Op voordracht van Onze Minister van Justitie van 17 november 2004, nr. 5318685/04/6;
Gelet op artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 27b, tweede lid,27l, vijfde lid, en 29a, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 22, zesde lid, van de Beroepswet, artikel 24, zesde lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, artikel 40, zesde lid, van de Wet op de Raad van State, artikel 46, vierde lid, van de Wet op de rechtsbijstand, en artikel 1, tweede lid, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 2 december 2004, nr. W03.04.0565/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 21 december 2004, nr. 5317716/04/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage30 december 2004BeatrixDe Minister van Justitie J. P. H.Donnerde dertiende januari 2005De Minister van Justitie J. P. H.DonnerWijzigt de Algemene wet bestuursrecht, de Beroepswet, de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, de Wet op de rechtsbijstand, de Wet tarieven in burgerlijke zaken, de Wet op de Raad van State en de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Ten aanzien van rechten die verschuldigd zijn geworden voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijft het recht zoals dat voor die datum gold, van toepassing.
Indien op de dag waarop dit besluit in werking treedt tegen een besluit beroep openstaat op een administratieve rechter, blijft het oude recht op het beroep van toepassing.
Indien op de dag waarop dit besluit in werking treedt tegen een uitspraak van een administratieve rechter hoger beroep openstaat, blijft het oude recht op het hoger beroep van toepassing.
Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2005.