U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-08-2013.

Ministeriële regeling · BWBR0020657

Regeling inburgering

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 6 december 2006, nr. 5456790/06, tot uitvoering van de Wet inburgering, het Besluit inburgering en tot wijziging van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Regeling inburgering)Regeling inburgeringDe Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 14, derde lid, 50, tweede lid, van de Wet inburgering de artikelen 2.1, vierde lid, 2.3, eerste lid, onderdeel f, 2.7, zevende lid, 2.8, vijfde lid, 2.10, eerste en tweede lid, 3.3, tweede lid, 3.5, vierde lid, 3.7, zesde lid, 3.8, vijfde lid, 3.9, vierde lid, 3.11, vierde lid, 3.12, elfde lid, 3.13, 3.14, vijfde lid, 3.15 eerste, vierde en vijfde lid, 3.17, eerste lid, 3.19, derde lid, 3.21, derde lid, 3.23, tweede lid, 4.2, derde lid, 4.5, eerste, derde en vierde lid, 4.7, eerste en derde lid, 4.10, derde lid, 4.12, 4.13, eerste lid, 4.17, eerste lid, tweede, derde en vierde lid, 4.20, derde lid, 4.22, tweede lid, 4.24, tweede lid, 5.2, en 7.7, tweede lid, van het Besluit inburgering, en artikel 12 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie en zijn te raadplegen via het internet http//www.inburgering.net en http//www.handreikinginburgeringgemeenten.nl.

Bijlage 1 bij artikel 2.1 (tijdelijke verblijfsdoelen);

Bijlage 2 bij artikel 2.2 (Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse diploma’s);

Bijlage 3 bij artikel 2.3, tweede lid (document korte vrijstellingstoets);

Bijlage 4 bij artikel 2.4, derde lid (protocol medische advisering);

Bijlage 5 bij artikel 2.5 (eindtermen kennis van de Nederlandse samenleving);

Bijlage 6 bij artikel 3.3 (model inburgeringsdiploma);

Bijlage 7 bij artikel 3.4 (eindtermen Nederlandse Taal);

Bijlage 8 bij artikel 3.5, eerste lid (model portfolio Werk en model portfolio OGO);

Bijlage 9 bij artikel 3.5, tweede lid (handleiding assessments);

Bijlage 10 bij artikel 3.7, derde lid (eindtermen aanvullend en bijzonder praktijkdeel voor geestelijke bedienaren).

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, M.C.F.Verdonk

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het keurmerk, bedoeld in artikel 4.1a, vijfde lid, van het besluit is het Keurmerk Inburgeren, dat wordt toegekend en beheerd door de Stichting Blik op Werk.

De beperkingen, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

De diploma’s, certificaten en andere documenten, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, of in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel f, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

Van de verplichting om mondelinge vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en het betreffende onderdeel van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel d, van het besluit te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die voor het onderdeel spreekvaardigheid van het basisexamen inburgering, bedoeld in artikel 3.98a, derde lid, onderdeel c, van het Vreemdelingenbesluit 2000 ten minste 37 punten heeft behaald.

Van de verplichting om mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over de volgende certificaten van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal:

Van de verplichting om mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en het betreffende onderdeel van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdelen a, b, c of d, van het besluit te behalen is vrijgesteld de degene die beschikt over een certificaat dat is afgegeven ter afronding van het examenonderdeel lezen, schrijven, luisteren respectievelijk spreken van het staatsexamen Nederlands als tweede taal.

Vervallen

De minister verleent de ontheffing, bedoeld in artikel 2.8a van het besluit, indien:

De minister verleent de ontheffing, bedoeld in artikel 2.8b van het besluit, indien de inburgeringsplichtige:

De eindtermen van het onderdeel van het inburgeringsexamen kennis van de Nederlandse samenleving, bedoeld in artikel 2.10 van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling.

Het examengeld, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van het besluit, bedraagt:

De bijzondere examenomstandigheden, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van het besluit, betreffen:

Het model van het inburgeringsdiploma is opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het rentepercentage, genoemd in artikel 4.5, eerste lid, van het besluit, bedraagt voor het jaar 2013: 0,60 procent.

De inburgeringsplichtige kan in afwijking van artikel 4.7, eerste lid, van het besluit de lening in een keer terugbetalen. De terugbetaling omvat het bedrag van de opgebouwde schuld vermeerderd met de over dat bedrag verschuldigde rente, berekend overeenkomstig artikel 4.4.

