U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2016.

Ministeriële regeling · BWBR0020657

Regeling inburgering

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 6 december 2006, nr. 5456790/06, tot uitvoering van de Wet inburgering, het Besluit inburgering en tot wijziging van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Regeling inburgering)Regeling inburgeringDe Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 14, derde lid, 50, tweede lid, van de Wet inburgering de artikelen 2.1, vierde lid, 2.3, eerste lid, onderdeel f, 2.7, zevende lid, 2.8, vijfde lid, 2.10, eerste en tweede lid, 3.3, tweede lid, 3.5, vierde lid, 3.7, zesde lid, 3.8, vijfde lid, 3.9, vierde lid, 3.11, vierde lid, 3.12, elfde lid, 3.13, 3.14, vijfde lid, 3.15 eerste, vierde en vijfde lid, 3.17, eerste lid, 3.19, derde lid, 3.21, derde lid, 3.23, tweede lid, 4.2, derde lid, 4.5, eerste, derde en vierde lid, 4.7, eerste en derde lid, 4.10, derde lid, 4.12, 4.13, eerste lid, 4.17, eerste lid, tweede, derde en vierde lid, 4.20, derde lid, 4.22, tweede lid, 4.24, tweede lid, 5.2, en 7.7, tweede lid, van het Besluit inburgering, en artikel 12 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie en zijn te raadplegen via het internet http//www.inburgering.net en http//www.handreikinginburgeringgemeenten.nl.

Bijlage 1 bij artikel 2.1 (tijdelijke verblijfsdoelen);

Bijlage 2 bij artikel 2.2 (Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse diploma’s);

Bijlage 3 bij artikel 2.3, tweede lid (document korte vrijstellingstoets);

Bijlage 4 bij artikel 2.4, derde lid (protocol medische advisering);

Bijlage 5 bij artikel 2.5 (eindtermen kennis van de Nederlandse samenleving);

Bijlage 6 bij artikel 3.3 (model inburgeringsdiploma);

Bijlage 7 bij artikel 3.4 (eindtermen Nederlandse Taal);

Bijlage 8 bij artikel 3.5, eerste lid (model portfolio Werk en model portfolio OGO);

Bijlage 9 bij artikel 3.5, tweede lid (handleiding assessments);

Bijlage 10 bij artikel 3.7, derde lid (eindtermen aanvullend en bijzonder praktijkdeel voor geestelijke bedienaren).

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, M.C.F.Verdonk

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het keurmerk, bedoeld in artikel 4.1a, vijfde lid, van het besluit is het Keurmerk Inburgeren, dat wordt toegekend en beheerd door de Stichting Blik op Werk.

De beperkingen, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

De diploma’s, certificaten en andere documenten, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, of in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel e, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

Vervallen

Van de verplichting om mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over de volgende certificaten van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal:

Van de verplichting om mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en het betreffende onderdeel van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdelen a, b, c of d, van het besluit te behalen is vrijgesteld de degene die beschikt over een certificaat dat is afgegeven ter afronding van het examenonderdeel lezen, schrijven, luisteren respectievelijk spreken van het staatsexamen Nederlands als tweede taal, alsmede degene die beschikt over een diploma van het examen Nederlands als tweede taal.

Vervallen

De minister verleent de ontheffing, bedoeld in artikel 2.8a van het besluit, indien:

De minister verleent de ontheffing, bedoeld in artikel 2.8b van het besluit, indien de inburgeringsplichtige:

De eindtermen van het in artikel 2.10, eerste lid, van het besluit bedoelde onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving zijn voor wat betreft het onderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij opgenomen in bijlage 5 en voor wat betreft de het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt opgenomen in bijlage 5A.

Het examengeld, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van het besluit, bedraagt:

De bijzondere examenomstandigheden, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van het besluit, betreffen:

Het model van het inburgeringsdiploma is opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.

De Staat der Nederlanden (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) maakt een voorbehoud als bedoeld in artikel 15b van de Auteurswet met betrekking tot de inhoud van het inburgeringsexamen.

Het praktijkexamen oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 3.9a, derde lid, van het besluit, bestaat uit het ter beoordeling voorleggen van een portfolio als bedoeld in bijlage 5A en het voeren van een eindgesprek.

Van de resultaten van het onderdeel spreekvaardigheid worden de antwoorden op meerkeuzevragen beoordeeld door het geautomatiseerde systeem, bedoeld in artikel 3.9b, eerste lid, van het besluit en de antwoorden op de open vragen door beoordelaars.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Als organisaties, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, onderdeel h, van het besluit worden aangewezen de Stichting Nuffic en de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De inburgeringsplichtige kan in afwijking van artikel 4.7, eerste lid, van het besluit de lening in een keer terugbetalen. De terugbetaling omvat het bedrag van de opgebouwde schuld vermeerderd met de over dat bedrag verschuldigde rente, berekend overeenkomstig artikel 4.4.

Vervallen

Indien de partner van de debiteur ook een debiteur is die een beschikking tot terugbetaling als bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, van het besluit heeft ontvangen, wordt:

De debiteur is in verzuim indien binnen twee weken na de vervaldatum van een vordering het bedrag van de verplichte terugbetaling niet is ontvangen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij uitvaardiging van het dwangbevel, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet kunnen de achterstallige termijnen worden overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder mits:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De bijzondere persoonsgegevens, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de wet zijn gegevens waaruit blijkt dat een inburgeringsplichtige:

De onverenigbare verwerking van bijzondere persoonsgegevens door de minister wordt op de volgende wijze tegengegaan:

Vervallen

Vervallen

Wijzigt de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.

Van de verplichting om mondelinge vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en het betreffende onderdeel, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel d, van het besluit te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die:

In afwijking van artikel 5.1, wordt een in dat artikel genoemde vaststelling gedaan voor 26 februari 2007.

Vervallen

Het aanbieden van inburgeringsprogramma’s, bedoeld in artikel 65 van de wet, geschiedt overeenkomstig de Regeling inburgering oudkomers G25 2006, de Regeling inburgering oudkomers G30 2006 en de Regeling inburgering oudkomers niet-G56 2006.

Wijzigt deze regeling.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inburgering.

Tijdelijke verblijfsdoelen

Vrijstellingen diploma’s voormalige Nederlandse Antillen:

Niet inburgeringsplichtig is degene die beschikt over een diploma van een van de volgende opleidingen, mits een voldoende is behaald voor het eindexamenvak Nederlandse taal:

St. Eustatius: diploma VSBO en HAVO.

