U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2009.

Wet · BWBR0017837

Wet werk en inkomen kunstenaars

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 23 december 2004 tot vaststelling van een nieuwe regeling inzake inkomensvoorziening voor kunstenaars (Wet werk en inkomen kunstenaars)Wet werk en inkomen kunstenaars Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, ter vereenvoudiging en verduidelijking van de regelgeving alsmede ter bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening van de kunstenaar gewenst is te komen tot een nieuwe Wet werk en inkomen kunstenaars;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage23 december 2004BeatrixDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,H. A. L. vanHoofde negenentwintigste december 2004De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De kunstenaar heeft recht op uitkering indien hij, of voorzover van toepassing zijn gezin:

De uitkering wordt per kalendermaand om niet verleend en betaald en per kalenderjaar vastgesteld.

Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van paragraaf 5.4 en hoofdstuk 6, in de plaats van de betrokken colleges.

Kosten van de uitkering worden door het college teruggevorderd in de gevallen en naar de regels, bedoeld in dit hoofdstuk, en in de gevallen, bedoeld in artikel 16.

Het college vordert de kosten van de uitkering over het voorgaande kalenderjaar terug, voorzover de kunstenaar of zijn echtgenoot niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 20, derde of vierde lid, laatste volzin.

In afwijking van de artikelen 16, vierde lid, onderdeel b, 29 en 30 kan het college besluiten:

Onze Minister oefent de hem in de artikelen 35, 36 en 37 verleende taken en bevoegdheden uit in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Het college is verplicht, indien het bij de uitvoering van deze wet het gegronde vermoeden krijgt van een misdrijf dat is gepleegd ten nadele van een Nederlands of buitenlands uitvoeringsorgaan van de sociale verzekeringswetten of van een Nederlands of buitenlands overheidsorgaan, voorzover dit is belast met het verrichten van uitkeringen, het doen van verstrekkingen dan wel het heffen van bijdragen, het betrokken orgaan hiervan in kennis te stellen.

Met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.

Het college brengt de kosten van voorzieningen als bedoeld in artikel 21, eerste lid, niet zijnde uitvoeringskosten, ten laste van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.

Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet.

Wijzigt de Algemene nabestaandenwet.

Wijzigt de Algemene Ouderdomswet.

Wijzigt de Beroepswet.

Wijzigt de Toeslagenwet.

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Wijzigt de Wet arbeid en zorg.

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Wijzigt de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.

Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Wijzigt de Ziektewet.

Wijzigt de Wet kinderopvang.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

De Wet inkomensvoorziening kunstenaars en de artikelen III en IV van de Wet van 5 juli 2000 (Stb. 299) tot wijziging van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars teneinde kunstenaars met een eigen woning niet langer van een beroep op de Wet inkomensvoorziening kunstenaars uit te sluiten worden ingetrokken.

Op een aanvraag tot het verlenen van uitkering wordt beslist met toepassing van:

Als het vermogen dat vanaf de uitkeringsverlening niet in aanmerking is genomen, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van deze wet, van de kunstenaar of zijn gezin aan wie op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet uitkering werd verleend, geldt het bedrag zoals dat laatstelijk vóór of op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet door het college is vastgesteld.

Op een bezwaar- en beroepschrift dat:

wordt beslist met toepassing van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars.

Artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars blijft van toepassing op de uitkering die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet werd verleend met toepassing van genoemd artikel.

Bij algemene maatregel van bestuur kan ten behoeve van de kunstenaar die in of voor het jaar 2004 een uitkering heeft ontvangen op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars en die in 2005 een uitkering aanvraagt op grond van deze wet, worden afgeweken van de perioden en bedragen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b.

Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet werk en inkomen kunstenaars.