Vervallen

Indien de partner van de debiteur ook een debiteur is die een beschikking tot terugbetaling als bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, van het besluit heeft ontvangen, wordt:

De debiteur is in verzuim indien binnen twee weken na de vervaldatum van een vordering het bedrag van de verplichte terugbetaling niet is ontvangen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij uitvaardiging van het dwangbevel, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet kunnen de achterstallige termijnen worden overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder mits:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De bijzondere persoonsgegevens, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de wet zijn gegevens waaruit blijkt dat een inburgeringsplichtige:

De onverenigbare verwerking van bijzondere persoonsgegevens door de minister wordt op de volgende wijze tegengegaan:

Vervallen

Vervallen

Wijzigt de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.

Vervallen

In afwijking van artikel 5.1, wordt een in dat artikel genoemde vaststelling gedaan voor 26 februari 2007.

Vervallen

Het aanbieden van inburgeringsprogramma’s, bedoeld in artikel 65 van de wet, geschiedt overeenkomstig de Regeling inburgering oudkomers G25 2006, de Regeling inburgering oudkomers G30 2006 en de Regeling inburgering oudkomers niet-G56 2006.

Wijzigt deze regeling.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inburgering.

Tijdelijke verblijfsdoelen

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie.

Vervallen

Vanaf 1 januari 2013 is de wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige van kracht geworden. Een belangrijke wijziging voor het Protocol medische advisering is de verschuiving van de uitvoering van de inburgering, waar onder het nemen van beslissingen over medische ontheffingen, van gemeenten naar de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO). Het onderhavige Protocol is onder andere hierop aangepast. Het aldus gewijzigde protocol geldt voor de medische advisering ten behoeve van vreemdelingen die na 31 december 2012 inburgeringsplichtig zijn geworden. Het gewijzigde protocol geldt niet voor vreemdelingen die voor die datum inburgeringsplichtig zijn geworden. Voor hen geldt het overgangsrecht en voor hen is de gemeente nog het uitvoerend orgaan.

Op grond van de Wet inburgering, de Vreemdelingenwet 2000 (voor een verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf regulier of verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier of asiel) of de Rijkswet op het Nederlanderschap (voor naturalisatie) moeten vreemdelingen, tenzij zij hiervan zijn vrijgesteld, voldoen aan het inburgeringvereiste1. Iemand voldoet hieraan als hij geslaagd is voor het inburgeringsexamen, staatsexamen NT2 (programma I of II) of voor een ander vrijstellend examen genoemd in de desbetreffende regelgeving. Betrokkene kan een ontheffing van dit vereiste aanvragen bij DUO of bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND) door aan te tonen dat hij door een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen (zijnde het minimumniveau om te voldoen aan het inburgeringsvereiste) te behalen. Over de vraag of de belemmering of handicap dusdanig is dat betrokkene het inburgeringsexamen niet kan behalen, wordt een advies uitgebracht door een door de Minister aangewezen onafhankelijk medisch adviseur zijnde een onafhankelijk arts die is ingeschreven in het BIG-register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Voor een dergelijk medisch advies zijn er kaders en uitgangspunten geformuleerd voor de medisch adviseur, DUO en de IND en neergelegd in dit protocol.

Het protocol is oorspronkelijk tot stand gekomen in samenwerking met de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en de VIA (Vereniging Indicerende en Adviserende Artsen) en in 2012 aangepast door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar aanleiding van de wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige. Het bestuur van de VIA heeft ook haar medewerking verleend aan de totstandkoming van het aangepaste protocol. Het protocol is een bijlage bij de ministeriële regeling inburgering .

In dit protocol wordt de procedure rond de medische advisering in het kader van het inburgeringsexamen nader uitgewerkt.

Op grond van de Wet inburgering, de Vreemdelingenwet 2000 (voor een verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf of verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd) of de Rijkswet op het Nederlanderschap (voor naturalisatie) moeten vreemdelingen, tenzij zij hiervan zijn vrijgesteld, voldoen aan het inburgeringsvereiste. Iemand voldoet aan deze plicht als hij geslaagd is voor het inburgeringsexamen, staatsexamen NT2 (programma I of II) of voor een ander vrijstellend examen genoemd in de regelgeving. Hoewel er in de wet- en regelgeving dus uitgegaan wordt van verschillende mogelijkheden om aan het inburgeringsvereiste te voldoen, wordt bij de ontheffing uitgegaan van het inburgeringsexamen. Dit, omdat het inburgeringsexamen het minimuminburgeringsvereiste is.

Een ontheffing van het inburgeringsvereiste kan op aanvraag van betrokkene, afhankelijk van op grond van welke wetgeving de aanvraag wordt gedaan, door DUO (namens de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel) of door de IND (namens de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel) worden verleend, als betrokkene aantoont blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen door een:

In onderstaande tabel staat vermeld in welke situatie welke wet van toepassing is, welke eisen de wet stelt wat betreft inburgering en tot wie betrokkene zich moet wenden om medische ontheffing aan te vragen.

