Ministeriële regeling · BWBR0019150

Regeling Wfsv

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 2 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/F&W/05/96420, ter uitvoering van de Wet financiering sociale verzekeringen (Regeling Wfsv)Regeling WfsvDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 13, 17, vijfde en zesde lid, 34, tweede lid, 40, derde lid, 41, eerste lid, 55, 63, 67, 81, 95, eerste lid, 96, derde lid, 102, derde lid, 110, derde lid, 119, zesde en zevende lid, 120, tweede, zevende en achtste lid, 121 en 122 van de Wet financiering sociale verzekeringen, en de artikelen 2.2, achtste lid, en 2.3, eerste en derde lid, van het Besluit Wfsv;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag2 december 2005De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,A.J. deGeusDe Staatssecretaris van Financiën, J.G.Wijn

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de landen van het Koninkrijk der Nederlanden aangemerkt als afzonderlijke mogendheden.

Voor de toepassing van artikel 8, eerste lid, van de Wfsv wordt verstaan onder partner: degene, die partner is in de zin van artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, waarbij het vierde lid, onderdeel b, van het laatstgenoemde artikel buiten toepassing blijft.

Voor de heffing van premie voor de volksverzekeringen behoren niet tot het premie-inkomen:

Ten aanzien van degene die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar niet premieplichtig is, wordt voor de premieheffing bij wege van aanslag als premie-inkomen geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het premie-inkomen verminderd met het gedeelte daarvan waarop, op grond van een internationale regeling inzake sociale zekerheid die tussen Nederland en een of meer andere mogendheden van kracht is, de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is, of dat, bij gebreke van een internationale regeling, is onderworpen aan premieheffing krachtens een wettelijke regeling inzake uitkeringen bij ouderdom en overlijden van een andere mogendheid.

Ten aanzien van degene die gedurende een deel van het kalenderjaar anders dan door overlijden niet premieplichtig is, wordt voor de premieheffing bij wege van aanslag als premie-inkomen in aanmerking genomen het bedrag dat naar tijdsevenredigheid is afgeleid van het in artikel 8, derde lid, van de Wfsv vermelde premie-inkomen dat maximaal in aanmerking zou zijn genomen indien gedurende het gehele kalenderjaar sprake zou zijn geweest van premieplicht, tenzij toepassing van de bepalingen in die wet of van de overige bepalingen in deze regeling tot een lager premie-inkomen leidt.

Ingeval zich ten aanzien van een verzekerde die in de premieheffing bij wege van aanslag wordt betrokken in het kalenderjaar tijdvakken voordoen waarin anders dan ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Wfsv verschillende premiepercentages gelden, wordt van hem de premie geheven naar een percentage (heffingspercentage) dat is samengesteld uit tijdsevenredige delen van die verschillende premiepercentages. Het heffingspercentage wordt afgerond op honderdsten naar beneden.

Ten aanzien van degene die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar anders dan door overlijden niet premieplichtig is, wordt de heffingskorting, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wfsv, tijdsevenredig verminderd naar rato van de periode van premieplicht in het kalenderjaar.

Ingeval voor de premieheffing bij wege van aanslag het premie-inkomen, het heffingspercentage of de heffingskorting moet worden bepaald door middel van tijdsevenredige vaststelling, wordt daarbij:

Voor de toepassing van artikel 17, eerste en tweede lid, van de Wfsv wordt een loontijdvak dat zich uitstrekt over twee kalenderjaren, geacht te behoren tot het kalenderjaar waarin het loon over dat loontijdvak wordt genoten.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Indien een werknemer van twee of meer werkgevers arbeidsloon ontvangt en vervolgens in plaats van één van die lonen een uitkering op grond van de ZW of op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg ontvangt en in plaats van het overige loon of één of meer van de overige lonen een uitkering ontvangt, worden deze uitkeringen, in afwijking van artikel 17, eerste lid, van de Wfsv geacht niet bij dezelfde werkgever te zijn genoten.

