U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-09-2005.

Ministeriële regeling · BWBR0017259

Regeling diervoeders

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 29 september 2004, nr. TRCJZ/2004/5522, houdende regels inzake diervoeders (Regeling diervoeders)Regeling diervoedersDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met betrekking tot artikel 100;

Gelet op:

richtlijn nr. 70/524/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (Pb EG L 270);

richtlijn nr. 79/373/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 betreffende het verkeer van mengvoeders (PbEG L 86);

richtlijn nr. 80/511/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 mei 1980 houdende machtiging om, in bepaalde gevallen, mengvoeders in de handel te brengen in niet-gesloten verpakkingen of recipiënten (PbEG L 126);

richtlijn nr. 82/471/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte produkten (PbEG L 213);

richtlijn nr. 82/475/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juni 1982 tot vaststelling van de categorieën van voedermiddelen die mogen worden gebruikt voor het etiketteren van mengvoeders voor huisdieren (PbEG L 213);

richtlijn nr. 83/228/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 april 1983 tot vaststelling van richtsnoeren voor de beoordeling van bepaalde producten die worden gebruikt in diervoeding (PbEG L 126);

richtlijn nr. 93/74/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 september 1993 betreffende diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PbEG L 237);

richtlijn nr. 94/39/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1994 tot vaststelling van de lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PbEG L 207);

richtlijn nr. 95/53/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 oktober 1995 tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding (PbEG L 265);

richtlijn nr. 95/69/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding en tot wijziging van de Richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 79/373/EEG en 82/471/EEG (PbEG L 332);

richtlijn nr. 96/25/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1996 betreffende het verkeer en het gebruik van voedermiddelen, tot wijziging van de Richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 82/471/EEG en 93/74/EEG, en tot intrekking van Richtlijn 77/101/EEG (PbEG L 125);

richtlijn nr. 98/51/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 9 juli 1998 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 95/69/EG van de Raad houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding (PbEG L 208);

richtlijn nr. 98/68/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 september 1998 tot vaststelling van het in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 95/53/EG van de Raad bedoelde modeldocument en van controlevoorschriften bij de invoer van diervoeder uit derde landen in de Gemeenschap (PbEG L 261);

verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);

verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31);

richtlijn nr. 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PbEG L 140);

verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PbEU L 268);

verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levenmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG (PbEU L 268);

verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PbEU L 268);

– beschikking nr. 2004/217/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 maart 2004 tot goedkeuring van een lijst van materialen waarvan het verkeer en het gebruik in de diervoeding is verboden (PbEU L 67);

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, onderdeel b, 3, 6, eerste en vierde lid, 7, derde lid, 10, eerste lid, 12, 15, tweede lid, 16, tweede, vierde en vijfde lid, 17, 22, derde lid, 23, 25, eerste en vierde lid, 28, tweede lid, 32, vierde lid, en 34 van de Kaderwet diervoeders en op de artikelen 2, eerste lid, 7, 12, 16, derde lid, 17, 20, 21, 24, 27, 28, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, en 34 van het Besluit diervoeders;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

In deze regeling wordt verstaan onder:

Ingeval er in bijlage I bij richtlijn nr. 2002/32/EG voor aanvullende diervoeders geen apart maximumgehalte aan ongewenste stoffen is vastgesteld, geldt het maximumgehalte dat voor volledige diervoeders is vastgesteld eveneens voor aanvullende diervoeders, rekening houdend met het voor het gebruik daarvan voorgeschreven aandeel in een dagrantsoen.

Als voedermiddelen als bedoeld in artikel 3 van de wet worden aangewezen:

Met betrekking tot een voedermiddel wordt vermeld:

Met betrekking tot de bestanddelen in een voedermiddel wordt vermeld:

De artikelen 6, 7 en 8 zijn niet van toepassing op een voedermiddel dat voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:

Artikel 6, aanhef in samenhang met onderdeel d, is niet van toepassing op:

De artikelen 6, aanhef in samenhang met de onderdelen c en d, en 7 zijn niet van toepassing indien het voedermiddel afkomstig is van een agro-industrieel verwerkingsproces, en het watergehalte ervan groter is dan 50%.

Artikel 7, aanhef in samenhang met de onderdelen a tot en met c, is niet van toepassing indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

Ten aanzien van een voedermiddel dat vanuit een derde land voor het eerst in het verkeer wordt gebracht en ten aanzien waarvan de aanduidingen, bedoeld in artikel 7, onderdelen a tot en met c, niet kunnen worden aangebracht doordat in het desbetreffende derde land de middelen ontbreken voor de uitvoering van de benodigde analyses, kunnen in plaats van deze aanduidingen voorlopige aanduidingen zijn aangebracht onder de volgende voorwaarden:

Andere aanduidingen met betrekking tot het voedermiddel kunnen worden vermeld indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

Met betrekking tot een vervangende voederproteïne worden de aanduidingen, opgenomen bij de desbetreffende vervangende voederproteïne in de zevende kolom van de bijlage bij richtlijn nr. 82/471/EEG, vermeld.

Met betrekking tot een mengvoeder wordt vermeld:

Met betrekking tot de bestanddelen in het mengvoeder wordt of worden vermeld:

Met betrekking tot degene die verantwoordelijk is voor de vermelding van de aanduidingen wordt vermeld:

Artikel 20, aanhef in samenhang met onderdeel e, is niet van toepassing indien het mengvoeder geen ander van weefsel van zoogdieren afkomstig eiwit bevat dan die, bedoeld in artikel 10.

In afwijking van artikel 20, onderdeel b, wordt het watergehalte, ingeval het mengvoeder:

Met betrekking tot een mengvoeder kan worden vermeld:

Met betrekking tot de bestanddelen in een mengvoeder kan worden vermeld:

Andere aanduidingen dan bedoeld in de artikelen 19 tot en met 28 kunnen worden vermeld indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

De voedermiddelen in mengvoeders worden in afnemende volgorde van grootte van hun aandeel in het gewicht van het mengvoeder vermeld.

Het gehalte aan in zoutzuur onoplosbare as wordt vermeld als percentage ten opzichte van het gewicht van het mengvoeder als zodanig.

Als lijst met bijzondere voedingsdoelen als bedoeld in artikel 21 van het besluit, is vastgesteld de lijst, opgenomen in deel B van de bijlage bij richtlijn nr. 94/39/EG.

In aanvulling op artikel 19, onderdeel c, worden of wordt op de gebruiksaanwijzing bij een diervoeder met een bijzonder voedingsdoel:

Met betrekking tot een diervoeder met een bijzonder voedingsdoel kan het volgende worden vermeld:

Met betrekking tot een toevoegingsmiddel in een mengvoeder wordt of worden vermeld:

De aanduidingen, bedoeld in artikel 41, onderdeel f, zijn:

De aanduidingen, bedoeld in artikel 41, onderdeel g, zijn:

Met betrekking tot een vervangende voederproteïne in een mengvoeder worden de aanduidingen, bedoeld in artikel 15, vermeld.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Als bevoegde autoriteiten als bedoeld in de hoofdstukken I.1.b, I.2.b, I.3.b, I.4 en II.c van de bijlage bij richtlijn nr. 95/69/EG worden aangewezen de ambtenaren, bedoeld in artikel 97.

Als toevoegingsmiddelen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, waarvoor een erkenning is vereist voor een bedrijf of tussenpersoon om die te bereiden, in voorraad of voorhanden te hebben of in het verkeer te brengen, worden aangewezen:

Als vervangende voederproteïnen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, waarvoor een erkenning is vereist voor een bedrijf of tussenpersoon om die te bereiden, in voorraad of voorhanden te hebben of in het verkeer te brengen, worden aangewezen:

Als voormengsels als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, waarvoor een erkenning is vereist voor een bedrijf of tussenpersoon om die te bereiden, in voorraad of voorhanden te hebben of in het verkeer te brengen, worden aangewezen:

Als diervoeders als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, waarvoor een erkenning is vereist voor een bedrijf om die te bereiden, in voorraad of voorhanden te hebben of in het verkeer te brengen, worden aangewezen mengvoeders die voormengsels bevatten, vervaardigd op basis van een toevoegingsmiddel als bedoeld in artikel 50, onderdelen a, b en c.

Als toevoegingsmiddelen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, waarvoor een registratie is vereist voor een bedrijf of tussenpersoon om die te bereiden, in voorraad of voorhanden te hebben of in het verkeer te brengen, worden aangewezen andere toevoegingsmiddelen dan die als bedoeld in artikel 50, voorzover bij de communautaire toelating een maximumgehalte in volledige diervoeders is vastgesteld.

Als voormengsels als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, waarvoor een registratie is vereist voor een bedrijf of tussenpersoon om die te bereiden, in voorraad of voorhanden te hebben of in het verkeer te brengen, worden aangewezen:

Als diervoeders als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, waarvoor een erkenning is vereist voor een bedrijf om die te bereiden, in voorraad of voorhanden te hebben of in het verkeer te brengen, worden aangewezen:

De houder van een erkenning of registratie stelt de Voedsel en Waren Autoriteit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand schriftelijk in kennis van wijziging van de volgende gegevens:

In een openbaar register, dat ter inzage ligt bij de Voedsel en Waren Autoriteit, worden de volgende gegevens vastgelegd:

In afwijking van artikel 64 kan in voorkomend geval onderzoek naar de eisen, opgenomen in de bijlage bij richtlijn nr. 95/69/EG, hoofdstuk I.1.b, onderdelen 1, 2, 3, 6.1 en 8, achterwege blijven indien een erkenning betrekking heeft op een toevoegingsmiddel waarvoor reeds een vergunning om het als diergeneesmiddel te vervaardigen is verleend als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet.

In afwijking van artikel 64, eerste lid, kan in voorkomend geval onderzoek naar de eisen, naar gelang het geval opgenomen in de bijlage bij richtlijn nr. 95/69/EG, hoofdstuk I.1.b, onderdeel 7, dan wel hoofdstuk I.2.b, onderdeel 7, achterwege blijven indien een aanvraag tot erkenning betrekking heeft op een tussenpersoon die producten in het verkeer brengt zonder die in voorraad of voorhanden te hebben en die schriftelijk aan de Voedsel en Waren Autoriteit verklaart te voldoen aan de eisen, gesteld in de bijlage bij richtlijn nr. 95/69/EG, hoofdstuk I.1.b, onderdeel 6.2, onderscheidenlijk hoofdstuk I.2.b, onderdeel 6.2.

Als diervoeders als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet waarvoor ter uitvoering van punt II van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001 een erkenning of registratie is vereist om die te bereiden, te bewerken, te verwerken, en in voorkomend geval in verband daarmee in voorraad of voorhanden te hebben, worden aangewezen diervoeders die de volgende producten bevatten:

De ambtenaren, bedoeld in artikel 97, zijn de bevoegde autoriteit, bedoeld in de volgende punten van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001:

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening (EG) nr. 1830/2003.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste, derde en vierde lid, en 16 van verordening (EG) nr. 1831/2003.

De houder van een erkenning, registratie of goedkeuring stelt de Voedsel en Waren Autoriteit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand schriftelijk in kennis van wijziging van de volgende gegevens:

In een openbaar register, dat ter inzage ligt bij de Voedsel en Waren Autoriteit, worden de volgende gegevens vastgelegd:

De eisen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet zijn:

Toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels en diervoeders blijven ter beschikking van de ambtenaar van de Voedsel en Waren Autoriteit indien hij dat nodig acht, onder door hem te bepalen voorwaarden en voor rekening van de verzender of diens gemachtigde dan wel de importeur, tot de controles, bedoeld in artikel 84, zijn afgerond en de uitslagen daarvan bekend zijn.

De in hoofdstuk 6, paragrafen 2 en 3, aangewezen toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels of diervoeders die afkomstig zijn uit een derde land, zijn afkomstig van bedrijven die:

Ter vergoeding van de kosten ter behandeling van een aanvraag tot erkenning of registratie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, tot erkenning als bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel a, dan wel tot wijziging van voorbedoelde erkenningen of registratie, wordt bij de aanvrager in rekening gebracht:

Ter vergoeding van de kosten voor het onderzoek, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt bij de houder van een erkenning of registratie € 30,42 als starttarief in rekening gebracht, vermeerderd met:

Ter vergoeding van de kosten voor het behandelen van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet wordt of worden bij de aanvrager in rekening gebracht:

Ter vergoeding van de kosten ter behandeling van een aanvraag tot toestemming als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, wordt bij de aanvrager in rekening gebracht:

Ter vergoeding van de kosten ter uitvoering van verrichtingen op verzoek wordt bij de aanvrager in rekening gebracht:

De in hoofdstuk 6, paragrafen 2 en 3, aangewezen toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels en diervoeders worden aangewezen als toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels, onderscheidenlijk diervoeders als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet.

Als ambtenaren als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet worden aangewezen:

Als instellingen als bedoeld in artikel 23 van de wet worden aangewezen:

Als schadelijke stoffen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet worden aangewezen:

De inlichtingen die ingevolge artikel 32, eerste lid, van de wet worden verstrekt bevatten ten minste:

Inlichtingen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet die op een andere wijze worden verstrekt dan door toezending van een schriftelijke en ondergetekende verklaring, worden onverwijld bevestigd door middel van een schriftelijke en ondergetekende verklaring.

Een belanghebbende kan binnen zeven dagen nadat aan hem het resultaat van het onderzoek, bedoeld in artikel 5:18, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bekend is gemaakt, bij de ambtenaren, bedoeld in artikel 97, een verzoek om heronderzoek indienen.

Wijzigt de Regeling registratie diergeneesmiddelen 1995.

Wijzigt de Regeling zekerheidsstelling en betaling van VWA-keurlonen.

Vervallen

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling diervoeders.