De minister wijst de medische adviseurs aan. DUO contracteert de medische adviseurs. Voor zover de IND beslist over de medische ontheffing maakt zij gebruik van de adviezen van de door DUO gecontracteerde medische adviseurs.

De geraadpleegde medisch adviseur zal omtrent de toestand van betrokkene een advies opmaken, waarbij de medisch adviseur een relatie legt tussen de medische stoornissen en beperkingen, de belemmering ten aanzien van het inburgeringsexamen en het uiteindelijke medische advies over het wel of niet kunnen behalen van het inburgeringsexamen. De kosten voor dit medisch advies komen voor rekening van de betrokkene. Is het voor betrokkene mogelijk om het examen wel aangepast af te leggen, dan zal de medisch adviseur in zijn advies aangeven onder welke bijzondere examenomstandigheden het examen door betrokkene gemaakt kan worden.

In de beoordeling van het wel of niet kunnen behalen van het inburgeringsexamen neemt de medisch adviseur ook (in algemene termen) het kunnen afleggen van het voorbereidingstraject in zijn overwegingen mee. Is het niet mogelijk om het voorbereidingstraject zonder aanpassingen te volgen of zijn er voor het voorbereidingstraject meer dan slechts lichte aanpassingen nodig, dan zal de medisch adviseur dit in zijn advies aangeven. In het protocol wordt dus steeds waar er wordt gesproken over het inburgeringsexamen ook het voorbereidingstraject bedoeld.

Het protocol beoogt uniformiteit te bevorderen in de beoordeling door de medisch adviseur van de medische toestand (voor zover relevant voor de beoordeling in het kader van het behalen van het inburgeringsexamen) van een aanvrager van een ontheffing voor het inburgeringsexamen en uniformiteit in de opbouw van het medisch advies. Uniformiteit draagt bij aan een gelijke behandeling van gelijke gevallen.

Het protocol is opgesteld in de wetenschap dat het periodiek zal moeten worden geactualiseerd. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, jurisprudentie, medische technologie, hulpmiddelen en de examens kunnen een aanpassing van het protocol tot gevolg hebben.

Het protocol kent een algemeen deel en een medisch deel. De volgende bijlagen maken onderdeel uit van het protocol:

Verschillende groepen personen hebben een inburgeringsplicht of moeten voldoen aan het inburgeringsvereiste.

Dit geldt voor:

Voor betrokkenen uit deze groepen is het mogelijk om te worden ontheven van deze verplichting/dit vereiste door aan te tonen dat hij door een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Hieronder wordt voor de verschillende groepen het wettelijk kader aangegeven.

Het protocol Medische advisering inburgeringsexamen is een verdere uitwerking van de Wet inburgering en het Besluit inburgering.

Artikel 6, 1e lid onder a van de Wet inburgering luidt:

In artikel 2.8 van het Besluit inburgering is artikel 6 van de Wet inburgering uitgewerkt:

In het vijfde lid wordt aangegeven dat bij regeling door de minister nadere regels kunnen worden gesteld omtrent de verlening van ontheffing alsmede omtrent het advies.

In artikel 2.4 (Ontheffing wegens medische belemmering) van de ministeriële regeling staat:

Het vreemdelingenrecht voorziet in een koppeling met de Wet inburgering om de naleving van het inburgeringsvereiste te versterken.

Op grond hiervan is het voldoen aan het inburgeringsvereiste als voorwaarde gesteld voor de verlening van een zelfstandige verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf en voor verlening van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor onbepaalde tijd.2

Vanaf 1 januari 2013 geldt tevens dat het niet voldoen aan het inburgeringsvereistekan leiden tot intrekking van de reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.

De groep vreemdelingen die wordt geconfronteerd met dit vereiste is veelal al inburgeringsplichtig in het kader van de Wet inburgering, er zijn echter uitzonderingen.