Indien voor de werknemer gedurende een loontijdvak verschillende premiepercentages gelden, wordt het op grond van artikel 17, derde lid, van de Wfsv berekende verschil naar evenredigheid van de lonen waarvoor die verschillende premiepercentages gelden, aan die lonen toegerekend.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de sector uitzendbedrijven wordt voor de premiecomponent voor de ZW-lasten van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas, bedoeld in artikel 2.6, vierde of vijfde lid, van het Besluit Wfsv een maximum vastgesteld, dat 1,75 maal het voor die lasten in die sector met toepassing van artikel 2.10, eerste lid, van het Besluit Wfsv vastgestelde percentage bedraagt.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De sectorale premiecomponenten voor de ZW-lasten en de WGA-lasten van de sectorale premiepercentages, bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, van het Besluit Wfsv, zijn voor de sectoren 57 en 60, bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling, gelijk aan het gewogen gemiddelde van deze premiecomponenten van de sectorale premiepercentages voor de sectoren 57 en 60.

Vervallen

Als overheidswerkgever als bedoeld in artikel 40, derde lid, van de Wfsv worden aangewezen:

Voor de garantie, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wfsv, wordt het model gehanteerd dat is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

In deze afdeling wordt verstaan onder eigenrisicodrager: de werkgever aan wie op grond van artikel 40 van de Wfsv toestemming is verleend het risico te dragen van de betalingen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wfsv.

De werkgever kan de met betrekking tot een werknemer door hem verschuldigde premie Werkhervattingskas die betrekking heeft op de premiecomponent WGA-lasten, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit Wfsv, tot ten hoogste de helft verhalen op de werknemer.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De werknemer die werkzaam is in een dienstbetrekking of op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 78d, eerste lid, van de Participatiewet wordt mede beschouwd als een arbeidsbeperkte.

Voor de toepassing van artikel 38g, derde lid, van de Wfsv wordt het gemiddeld aantal verloonde uren van een werkzame arbeidsbeperkte op jaarbasis bepaald op 1.331 uren.

Voor de berekening van de quotumpercentages, bedoeld in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, wordt voor de toepassing van de variabelen van de formule, bedoeld in dat lid, het volgende in acht genomen:

De quotumheffing, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 4a, van de Wfsv, wordt uitgevoerd voor de sector overheid, bedoeld in artikel 38c van de Wfsv, met betrekking tot quotumtekorten als bedoeld in artikel 38g van de Wfsv over de jaren vanaf 2018.

De SVB verleent de ontheffing, indien de verklaring naar haar mening overeenkomstig de waarheid is. Aan een werkgever, die heeft verklaard geen gemoedsbezwaren te hebben tegen de nakoming van de hem als werkgever opgelegde verplichtingen, kan op die grond een ontheffing van de hem anders dan in zijn hoedanigheid van werkgever opgelegde verplichtingen niet worden geweigerd.

Voorzover volksverzekeringen in het geding zijn, wordt, indien de verzoeker heeft verklaard, dat hij de in één of meer van de genoemde wetten geregelde voorzieningen niet als verzekering beschouwt, geen ontheffing verleend van de in die wet of wetten opgelegde verplichtingen.

Van de verleende ontheffing wordt door de SVB aan de verzoeker een bewijs uitgereikt, waarvan het model wordt vastgesteld door de SVB.

Degene, die is ontheven van zijn verplichtingen als werkgever, is verplicht te zorgen, dat het hem uitgereikte bewijs van ontheffing of een afschrift daarvan wordt en blijft opgehangen op een plaats, die vrij toegankelijk is voor alle in zijn dienst zijnde werknemers en waar deze geregeld plegen te komen, op zodanige wijze, dat van hetgeen op het desbetreffende stuk staat vermeld, gemakkelijk kan worden kennisgenomen.

Vervallen

Het bedrijfs- en beroepsleven wordt ingedeeld in de volgende genummerde sectoren, bedoeld in artikel 95, van de Wfsv:

Tot elke sector van het bedrijfs- en beroepsleven worden gerekend de werkzaamheden, verricht in de takken van bedrijf of beroep of gedeelten daarvan, welke in de bij deze regeling behorende bijlage 1 zijn vermeld. Werkzaamheden die een overheidswerkgever als werkgever doet verrichten, worden gerekend tot een van de sectoren 61 tot en met 66.