Bonaire: diploma VSBO, HAVO en VWO.

Saba diploma HAVO (onderwijs is in Engels) met voldoende voor eindexamenvak Nederlands.

Diploma middelbaar beroepsonderwijs (mbo)niveau 3 en 4 op de drie eilanden.

Diploma VSBO, HAVO en VWO.

Diploma Secundair Beroepsonderwijs (SBO) niveau 2 tot en met 4

Diploma van Instituto pa Formashon den Enfermeria (IFE) niveau 2 tot en met niveau 5.

Diploma University of Curacao mr. Dr. Moises Frumencio da Costa Gomez.

Diploma VMBO, MAVO, HAVO, VWO en LBO (niveau 1 en 2 doorstroom naar mbo)

Diploma middelbaar beroepsonderwijs

Diploma Hoger Beroepsonderwijs (leerkracht)

Diploma Universiteit van Aruba rechtsgeleerdheid en financieel economische faculteit.

Diploma VSBO, HAVO en VWO (Milton Peters College).

Vervallen

Vanaf 1 januari 2013 is de wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige van kracht geworden. Een belangrijke wijziging voor het Protocol medische advisering is de verschuiving van de uitvoering van de inburgering, waar onder het nemen van beslissingen over medische ontheffingen, van gemeenten naar de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO). Het onderhavige Protocol is onder andere hierop aangepast. Het aldus gewijzigde protocol geldt voor de medische advisering ten behoeve van vreemdelingen die na 31 december 2012 inburgeringsplichtig zijn geworden. Het gewijzigde protocol geldt niet voor vreemdelingen die voor die datum inburgeringsplichtig zijn geworden. Voor hen geldt het overgangsrecht en voor hen is de gemeente nog het uitvoerend orgaan.

Op grond van de Wet inburgering, de Vreemdelingenwet 2000 (voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden of verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier of asiel of de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen) of de Rijkswet op het Nederlanderschap (voor naturalisatie) moeten vreemdelingen, tenzij zij hiervan zijn vrijgesteld, voldoen aan het inburgeringvereiste1. Iemand voldoet hieraan als hij geslaagd is voor het inburgeringsexamen, of voor een ander vrijstellend examen genoemd in de desbetreffende regelgeving. Betrokkene kan een ontheffing van dit vereiste aanvragen bij DUO of bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND) door aan te tonen dat hij door een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen (zijnde het minimumniveau om te voldoen aan het inburgeringsvereiste) te behalen. Over de vraag of de belemmering of handicap dusdanig is dat betrokkene het inburgeringsexamen niet kan behalen, wordt een advies uitgebracht door een door de Minister aangewezen onafhankelijk medisch adviseur zijnde een onafhankelijk arts die is ingeschreven in het BIG-register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Voor een dergelijk medisch advies zijn er kaders en uitgangspunten geformuleerd voor de medisch adviseur, DUO en de IND en neergelegd in dit protocol.

Het protocol is oorspronkelijk tot stand gekomen in samenwerking met de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en de VIA (Vereniging Indicerende en Adviserende Artsen) en in 2012 aangepast door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar aanleiding van de wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige. Het bestuur van de VIA heeft ook haar medewerking verleend aan de totstandkoming van het aangepaste protocol. Het protocol is een bijlage bij de ministeriële regeling inburgering.

Per 1 november 2014 wordt de manier waarop het onderdeel spreekvaardigheid van het inburgeringsexamen wordt afgenomen gewijzigd. De Toets Gesproken Nederlands (TGN) wordt vervangen door het onderdeel spreken dat met de computer wordt afgenomen.

Per 1 januari 2015 wordt een nieuw examenonderdeel afgenomen, oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt. Iedereen die vanaf 1 januari 2015 inburgeringsplichtig wordt moet examen doen in dit onderdeel.

Deze aanpassingen zijn verwerkt in deze bijlage. Ze leiden niet tot een inhoudelijke wijziging van de medische beoordeling.

In dit protocol wordt de procedure rond de medische advisering in het kader van het inburgeringsexamen nader uitgewerkt.

Op grond van de Wet inburgering, de Vreemdelingenwet 2000 (voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden of verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen) of de Rijkswet op het Nederlanderschap (voor naturalisatie) moeten vreemdelingen, tenzij zij hiervan zijn vrijgesteld, voldoen aan het inburgeringsvereiste. Iemand voldoet aan deze plicht als hij geslaagd is voor het inburgeringsexamen een ander vrijstellend examen genoemd in de regelgeving. Hoewel er in de wet- en regelgeving dus uitgegaan wordt van verschillende mogelijkheden om aan het inburgeringsvereiste te voldoen, wordt bij de ontheffing uitgegaan van het inburgeringsexamen. Dit, omdat het inburgeringsexamen het minimum inburgeringvereiste is.

Een ontheffing van het inburgeringsvereiste kan op aanvraag van betrokkene, afhankelijk van op grond van welke wetgeving de aanvraag wordt gedaan, door of door de IND namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden verleend, als betrokkene aantoont blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen door een:

In onderstaande tabel staat vermeld in welke situatie welke wet van toepassing is, welke eisen de wet stelt wat betreft inburgering en tot wie betrokkene zich moet wenden om medische ontheffing aan te vragen.

De minister wijst de medische adviseurs aan. DUO contracteert de medische adviseurs. Voor zover de IND beslist over de medische ontheffing maakt zij gebruik van de adviezen van de door DUO gecontracteerde medische adviseurs.

De geraadpleegde medisch adviseur zal omtrent de toestand van betrokkene een advies opmaken, waarbij de medisch adviseur een relatie legt tussen de medische stoornissen en beperkingen, de belemmering ten aanzien van het inburgeringsexamen en het uiteindelijke medische advies over het wel of niet kunnen behalen van het inburgeringsexamen. De kosten voor dit medisch advies komen voor rekening van de betrokkene. Is het voor betrokkene mogelijk om het examen wel aangepast af te leggen, dan zal de medisch adviseur in zijn advies aangeven onder welke bijzondere examenomstandigheden het examen door betrokkene gemaakt kan worden.

In de beoordeling van het wel of niet kunnen behalen van het inburgeringsexamen neemt de medisch adviseur ook (in algemene termen) het kunnen afleggen van het voorbereidingstraject in zijn overwegingen mee. Is het niet mogelijk om het voorbereidingstraject zonder aanpassingen te volgen of zijn er voor het voorbereidingstraject meer dan slechts lichte aanpassingen nodig, dan zal de medisch adviseur dit in zijn advies aangeven. In het protocol wordt dus steeds waar er wordt gesproken over het inburgeringsexamen ook het voorbereidingstraject bedoeld.

