U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-10-2008.

Ministeriële regeling · BWBR0019507

Regeling uniforme saneringen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 1 februari 2006, nr. LMV 2006.229362, Directie Lokale Milieukwaliteit en Verkeer, Afdeling Sturing Bodemsaneringsoperatie, houdende nadere regels voor uniforme saneringen (Regeling uniforme saneringen)Regeling uniforme saneringenDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op het Besluit uniforme saneringen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 4 en 5, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van VROM en op internet worden geplaatst op www.vrom.nl.

Den Haag1 februari 2006De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.L.B.A. vanGeel

In deze regeling wordt verstaan onder:

Als categorieën van uniforme saneringen, bedoeld in artikel 39b van de wet, worden aangewezen:

Degene die saneert, meldt aan het bevoegd gezag schriftelijk de datum en het tijdstip van de feitelijke aanvang van de saneringswerkzaamheden uiterlijk vijf werkdagen voorafgaande aan de aanvang.

Het tijdelijk opslaan van bij de sanering vrijkomende verontreinigde grond en bodemvreemd materiaal dient te voldoen aan de volgende eisen, tenzij in paragraaf 3 anders is bepaald:

Vrijgekomen asbesthoudende grond of bodemmateriaal wordt uiterlijk binnen vier weken na het vrijkomen ervan afgevoerd.

Tot de categorie van uniforme saneringen, bedoeld in artikel 1.2, onder a, behoren saneringen die voldoen aan de volgende voorwaarden:

De saneringsaanpak bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van het besluit bestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit:

De saneringsaanpak bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, van het besluit, bestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit:

De terugsaneerwaarden voor de saneringsaanpak, bedoeld in artikel 3.1.2, zijn ten hoogste gelijk aan:

De kwaliteit van de grond in de leeflaag en de laag aanvulgrond komt, bij de saneringsaanpakken bedoeld in de artikelen 3.1.2, 3.1.3, onder a, 3.1.4 en 3.1.5, ten minste overeen met:

Artikel 1.5, eerste lid, onder d, is niet van toepassing voor de saneringsaanpak bedoeld in artikel 3.1.3 en 3.1.5.

Tot de categorie van uniforme saneringen, bedoeld in artikel 1.2, onder b, behoren saneringen die voldoen aan de volgende voorwaarden:

De saneringsaanpak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van het besluit bestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit:

De saneringsaanpak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, van het besluit, bestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit:

De datum waarop de einddiepte van de ontgraving zal worden bereikt wordt door de saneerder dan wel degene die de sanering uitvoert uiterlijk één werkdag voorafgaande aan het bereiken van dat punt aan het bevoegd gezag gemeld.

In geval van een sanering van een verontreinigingssituatie, bedoeld in artikel 3.2.1, onder e, geldt dat de saneerder op het grensvlak van de saneringslocatie en de achterblijvende verontreiniging een isolatiefolie aanbrengt, dat reikt tot 30 centimeter onder de ontgravingsdiepte met daarachter een horizontale drain met pompput, op een niveau van ten hoogste 50 centimeter beneden de gemiddeld aanwezige grondwaterstand. De isolatiefolie dient te reiken tot aan het maaiveld.

Tot de categorie van uniforme saneringen, bedoeld in artikel 1.2, onder c, behoren saneringen die voldoen aan de volgende voorwaarden:

De saneringsaanpak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van het besluit bestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit:

Artikel 1.5, eerste lid, a en d, zijn niet van toepassing.

Voor saneringen die binnen de termijn, bedoeld in artikel 7 van het besluit aanvangen, geldt dat de kwaliteit van de terug te plaatsen grond niet verschilt met die van de aansluitende bodem.

Milieukundige begeleiding is slechts van toepassing op situaties waarbij:

De saneringsaanpak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van het besluit, bestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit:

De terugsaneerwaarden bedoeld in artikel 3.4.2 zijn ten hoogste gelijk aan de lokale maximale waarden voor de betreffende bodemfunctieklasse, genoemd in bijlage 3.

Het concentratieniveau voor stoffen in de laag aanvulgrond, in geval van de saneringsaanpak bedoeld in artikel 3.4.2, is ten hoogste gelijk aan de maximale waarden voor kwaliteitsklasse wonen bij de functieklassen ‘wonen met moestuin’ en ‘wonen met siertuin’ en de kwaliteitsklasse industrie bij de functieklasse industrie, genoemd in bijlage 3.

Degene die saneert, meldt de datum van afronding van de sanering aan het bevoegd gezag schriftelijk binnen twee weken na de datum van beëindiging van de saneringswerkzaamheden.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uniforme saneringen in werking treedt. Indien de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst later is gelegen dan de tweede dag vóór genoemd tijdstip, treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uniforme saneringen.

Vervallen

Vervallen

Waarden in relatie tot achtergrondwaarden en interventiewaarden voor een standaardbodem (25% lutum en 10% organisch stof) uitgedrukt in mg/kg ds.

* De bodemfunctieklasse wonen en bodemkwaliteitsklasse wonen zoals opgenomen in bijlagen bij de Regeling bodemkwaliteit is alleen voor het projectgebied De Kempen verbijzonderd in het gebruik als moestuin en als siertuin voor zover sprake is van een beïnvloeding door zinkassen. De verbijzondering geldt binnen het projectgebied alleen voor de stoffen Arseen, Cadmium, Koper, Lood en Zink.

** Indien niet sprake is van een aantoonbare beïnvloeding door zinkassen dan gelden de generieke waarden voor de bodemfunctieklasse en kwaliteitsklasse wonen van tabel 1, bijlage B bij de Regeling bodemkwaliteit (Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397).

1 Som aldrin, dieldrin, endrin.

2 Zie tabel 1 van bijlage B bij de Regeling bodemkwaliteit.

Met bovenstaande gebiedsgerichte verbijzondering voor moestuin en siertuin is door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant ingestemd op 6 april 2004 onder nummer 982886 en door Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg op 1 juni 2004 onder besluit 2004/30014.

Voor het gebruik van de concentraties in de tabel geldt, dat voor andere bodems dan de standaard bodem een bodemtype correctie moet worden uitgevoerd conform de bestaande formules voor het corrigeren van genoemde waarden.

De situering en omvang van het projectgebied van Actief Bodembeheer de Kempen staat weergegeven in de volgende tekening (in kleur).

Figuur 1. Overzicht projectgebied De Kempen.

Het Projectgebied De Kempen betreft de volgende gemeenten:

Asten

Bergeijk

Best

Bladel

Boxtel

Cranendonck

Deurne

Eersel

Eindhoven

Geldrop - Mierlo

Gemert - Bakel

Heeze - Leende

Helden - Panningen

Helmond

Hilvarenbeek

Horst aan de Maas

Kessel

Laarbeek

Leudal

Maasbree

Maasgouw

Meijel

Nederweert

Nuenen ca

Oirschot

Reusel - De Mierden

Sevenum

Sint-Michielsgestel

Sint-Oedenrode

Someren

Son en Breugel

Tilburg

Valkenswaard

Veghel

Veldhoven

Vught

Waalre

Weert

Ligt ter inzage bij het Ministerie van VROM en is gepubliceerd op www.vrom.nl.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van VROM en is gepubliceerd op www.vrom.nl.

* JA = BUS is van toepassing.

NEE = BUS is niet van toepassing.