De medische ontheffing is verder uitgewerkt in de volgende artikelen:

In deze onderdelen is de situatie geregeld dat de vreemdeling wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Inburgeringsplichtige vreemdelingen worden op deze grond door DUO van het inburgeringsvereiste ontheven (artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering), nadat een onafhankelijke arts terzake een medisch advies heeft uitgebracht (zie in dit verband artikel 2.8 van het Besluit inburgering). Deze beslissing van DUO heeft voor deze (gewezen) inburgeringsplichtige op grond van de onderdelen d en aanheffen van het tweede lid van de artikelen 3.80a, 3.96a, 3.107a van het Vreemdelingenbesluit 2000 dus ook tot gevolg dat het inburgeringsvereiste niet wordt gesteld in het kader van de aanvraag voor een verblijfsvergunning voortgezet verblijf of onbepaalde tijd. De verleende ontheffing zal blijken uit een afschrift van de beschikking waarbij DUO de ontheffing heeft verleend, dat de vreemdeling bij de aanvraag zal moeten overleggen. In dit verband wordt er nog op het derde lid van de genoemde artikelen van het Vreemdelingenbesluit 2000 gewezen. Betreft het een volgens de Wet inburgering niet-inburgeringsplichtige vreemdeling die wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen, dan wordt de ontheffing niet verleend door DUO maar door de IND die bij de beoordeling eveneens gebruik maakt van het medische advies van de onafhankelijke arts (artikel 2.8 van het Besluit inburgering).

Voor de verlening van het Nederlanderschap komt slechts in aanmerking de verzoeker die in de Nederlandse samenleving als ingeburgerd kan worden beschouwd op grond van het feit dat hij beschikt over een bij algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen mate van kennis van de Nederlandse taal, alsmede van de Nederlandse staatsinrichting en maatschappij en hij zich ook overigens in de Nederlandse samenleving heeft doen opnemen.

De vreemdeling die wil naturaliseren moet aan het inburgeringsvereiste voldoen. De verzoeker hoeft de naturalisatietoets niet af te leggen indien hij heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen. De verzoeker moet hiertoe een medisch advies overleggen van een door DUO aangewezen onafhankelijke arts. Hiermee zal zijn gewaarborgd dat dezelfde kring van artsen die adviseert over medische ontheffingen in het kader van de Wet inburgering, ook over medische belemmeringen bij het afleggen van het inburgeringsexamen in het kader van de naturalisatieprocedure adviseert.

In het kader van de Wet inburgering

De inburgeringsplichtige is zelf verantwoordelijk voor het op tijd voldoen aan het inburgeringsvereiste (i.e. het behalen van het inburgeringsexamen of één van de andere genoemde examens).

De inburgeringsplichtige kan (conform artikel 6 Wet inburgering) door DUO worden ontheven van het inburgeringsvereiste op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap die zodanig is dat de inburgeringsplichtige het examen blijvend niet zal kunnen behalen.

DUO zal over deze aanvraag een besluit nemen op basis van een medisch advies over betrokkene.

Dit medisch advies wordt opgesteld door de medisch adviseur die daartoe door DUO is gecontracteerd. De medisch adviseur dient een onafhankelijk arts te zijn – derhalve niet zijnde een behandelend arts van betrokkene – die is ingeschreven in het BIG-register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. De medisch adviseur dient op de hoogte te zijn van de relevante wet- en regelgeving ten aanzien van het inburgeringsexamen (waarvan het medisch protocol deel uit maakt) en van de mogelijke examenomstandigheden. Daarnaast kan DUO extra eisen stellen aan de medisch adviseur, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van scholing. DUO en de medisch adviseur kunnen werkafspraken maken over onder andere de wijze van betaling van het medisch advies (voor rekening van betrokkene), informatieverschaffing aan betrokkene en de verdere gang van zaken.

Op het moment dat een inburgeringsplichtige zich meldt bij DUO of de IND met het verzoek om ontheffing, zal deze de betrokkene verwijzen naar deze medisch adviseur.

De medisch adviseur stelt vervolgens vast of er een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap is waardoor de betrokkene het examen binnen een termijn van vijf jaar al dan niet kan behalen. Tevens kan de medisch adviseur vaststellen dat het examen wel kan worden behaald, zij het met een aanpassing van de examenomstandigheden, de zogenaamde bijzondere examenomstandigheden of met lichte aanpassingen in het voorbereidingstraject.

De inburgeringsplichtige zal vervolgens het medisch advies bij zijn aanvraag tot ontheffing moeten voegen, waarna DUO conform artikel 2.8, tweede lid Besluit inburgering binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking geeft. DUO heeft een vergewisplicht (conform art. 3:9 Algemene wet bestuursrecht), maar treedt niet in de inhoudelijke beoordeling van het (medisch) advies. De vergewisplicht houdt in dat DUO naast het controleren van de formulieren op het juist en volledig invullen hiervan, zich er van moet vergewissen dat het onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.

In het kader van de Vreemdelingenwet 2000 en de Rijkswet op het Nederlanderschap

De uitwerking en toepassing van de Vreemdelingenwet 2000 en de Rijkswet op het Nederlanderschap gebeurt door de IND namens de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, resp. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De desbetreffende Minister beslist formeel op de aanvraag voor een verblijfsvergunning en het verzoek om naturalisatie.