Het protocol beoogt uniformiteit te bevorderen in de beoordeling door de medisch adviseur van de medische toestand (voor zover relevant voor de beoordeling in het kader van het behalen van het inburgeringsexamen) van een aanvrager van een ontheffing voor het inburgeringsexamen en uniformiteit in de opbouw van het medisch advies. Uniformiteit draagt bij aan een gelijke behandeling van gelijke gevallen.

Het protocol is opgesteld in de wetenschap dat het periodiek zal moeten worden geactualiseerd. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, jurisprudentie, medische technologie, hulpmiddelen en de examens kunnen een aanpassing van het protocol tot gevolg hebben.

Het protocol kent een algemeen deel en een medisch deel. De volgende bijlagen maken onderdeel uit van het protocol:

Verschillende groepen personen hebben een inburgeringsplicht of moeten voldoen aan het inburgeringsvereiste.

Dit geldt voor:

Voor betrokkenen uit deze groepen is het mogelijk om te worden ontheven van deze verplichting/ dit vereiste door aan te tonen dat hij door een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Hieronder wordt voor de verschillende groepen het wettelijk kader aangegeven.

Ad A. Wet inburgering

Het protocol Medische advisering inburgeringsexamen is een verdere uitwerking van de Wet inburgering en het Besluit inburgering.

Artikel 6, 1e lid onder a van de Wet inburgering luidt:

In artikel 2.8 van het Besluit inburgering is artikel 6 van de Wet inburgering uitgewerkt:

In het vijfde lid wordt aangegeven dat bij regeling door Onze Minister nadere regels kunnen worden gesteld omtrent de verlening van ontheffing alsmede omtrent het advies.

In artikel 2.4 (Ontheffing wegens medische belemmering) van de ministeriële regeling staat:

Artikel 2.4

Ad B. Vreemdelingenwet 2000

Het vreemdelingenrecht voorziet in een koppeling met de Wet inburgering om de naleving van het inburgeringsvereiste te versterken.

Op grond hiervan is het voldoen aan het inburgeringsvereiste als voorwaarde gesteld voor de verlening van een zelfstandige verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf en voor verlening van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor onbepaalde tijd.2

Vanaf 1 januari 2013 geldt tevens dat het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste kan leiden tot intrekking van de reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.

De groep vreemdelingen die wordt geconfronteerd met dit vereiste is veelal al inburgeringsplichtig in het kader van de Wet inburgering, er zijn echter uitzonderingen.

De medische ontheffing is verder uitgewerkt in de volgende artikelen:

In deze onderdelen is de situatie geregeld dat de vreemdeling wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. De verleende ontheffing zal blijken uit een afschrift van de beschikking waarbij DUO de ontheffing heeft verleend, dat de vreemdeling bij de aanvraag zal moeten overleggen. In dit verband wordt er nog op het derde lid van de genoemde artikelen van het Vreemdelingenbesluit 2000 gewezen. Betreft het een volgens de Wet inburgering niet-inburgeringsplichtige vreemdeling die wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen, dan wordt de ontheffing niet verleend door DUO maar door de IND die bij de beoordeling eveneens gebruik maakt van het medische advies van de onafhankelijke arts (artikel 2.8 van het Besluit inburgering).

Ad C. Rijkswet op het Nederlanderschap

Voor de verlening van het Nederlanderschap komt slechts in aanmerking de verzoeker die in de Nederlandse samenleving als ingeburgerd kan worden beschouwd op grond van het feit dat hij beschikt over een bij algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen mate van kennis van de Nederlandse taal, alsmede van de Nederlandse staatsinrichting en maatschappij en hij zich ook overigens in de Nederlandse samenleving heeft doen opnemen.

De vreemdeling die wil naturaliseren moet aan het inburgeringsvereiste voldoen. De verzoeker hoeft de naturalisatietoets niet af te leggen indien hij heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen. De verzoeker moet hiertoe een medisch advies overleggen van een door DUO aangewezen onafhankelijke arts. Hiermee zal zijn gewaarborgd dat dezelfde kring van artsen die adviseert over medische ontheffingen in het kader van de Wet inburgering, ook over medische belemmeringen bij het afleggen van het inburgeringsexamen in het kader van de naturalisatieprocedure adviseert.

In het kader van de Wet inburgering

De inburgeringsplichtige is zelf verantwoordelijk voor het op tijd voldoen aan het inburgeringsvereiste (i.e. het behalen van het inburgeringsexamen of één van de andere genoemde examens).

De inburgeringsplichtige kan (conform artikel 6 Wet inburgering) door DUO worden ontheven van het inburgeringsvereiste op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap die zodanig is dat de inburgeringsplichtige het examen blijvend niet zal kunnen behalen.

DUO zal over deze aanvraag een besluit nemen op basis van een medisch advies over betrokkene.

Dit medisch advies wordt opgesteld door de medisch adviseur die daartoe door DUO is gecontracteerd. De medisch adviseur dient een onafhankelijk arts te zijn – derhalve niet zijnde een behandelend arts van betrokkene – die is ingeschreven in het BIG-register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. De medisch adviseur dient op de hoogte te zijn van de relevante wet- en regelgeving ten aanzien van het inburgeringsexamen (waarvan het medisch protocol deel uit maakt) en van de mogelijke examenomstandigheden. Daarnaast kan DUO extra eisen stellen aan de medisch adviseur, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van scholing. DUO en de medisch adviseur kunnen werkafspraken maken over onder andere de wijze van betaling van het medisch advies (voor rekening van betrokkene), informatieverschaffing aan betrokkene en de verdere gang van zaken.

Op het moment dat een inburgeringsplichtige zich meldt bij DUO of de IND met het verzoek om ontheffing, zal deze de betrokkene verwijzen naar deze medisch adviseur.

De medisch adviseur stelt vervolgens vast of er een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap is waardoor de betrokkene het examen binnen een termijn van vijf jaar al dan niet kan behalen. Tevens kan de medisch adviseur vaststellen dat het examen wel kan worden behaald, zij het met een aanpassing van de examenomstandigheden, de zogenaamde bijzondere examenomstandigheden of met lichte aanpassingen in het voorbereidingstraject.

