Ministeriële regeling · BWBR0020309

Regeling specifieke uitkeringen excessieve opgravingskosten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 september 2006, nr. WJZ/2006/27703(8188), houdende regels voor de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten en provincies in verband met het bestrijden van excessieve kosten als gevolg van archeologisch onderzoek (Regeling specifieke uitkeringen excessieve opgravingskosten)Regeling specifieke uitkeringen excessieve opgravingskostenDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 2, 5a, 5b, eerste lid, 11, vijfde lid, 32, eerste lid, en 48 van het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.J.A.van der Hoeven

In deze regeling wordt verstaan onder:

Onder archeologisch onderzoek worden begrepen:

Onder excessieve kosten worden begrepen de kosten van archeologisch onderzoek, voor zover die kosten naar het oordeel van de minister voor een aanvrager van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2 onevenredig hoog zijn in verhouding tot de financiële bijdrage die de aanvrager zelf ten behoeve van het desbetreffende archeologische onderzoek levert.

Aan de ontvanger van een specifieke uitkering kunnen onder meer de volgende verplichtingen worden opgelegd:

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkeringen excessieve opgravingskosten.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin de wordt geplaatst.