Betrokkene kan door DUO of de IND op basis van een medisch advies worden ontheven van het inburgeringsvereiste op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap die zodanig is dat de betrokkene het inburgeringsexamen blijvend niet zal kunnen behalen. Degene die een ontheffing van het inburgeringsexamen wil, kan voor een medisch advies naar de medisch adviseur waarmee DUO afspraken heeft gemaakt. DUO en de IND verstrekken betrokkene hier desgewenst informatie over. Betrokkene richt zich voor een medisch advies rechtstreeks tot de medisch adviseur. De medisch adviseur zal vervolgens een advies opstellen over de medische toestand van betrokkene in het kader van het wel of niet kunnen behalen van het inburgeringsexamen binnen een termijn van vijf jaar.

Het advies wordt rechtstreeks aan betrokkene gezonden. Betrokkene zal dit advies voegen bij de aanvraag tot een zelfstandige verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf, een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd asiel of regulier of bij het verzoek om naturalisatie. Het advies mag op de dag van indiening van het naturalisatieverzoek niet ouder zijn dan zes maanden.

Betrokkene kan, indien hij reeds door DUO is ontheven, een afschrift van de betreffende beschikking tezamen met zijn verzoek voor een verblijfsvergunning of voor naturalisatie overleggen aan de IND. Deze beslissing van DUO geldt tevens als ontheffing van het inburgeringsvereiste in het kader van een aanvraag voor een zelfstandige verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf,een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en in het kader van een naturalisatieverzoek. In beide situaties mag de beschikking niet ouder zijn dan drie jaar op de dag van indiening van de aanvraag voor een van de genoemde verblijfsvergunningen respectievelijk het naturalisatieverzoek.

De IND heeft net als DUO een vergewisplicht (conform art. 3:10 Algemene wet bestuursrecht), maar treedt niet in de inhoudelijke beoordeling van het (medisch) advies.

Verificatie medisch advies door DUO of IND

Het medisch advies wordt door de medisch adviseur aan betrokkene gezonden. Betrokkene zal vervolgens het medisch advies overleggen aan DUO of aan de IND. Mocht er bij DUO of de IND twijfel bestaan over de authenticiteit van het advies dan kan er contact gezocht worden met de medisch adviseur. DUO of de IND zal het advies waarover twijfel bestaat aan de medisch adviseur toesturen, waarna de medisch adviseur de authenticiteit kan vaststellen.

De medisch adviseur bewaart de gegeven adviezen tenminste tien jaar.

Verkorte procedure

Een verkorte procedure kan volstaan indien aan de hand van medische stukken of bekendheid bij DUO een advies kan worden opgesteld. Dit betekent dat naar het oordeel van de medisch adviseur evident vaststaat dat betrokkene niet in staat zal zijn om het inburgeringsexamen te behalen, zodat betrokkene niet (apart hiervoor) in persoon behoeft te worden gezien.

Voor de niet evidente situaties is het gebruikelijk dat betrokkene tijdens een spreekuur in persoon door de medisch adviseur wordt opgeroepen. De te volgen procedure is ter beoordeling aan de medisch adviseur die het advies opstelt.

Aangezien ontheffing op grond van een wezenlijke belemmering of handicap gedurende de gehele periode waarin het inburgeringsvereiste op grond van de Wet inburgering bestaat relevant is en ook op ieder moment tijdens de periode kan ontstaan, worden geen regels gesteld over de termijn waarbinnen een ontheffingsverzoek moet worden ingediend. De aanvraag kan dus aan het begin, tijdens of aan het einde van de termijn waar binnen aan het inburgeringsvereiste moet zijn voldaan worden ingediend.

De medisch adviseur adviseert over de vraag of betrokkene blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Op grond van artikel 2.8, vierde lid, van het Besluit inburgering is sprake van het blijvend niet in staat zijn het inburgeringsexamen te behalen, indien in redelijkheid verwacht mag worden dat de aard en de ernst van de belemmering of verstandelijke handicap zodanig zijn dat het behalen van het inburgeringsexamen binnen vijf jaar niet mogelijk is. Deze termijn van vijf jaar wordt gerekend vanaf het moment van de aanvraag van het advies.

Indien te verwachten is dat de betrokkene wegens een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap niet binnen vijf jaar het examen kan behalen, dan wordt er vanuit gegaan dat er reden tot ontheffing bestaat.

Beschikking ontheffing i.h.k.v. de Wet inburgering

Tegen een negatieve beschikking van DUO kan de inburgeringsplichtige binnen zes weken in bezwaar gaan. Betrokkene wordt over deze mogelijkheid in de negatieve beschikking geïnformeerd.

