U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2008.

Wet · BWBR0019517

Metrologiewet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 2 februari 2006, houdende regels omtrent meeteenheden en omtrent het in de handel brengen en het gebruik van meetinstrumenten (Metrologiewet)MetrologiewetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regels met betrekking tot meeteenheden en het in de handel brengen en het gebruik van meetinstrumenten op een aan de eisen van deze tijd aangepaste en overzichtelijke wijze vast te stellen, daarbij onder meer rekening houdend met de implementatie van EG-regelgeving op het terrein van de metrologie en in het bijzonder van richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende meetinstrumenten (PbEU L 135);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage2 februari 2006BeatrixDe Minister van Economische Zaken , L. J.Brinkhorstde zestiende maart 2006De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor grootheden meeteenheden worden vastgesteld en kunnen tevens regels worden gesteld betreffende:

Een in gebruik genomen geregeld meetinstrument ondergaat een op grond van artikel 5 voor dat meetinstrument voorgeschreven overeenstemmingsbeoordeling:

Een meetinstrument dat bij de overeenstemmingsbeoordeling voldoet aan de aan dat meetinstrument gestelde eisen, wordt overeenkomstig de krachtens artikel 5 gestelde regels voorzien van de voor dat meetinstrument vastgestelde merktekens en opschriften.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het in de handel brengen, verhandelen of in gebruik nemen van andere meetinstrumenten dan geregelde meetinstrumenten, in verband met de uitvoering van een EG-besluit, regels als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a tot en met d, en tweede lid, worden vastgesteld.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de eisen vastgesteld waaraan instanties moeten voldoen die een toetsende taak in het kader van een overeenstemmingsbeoordeling uitvoeren.

Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de taakuitoefening en de werkwijze van aangewezen instanties en van personen aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 11 is verleend.

Onze Minister kan ook na de aanwijzing van een instantie voorschriften verbinden aan de aanwijzing of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, indien dat als gevolg van een EG-besluit of de technische ontwikkeling noodzakelijk is.

Met een aangewezen instantie als bedoeld in artikel 12 wordt gelijkgesteld een door een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen aangemelde instantie die bevoegd is tot het uitvoeren van toetsende werkzaamheden in het kader van dezelfde procedures van overeenstemmingsbeoordeling van het desbetreffende meetinstrument.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de vergoeding door de aangewezen instantie van de kosten voor de werkzaamheden voortvloeiende uit de toepassing van de artikelen 12 en 16, tweede lid.

De in artikel 9 bedoelde regels kunnen een verbod inhouden om meetinstrumenten die niet aan de daarin gestelde eisen voldoen, in de handel te brengen, in gebruik te nemen of te verhandelen.

Onze Minister kan, indien een EG-besluit daartoe noodzaakt, de toezichthoudende instantie opdragen gebruik te maken van haar bevoegdheden om de naleving van deze wet af te dwingen.

Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de uitoefening van de aan de toezichthoudende instantie toegekende bevoegdheden.

Beslissingen van een aangewezen instantie of van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon aan wie op grond van artikel 11 een erkenning is verleend, bij de uitvoering van toetsende werkzaamheden in het kader van een overeenstemmingsbeoordeling van een meetinstrument, die als gevolg of als strekking hebben dat het instrument niet voldoet aan de gestelde eisen, worden aan de betrokkenen schriftelijk en onder opgave van redenen medegedeeld.

Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Indien krachtens artikel 5 regels zijn gesteld ten aanzien van een onderdeel van een meetinstrument, zijn de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 van overeenkomstige toepassing op dat onderdeel.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

De IJkwet wordt ingetrokken.

Indien een of meer van de artikelen 1 tot en met 42 eerder in werking treden dan artikel 44, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met het oog op de afstemming van uit de IJkwet en uit deze wet voortvloeiende taken, rechten en verplichtingen.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Metrologiewet.