U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 28-06-2011.

Regeling · BWBR0020674

Besluit inburgering

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 5 december 2006 tot uitvoering en vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet inburgering (Besluit inburgering)Besluit inburgeringWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 10 juli 2006, Directie Wetgeving, nr. 5430382/06/6;

Gelet op de artikelen 3, tweede en derde lid, 5, eerste lid, onderdeel c, derde en vierde lid, 6, tweede lid, onderdeel b, 7, tweede lid, 13, vierde lid, 15, vierde, vijfde en zesde lid, 16, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 18, eerste, derde en vierde lid, 19, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 23, vijfde lid, 28, 31, derde lid, 47, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, 48, tweede lid, onderdelen a en b, en derde lid, 52, derde lid, 64, vierde lid, en 73 van de Wet inburgering en de artikelen 16a, tweede lid, 21, zesde lid, en 34, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, de artikelen 64, negende lid, en 67, derde lid, van de Wet werk en bijstand en artikel 17, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

De Raad van State gehoord (advies van 23 oktober 2006, nr. W03.06.0323/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 1 december 2006, Directie Wetgeving, nr. 5451387/06/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage5 december 2006BeatrixDeMinistervoorVreemdelingenzaken en Integratie, M. C. F.Verdonkde veertiende december 2006DeMinistervoorJustitie, E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Geheel vrijgesteld van de inburgeringsplicht is degene:

De termijn, genoemd in artikel 7, eerste lid, van de wet wordt verlengd met de duur van de periode, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid.

Op verzoek van degene die het examen afneemt of daarop toezicht houdt, identificeert de kandidaat zich met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Bij regeling van Onze Minister worden normen voor de kwaliteit van de examinering vastgesteld die in ieder geval betrekking hebben op:

Het Kwaliteitscentrum examinering inburgering stelt een klachtenregeling vast inzake behandeling van klachten over gedragingen van personen die belast zijn met het uitoefenen van taken voor het Kwaliteitscentrum examinering inburgering.

Onze Minister geeft binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking.

Indien de debiteur niet in staat is het overeenkomstig artikel 4.8 vastgestelde bedrag van de termijn te voldoen, kan hij bij Onze Minister een aanvraag indienen om zijn draagkracht vast te stellen voor de resterende terugbetalingsperiode.

Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld omtrent verzuim, aanmaning en de invordering van de schuld.

De termijnen, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet en artikel 4.2, eerste lid, worden verlengd met de duur van de periode, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid.

De termijn van drie jaar, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet en artikel 4.17, tweede en derde lid, wordt verlengd met de duur van de periode, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid.

Onze Minister verstrekt ambtshalve de in artikel 4.17, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel a, of derde lid, bedoelde vergoeding binnen acht weken nadat de gewezen inburgeringsplichtige het examen heeft behaald.

Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het aantal oudkomers wordt vastgesteld aan wie het college in een door Onze Minister te bepalen tijdvak een handhavingsbeschikking bekendmaakt.

Onze Minister verwijdert de gegevens van een in het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen opgenomen persoon, indien de betrokkene:

Het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen wordt opgeheven op 1 januari 2057.

Met betrekking tot het Informatiesysteem Inburgering en het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen is Onze Minister de verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Onder «college» wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk mede verstaan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar een persoon wiens gegevens in het Informatiesysteem Inburgering of het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen zijn opgenomen, woonplaats heeft in de zin van titel 3 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

De inburgeringsplichtigen, bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, worden voor de berekening van de rijksbijdrage in deze afdeling niet meegerekend.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

nieuwe inburgeringsplichtigen: inburgeringsplichtigen als bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, aan wie geen persoonsvolgend budget is verstrekt.

De rijksbijdrage voor een gemeente ten behoeve van nieuwe inburgeringsplichtigen wordt berekend op de grondslag van:

Vervallen

Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.

Wijzigt het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.

Wijzigt het Besluit naturalisatietoets.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit inburgering.

Ten aanzien van de in artikel 6.1, eerste lid, onderdelen a en h, bedoelde personen worden de volgende gegevens opgenomen:

Persoonsgegevens

Voorts worden de volgende gegevens opgenomen, zoals deze bekend zijn bij Onze Minister van Justitie:

Voorts worden gegevens opgenomen die betrekking hebben op de administratieve verwerking door het college van:

Voorts worden gegevens opgenomen die betrekking hebben op de administratieve verwerking door Onze Minister van:

Voorts worden gegevens opgenomen die betrekking hebben op:

Ten aanzien van de in artikel 6.1, eerste lid, onderdeel b, bedoelde personen worden de volgende gegevens opgenomen:

Verder worden gegevens opgenomen die betrekking hebben op de administratieve verwerking door de IB-Groep van:

Ten aanzien van de in artikel 6.1, eerste lid, onderdeel c, bedoelde personen worden de volgende gegevens opgenomen:

Voorts worden opgenomen gegevens inzake het al dan niet rechtmatig verblijf in Nederland, zoals deze bekend zijn bij Onze Minister van Justitie.

Voorts worden gegevens opgenomen die betrekking hebben op de administratieve verwerking door het college van:

Voorts worden gegevens opgenomen die betrekking hebben op de administratieve verwerking door de IB-Groep van:

Voorts worden gegevens opgenomen die betrekking hebben op:

Voorts kunnen de volgende gegevens opgenomen:

Ten aanzien van de in artikel 6.1, eerste lid, onderdeel d, bedoelde personen worden de volgende gegevens opgenomen:

Ten aanzien van de in artikel 6.1, eerste lid, onderdeel e, bedoelde personen worden de volgende gegevens opgenomen:

Ten aanzien van de in artikel 6.1, eerste lid, onderdeel f, bedoelde personen worden de volgende gegevens opgenomen:

Voorts worden de volgende gegevens opgenomen, zoals deze bekend zijn bij Onze Minister van Justitie:

Voorts worden gegevens opgenomen die betrekking hebben op de reden voor het ontbreken van de inburgeringsplicht.

Ten aanzien van de in artikel 6.1, eerste lid, onderdeel g, bedoelde personen worden de volgende gegevens opgenomen: