U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 21-12-2006.

Ministeriële regeling · BWBR0016895

Regeling herverkaveling

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 juni 2004, nr. TRCJZ/2004/3819, houdende regels over herverkaveling (Regeling herverkaveling)Regeling herverkavelingDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 163, 195, eerste lid, en 210, derde lid, van de Landinrichtingswet, artikel 92, tweede lid, van de Reconstructiewet Midden-Delfland en de artikelen 33, eerste lid, en 107, tweede lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitC.P.Veerman

In deze regeling wordt verstaan onder:

Waardeveranderingen als bedoeld in de artikelen 49, 71 en 117 van de wet worden bij de tweede schatting bepaald.

De toestand van de grond wordt bij de eerste en de tweede schatting in kwaliteitsklassen vastgelegd aan de hand van een of meer van de volgende objectieve factoren:

De toestand van de grond wordt bij de tweede schatting vastgelegd aan de hand van een of meer van de volgende subjectieve factoren:

De minister stelt per blok nadere regels vast voor het stelsel van classificatie overeenkomstig het model dat is opgenomen als bijlage 1 bij deze regeling. Deze nadere regels per blok worden als bijlage bij deze regeling opgenomen.

Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op een stelsel van classificatie als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën.

Gronden die ingevolge een vastgesteld bestemmingsplan of een ontwerpbestemmingsplan een bestemming hebben of krijgen die overeenkomt met de functie van landbouw, natuur, bos of landschap zijn uitruilbaar, voor zover artikel 10 van de wet niet anders bepaalt.

Gronden waarop zich een weg met een openbaar karakter bevindt, die op grond van het landinrichtingsplan het openbare karakter verliest, zijn uitruilbaar.

Wanneer de openbare functie van een waterloop volgens het landinrichtingsplan vervalt, zijn de gronden waarop deze waterloop zich bevindt uitruilbaar.

Niet uitruilbaar zijn:

De samenvoeging van kavels die ten dienste staan van één gebruiker vindt niet plaats, indien dit leidt tot een mate van versnippering van het eigendom van grond, die in redelijkheid niet van de betrokken eigenaar kan worden gevergd.

De grens van een huis- of bedrijfskavel kan bij toedeling slechts na overeenstemming met de eigenaar en na overleg met de gebruikers worden aangepast, tenzij:

De gemiddelde schattingswaarde per hectare van aan een eigenaar of pachter toe te delen grond wijkt maximaal twee schattingsklassen af van de gemiddelde schattingswaarde per hectare van de door die eigenaar of pachter ingebrachte grond.

Van de artikelen 8 tot en met 20 kan worden afgeweken indien dit een doelmatige herverkaveling of realisatie van de doeleinden van het landinrichtingsplan bevordert en de minister hiermee instemt.

De minister stelt, gehoord de landinrichtingscommissie, de waardering van de objectieve en subjectieve factoren vast ten einde de kosten, bedoeld in artikel 223, eerste lid, van de wet, te berekenen.

De minister stelt, gehoord de landinrichtingscommissie, de hoogte van de verrekenposten vast op basis van de waarde in het maatschappelijk verkeer.

De minister stelt per blok nadere regels vast voor de tweede schatting overeenkomstig het model dat is opgenomen als bijlage 2 bij deze regeling. Deze nadere regels per blok worden als bijlage bij deze regeling opgenomen.

De minister kan voor een blok nadere regels vaststellen in afwijking van artikel 25, ingeval de Centrale Landinrichtingscommissie, bedoeld in artikel 7 van de wet zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet van 22 april 2004 tot wijziging van de Landinrichtingswet en enige andere inrichtingswetten (positie van de Centrale Landinrichtingscommissie; Stb. 223), vóór 11 februari 2003 een stelsel van classificatie heeft vastgesteld dat voor het desbetreffende blok voorziet in een andere waardering van de objectieve en subjectieve factoren dan die overeenkomstig het model dat is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling herverkaveling.