DUO kan conform artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht een adviescommissie ten behoeve van de beslissing op het bezwaar instellen

Deze commissie gaat na of DUO op zorgvuldige wijze en in redelijkheid en billijkheid tot de beslissing is gekomen. De commissie oordeelt hierbij niet inhoudelijk over het medisch advies dat aan de beschikking ten grondslag ligt. De medisch adviseur kan wel gevraagd worden om een nadere toelichting bij het medisch advies te geven door bijvoorbeeld aan te geven hoe het protocol is toegepast. Een overweging hiertoe kan zijn dat vanuit de behandelende sector verklaringen worden overlegd waardoor twijfel ontstaat of DUO de juiste beslissing heeft kunnen nemen. Daarnaast kan sprake zijn van een inmiddels gewijzigde medische situatie waarop de medisch adviseur kan reageren.

De commissie brengt een advies uit aan DUO, waarna DUO het uiteindelijke besluit neemt.

Inburgeringsplichtige kan bezwaar maken tegen het besluit. De afdeling Bezwaar en beroep van DUO draagt zorg voor de afhandeling van het bezwaar. Bij een negatieve beslissing op bezwaar kan de inburgeringsplichtige in beroep bij de sector Bestuursrecht van de rechtbank. Betrokkene wordt over deze mogelijkheid in de negatieve beschikking op bezwaar geïnformeerd.

Beschikking ontheffing i.h.k.v. verblijfsvergunning of naturalisatie

Bij de aanvraag om één van de genoemde verblijfsvergunningen of een naturalisatieverzoek is de situatie anders. Daar is het medisch advies een onderdeel van het verzoek tot een verblijfsvergunning of het naturalisatieverzoek. De beschikking gaat over de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning of het naturalisatieverzoek. De verzoeker kan bij de IND in bezwaar tegen de afwijzing van zijn verzoek, waarbij er argumenten tegen onderdelen, bijvoorbeeld geen ontheffing van het inburgeringsvereiste, van de beschikking kunnen worden gegeven.

Met het inburgeringsexamen wordt getoetst of betrokkene voldoende is ingeburgerd in de Nederlandse samenleving. Bij het examen is een aantal uitgangspunten van belang:

Het taalverwervingniveau A2 is in het CEF als volgt geformuleerd:

Betrokkene kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Hij kan communiceren in simpele en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling over vertrouwde en alledaagse kwesties vereisen. In eenvoudige bewoordingen kan hij aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van diverse behoeften beschrijven.

Het inburgeringsexamen wordt centraal afgenomen en bestaat uit de volgende vijf onderdelen:

De verschillende examenonderdelen worden als volgt afgenomen:

Afname van de examens

Het examen wordt afgelegd bij DUO op één van de examenlocaties in Amsterdam, Rotterdam, Rijswijk , Eindhoven, Nijmegen en Zwolle.

Bijzondere examenomstandigheden

Een kandidaat die door een belemmering of handicap niet in staat is om het inburgeringsexamen op de gebruikelijke wijze af te leggen, kan door DUO in de gelegenheid worden gesteld om het examen op een aan zijn belemmering of handicap aangepaste manier af te leggen. De mogelijke bijzondere omstandigheden waarin DUO kan voorzien, worden genoemd en beschreven in hoofdstuk 2.

Dit medisch protocol bevat ten behoeve van de medisch adviseur aanwijzingen, richtlijnen en feiten om door middel van anamnese en lichamelijk onderzoek tot een goed oordeel en een onderbouwd advies te komen in het kader van een aanvraag voor ontheffing van het inburgeringsexamen.

De medisch adviseur kan al dan niet tot de overtuiging komen dat betrokkene op grond van medische stoornissen en daaruit voortvloeiende beperkingen niet in staat is het gehele inburgeringsexamen, binnen vijf jaar, ondanks de bijzondere examenomstandigheden (succesvol) te behalen.

Bij deze beoordeling wordt ook het voorbereidingstraject tot het afleggen van het inburgeringsexamen betrokken. Wanneer betrokkene niet zonder lichte aanpassingen in dit voorbereidingstraject het inburgeringsexamen kan behalen, zal hij moeten worden ontheven. Zijn de aanpassingen in het voorbereidingstraject gering, dan is dat geen reden voor een ontheffing.

Er wordt vanuit gegaan dat voor het kunnen afleggen van het voorbereidingstraject dezelfde vaardigheden van belang zijn als bij het kunnen behalen van het inburgeringsexamen. Mochten lichte aanpassingen nodig zijn voor het afleggen van het voorbereidingstraject dan zal de medisch adviseur dit in het advies aangeven.

