U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 26-12-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0018743

Subsidieregeling publieke gezondheid

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 september 2005, nr. PG-2.611.880, houdende de regels inzake de verstrekking van subsidies op het terrein van de publieke gezondheid (Subsidieregeling publieke gezondheid)Subsidieregeling publieke gezondheidDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet volksgezondheidssubsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F.Hoogervorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling is van toepassing op de subsidies, bedoeld in Hoofdstuk II.

Een instellingssubsidie bestaat uit een door de minister vast te stellen bedrag voor overeenkomstig een door de minister goedgekeurd activiteitenplan uitgevoerde activiteiten.

Het bedrag, bedoeld in artikel 4, wordt verlaagd met het bedrag waarmee het maximaal toegestane bedrag van de in artikel 23 bedoelde reservering wordt overschreden.

Baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voorzover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.

Een projectsubsidie bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke lasten, voor zover deze lasten daar ingevolge Hoofdstuk II voor in aanmerking komen en voor zover deze lasten zijn opgenomen in de door de minister goedgekeurde begroting, en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten. De subsidie bedraagt niet meer dan een door de minister vast te stellen maximum.

De minister kan de volgende modellen en formulieren vaststellen:

De minister geeft een beschikking op een aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

De subsidieontvanger zorgt er voorts voor:

De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Vervallen

De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode of het project waarvoor subsidie is verleend een verslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het verslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het activiteitenplan, onderscheidenlijk projectplan, voorgenomen activiteiten.

Op de balans worden de voorzieningen, gesplitst naar hun aard, en de reservering opgenomen. In de toelichting op de balans worden de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen en reservering toegelicht.

De subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn. De minister kan ook andere gevallen aanwijzen waarin de bepaling niet geldt.

Indien bij de minister het vermoeden is gerezen dat artikel 28 niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen.

De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie van instellingssubsidies wordt de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht.

Binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 32, geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

Voor familieonderzoek naar hypercholesterolemie, met inbegrip van aanvullende DNA-onderzoek van verzamelde bloedmonsters en lipidenprofielmeting, kan de minister een projectsubsidie verstrekken aan de Stichting Opsporing Erfelijke Hypercholesterolemie.

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 37, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot het vastleggen van gegevens over de uitnodigingen voor deelname aan en de uitslagen van familieonderzoek naar hypercholesterolemie ten behoeve van de proces- en effect-evaluatie.

De subsidie, bedoeld in artikel 37, bedraagt voor het jaar 2008 ten hoogste € 1.987.708.

Voor subsidie als bedoeld in artikel 37 komt per DNA-onderzoek in aanmerking:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Voor de subsidie, bedoeld in artikel 42, komen uitsluitend in aanmerking de kosten:

Een screeningsorganisatie draagt er voor zorg dat de verhouding tussen de bij de uitvoering van het bevolkingsonderzoek betrokken partijen is geregeld in een samenwerkingsovereenkomst, waarin ten minste zijn opgenomen de afbakening van het werkgebied, de organisatorische vormgeving en de daarbij behorende financiële afspraken.

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 42, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:

De subsidie, bedoeld in artikel 42, bedraagt voor het jaar 2008 ten hoogste:

In afwijking van artikel 23, derde lid, worden toevoegingen aan voorzieningen niet gerekend tot de lasten van de activiteiten waarvoor een subsidie als bedoeld in artikel 42 wordt verstrekt.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Voor de uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar borstkanker kan de minister aan de

volgende screeningsorganisaties een instellingssubsidie verstrekken:

Subsidie als bedoeld in artikel 49 wordt slechts verstrekt:

De subsidie, bedoeld in artikel 49, bedraagt voor het jaar 2008 ten hoogste het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:

(A × B) + C + D + E

waarbij wordt verstaan onder:

In afwijking van artikel 23, derde lid, worden toevoegingen aan voorzieningen niet gerekend tot de lasten van de activiteiten waarvoor een subsidie als bedoeld in artikel 49 wordt verstrekt.

De Minister kan aan een in artikel 49 genoemde screeningsorganisatie een projectsubsidie verstrekken ten behoeve van de digitalisering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie kan de minister een instellingssubsidie verlenen aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht.

