DonnerWijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Wijzigt de Beroepswet.
Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.
Wijzigt de Wet op de rechtsbijstand.
Wijzigt de Wet tarieven in burgerlijke zaken.
Wijzigt de Wet op de Raad van State.
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Ten aanzien van rechten die verschuldigd zijn geworden voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijft het recht zoals dat voor die datum gold, van toepassing.
Indien op de dag waarop dit besluit in werking treedt tegen een besluit beroep openstaat op een administratieve rechter, blijft het oude recht op het beroep van toepassing.
Indien op de dag waarop dit besluit in werking treedt tegen een uitspraak van een administratieve rechter hoger beroep openstaat, blijft het oude recht op het hoger beroep van toepassing.
Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2004.