Naast het protocol gelden uiteraard de gedragsregels van artsen zoals die door de KNMG zijn vastgesteld en tevens de in de medische adviespraktijk gangbare inzichten (indicerende en adviserende artsen, verzekeringsartsen). Zo zal het onderzoek door de medisch adviseur op een voor betrokkene zo min mogelijk belastende wijze plaatsvinden. Lichamelijk onderzoek zal achterwege kunnen blijven indien de medisch adviseur op grond van de anamnese voldoende overtuiging voor zijn oordeel heeft verkregen. Bovendien zal reeds beschikbare informatie van de behandelsector in de overwegingen worden betrokken en kan indien nodig en met gerichte toestemming van betrokkene nadere informatie bij de behandelaar worden ingewonnen. De medisch adviseur zal (verdere) medicalisering zoveel mogelijk vermijden.

Bij evidente gronden voor ontheffing kan sprake zijn van een verkorte procedure. De medisch adviseur stelt een medisch advies op aan de hand van bekendheid bij DUO, eerdere sociaal-medische adviezen en/of medische documentatie waaruit blijkt dat iemand niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. In het geval betrokkene bijvoorbeeld doof en/of blind is of het syndroom van Down heeft, kan sprake zijn van een evidente ontheffing. Bij evidente gronden voor ontheffing is het niet nodig dat betrokkene persoonlijk door de medisch adviseur wordt gezien.

Er zijn meerdere beperkingen die tot gevolg kunnen hebben dat betrokkene het voorbereidingstraject op het afleggen van het inburgeringsexamen niet kan doen of het inburgeringsexamen niet kan halen.

Er zijn vele verschillende stoornissen waaruit beperkingen kunnen voortkomen die invloed kunnen hebben op de stem en/of de spraak, de visus, het gehoor, de motoriek en/of het cognitief functioneren.

De aard en de ernst van de stoornissen en beperkingen dienen altijd geobjectiveerd te worden door de medisch adviseur. In het advies zal worden gemotiveerd in hoeverre deze stoornissen en beperkingen leiden tot belemmeringen en kan een advies voor ontheffing voor deelname aan het inburgeringsexamen worden gegeven.

Hieronder zijn vragen opgenomen die gebruikt kunnen worden bij de gerichte anamnese. Deze vragen zijn niet uitputtend. Per geval zullen de specifieke vragen verschillen. De medisch adviseur zal tot de overtuiging moeten komen dat betrokkene wel, niet of met aanpassingen in staat is zich voor te bereiden op het afleggen van het examen en het examen zelf met goed gevolg af te leggen.

Inleiding

Waarom een aanvraag voor ontheffing op dit moment?

Specifiek

Ter bepaling van de subjectieve belemmering:

Ter objectivering van de beperkingen:

Gevolgen beperkingen

Welke beperkingen ondervindt betrokkene ten aanzien van:

Hierbij kan gebruik gemaakt worden van een voorbeeld van het beeldscherm dat betrokkene zal moeten kunnen aflezen.

Maakt betrokkene gebruik van een hoortoestel? Beoordeling verstaanbaarheid gewone spraak tijdens spreekuur.

Is het mogelijk om een gesprek te voeren waarin beide personen in staat zijn elkaar te begrijpen.

Is het mogelijk om een muis en toetsenbord te bedienen, en pen en papier te gebruiken. Mocht betrokkene geen pen en papier kunnen gebruiken maar wel kunnen typen, dan kan de schrijfvaardigheid met behulp van de computer worden getoetst3.

Is het mogelijk om de tekst en beelden goed waar te nemen op een beeldscherm.

Heeft betrokkene een dyslexieverklaring.

Is het mogelijk om met de verstandelijke handicap alle facetten van het inburgeringsexamen goed af te ronden. Is reeds verblijf in een instelling geïndiceerd, wordt speciaal onderwijs gevolgd, is een IQ test gedaan.

Is het mogelijk om met de geestelijk stoornis alle onderdelen van het inburgeringsexamen succesvol af te ronden.

Beoordelingsnormen

Naast aandoeningen die blijvend van aard zijn, zijn er aandoeningen die tijdelijk zijn. Het is hierbij van belang om vast te stellen op welke termijn een dermate verbetering zal optreden waarna iemand wel in staat is het inburgeringsexamen te behalen. In sommige gevallen zullen behandeling en/of hulpmiddelen nodig zijn om een verbetering te bewerkstelligen. Hierbij wordt alleen uitgegaan van algemeen gebruikelijke behandelingen en/of hulpmiddelen. Er mag niet van betrokkene verwacht worden dat hij buitensporige inspanningen zal verrichten ten aanzien van de (medische) behandeling.