De inburgeringsplichtige zal vervolgens het medisch advies bij zijn aanvraag tot ontheffing moeten voegen, waarna DUO conform artikel 2.8, tweede lid Besluit inburgering binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking geeft. DUO heeft een vergewisplicht (conform art. 3:9 Algemene wet bestuursrecht), maar treedt niet in de inhoudelijke beoordeling van het (medisch) advies. De vergewisplicht houdt in dat DUO naast het controleren van de formulieren op het juist en volledig invullen hiervan, zich er van moet vergewissen dat het onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.

In het kader van de Vreemdelingenwet 2000 en de Rijkswet op het Nederlanderschap

De uitwerking en toepassing van de Vreemdelingenwet 2000 en de Rijkswet op het Nederlanderschap gebeurt door de IND namens. de Minister van Veiligheid en Justitie. De desbetreffende Minister beslist formeel op de aanvraag voor een verblijfsvergunning en het verzoek om naturalisatie.

Betrokkene kan door DUO of de IND namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op basis van een medisch advies worden ontheven van het inburgeringsvereiste op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap die zodanig is dat de betrokkene het inburgeringsexamen blijvend niet zal kunnen behalen. Degene die een ontheffing van het inburgeringsexamen wil, kan voor een medisch advies naar de medisch adviseur waarmee DUO afspraken heeft gemaakt. DUO en de IND verstrekken betrokkene hier desgewenst informatie over. Betrokkene richt zich voor een medisch advies rechtstreeks tot de medisch adviseur. De medisch adviseur zal vervolgens een advies opstellen over de medische toestand van betrokkene in het kader van het wel of niet kunnen behalen van het inburgeringsexamen binnen een termijn van vijf jaar.

Het advies wordt rechtstreeks aan betrokkene gezonden. Betrokkene zal dit advies voegen bij de aanvraag tot een zelfstandige verblijfsvergunning onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden, een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd asiel of regulier, een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen of bij het verzoek om naturalisatie. Het advies mag op de dag van indiening van het naturalisatieverzoek niet ouder zijn dan zes maanden.

Betrokkene kan, indien hij reeds door DUO is ontheven, een afschrift van de betreffende beschikking tezamen met zijn verzoek voor een verblijfsvergunning of voor naturalisatie overleggen aan de IND. Deze beslissing van DUO geldt tevens als ontheffing van het inburgeringsvereiste in het kader van een aanvraag voor een zelfstandige verblijfsvergunning onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden, een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen en in het kader van een naturalisatieverzoek. In beide situaties mag de beschikking niet ouder zijn dan drie jaar op de dag van indiening van de aanvraag voor een van de genoemde verblijfsvergunningen respectievelijk het naturalisatieverzoek.

De IND heeft net als DUO een vergewisplicht (conform art. 3:10 Algemene wet bestuursrecht), maar treedt niet in de inhoudelijke beoordeling van het (medisch) advies.

Verificatie medisch advies door DUO of IND

Het medisch advies wordt door de medisch adviseur aan betrokkene gezonden. Betrokkene zal vervolgens het medisch advies overleggen aan DUO of aan de IND. Mocht er bij DUO of de IND twijfel bestaan over de authenticiteit van het advies dan kan er contact gezocht worden met de medisch adviseur. DUO of de IND zal het advies waarover twijfel bestaat aan de medisch adviseur toesturen, waarna de medisch adviseur de authenticiteit kan vaststellen.

De medisch adviseur bewaart de gegeven adviezen tenminste tien jaar.

Verkorte procedure

Een verkorte procedure kan volstaan indien aan de hand van medische stukken of bekendheid bij DUO een advies kan worden opgesteld. Dit betekent dat naar het oordeel van de medisch adviseur evident vaststaat dat betrokkene niet in staat zal zijn om het inburgeringsexamen te behalen, zodat betrokkene niet (apart hiervoor) in persoon behoeft te worden gezien.

Voor de niet evidente situaties is het gebruikelijk dat betrokkene tijdens een spreekuur in persoon door de medisch adviseur wordt opgeroepen. De te volgen procedure is ter beoordeling aan de medisch adviseur die het advies opstelt.

Aangezien ontheffing op grond van een wezenlijke belemmering of handicap gedurende de gehele periode waarin het inburgeringsvereiste op grond van de Wet inburgering bestaat relevant is en ook op ieder moment tijdens de periode kan ontstaan, worden geen regels gesteld over de termijn waarbinnen een ontheffingsverzoek moet worden ingediend. De aanvraag kan dus aan het begin, tijdens of aan het einde van de termijn waar binnen aan het inburgeringsvereiste moet zijn voldaan worden ingediend.

De medisch adviseur adviseert over de vraag of betrokkene blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Op grond van artikel 2.8, vierde lid, van het Besluit inburgering is sprake van het blijvend niet in staat zijn het inburgeringsexamen te behalen, indien in redelijkheid verwacht mag worden dat de aard en de ernst van de belemmering of verstandelijke handicap zodanig zijn dat het behalen van het inburgeringsexamen binnen vijf jaar niet mogelijk is. Deze termijn van vijf jaar wordt gerekend vanaf het moment van de aanvraag van het advies.

Indien te verwachten is dat de betrokkene wegens een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap niet binnen vijf jaar het examen kan behalen, dan wordt er vanuit gegaan dat er reden tot ontheffing bestaat.

Beschikking ontheffing i.h.k.v. de Wet inburgering

Tegen een negatieve beschikking van DUO kan de inburgeringsplichtige binnen zes weken in bezwaar gaan. Betrokkene wordt over deze mogelijkheid in de negatieve beschikking geïnformeerd.

DUO kan conform artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht een adviescommissie ten behoeve van de beslissing op het bezwaar instellen

Deze commissie gaat na of DUO op zorgvuldige wijze en in redelijkheid en billijkheid tot de beslissing is gekomen. De commissie oordeelt hierbij niet inhoudelijk over het medisch advies dat aan de beschikking ten grondslag ligt. De medisch adviseur kan wel gevraagd worden om een nadere toelichting bij het medisch advies te geven door bijvoorbeeld aan te geven hoe het protocol is toegepast. Een overweging hiertoe kan zijn dat vanuit de behandelende sector verklaringen worden overlegd waardoor twijfel ontstaat of DUO de juiste beslissing heeft kunnen nemen. Daarnaast kan sprake zijn van een inmiddels gewijzigde medische situatie waarop de medisch adviseur kan reageren.

De commissie brengt een advies uit aan DUO, waarna DUO het uiteindelijke besluit neemt.