In het blok worden aangetroffen*:

In het blok worden de volgende gronden aangetroffen:*

Rekening houdend met het bepaalde in artikel 2 van de regeling worden de gronden als volgt geschat:

De objectieve factoren, bedoeld in artikel 4 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd*:

Nadere regels per blok betreffende het stelsel van classificatie voor de herinrichting ‘Schoonebeek’

In het blok worden aangetroffen:

In het blok worden de volgende gronden aangetroffen:

Rekening houdend met het bepaalde in artikel 2 van de regeling worden de gronden als volgt geschat:

De objectieve factoren, bedoeld in artikel 4 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd:

Nadere regels per blok betreffende het stelsel van classificatie voor de ruilverkaveling Zuidwolde-Noord/Beneden Egge, blok West

A. (De in het blok aanwezige onroerende zaken)

In het blok worden aangetroffen:

B. (De in het blok voorkomende gronden)

In het blok worden de volgende gronden aangetroffen:

C. (De indeling van de te schatten gronden in klassen met vermelding van de bij elke klasse behorende agrarische waarde)

Rekening houdend met het bepaalde in artikel 2van de regeling worden de gronden als volgt geschat:

D. (Objectieve factoren)

De objectieve factoren, bedoeld in artikel 4 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd:

Nadere regels per blok betreffende het stelsel van classificatie voor de ruilverkaveling Zuidwolde-Noord/Beneden Egge, blok Oost

A. (De in het blok aanwezige onroerende zaken)

In het blok worden aangetroffen:

B. (De in het blok voorkomende gronden)

In het blok worden de volgende gronden aangetroffen:

C. (De indeling van de te schatten gronden in klassen met vermelding van de bij elke klasse behorende agrarische waarde)

Rekening houdend met het bepaalde in artikel 2 van de regeling worden de gronden als volgt geschat:

D. (Objectieve factoren)

De objectieve factoren, bedoeld in artikel 4 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd:

Nadere regels per blok betreffende het stelsel van classificatie als bedoeld in artikel 162 van de Landinrichtingswet voor de herinrichting Lemsterpolders

A. (De in het blok aanwezige onroerende zaken)

In het blok worden aangetroffen:

B. (De in het blok voorkomende gronden)

In het blok worden de volgende gronden aangetroffen:

De bodemopbouw in het herinrichtingsgebied bestaat volgens de Bodemkaart van Nederland (1 : 50.000) uit veengronden. De zandondergrond zit in dit gebied dieper dan 120 centimeter.

Het grootste deel van de cultuurgronden bestaat uit Koopveengronden. Dit zijn veengronden met een veraarde bovengrond. Deze gronden zijn in het verleden vergraven en bestaan afwisselend uit veenmos- of zeggeveen.

Oostelijk van de polderdijk ligt een ca. 40 meter brede strook met Weideveengronden. Dit zijn veengronden met een kleidek, waarin zich een minerale eerdlaag bevindt. Onder het kleidek begint op maximaal 40 cm. diepte de veenondergrond, die uit veenmosveen bestaat.

Ten westen van de polderdijk liggen Waardveengronden, die een kleidek zonder minerale eerdlaag bezitten. Ook hier bestaat de ondergrond uit veenmosveen.

Op een tweetal plaatsen wordt op de bodemkaart aangegeven dat er sprake is van aangemaakte petgaten. Dit wordt aangeduid met de bodemcode AAP.

C. (De indeling van de te schatten gronden in klassen met vermelding van de bij elke klasse behorende agrarische waarde)

Rekening houdend met het bepaalde in artikel 2 van de regeling worden de gronden als volgt geschat:

D. (Objectieve factoren)

De objectieve factoren, bedoeld in artikel 4 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd:

Nadere regels per blok betreffende het stelsel van classificatie voor de ruilverkaveling ‘Odoorn’

A. (De in het blok aanwezige onroerende zaken)

In het blok worden aangetroffen:

B. (De in het blok voorkomende gronden)

In het blok worden de volgende gronden aangetroffen:

C. (De indeling van de te schatten gronden in klassen met vermelding van de bij elke klasse behorende agrarische waarde)

Rekening houdend met het bepaalde in artikel 2 van de regeling worden de gronden als volgt geschat:

D. (Objectieve factoren)

De objectieve factoren, bedoeld in artikel 4 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd:

Nadere regels per blok betreffende het stelsel van classificatie voor de ruilverkaveling ‘Land van Maas en Waal’

A. (De in het blok aanwezige onroerende zaken)

In het blok worden aangetroffen:

B. (De in het blok voorkomende gronden)

De gronden die in dit blok voorkomen, zijn ingedeeld in rivierkleigronden en rivierzandgronden. 92% van de oppervlakte bestaat uit rivierkleigronden en 2% van de oppervlakte bestaat uit rivierzandgronden. De overige gronden zijn niet in gebruik als cultuurgrond. De rivierkleigronden zijn verder onderverdeeld in eerdgronden (1%) en vaaggronden (91%). De zwaardere (kom)kleigronden bevinden zich in het algemeen in het midden van het gebied en de lichtere gronden langs de gronden van het gebied, vlakbij de rivieren de Maas en de Waal.