Er komen situaties voor waarbij het zeer onduidelijk is hoe de prognose zal zijn, als een ziekte binnen korte termijn aanzienlijk kan verbeteren of verslechteren. De medisch adviseur kan in zo’n geval met toestemming van betrokkene besluiten het medisch advies eenmalig voor maximaal drie maanden aan te houden. Het aanhouden van het advies – in feite het opschorten van de conclusie van het advies – is alleen mogelijk indien de medisch adviseur dit redelijkerwijs noodzakelijk acht en kan motiveren.

Prognose van de beperkingen

Het gaat bij de medische advisering niet primair om het stellen van een diagnose met de daarbij behorende prognose. Aan de hand van aandoeningen, stoornissen en beperkingen stelt de medisch adviseur een advies op ten aanzien van het wel of niet kunnen voorbereiden op het inburgeringsexamen (met lichte aanpassingen), het behalen van het examen, dan wel het examen afleggen met gebruikmaking van bijzondere examenomstandigheden. Het gaat hierbij, zoals eerder gesteld, om de overtuiging van de medisch adviseur.

De volgende bijzondere examenomstandigheden zijn mogelijk:

Het examen wordt in een andere locatie dan de standaard examenlocatie afgenomen (te denken valt aan vestiging Visio, ziekenhuis, ander "soort" gebouw). Van belang is te onderkennen dat de specifieke technische mogelijkheden ter plaatse moeten voldoen aan de eisen van de digitale examens.

Daarnaast is het mogelijk dat het examen in een andere examenzaal dan de standaardexamenzaal (examen in apart lokaal) wordt afgenomen. Deze voorziening is standaard aanwezig in de toetslocaties van de DUO.

De examenkandidaat mag, indien mogelijk, langer over het examen doen. Dit kan bij de examenonderdelen KNS en Lezen, Luisteren en Schrijven. Bij het examenonderdeel TGN is dit niet mogelijk.

De kandidaat mag rustmomenten tijdens de examenonderdelen nemen. Dit kan bij de examenonderdelen KNS en Lezen, Luisteren en Schrijven . Bij het examenondedeel TGN kan dit niet.

De kandidaat wordt bijvoorbeeld aan het begin van de dag of juist aan het eind van de dag ingeroosterd, de kandidaat krijgt meer tijd tussen de examensessies door, de kandidaat wordt apart gehouden van andere kandidaten. Dit is bij alle examens mogelijk. De aangepaste inroostering kan tot gevolg hebben dat de kandidaat niet alle examens op een of twee dagen kan afleggen.

Een medewerker van DUO dan wel een door DUO aangewezen begeleider die de kandidaat helpt bij het examen. Voorbeelden hiervan zijn hulp bij inloggen, muisklikken, headset opzetten als mede persoonlijke begeleiding. Dit is bij alle examens mogelijk.

De kandidaat kan het examen maken achter een groter beeldscherm dan standaard is voorzien. Dit geldt alleen voor de examenonderdelen KNS en Lezen, Luisteren. Het standaard beeldscherm is 15 of 17 inch.

Het examenonderdeel Schrijven, evenals de instructie voor het examenonderdeel TGN, kunnen in de papieren versie worden vergroot.

Bij de examenonderdelen KNS, Lezen en Luisteren kan met behulp van een loep via een standaard Windows functionaliteit een gedeelte van een scherm worden uitvergroot. Bij deze aanpassing kan gebruik worden gemaakt van 2 monitoren.

Bij het examenonderdeel Schrijven kan de kandidaat het examen afleggen met behulp van (een regulier) toetsenbord en monitor. Dit in plaats van de gebruikelijke wijze van afnemen middels pen op papier.

In dit geval krijgt de kandidaat de geschreven teksten op het beeldscherm voorgelezen middels een koptelefoon. Dit geldt alleen voor de examenonderdelen KNS, Lezen en Luisteren

Een en ander is vervat in het volgende overzicht:

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie.

(voor- en achternaam)

geboren (geboortedatum) te (geboorteplaats, geboorteland),

heeft met goed gevolg het inburgeringsexamen afgelegd.

Het inburgeringsexamen, zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onderdeel a van de Wet inburgering, is behaald op niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen.

Het inburgeringsexamen omvat de volgende examenonderdelen:

Leesvaardigheid

Luistervaardigheid

Schrijfvaardigheid

Spreekvaardigheid (Toets Gesproken Nederlands)

Kennis Nederlandse Samenleving

Doorhalingen en/of wijzigingen maken dit diplomamodel ongeldig.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen