U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-11-2012.

Wet · BWBR0020611

Wet inburgering

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 30 november 2006, houdende regels inzake inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering)Wet inburgeringWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het huidige stelsel van inburgering in de Nederlandse samenleving te herzien door een algemene plicht tot inburgeren voor vreemdelingen en een plicht tot inburgering voor enkele categorieën Nederlanders te introduceren, alsmede het verstrekken van bepaalde verblijfsvergunningen afhankelijk te maken van het behalen van het inburgeringsexamen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage30 november 2006BeatrixDeMinistervoorVreemdelingenzaken en Integratie, M. C. F.Verdonkde zevende december 2006De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin

Een minderjarige is bekwaam de rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn met betrekking tot de uitoefening, onderscheidenlijk de nakoming van de voor hem uit deze wet en de daarop berustende bepalingen voortvloeiende rechten en verplichtingen.

Vervallen

De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorzieningen.

De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan vrijwillige inburgeraars ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, de eventuele inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen, de niet-nakoming van de overeenkomst, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, alsmede het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige inburgeraar.

Het college bepaalt voor de oudkomer de dag waarop de in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel b, en 18, eerste lid, bedoelde termijnen aanvangen. De termijnen vangen op dezelfde dag aan.

Het college stelt de identiteit van de krachtens artikel 25 opgeroepen personen vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het oproepen van personen krachtens artikel 25.

Het college legt een bestuurlijke boete op aan de krachtens artikel 25, eerste of tweede lid, opgeroepen persoon ter zake van overtreding van artikel 25, vierde lid.

Het college legt een bestuurlijke boete op aan de inburgeringsplichtige ten aanzien van wie een beschikking als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, of 22, eerste lid, is gegeven, ter zake van overtreding van artikel 23, eerste lid, dan wel van de krachtens artikel 23, derde lid, gestelde regels.

Het college stelt in de boetebeschikking, bedoeld in artikel 31, eerste lid, een nieuwe termijn van ten hoogste twee jaren waarbinnen de inburgeringsplichtige na het bekendmaken van de boetebeschikking alsnog het inburgeringsexamen moet behalen.

De bestuurlijke boete kan niet hoger zijn dan:

De gemeenteraad stelt bij verordening het bedrag vast van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd.

Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing indien artikel 30, 31, eerste lid, of 33 is overtreden.

Het college legt geen bestuurlijke boete op indien voor dezelfde gedraging de bijstand kan worden verlaagd op grond van artikel 18, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, dan wel indien voor dezelfde gedraging een boete of maatregel kan of moet worden opgelegd op grond van een van de bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 19, vierde lid, aan te wijzen socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het college, de cursusinstellingen, de exameninstellingen en Onze Minister nemen in de registratie, die zij voor de uitvoering van deze wet aanleggen, het burgerservicenummer van de geregistreerde op.

Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over het verstrekken van beleidsinformatie door de gemeenten, de cursusinstellingen en de exameninstellingen over uitvoering van de in de hoofdstukken 4, 5, paragraaf 2, en 6 bedoelde taken, die niet reeds op grond van artikel 47 of op grond van artikel 5 van de Wet participatiebudget is verstrekt.

Wijzigt de Beroepswet.

Wijzigt de Vreemdelingenwet 2000.

Wijzigt de Welzijnswet 1994.

Wijzigt de Wet kinderopvang.

Wijzigt de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Deze wet is niet van toepassing op de oudkomer die op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt 60 jaar of ouder is.

Het college van een gemeente die op 1 januari 2006 beschikt over een voor dit tijdstip opgebouwde reserve aan op grond van de Wet inburgering nieuwkomers verstrekte, maar niet bestede rijksbijdragen, wendt deze aan voor het aanbieden van inburgeringsprogramma's aan anderen dan nieuwkomers overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.

Het college van een gemeente die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beschikt over een in artikel 65 bedoelde reserve, wendt deze aan voor het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen overeenkomstig de artikelen 19, eerste lid, en 20.

Op rijksbijdragen die op grond van de Wet inburgering nieuwkomers zijn verstrekt ten behoeve van tijdvakken voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht zoals dat voor het desbetreffende tijdvak gold van toepassing.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Onze Minister zendt binnen vier jaar na inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

De Wet inburgering nieuwkomers wordt ingetrokken.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. In dat besluit kan worden bepaald dat artikel 65 terugwerkt tot en met 1 januari 2006.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet inburgering.