De subsidie, bedoeld in artikel 60, wordt verstrekt voor griepvaccinaties die huisartsen in de periode 1 september 2007 tot en met 30 april 2008 geven aan:

De subsidie, bedoeld in artikel 60, wordt verstrekt voor griepvaccinaties die huisartsen in de periode 1 september 2008 tot en met 30 april 2009 geven aan:

In afwijking van artikel 19, eerste lid, loopt het boekjaar voor de instellingssubsidie, bedoeld in artikel 60, van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar.

Voor de subsidie, bedoeld in artikel 60, komen in aanmerking:

De stichting, genoemd in artikel 60, draagt er zorg voor dat huisartsen:

De stichting, genoemd in artikel 60:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Uiterlijk 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor een coördinerende GGD op grond van deze paragraaf een subsidie is verstrekt, zendt de coördinerende GGD de Minister de jaarrekening over het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt.

De minister kan aan een coördinerende GGD jaarlijks een instellingssubsidie verstrekken voor soa-coördinatie en soa-bestrijding in het verzorgingsgebied waar de coördinerende GGD is gevestigd, indien in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:

De coördinerende GGD draagt er ten behoeve van zijn verzorgingsgebied zorg voor dat in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:

In afwijking van artikel 71, eerste lid, wordt het aantal gevonden soa's in 2005 ontleend aan onderzoeksgegevens van de minister over het voorkomen van soa’s.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, wordt een aanvraag van de instellingssubsidie voor soa-coördinatie en soa-bestrijding onderbouwd met een activiteitenplan en gaat deze aanvraag vergezeld van:

De artikelen 23, 24, 32, 33 en 35 zijn niet van toepassing op een instellingssubsidie voor soa-coördinatie en soa-bestrijding.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, wordt een aanvraag van de instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b, onderbouwd met een activiteitenplan en gaat deze aanvraag vergezeld van een opgave van het aantal soa-onderzoeken in de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt.

De Minister verleent een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b, van ten hoogste het bedrag dat in afwijking van Hoofdstuk I, paragraaf 2, wordt berekend met de formule (G × 2) × H, waarbij wordt verstaan onder:

G. het totaal aantal soa-onderzoeken dat in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD is verricht in de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, en

H. een normbedrag van € 136 per soa-onderzoek.

De coördinerende GGD waaraan een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b, is verleend, draagt er zorg voor dat aan de Minister op door hem te bepalen wijze gegevens worden verstrekt over de uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt.

In afwijking van de artikelen 32 tot en met 36 wordt de instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b, als volgt vastgesteld:

De Minister stelt een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b, vast op het bedrag dat in afwijking van Hoofdstuk I, paragraaf 2, wordt berekend met de formule I × J, waarbij wordt verstaan onder:

I. het totaal aantal soa-onderzoeken dat in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD is verricht in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, en

J. een normbedrag van € 136 per soa-onderzoek.

De artikelen 23 en 24 zijn niet van toepassing op een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b.

De minister kan aan een coördinerende GGD jaarlijks een instellingssubsidie verstrekken voor seksualiteitshulpverlening en seksualiteitshulpverleningscoördinatie.

De coördinerende GGD draagt er ten behoeve van zijn verzorgingsgebied zorg voor dat in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:

In afwijking van Hoofdstuk I, paragraaf 2, bestaat de instellingssubsidie voor seksualiteitshulpverlening en seksualiteitshulpverleningscoördinatie ten behoeve van het jaar 2008 uit het bedrag dat wordt berekend met de formule A+(B*C), waarbij wordt verstaan onder:

In afwijking van artikel 15, eerste lid, tweede volzin, en derde lid, verstrekt de minister de volgende voorschotten op een verleende instellingssubsidie voor seksualiteitshulpverlening en seksualiteitshulpverleningscoördinatie: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het voor het desbetreffende jaar verleende bedrag.

In afwijking van de artikelen 32 tot en met 36 wordt de instellingssubsidie voor seksualiteitshulpverlening en seksualiteitshulpverleningscoördinatie, bedoeld in artikel 75j, als volgt vastgesteld:

De artikelen 23 en 24 zijn niet van toepassing op een instellingssubsidie voor seksualiteitshulpverlening en seksualiteitshulpverleningscoördinatie.

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld is de Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet van toepassing zoals deze luidde op het moment dat de subsidie werd verleend of vastgesteld.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling publieke gezondheid.