U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 31-12-2006.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 mei 2006, nr. DJB/APJB-2639271, houdende regels met betrekking tot het verlenen van een specifieke uitkering aan bepaalde gemeenten ten behoeve van de Impuls Opvoed- en Gezinsondersteuning (Tijdelijke stimuleringsregeling lokale opvoedondersteuning en gezinsondersteuning)Tijdelijke stimuleringsregeling lokale opvoedondersteuning en gezinsondersteuningDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Justitie;

Gelet op artikel 10 van de Welzijnswet 1994;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, C.I.J.M.Ross-van Dorp

In deze regeling wordt verstaan onder:

De minister kan aan een in de bijlage bij deze regeling genoemde gemeente op aanvraag een meerjarige uitkering van ten hoogste het in de bijlage bij deze regeling bij de desbetreffende gemeente genoemde bedrag verstrekken ten behoeve van het uitvoeren van een project opvoedondersteuning en gezinsondersteuning in de periode van 1 september 2005 tot en met 31 december 2007.

Een project opvoedondersteuning en gezinsondersteuning komt in aanmerking voor een uitkering indien het:

Onverminderd artikel 8 werkt de gemeente mee aan intercollegiale toetsing ten behoeve van:

De gemeente doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van een uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

De gemeente zendt in mei 2006, in maart 2007 en binnen zes maanden na afloop van de periode waarvoor een uitkering is verstrekt schriftelijk verslag aan de minister over de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt.

De bijlage bij de jaarrekening van het laatste jaar waarin de uitkering wordt verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, over de jaren waarin de uitkering is verstrekt. Daarbij wordt aangegeven in hoeverre de verleende uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor het was bestemd.

Binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 9, geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de uitkering. De artikelen 4:46, 4:49, 4:52, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

De minister kan formulieren vaststellen voor de verslagen.

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Deze regeling treedt inwerking met ingang van de tweede dag naar dagtekening van de Staatscourant, waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 augustus 2005 en vervalt met ingang van 1 januari 2008, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van de uitkeringen of voorschotten die op grond van de regeling zijn verstrekt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling lokale opvoedondersteuning en gezinsondersteuning.