Inburgeringsplichtige kan bezwaar maken tegen het besluit. De afdeling Bezwaar en beroep van DUO draagt zorg voor de afhandeling van het bezwaar. Bij een negatieve beslissing op bezwaar kan de inburgeringsplichtige in beroep bij de sector Bestuursrecht van de rechtbank. Betrokkene wordt over deze mogelijkheid in de negatieve beschikking op bezwaar geïnformeerd.

Beschikking ontheffing i.h.k.v. verblijfsvergunning of naturalisatie

Bij de aanvraag om één van de genoemde verblijfsvergunningen of een naturalisatieverzoek is de situatie anders. Daar is het medisch advies een onderdeel van het verzoek tot een verblijfsvergunning of het naturalisatieverzoek. De beschikking gaat over de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning of het naturalisatieverzoek. De verzoeker kan bij de IND in bezwaar tegen de afwijzing van zijn verzoek, waarbij er argumenten tegen onderdelen, bijvoorbeeld geen ontheffing van het inburgeringsvereiste,van de beschikking kunnen worden gegeven.

Met het inburgeringsexamen wordt getoetst of betrokkene voldoende is ingeburgerd in de Nederlandse samenleving. Bij het examen is een aantal uitgangspunten van belang:

Het taalverwervingniveau A2 is in het CEF als volgt geformuleerd:

Betrokkene kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Hij kan communiceren in simpele en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling over vertrouwde en alledaagse kwesties vereisen. In eenvoudige bewoordingen kan hij aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van diverse behoeften beschrijven.

Het inburgeringsexamen wordt centraal afgenomen en bestaat uit de volgende zes onderdelen:

De verschillende examenonderdelen worden als volgt afgenomen:

Afname van de examens

Het examen wordt afgelegd bij DUO op één van de examenlocaties in Amsterdam, Rotterdam, Rijswijk, Eindhoven, en Zwolle.

Bijzondere examenomstandigheden

Een kandidaat die door een belemmering of handicap niet in staat is om het inburgeringsexamen op de gebruikelijke wijze af te leggen, kan door DUO in de gelegenheid worden gesteld om het examen op een aan zijn belemmering of handicap aangepaste manier af te leggen. De mogelijke bijzondere omstandigheden waarin DUO kan voorzien, worden genoemd en beschreven in hoofdstuk 2.

Dit medisch protocol bevat ten behoeve van de medisch adviseur aanwijzingen, richtlijnen en feiten om door middel van anamnese en lichamelijk onderzoek tot een goed oordeel en een onderbouwd advies te komen in het kader van een aanvraag voor ontheffing van het inburgeringsexamen.

De medisch adviseur kan al dan niet tot de overtuiging komen dat betrokkene op grond van medische stoornissen en daaruit voortvloeiende beperkingen niet in staat is het gehele inburgeringsexamen, binnen vijf jaar, ondanks de bijzondere examenomstandigheden (succesvol) te behalen.

Bij deze beoordeling wordt ook het voorbereidingstraject tot het afleggen van het inburgeringsexamen betrokken. Wanneer betrokkene niet zonder lichte aanpassingen in dit voorbereidingstraject het inburgeringsexamen kan behalen, zal hij moeten worden ontheven. Zijn de aanpassingen in het voorbereidingstraject gering, dan is dat geen reden voor een ontheffing.

Er wordt vanuit gegaan dat voor het kunnen afleggen van het voorbereidingstraject dezelfde vaardigheden van belang zijn als bij het kunnen behalen van het inburgeringsexamen. Mochten lichte aanpassingen nodig zijn voor het afleggen van het voorbereidingstraject dan zal de medisch adviseur dit in het advies aangeven.

Naast het protocol gelden uiteraard de gedragsregels van artsen zoals die door de KNMG zijn vastgesteld en tevens de in de medische adviespraktijk gangbare inzichten (indicerende en adviserende artsen, verzekeringsartsen). Zo zal het onderzoek door de medisch adviseur op een voor betrokkene zo min mogelijk belastende wijze plaatsvinden. Lichamelijk onderzoek zal achterwege kunnen blijven indien de medisch adviseur op grond van de anamnese voldoende overtuiging voor zijn oordeel heeft verkregen. Bovendien zal reeds beschikbare informatie van de behandelsector in de overwegingen worden betrokken en kan indien nodig en met gerichte toestemming van betrokkene nadere informatie bij de behandelaar worden ingewonnen. De medisch adviseur zal (verdere) medicalisering zoveel mogelijk vermijden.

Bij evidente gronden voor ontheffing kan sprake zijn van een verkorte procedure. De medisch adviseur stelt een medisch advies op aan de hand van bekendheid bij DUO, eerdere sociaal-medische adviezen en/of medische documentatie waaruit blijkt dat iemand niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. In het geval betrokkene bijvoorbeeld doof en/of blind is of het syndroom van Down heeft, kan sprake zijn van een evidente ontheffing. Bij evidente gronden voor ontheffing is het niet nodig dat betrokkene persoonlijk door de medisch adviseur wordt gezien.

Er zijn meerdere beperkingen die tot gevolg kunnen hebben dat betrokkene het voorbereidingstraject op het afleggen van het inburgeringsexamen niet kan doen of het inburgeringsexamen niet kan halen.

Er zijn vele verschillende stoornissen waaruit beperkingen kunnen voortkomen die invloed kunnen hebben op de stem en/of de spraak, de visus, het gehoor, de motoriek en/of het cognitief functioneren.

De aard en de ernst van de stoornissen en beperkingen dienen altijd geobjectiveerd te worden door de medisch adviseur. In het advies zal worden gemotiveerd in hoeverre deze stoornissen en beperkingen leiden tot belemmeringen en kan een advies voor ontheffing voor deelname aan het inburgeringsexamen worden gegeven.

Hieronder zijn vragen opgenomen die gebruikt kunnen worden bij de gerichte anamnese. Deze vragen zijn niet uitputtend. Per geval zullen de specifieke vragen verschillen. De medisch adviseur zal tot de overtuiging moeten komen dat betrokkene wel, niet of met aanpassingen in staat is zich voor te bereiden op het afleggen van het examen en het examen zelf met goed gevolg af te leggen.

Inleiding

Waarom een aanvraag voor ontheffing op dit moment?

Specifiek

Ter bepaling van de subjectieve belemmering:

Ter objectivering van de beperkingen:

Gevolgen beperkingen

Welke beperkingen ondervindt betrokkene ten aanzien van:

Beoordelingsnormen

Naast aandoeningen die blijvend van aard zijn, zijn er aandoeningen die tijdelijk zijn. Het is hierbij van belang om vast te stellen op welke termijn een dermate verbetering zal optreden waarna iemand wel in staat is het inburgeringsexamen te behalen. In sommige gevallen zullen behandeling en/of hulpmiddelen nodig zijn om een verbetering te bewerkstelligen. Hierbij wordt alleen uitgegaan van algemeen gebruikelijke behandelingen en/of hulpmiddelen. Er mag niet van betrokkene verwacht worden dat hij buitensporige inspanningen zal verrichten ten aanzien van de (medische) behandeling.

Er komen situaties voor waarbij het zeer onduidelijk is hoe de prognose zal zijn, als een ziekte binnen korte termijn aanzienlijk kan verbeteren of verslechteren. De medisch adviseur kan in zo’n geval met toestemming van betrokkene besluiten het medisch advies eenmalig voor maximaal drie maanden aan te houden. Het aanhouden van het advies – in feite het opschorten van de conclusie van het advies – is alleen mogelijk indien de medisch adviseur dit redelijkerwijs noodzakelijk acht en kan motiveren.

Prognose van de beperkingen

Het gaat bij de medische advisering niet primair om het stellen van een diagnose met de daarbij behorende prognose. Aan de hand van aandoeningen, stoornissen en beperkingen stelt de medisch adviseur een advies op ten aanzien van het wel of niet kunnen voorbereiden op het inburgeringsexamen (met lichte aanpassingen), het behalen van het examen, dan wel het examen afleggen met gebruikmaking van bijzondere examenomstandigheden. Het gaat hierbij, zoals eerder gesteld, om de overtuiging van de medisch adviseur.

De volgende bijzondere examenomstandigheden zijn mogelijk:

Een en ander is vervat in het volgende overzicht:

Vanaf 1 januari 2007 wordt in het inburgeringsexamen taalvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving getoetst. Vanaf 1 januari 2015 wordt kennis van de Nederlandse samenleving uitgebreid met het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt. Als gevolg daarvan gaat het onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving vanaf 1 januari 2015 kennis van de Nederlandse maatschappij heten.

In dit document zijn de herziene eindtermen opgenomen voor het onderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) van het inburgeringsexamen Nederland.

Deze eindtermen zijn een herziening van de oorspronkelijke eindtermen die vanaf 1 januari 2007 gelden voor het inburgeringsexamen. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het consortium Bureau ICE – ITTA in 2013 verzocht om deze herziening. Aanleiding daarvoor was enerzijds de motie van Dibi en Van Dam, Tweede Kamer, 2011–2012, 33 086, nr. 40 en in de tweede plaats de gewijzigde Wet Inburgering waardoor de doelgroep van het inburgeringsexamen is veranderd; oudkomers maken in principe geen deel meer uit van de doelgroep. Ook veranderingen in de samenleving maakten een herziening hier en daar noodzakelijk. Aan de oorspronkelijke opzet en structuur is niets veranderd.

De herziening heeft plaatsgevonden in samenspraak met de Adviescommissie van het examen Kennis van de Nederlandse Samenleving en met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deze nieuwe versie van de eindtermen wordt van kracht in het voorjaar van 2015 als de itembank en het examen zijn aangepast aan de nieuwe eindtermen.

Als basis voor het opstellen van de oorspronkelijke eindtermen zijn de uitkomsten van het onderzoek van Euro RSCG Bikker gebruikt. In hun ‘Onderzoeksverslag en eindtermen Inburgeringsexamen Kennis van de Nederlandse Samenleving’ (Rotterdam, mei 2005) zijn acht thema’s onderscheiden waaromheen eerste aanzetten van eindtermen zijn geformuleerd. Bureau ICE en Cito hebben de eerste aanzetten voor de eindtermen verder uitgewerkt.

Naast de uitkomsten van het onderzoek van Euro RSCG Bikker is ook gekeken naar de aanbevelingen in het rapport van de Commissie Franssen (Inburgering getoetst, februari 2004) ten aanzien van Kennis van de Nederlandse Samenleving(KNS) en het Brondocument Leren en Burgerschap (Cinop, juni 2004). Ook is gebruik gemaakt van de eindtermen van de Profieltoets Maatschappij-Oriëntatie, en van het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving van het huidige inburgeringsexamen buitenland.

Het geheel van uitgewerkte eindtermen is voorgelegd aan een door het verantwoordelijke ministerie (destijds het ministerie van Justitie) ingestelde klankbordgroep voor het examen KNS. Op basis van hun aanbevelingen en suggesties zijn de eindtermen waar nodig en wenselijk aangepast.

De inhoud van de verschillende brondocumenten en de ontvangen reacties is verwerkt in het eindtermendocument.

Bij de herziening van de eindtermen zijn ook de uitkomsten van het onderzoek dat Regioplan in 2011 heeft uitgevoerd betrokken (Wat inburgeraars moeten weten van Nederland, maart 2011).

Bij de uitwerking van de eindtermen KNS is destijds gekozen voor dezelfde aanpak als bij de eindtermen voor taal die golden tot 1 januari 2013. Dat betekent dat bij de eindtermen voor KNS uit is gegaan van cruciale praktijksituaties (CP’s). Dat zijn situaties, gekoppeld aan de onderscheiden thema’s, waarin inburgeraars adequaat moeten kunnen functioneren. Binnen de thema’s zijn vervolgens handelingen beschreven die essentieel zijn voor adequaat functioneren: de Cruciale Handelingen (CH’s). Bij elke handeling hoort kennis (Cruciale Kennis, CK). Tot slot zijn, gegeven de onderscheiden thema’s, handelingen en kennis, indicatoren geformuleerd. Dat zijn de normen die aangeven wanneer een handeling als succesvol kan worden beschouwd. De indicatoren voor succesvol gedrag zijn leidend voor de inhoud van het examen KNS.

Het eindtermendocument is als volgt opgebouwd. In dit hoofdstuk gaan we nader in op het niveau dat hoort bij het examen KNM. We geven hierbij zowel een toelichting op het niveau van taalvaardigheid als op een toelichting op het verwachte cognitieve niveau. In hoofdstuk 2 beschrijven we de onderscheiden situaties en leggen we de relatie met de onderscheiden thema’s. In hoofdstuk 3 beschrijven we per thema de cruciale handelingen. In hoofdstuk 4 beschrijven we per cruciale handeling de bijbehorende cruciale kennis en de indicatoren voor succesvol handelen. In de bijlage is het geheel van eindtermen nogmaals schematisch opgenomen.