Werkzaamheden, verricht in takken van bedrijf en beroep, welke niet in bijlage 1 bij deze regeling zijn vermeld, worden geacht te behoren tot een sector van het bedrijfs- en beroepsleven, waartoe takken van bedrijf en beroep behoren, waarin werkzaamheden worden verricht, welke naar de aard het meest met de eerstbedoelde werkzaamheden overeenkomen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze afdeling en afdeling 3 wordt verstaan onder:

In de centrale administratie van 's Rijks schatkist worden de volgende rekeningen-courant geopend:

De rekening-couranthouder is bevoegd een bedrag van ten hoogste € 2,5 miljoen buiten de rekening-courant te houden.

In deze afdeling wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt jaarlijks voor 31 oktober het bedrag vast dat over het afgelopen kalenderjaar als rijksbijdrage als bedoeld in artikel 114, onderdeel f, van de Wet financiering sociale verzekeringen, ten gunste komt van het

Arbeidsongeschiktheidsfonds.

In deze paragraaf wordt verstaan onder AIO: algemene bijstand in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen, bedoeld in artikel 47a, eerste lid, van de Participatiewet.

Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin van artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI verstrekt de SVB aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot de toekenning van AIO, uitgesplitst naar uitkeringslasten per maand en uitvoeringskosten per jaar.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin van artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI verstrekt de SVB aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot de WKB, uitgesplitst naar uitkeringslasten per maand en uitvoeringskosten per jaar.

In deze paragraaf wordt verstaan onder remigratiekosten: De kosten voor remigratievoorzieningen op grond van de Remigratiewet, en de daarmee samenhangende uitvoeringskosten.

Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin van artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI verstrekt de SVB aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot remigratiekosten, uitgesplitst naar kosten voor remigratievoorzieningen per maand en uitvoeringskosten per jaar.

De budgetten, bedoeld in artikel 25, derde lid, onderdelen a tot en met e, van de Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening komen direct ten laste van de rijksbijdrage aan het UWV.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006 waarbij onderdeel 19 van bijlage 1 bij deze regeling terug werkt tot en met 1 januari 2005.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Wfsv.

De baggerbedrijven, inclusief de rijswerkersbedrijven en de zand- en grindwinning.

Gedetailleerde omschrijving van de metaalindustrie:

Onder vervaardigen, als bedoeld onder I en II, wordt eveneens verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen.

Tot de elektrotechnische industrie behoort, mits in de betrokken onderneming, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren, in de regel gedurende ten minste 1200 uren per week door bij die onderneming in dienst zijnde werknemers werkzaamheden worden verricht met uitzondering van het elektrotechnische installateursbedrijf (voor zover niet betreffende het elektrotechnische scheepsinstallatiebedrijf), het radio- en televisieïnstallateurs- en reparateursbedrijf, het neoninstallateursbedrijf en het elektrotechnische nettenbouwbedrijf : het bedrijf van vervaardigen en/of herstellen van apparaten, installaties, stoffen, toestellen, voorwerpen, e.d., die elektrische energie of haar componenten afgeven, bewaren, gebruiken, meten, omzetten, overbrengen, schakelen, transformeren, verbruiken, verdelen, voortbrengen of waarneembaar maken, zoals:

Onder vervaardigen wordt eveneens verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen.

Hier worden bedoeld schoonmaakbedrijven, glazenwassersbedrijven, gevelreinigingsbedrijven e.d.

Warenhuizen en filiaalbedrijven in de detailhandel die een premieplichtig loon Werkhervattingskas van tenminste € 8.189.952 hebben

Scheepsonderhoud- en classificeerdersbedrijven.

Postvervoerbedrijven als bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van de Postwet 2009.

Contractcatering.

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

Het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel.

Overheidsinstellingen, welke qua activiteiten niet zijn te rangschikken onder de hiervoor vermelde overheidssectoren.

Instellingen of diensten die zich bezighouden met de feitelijke uitvoering van:

Het (doen) uitvoeren van werkzaamheden aangaande het (aan)leggen van een verdicht ballastbed, dwarsliggers en rails op bouwrijp gemaakte spoordijken, spoorbruggen, viaducten en tunnels, alsmede het verrichten van herstel en onderhoud (operationeel beheer) aan genoemde railstructuren, alsmede de verhuur met bemanning van specifiek groot materieel

ten behoeve van deze werkzaamheden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen