Ministeriële regeling · BWBR0016938

Examenreglement veiligheidsmanager 2004

Wijzigingen Officiële bron
Examenreglement veiligheidsmanager 2004Examenreglement veiligheidsmanager 2004 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 15 van de Brandweerwet 1985;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes

In deze ministeriële regeling wordt verstaan onder:

De opleiding bestaat uit 21 modulen:

Tot de module-examens bedoeld in artikel 2 wordt toegelaten degene die in het bezit is van:

Het module-examen fysieke veiligheid bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel A van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen management van grote projecten bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel B van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen veiligheidsbeleid bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel C van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen recht bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel D van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen proactie en risicoanalyse bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel E van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen brandpreventie I bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel F van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen leiderschap en leidinggeven bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel G van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen strategisch management bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel H van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen kwaliteitszorgsystemen bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel I van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen advisering bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel J van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen onderhandeling en conflictbeheersing bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel K van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen industriële veiligheid bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel L van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen transportveiligheid bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel M van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen gevaarlijke stoffen bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel N van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen veiligheid bij meervoudig ruimtegebruik bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel O van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen bedrijfsnoodorganisaties bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel P van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen arbeidsveiligheid bedrijfshulpverleners bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel Q van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen NBC veiligheid en terreur bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel R van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen publieks- en evenementenveiligheid bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel S van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen brandpreventie II bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel T van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het module-examen handhavingsbeleid en integrale handhaving bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen genoemd in deel U van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Het diploma veiligheidsmanager wordt op advies van het bestuur door de minister afgegeven aan degene die voor de eindopdracht, bedoeld in artikel 26, ten minste een voldoende heeft behaald.

Artikel 4 is niet van toepassing op diegenen die de opleiding zijn gestart in 2003.

Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement veiligheidsmanager 2004.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: fysieke veiligheid

1. Inzicht hebben in de taken en bevoegdheden van de veiligheidsmanager.

2. Inzicht hebben in de plaats van de veiligheidsmanager in zijn organisatie.

3. Inzicht hebben in de relevante gesprekspartners voor de veiligheidsmanager voor de diverse aspecten van de veiligheidsketen.

4. Inzicht hebben in het functioneren van de diverse organisaties in de veiligheidsketen: brandweer, GHOR, politie, gemeentebestuur.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: management grote projecten

1. Inzicht hebben in de aard, mate en soort complexiteit die speelt bij grote projecten.

2. Met behulp van geëigende instrumenten complexiteit inzichtelijk kunnen maken bij grote projecten.

3. Op basis van geëigende strategieën kunnen omgaan met complexiteit bij grote projecten.

4. Beheersen van de grondbeginselen van effectief projectmanagement.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: veiligheidsbeleid

1. Kennis hebben van de inrichting en het functioneren van het (decentrale) openbaar bestuur.

2. Inzicht hebben in de beleidscyclus en beleidsinstrumentering in het algemeen.

3. Inzicht hebben in de beleidsinstrumentering van het integrale veiligheidsbeleid in het bijzonder.

4. Inzicht hebben in de specifieke besluitvorming binnen het fysieke veiligheidsbeleid.

5. Inzicht hebben in de samenhang tussen sociale veiligheid en fysieke veiligheid.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: recht

1. Inzicht hebben in het staats- en bestuursrecht en het bestuursprocesrecht.

2. Kennis hebben van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en daarmee samenhangende rechtsgebieden.

3. Kennis hebben van wetgeving inzake crisisbeheersing en rampenbestrijding.

4. Inzicht hebben in de wet- en regelgeving op het gebied van fysieke veiligheid.

5. In staat zijn juridische aspecten van veiligheid te onderkennen en te kunnen plaatsen in het relevante rechtsgebied.

6. Kennis hebben van de voornaamste juridische vragen die spelen op het gebied van veiligheid.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: proactie en risicoanalyse

1. Inzicht hebben in de methoden van kwantitatieve risicoanalyse.

2. Inzicht hebben in methoden van deterministische analyse.

3. Beheersen van technieken voor het analyseren (voorspellen) en oplossen van veiligheidsproblemen via ontwerp en management (herkennen en bestrijden).

4. In staat zijn rapportages van incidentanalyses te bestuderen en daar lering uit te trekken voor toekomstige projecten en de eigen organisatie.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: brandpreventie I

1. Kennis hebben van de totstandkoming van alsmede de structuur en partners rondom de wet- en regelgeving inzake brandpreventie.

2. Inzicht hebben in de wijze waarop de uitvoering van de brandpreventieve taken georganiseerd kunnen worden.

3. Inzicht hebben in de beleidsvrijheden die de regelgeving biedt en op welke wijze daar invulling aan gegeven kan worden.

4. Kennis hebben van de actuele stand van zaken rondom de brandveiligheid in Nederland.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: advisering

1. Kan op effectieve wijze adviezen opstellen, die afgestemd zijn op situationele factoren.

2. Beheerst de diverse rollen die een adviseur kan aannemen.

3. Beheerst de geëigende instrumenten om gefundeerde adviezen te ontwikkelen.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: onderhandeling en conflictbeheersing

1. Beheersen van onderhandelingsstrategieën.

2. Kunnen omgaan met conflictsituaties.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: Kwaliteitszorg(systemen)

1. Inzicht hebben in de filosofie, instrumentering en operationalisering van integrale kwaliteitszorg.

2. Kennis hebben van de actualiteit van kwaliteitszorg bij brandweer en rampenbestrijding.

3. Integrale kwaliteitszorg als leidende besturingsfilosofie op hoofdlijnen kunnen toepassen.

4. Het INK-model en de daarin begrepen instrumenten op hoofdlijnen kunnen toepassen.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: leiderschap en leidinggeven

1. Inzicht hebben in de verschillende stijlen van leidinggeven en in welke situaties welke stijl van leidinggeven passend is.

2. Het verschil weten tussen strategisch leiderschap en tactisch en operationeel leidinggeven.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: strategisch management

1. Inzicht hebben in de totstandkoming van een organisatiestrategie en de rol die het hoger management daarin speelt.

2. Inzicht hebben in methoden van omgevingsanalyse en strategie-ontwikkeling.

3. Inzicht hebben in het operationaliseren van strategie, in het opereren in beleidsnetwerken en in de verhouding tussen hoger management en bestuur.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: industriële veiligheid

1. Inzicht hebben in de relevante wet- en regelgeving voor het beheersen van industriële risico’s.

2. Beheersen van analysemethoden en beleidsinstrumenten voor het omgaan met (rest)risico’s in de industrie.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: transportveiligheid

1. Inzicht hebben in risico’s die samenhangen met het transporteren van goederen en personen over de weg, spoor, binnenvaart en buisleidingen.

2. Inzicht hebben in de actuele beleidsontwikkeling met betrekking tot verkeer en vervoer in Nederland.

3. In staat zijn elementaire parameters in risico analyses voor transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, het water en door buisleidingen te benoemen vergelijkbare risicoanalyses uit te kunnen voeren.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: gevaarlijke stoffen

1. Vanuit alle schakels van de veiligheidsketen inzicht hebben in de veiligheidsaspecten bij de opslag, het vervoer en het gebruik van gevaarlijke stoffen.

2. Inzicht hebben in relevante wetgeving, beleidsinstrumenten en analysemethoden.

3. Inzicht hebben in interne en externe veiligheid en in de aard en gevolgen van gevaarlijke situaties.

4. Inzicht hebben in de mogelijkheden en beperkingen van preventieve en repressieve maatregelen, preventieve voorzieningen en hulpverleningsmaterieel.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: veiligheid bij meervoudig ruimtegebruik

1. In staat zijn risicobeïnvloedende mechanismen (interacties) te benoemen ten gevolge van meervoudig ruimtegebruik.

2. In staat zijn interacties uit te werken in scenario’s voor projecten gekenmerkt door meervoudig ruimtegebruik.

3. Inzicht hebben in de actuele beleidsontwikkeling met betrekking tot de veiligheidseffectrapportage (VER).

4. In staat zijn de processtappen in een VER te benoemen en te ontwikkelen.

5. In staat zijn de actoren in een VER te benoemen en hun belangen te doorgronden.

6. In staat zijn de hoofdlijnen van een aantal VER’s te interpreteren.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: bedrijfsnoodorganisaties

1. Inzicht hebben in de bedrijsnoodorganisatie voor wat betreft de regelgeving c.q. beleid.

2. Inzicht hebben in de Arbowet en Risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E).

3. Kan bedrijfsnoodorganisatie in een organisatie positioneren.

4. Kan de opbouw van een bedrijfsnoodorganisatie beoordelen.

5. Kan een integrale werkmethodiek (stappenplan) toepassen voor het opzetten en beoordelen van een bedrijfsnoodorganisatie.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: arbeidsveiligheid hulpverleners

1. Kennis hebben over arbeidsveiligheid, risico, gevaar, beheersing etc. in het kader van operationele organisaties met betrekking tot gedrag, techniek en organisatie, waaronder modellen om naar veiligheidsbeheersing te kijken.

2. Inzicht hebben in de relatie tussen organisatiecultuur en safetyculture.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: publieks- en evenementenveiligheid

1. Beheersen van de methode voor risicoanalyse en beoordeling van veiligheidsmaatregelen.

2. Inzicht hebben in de verhouding tussen publieke en private partijen en tussen publieksveiligheid en arbeidsveiligheid.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: Nucleaire, biologische en chemische (NBC); veiligheid en terreur

1. Inzicht hebben in de risico’s van nucleaire, biologische en chemische stoffen en het misbruik hiervan ten behoeve van terreur.

2. Inzicht hebben in de manier waarop preventieve maatregelen verkend en beoordeeld kunnen worden.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: brandpreventie II

1. Kunnen oplossen van moeilijke brandpreventieve vraagstukken aan de hand van bouwregelgeving.

2. Inzicht hebben in ontwikkelingen binnen brandpreventie.

OPLEIDINGSNIVEAU: veiligheidsmanager

MODULE: handhavingsbeleid en integrale handhaving

1. Inzicht hebben in de organisatorische, juridische en bestuurlijke aspecten bij de handhaving van brandveiligheid.

2. Kennis hebben van het bestuursrechtelijk instrumentarium.

3. Inzicht hebben in de (on)mogelijkheden van integrale handhaving van brandveiligheidsvoorschriften, bouw- en milieuvoorschriften.