De beschrijving van de cruciale handelingen, de bijbehorende cruciale kennis, evenals de indicatoren voor succesvol handelen kunnen in eerste instantie de indruk wekken te refereren aan complexe situaties. Bij het ontwikkelen van de eindtermen en het examen KNM hebben we dit ondervangen door het niveau van het examen te koppelen aan bestaande beschrijvingen van cognitief niveau en taalniveau.

Om de kandidaten en onderwijsaanbieders meer houvast te bieden bij de voorbereiding op het examenonderdeel KNM, geven we hieronder een toelichting op het niveau van de eindtermen en de daaraan gekoppelde toetsopgaven.

Cognitief niveau

Voor een indicatie van het cognitieve niveau dat aan de eindtermen is gekoppeld, hebben we ons gebaseerd op de Doelen Sleutelvaardigheden4. In dit beschrijvingskader wordt gewerkt met vier niveaus. De eindtermen KNM en de toetsopgaven in het examen KNM zijn gekoppeld aan de beschrijving van Niveau 1.

Uitgaande van niveau 1 als uitgangspunt voor het cognitieve niveau van de eindtermen KNM en de daaraan gerelateerde toetsopgaven hebben we de kenmerken van niveau 1 voor de eindtermen en examenopgaven KNM op de volgende manier nader uitgewerkt:

Taalniveau

De opgaven in het examen KNM zijn geconstrueerd op niveau A2 van het Raamwerk NT 5. Dit is het niveau dat voor de mondelinge vaardigheden als uitgangspunt is gekozen voor de taaltoetsing in het inburgeringsexamen. De opgaven in het examen KNM worden allemaal mondeling aangeboden zodat beheersing van A2 voor luistervaardigheid uitgangspunt is voor het examen KNM. In het onderstaande overzicht staat aangegeven wat er talig verwacht kan worden van een taalgebruiker op niveau A2.

Om de toegankelijkheid van de examenopgaven te vergroten, worden de opdrachten ondersteund door beeldmateriaal. Veelal worden opgaven geïntroduceerd met een kort filmpje waarin de context van de opgave snel en efficiënt kan worden geschetst. De vragen en antwoorden worden ook voor het overgrote deel voorzien van film- of fotomateriaal.

De opgaven zijn door niveau en uitvoering voor iedere inburgeraar toegankelijk mits hij zich op de inhoud van het examen KNS heeft voorbereid en het taalniveau A2 voor luister- en/of leesvaardigheid beheerst. Omdat de eindtermen voor iedereen toegankelijk en beschikbaar zijn, kan iedere inburgeraar en zijn scholingsaanbieder zich goed op het examen voorbereiden.

We onderscheiden vier essentiële situaties waarin het voor inburgeraars van belang is in Nederland te kunnen functioneren. Deze zogenoemde ‘Cruciale Praktijksituaties (CP’s)’ zijn:

In het onderzoek uitgevoerd door Euro RSCG Bikker zijn daarbij 8 thema’s onderscheiden met de bijbehorende uitwerking:

De onderscheiden thema’s kunnen in meerdere cruciale praktijksituaties een rol spelen. Zo is een thema als ‘Normen en waarden’ zelfs in alle vier de cruciale praktijksituaties van belang. Immers, in elke situatie wordt van een inburgeraar verwacht dat hij zich aan de bij de situaties behorende normen en waarden houdt. Een thema als ‘ Werk en Inkomen’ is weer alleen relevant voor de cruciale situatie ‘Functioneren op de arbeidsmarkt’. Dit impliceert dat in het examen sommige thema’s in meerdere situaties voor kunnen komen en andere thema’s gekoppeld zijn aan een enkele situatie.

In het volgende overzicht is weergegeven welke thema’s voor welke situatie van belang zijn.

In dit hoofdstuk beschrijven we per thema de bijbehorende cruciale handelingen.

De inburgeraar is in staat stappen te zetten om werk te zoeken, te behouden en in eigen onderhoud te voorzien.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om om te gaan met de Nederlandse omgangsvormen, waarden en normen

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat passende huisvesting te vinden en nutsvoorzieningen te regelen. Hij draagt zorg voor de veiligheid in de woning. En draagt zorg voor milieu en schone leefomgeving.

Cruciale handelingen

Inburgeraars zijn in staat om volgens de regels van het Nederlandse zorgstelsel gebruik te maken van de gezondheidszorg.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om, door de geschiedenis en geografie van Nederland te kennen, betrokken te zijn bij Nederland en de Nederlandse samenleving.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is op de hoogte van de dienstverlening van de lokale overheid, de belastingdienst, de politie en instanties voor sociale en juridische dienstverlening. Hij is in staat in voorkomende gevallen informatie of hulp te vragen bij Bureau voor Juridische Hulpverlening en/of maatschappelijk werk.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om, door de staatsinrichting van Nederland te kennen, betrokken te zijn bij Nederland en de Nederlandse samenleving.

Cruciale handelingen

De inburgeraar kent het Nederlandse onderwijssysteem en onderkent het belang van onderwijs in de Nederlandse kenniseconomie. Inburgeraars laten hun kinderen aan onderwijs deelnemen en kennen de rol die van ouders wordt verwacht.

Cruciale handelingen

Voorwaardelijke eindtermen Algemene Redzaamheid

Er is een aantal eindtermen dat van toepassing is op alle situaties en thema’s. Daarbinnen verwachten we dat inburgeraars kennis hebben van en zich bepaalde handelingen eigen hebben gemaakt, ongeacht de situatie waarin ze verkeren. Dit zijn de eindtermen Algemene Redzaamheid. De volgende eindtermen Algemene Redzaamheid zijn van toepassing:

Deze normen worden niet apart getoetst, maar geïntegreerd in andere normen aangeboden.

Op de volgende bladzijden werken we de cruciale handelingen verder uit in bijbehorende cruciale kennis en indicatoren voor succesvol handelen. Hieronder leggen we uit op welke wijze deze gelezen moeten worden.

De eindtermen zijn opgebouwd rond thema’s, waaraan Cruciale praktijksituaties zijn gekoppeld. Elke CP kent vervolgens een of meer cruciale handelingen, die uitgewerkt zijn in indicatoren voor succesvol handelen, waarvoor cruciale kennis nodig is. Hieronder verduidelijken we deze opbouw van de eindtermen met een voorbeeld uit het eindtermendocument.

