Ministeriële regeling · BWBR0018690

Regeling dierlijke bijproducten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 23 augustus 2005, nr. TRCJZ/2005/2515, houdende voorschriften inzake dierlijke bijproductenRegeling dierlijke bijproducten De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 12 van de Destructiewet en de artikelen 3, 24, 13 en 30 van het Destructiebesluit;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag23 augustus 2005De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

In deze regeling wordt verstaan onder:

De overdracht van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal door de aangifteplichtige aan het verwerkingsbedrijf geschiedt door overlading van dat materiaal in het daarvoor bestemde vervoermiddel.

In afwijking van de artikelen 7 en 8, eerste lid, van het Destructiebesluit, is het toegestaan om melk, melkproducten en melkderivaten als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 79/2005, te verzamelen, vervoeren, verwerken, gebruiken en op te slaan, onder de voorwaarden, bedoeld in verordening (EG) nr. 79/2005.

Een melkverwerkend bedrijf, dat overeenkomstig artikel 4 van verordening (EG) nr. 853/2004 is erkend, is tevens geregistreerd als bedoeld in artikel 4 van verordening (EG) nr. 79/2005.

De minister kan in het kader van de risicobeoordeling, bedoeld in bijlage II, onderdeel B, onder b, bij verordening (EG) nr. 79/2005, voorwaarden aan de vergunning verbinden.

Het is verboden zonder erkenning als bedoeld in artikel 3 van verordening (EG) 92/2005, een installatie bestemd voor gebruik overeenkomstig de methoden, bedoeld in de bijlagen I tot en met VI bij verordening (EG) nr. 92/2005, in werking te hebben.

Het is ten aanzien van de behandeling, verwerking of verwijdering van dierlijke bijproducten, overeenkomstig een van de methoden, bedoeld in de bijlagen I tot en met VII bij verordening (EG) nr. 92/2005, verboden in strijd te handelen met artikel 4 van verordening (EG) nr. 92/2005.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3 tot en met 8 van verordening (EG) nr. 181/2006.

In afwijking van de artikelen 7 en 8 van het Destructiebesluit, is het onder de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3 van verordening (EG) nr. 197/2006, toegestaan voormalige voedingsmiddelen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel f, van verordening (EG) nr. 1774/2002, te verzamelen, te vervoeren, te behandelen, te gebruiken en te verwijderen.

In afwijking van artikel 9, vijfde lid, van het Destructiebesluit, kan de minister op aanvraag toestemming verlenen voor het invoeren van dierlijke bijproducten voor het gebruik, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 1774/2002.

In afwijking van artikel 37, vierde lid, onderdeel a, van het Destructiebesluit, is artikel 37, eerste lid, van het Destructiebesluit, ten aanzien van biogasinstallaties en composteerinstallaties van toepassing tot 1 januari 2008.

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in:

Als dienst, bedoeld in artikel 9, tweede lid, en artikel 17, derde lid, van het Destructiebesluit, wordt de Voedsel en Waren Autoriteit aangewezen.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling dierlijke bijproducten.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 7 september 2005.