C. (De indeling van de te schatten gronden in klassen met vermelding van de bij elke klasse behorende agrarische waarde)

Rekening houdend met het bepaalde in artikel 2 van de regeling worden de gronden als volgt geschat:

D. (Objectieve factoren)

De objectieve factoren, bedoeld in artikel 4 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd:

Nadere regels per blok betreffende het stelsel van classificatie voor de herinrichting ‘Noordwest Overijssel, deelgebied Rond de Weerribben’

A. (De in het blok aanwezige onroerende zaken)

In het blok worden aangetroffen:

B. (De in het blok voorkomende gronden)

In het blok worden de volgende gronden aangetroffen:

C. (De indeling van de te schatten gronden in klassen met vermelding van de bij elke klasse behorende agrarische waarde)

Rekening houdend met het bepaalde in artikel 2 van de Regeling worden de gronden als volgt geschat:

D. (Objectieve factoren)

De objectieve factoren, bedoeld in artikel 4 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd:

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten* (of in geldbedragen) gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van ........ tot en met ........ per hectare, met intervallen van ........

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van ........ tot en met ........ per hectare, met intervallen van ........

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor ........

2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Land van Thorn’

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in geldbedragen gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 0,–, € 4.538,– en € 9.075,– tot en met € 22.690,– per hectare, met intervallen van € 1.135,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 0,–, € 4.538,– en € 9.075,– tot en met € 22.690,– per hectare, met intervallen van € 1.135,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 0,711.

2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Volthe’

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 1.815,– tot en met € 28.134,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 1.815,– tot en met € 28.134,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 1,71.

2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘St. Oedenrode: blokdeel Zijtaart-Vressel’

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in geldbedragen gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 0,– tot en met € 22.689,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 0,– tot en met € 22.689,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 2,–.

2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Groesbeek’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 11.798,– tot en met € 22.689,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 11.798,– tot en met € 22.689,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor het blok ‘Ommelanderwijk-Zuidwending’ voor het deelgebied ‘Oude Veenkoloniën’ in de Herinrichting Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën betreffende de tweede schatting

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 6.580,– tot en met € 12.252,– per hectare, met intervallen van € 567,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 6.580,– tot en met € 12.252,– per hectare, met intervallen van € 567,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Mars- en Westerstroom’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 7.260,48 tot en met € 12.252,07 per hectare, met intervallen van € 453,78.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 7.260,48 tot en met € 12.252,07 per hectare, met intervallen van € 453,78.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat.

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Tjabbekamp’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in artikel 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten per hectare gewaardeerd:

De bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van landinrichting in de objectieve en subjectieve factoren geschiedt per eigendom (of per bedrijf) door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde landinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in 8 klassen van € 0,–, € 5.000,–, € 10.000,–, € 15.000,–, € 20.000,–, € 25.000,–, € 27.000,–, € 29.000,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in 8 klassen van € 0,–, € 5.000,–, € 10.000,–, € 15.000,–, € 20.000,–, € 25.000,–, € 27.000,–, € 29.000,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Ruinerwold-Koekange’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische werken)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in twaalf klassen van € 7.714,26 tot en met € 12.705,85 per hectare, met intervallen van € 453,78.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in twaalf klassen van € 7.714,26 tot en met € 12.705,85 per hectare, met intervallen van € 453,78.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Haaksbergen’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 4.538,– tot en met € 24.504,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 4.538,– tot en met € 24.504,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Over- en onderbedelingen worden verrekend door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de Landinrichtingswet, te vermenigvuldigen met de factoren 1,37 voor cultuurgrond en 0,8 voor bosgrond. Ook de onder B en C vastgestelde waardeveranderingen zullen worden verrekend na vermenigvuldiging met een factor 1,37 voor cultuurgrond en 0,8 voor bosgrond.

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Ameland’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in artikel 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in 16 klassen van € 0,–, € 1.361,–, € 3.403,–, € 5.445,–, € 6.807,–, € 7.487,–, € 8.168,–, € 8.849,–, € 9.592,–, € 10.210,–, € 10.891,–, € 11.571,–, € 12.252,–, € 12.933,–, € 13.613,– en € 14.294,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in 16 klassen van € 0,–, € 1.361,–, € 3.403,–, € 5.445,–, € 6.807,–, € 7.487,–, € 8.168,–, € 8.849,–, € 9.592,–, € 10.210,–, € 10.891,–, € 11.571,–, € 12,252,–, € 12.933,–, € 13.613,– en € 14.294,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Hoeksche Waard Oost’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 907,– tot en met € 19.058,– per hectare, met intervallen van € 907,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 907,– tot en met € 19.058,– per hectare, met intervallen van € 907,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de herinrichting deelgebied ‘Westerwolde’, blok ‘Bourtange’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 5.445,36 tot en met € 10.890,72 per hectare, met intervallen van € 544,54.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 5.445,36 tot en met € 10.890,72 per hectare, met intervallen van € 544,54.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Walcheren’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 4.901,– tot en met € 16.336,– per hectare, met intervallen van € 816,80,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 4.901,– tot en met € 16.336,– per hectare, met intervallen van € 816,80,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ’Stuifzand’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in zes klassen van € 14.067,19 tot en met € 17.470,54 per hectare, met intervallen van € 680,67.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in zes klassen van € 14.067,19 tot en met € 17.470,54 per hectare, met intervallen van € 680,67.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Damwoude’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in 6 klassen van € 0,–, € 1.788,–, € 3.576,–, € 5.364,–, € 8.940,–, € 12.516,–, of in 8 klassen van € 14.304,– tot en met € 20.562,–, met intervallen van € 894,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in 6 klassen van € 0,–, € 1.788,–, € 3.576,–, € 5.364,–, € 8.940,–, € 12.516,– of in 8 klassen van € 14.304,– tot en met € 20.562,– met intervallen van € 894,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in 4 klassen van € 0,–, € 2.235,–, € 4.470,–, € 6.705,– en 14 klassen van € 7.152,– tot en met €12.963,– met intervallen van € 447,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in 4 klassen van € 0,–, € 2.235,–, € 4.470,–, € 6.705,– en 14 klassen van € 7.152,– tot en met € 12.963,– met intervallen van € 447,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Axel’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De subjectieve factoren, bedoeld in artikel 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 4.764,69 tot en met € 13.613,41 per hectare, met intervallen van € 680,67.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 4.764,69 tot en met € 13.613,41 per hectare, met intervallen van € 680,67.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting in het deelgebied Kanaalstreek blok A van de Herinrichting Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 6.807,– tot en met € 11.782,– per hectare, met intervallen van € 454,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 6.807,– tot en met € 11.782,– per hectare, met intervallen van € 454,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting in het deelgebied Kanaalstreek blok C van de Herinrichting Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 6.807,– tot en met € 11.782,– per hectare, met intervallen van € 454,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 6.807,– tot en met € 11.782,– per hectare, met intervallen van € 454,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Brummen-Voorst’

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 9.529,– tot en met € 20.420,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 9.529,– tot en met € 20.420,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in geldbedragen gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 0,– tot en met € 22.689,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 0,– tot en met € 22.689,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 1.361,– tot en met € 21.781,– per hectare, met intervallen van € 681,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 1.361,– tot en met € 21.781,– per hectare, met intervallen van € 681,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 908,– tot en met € 23.597,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 908,– tot en met € 23.597,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Den Ham-Lemele’

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 1.361,– tot en met € 20.420,– per hectare, met intervallen van € 681,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 1.361,– tot en met € 20.420,– per hectare, met intervallen van € 681,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de herinrichting ‘Duiven-Westervoort’

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 15.882,– tot en met € 29.496,– per hectare, met intervallen van € 1.134,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 15.882,– tot en met € 29.496,– per hectare, met intervallen van € 1.134,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Salland-West’

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 2.273,– tot en met € 22.689,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 2.723,– tot en met € 22.689,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling worden als volgt geschat:

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor het blok A ‘Wedde’ van het deelgebied ‘Westerwolde’ in de herinrichting Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 6.126,03 tot en met € 12.932,74 per hectare, met intervallen van € 680,67.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 6.126,03 tot en met € 12.932,74 per hectare, met intervallen van € 680,67.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid van de regeling, worden als volgt geschat:

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Twijzel-Buitenpost’

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in artikel 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in 5 klassen van € 0,–; € 1.361,–; € 3.403,–; € 5.445,– en € 7.487,– of 10 klassen van € 8.168,– tot en met € 14.294,– met intervallen van € 680,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in 5 klassen van € 0,–; € 1.361,–; € 3.403,–; € 5.445,– en € 7.487,– of 10 klassen van € 8.168,– tot en met € 14.294,– met intervallen van € 680,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de ruilverkaveling ‘Rijssen, blok Rectum’

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van 3.000 punten tot en met 44.000 punten per hectare, met intervallen van 1.000 punten.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van 3.000 punten tot en met 44.000 punten per hectare, met intervallen van 1.000 punten.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 10.210,– tot en met € 24.958,– per hectare, met intervallen van € 1.135,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 10.210,– tot en met € 24.958,– per hectare, met intervallen van € 1.135,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

De subjectieve factoren, bedoeld in artikel 5, van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 4.538,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 4.538,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 3.630,– tot en met € 22.698,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 3.630,– tot en met € 22.689,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in geldbedragen gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 0,– tot en met € 22.698,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 0,– tot en met € 22.698,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in 5 klassen van € 0,–; € 1.350,–; € 3.405,–; € 5.445,– en € 7.485,– of 10 klassen van € 8.170,– tot en met € 14.295,– met intervallen van € 680,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in 5 klassen van € 0,–; € 1.350,–; € 3.405,–; € 5.445,– en € 7.485,– of 10 klassen van € 8.170,– tot en met € 14.295,– met intervallen van € 680,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 2,204.

2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 0,– tot en met € 22.689,– per hectare met intervallen van € 908,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 0,– tot en met € 22.689,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 2,6.

2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Veehouderijgebied

Glastuinbouwgebied

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 907,– tot en met € 19.058,– per hectare, met intervallen van € 907,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 907,– tot en met € 19.058,– per hectare, met intervallen van € 907,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 49 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, te vermenigvuldigen met een factor 2,63 voor eigendom en met een factor 1,97 voor verpachte grond.

2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factoren, bedoeld in het eerste lid.

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat voor cultuurgrond in 7 klassen van € 25.000,– tot en met € 31.000,– met intervallen van € 1.000,– en voor de overige gronden in 6 klassen van € 0,– tot en met € 25.000,– met intervallen van € 5.000,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in 7 klassen van € 25.000,– tot en met € 31.000,– met intervallen van € 1.000,– en voor de overige gronden in 6 klassen van € 0,– tot en met € 25.000,– met intervallen van € 5.000,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 1,05.

2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 28.100,– tot en met € 36.500,– per hectare, met intervallen van € 1.200,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 28.100,– tot en met € 36.500,– per hectare, met intervallen van € 1.200,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 1,2.

2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 908,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 908,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de regeling , worden als volgt geschat:

1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met de factor 2,45.

2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 908,– tot en met € 17.244,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 908,– tot en met € 17.244,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met de factor 2,2.

2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 908,– tot en met € 13.620,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 49 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 908,– tot en met € 13.620,– per hectare, met intervallen van € 908,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 6.806,70 tot en met € 10.436,94 per hectare, met intervallen van € 453,78.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 6.806,70 tot en met € 10.436,94 per hectare, met intervallen van € 453,78.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in 4 klassen van € 0,–; € 3.630,–; € 6.350,– en € 9.075,– of 8 klassen van € 9.980,– tot en met € 16.330,– met intervallen van € 907,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 71 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in 4 klassen van € 0,–; € 3.630,–; € 6.350,– en € 9.075,– of 8 klassen van € 9.980,– tot en met € 16.330,– met intervallen van € 907,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:

E. (Overig)

A. (Objectieve en subjectieve factoren)

De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikel 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd:

B. (Verandering van de agrarische waarde)

Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 907,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 907,–.

C. (Waardeveranderingen als bedoeld in artikel 49 van de wet)

De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaa, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 907,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 907,–.

D. (Verrekenposten)

De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, wordt als volgt geschat:

E. (Overig)