De inburgeraar is in staat stappen te zetten om werk te zoeken, te behouden en in eigen onderhoud te voorzien.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om om te gaan met de Nederlandse omgangsvormen, waarden en normen

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat passende huisvesting te vinden en nutsvoorzieningen te regelen. Hij draagt zorg voor de veiligheid in de woning. En draagt zorg voor milieu en schone leefomgeving.

Cruciale handelingen

Inburgeraars zijn in staat om volgens de regels van het Nederlandse zorgstelsel gebruik te maken van de gezondheidszorg.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om, door de geschiedenis en geografie van Nederland te kennen, betrokken te zijn bij Nederland en de Nederlandse samenleving.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is op de hoogte van de dienstverlening van de lokale overheid, de belastingdienst, de politie en instanties voor sociale en juridische dienstverlening. Hij is in staat in voorkomende gevallen informatie of hulp te vragen bij Bureau voor Juridische Hulpverlening en/of maatschappelijk werk.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om, door de staatsinrichting van Nederland te kennen, betrokken te zijn bij Nederland en de Nederlandse samenleving.

Cruciale handelingen

De inburgeraar kent het Nederlandse onderwijssysteem en onderkent het belang van onderwijs in de Nederlandse kenniseconomie. Inburgeraars laten hun kinderen aan onderwijs deelnemen en kennen de rol die van ouders wordt verwacht.

Cruciale handelingen

Het document is als volgt opgebouwd. In deze inleiding wordt een korte toelichting gegeven op het onderdeel en de wijze waarop de inburgeraar geacht wordt hiermee aan de slag te gaan. Vervolgens wordt de opbouw van de eindtermen toegelicht.

Daarna volgen de eindtermen zelf.

Het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt is een uitbreiding van het inburgeringsexamen. Deze uitbreiding heeft als doel de inburgeraar in een vroegtijdig stadium – dat wil zeggen lopende het inburgeringsprogramma – te laten kennismaken met de Nederlandse arbeidsmarkt en stappen te laten zetten die leiden tot het zo snel mogelijk, maar ook duurzaam, verwerven van een plek op de arbeidsmarkt.

Met behulp van deskundigen op het gebied van arbeidsmarkttoeleiding en inburgeraars, zijn de succesfactoren geïnventariseerd die cruciaal zijn voor het succesvol en duurzaam betreden van de arbeidsmarkt. Op basis van deze succesfactoren zijn acht thema’s benoemd:

De inburgeraar onderzoekt binnen deze thema’s de mogelijkheden en eisen van de Nederlandse arbeidsmarkt en reflecteert op basis van de verworven informatie op de eigen mogelijkheden en kansen. Het doorlopen van de acht thema’s is een proces, waarin de inburgeraar beslissingen neemt rond het werk / beroep dat hij wil gaan uitoefenen en tevens zoveel mogelijk concrete stappen zet, die zijn kans met dit werk / beroep op de arbeidsmarkt vergroten.

Bij het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt zijn de volgende punten belangrijk:

Op basis van de succesfactoren zijn de eindtermen voor het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt geformuleerd. Daarbij is uitgegaan van de volgende uitgangspunten en overwegingen:

Toelichting op de opbouw van de eindtermen

Hieronder illustreren we hoe de opbouw van de eindtermen per thema eruit ziet aan de hand van een van de thema’s.

In het volgende deel van het document zijn de eindtermen van de acht thema’s opgenomen. Titel en volgorde van de eindtermen komen overeen met die van de in paragraaf 1.1. gegeven thema’s van de module.

De inburgeraar is in staat een concrete beroepswens voor zichzelf te formuleren op basis van kennis van de sectoren en branches van de Nederlandse arbeidsmarkt.

De inburgeraar kan aantonen dat hij voldoet aan de eisen van het beroep.

De inburgeraar heeft kennis van de werknemerscompetenties die op de Nederlandse arbeidsmarkt gewaardeerd worden en is in staat bij sollicitaties en op de werkvloer zijn positieve eigenschappen te benoemen.

De inburgeraar heeft een realistisch beeld van de inhoud van zijn gewenste beroep en heeft in zijn keuze ook zijn persoonlijke mogelijkheden meegewogen.

De inburgeraar is in staat informatie te vinden over de vraag op de arbeidsmarkt naar het gewenste beroep en deze in zijn keuze mee te wegen.

De inburgeraar is in staat zijn beroepscompetenties, zowel qua kennis als qua taal en communicatie, te verwerven en onderhouden, om (blijvend) te voldoen aan de eisen die de arbeidsmarkt of de opleiding aan zijn gewenste beroep stelt.

De Inburgeraar is in staat een netwerk op te bouwen/uit te breiden, waardoor hij de kans vergroot via dit netwerk zelfstandig werk te vinden.

De inburgeraar kan op een bij zijn gewenste beroep passende wijze zoeken naar werk, een werkervaringsplaats, stage of vrijwilligerswerk. Hij weet hoe hij voor het vinden van werk(ervaring) moet solliciteren op de Nederlandse arbeidsmarkt en zich moet presenteren.

In het proces van zoeken naar werk is hij in staat actief te participeren op een werkplek of door vrijwilligerswerk en hierdoor contacten te leggen en een begin te maken met toetreden tot de arbeidsmarkt.

De Inburgeraar kan zich op passende wijze gedragen op de Nederlandse werkvloer.

Inburgeringsdiploma

(voor- en achternaam)

geboren (geboortedatum) te (geboorteplaats, geboorteland),

heeft met goed gevolg het inburgeringsexamen afgelegd.

Het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet inburgering of artikel 13, eerste lid, van de Wet inburgering zoals die luidde op 31 december 2012, is behaald op het vereiste niveau van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen.

Het inburgeringsexamen omvat de volgende examenonderdelen:

Elektronisch Praktijkexamen (profiel/niveau*)

Praktijkexamen (profiel/niveau*)

Toets Gesproken Nederlands

Kennis van de Nederlandse Samenleving

Leesvaardigheid

Luistervaardigheid

Schrijfvaardigheid

Spreekvaardigheid

Kennis van de Nederlandse Maatschappij

Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt

*Het behaalde profiel en niveau (A1/A2) wordt getoond

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Ondergetekende,

Bij overtreding van deze geheimhoudingsverklaring houdt de minister van SZW zich het recht voor om over te gaan tot het treffen van maatregelen.

Plaats:

Datum:

Handtekening: