U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2014.

Wet · BWBR0020748

Wet inrichting landelijk gebied

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 7 december 2006, houdende regels inzake de inrichting van het landelijke gebied (Wet inrichting landelijk gebied)Wet inrichting landelijk gebiedWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen over de verdeling van bevoegdheden tussen Rijk en provincies bij de vaststelling, financiering en uitvoering van het gebiedsgerichte beleid en dat om in het kader van dat beleid te komen tot een doelmatiger toepassing van het instrument van de landinrichting de bepalingen van de Landinrichtingswet zodanig ingrijpend moeten worden herzien dat het wenselijk is hiervoor een geheel nieuwe wettelijke regeling vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage7 december 2006BeatrixDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C. P.VeermanDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P. L. B. A.van GeelDe Minister van Verkeer en Waterstaat, K. M. H.Peijsde twintigste december 2006De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Landinrichting strekt tot verbetering van de inrichting van het landelijke gebied overeenkomstig de functies van dat gebied, zoals deze in het kader van de ruimtelijke ordening zijn aangegeven.

Vervallen

Voor zover een inrichtingsplan als een van de maatregelen en voorzieningen, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, voorziet in herverkaveling, kan dat inrichtingsplan ten aanzien van die herverkaveling niet meer worden gewijzigd nadat het ontwerp van het ruilplan overeenkomstig artikel 64, eerste lid, ter inzage is gelegd.

Vervallen

Indien in het in te richten gebied, zoals dat wordt begrensd in het inrichtingsplan, gronden zijn gelegen ten aanzien waarvan uit anderen hoofde dan deze wet door een tot het Rijk behorend bestuursorgaan besluitvorming wordt voorbereid of heeft plaatsgevonden omtrent de aanleg van een infrastructurele voorziening van nationaal of regionaal belang, geschiedt de voorbereiding en vaststelling van het inrichtingsplan met inachtneming van het bepaalde in dit hoofdstuk.

Voorafgaand aan de vaststelling van het inrichtingsplan voeren gedeputeerde staten overleg omtrent de voorgenomen landinrichting met het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 24.

Dit hoofdstuk is van toepassing indien in het inrichtingsplan een of meer van de volgende maatregelen of voorzieningen worden opgenomen:

Het inrichtingsplan voorziet in voorkomend geval in:

De eigendom, het beheer en het onderhoud van de gebieden en voorzieningen, bedoeld in artikel 28, onderdeel a, onder 2° en 3°, worden toegewezen aan:

Voor zover toepassing is gegeven aan artikel 45, derde lid, kunnen het Rijk en de in dat lid bedoelde openbare lichamen en rechtspersonen op de aan hen in tijdelijk gebruik gegeven gronden alle werkzaamheden verrichten of doen verrichten, die zij nodig achten ter verwezenlijking van het inrichtingsplan.

De in deze titel geregelde procedure wordt gevolgd indien herverkaveling als een van de in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, bedoelde maatregelen of voorzieningen in het inrichtingsplan is opgenomen.

Zonder dat wijziging van het inrichtingsplan vereist is, kunnen gedeputeerde staten de grenzen van het blok wijzigen tot het tijdstip waarop het ontwerp van het ruilplan overeenkomstig artikel 64, eerste lid, ter inzage wordt gelegd.

Gedeputeerde staten stellen voor ieder blok een ruilplan en een lijst der geldelijke regelingen vast met inachtneming van het bepaalde in deze afdeling.

Het ruilplan bevat:

De lijst van rechthebbenden vermeldt voor de gronden binnen het blok zo volledig mogelijk ten aanzien van alle rechthebbenden de aard en omvang van het door hen ingebrachte recht.

De lijst van rechthebbenden wordt opgemaakt aan de hand van de basisregistratie kadaster, bedoeld in artikel 48 van de Kadasterwet, alsmede aan de hand van de openbare registers.

Elke kavel wordt zo gevormd dat deze uitweg heeft op een openbare land- of waterweg en zo mogelijk daaraan grenst.

In afwijking van artikel 51, tweede lid, kunnen in het plan van toedeling met toestemming van hen die bevoegd zijn te beschikken over niet in het blok gelegen onroerende zaken, regelingen worden opgenomen over grenswijzigingen, burenrechten en erfdienstbaarheden.

Het verschil in oppervlakte tussen de ingebrachte en de na de toepassing van artikel 56 toegedeelde kavels, wordt met de eigenaren in geld verrekend.

Gedeputeerde staten stellen in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het blok mede gelegen is, op een of meer door hen te bepalen plaatsen en tijdstippen de eigenaren en gebruikers in de gelegenheid hun wensen ten aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken.

Zodra het ruilplan onherroepelijk is, geven gedeputeerde staten hiervan kennis aan de Dienst landelijk gebied en de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.

Zodra de beroepstermijn met betrekking tot een besluit tot vaststelling van de lijst der geldelijke regelingen is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist, geldt de lijst der geldelijke regelingen als titel voor de daarin omschreven vorderingen.

Gedeputeerde staten delen zo spoedig mogelijk nadat het ruilplan onherroepelijk is, aan de grondkamer mee welke pachtverhoudingen gehandhaafd, welke opgeheven en welke nieuw gevestigd zijn onder vermelding van de namen en woonplaatsen van partijen in de pachtverhouding, de onroerende zaken waarop deze betrekking hebben en de bepalingen op grond van artikel 54, tweede lid, inzake de uit de gevestigde pachtverhoudingen voortvloeiende pachtovereenkomsten.

Indien partijen niet binnen de in artikel 76, derde lid, gestelde termijn tot inzending van de getekende pachtovereenkomst bij de grondkamer zijn overgegaan, maakt de grondkamer een akte in drievoud op, gelijkluidend aan de aan partijen gezonden ontwerppachtovereenkomst en bepaalt daarin de pachtprijs. De grondkamer ondertekent de akte en zendt een exemplaar daarvan bij aangetekende brief aan elke partij toe.

Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke artikelen of onderdelen daarvan van deze wet in een beding in een overeenkomst als bedoeld in artikel 85, eerste lid, van overeenkomstige toepassing kunnen worden verklaard. Daarbij kunnen nadere voorwaarden worden gesteld waaraan moet worden voldaan alvorens een zodanig beding overeenkomstige rechtsgevolgen heeft als de daarin van toepassing verklaarde bepalingen van deze wet.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere eisen gesteld, waaraan een overeenkomst als bedoeld in artikel 85, eerste lid, moet voldoen.

De kosten van landinrichting worden gedragen door de provincie, voor zover zij niet worden gedragen door andere openbare lichamen en eigenaren met inachtneming van de artikelen 90 en 91.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De beschikking tot verlening van het investeringsbudget landelijk gebied en de verplichtingen tussen het Rijk en de onderscheiden provincies die voortvloeien uit de ILG-bestuursovereenkomst en uit de verlening van het investeringsbudget landelijk gebied vervallen.

Onze Minister keert aan elke provincie het bedrag uit waarop de provincie overeenkomstig het bestuursakkoord natuur aanspraak maakt wegens in de jaren 2007 tot en met 2010 ten laste van het investeringsbudget landelijk gebied gedane bestedingen.

Onze Minister keert voor het jaar 2011 de volgende bedragen uit:

De uitkering, bedoeld in artikel 93d, wordt in mindering gebracht op het totale bedrag van de in het bestuursakkoord natuur voorziene decentralisatie-uitkeringen voor de jaren 2011, 2012 en 2013.

Artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet is niet van toepassing op de financiële bijdragen aan de provincies, bedoeld in de artikelen 93c en 93d.

Wijzigt deze wet.

De Landinrichtingswet blijft van toepassing op landinrichtingprojecten die reeds in voorbereiding of in uitvoering zijn, met dien verstande dat in artikel 187, eerste lid, van de Landinrichtingswet in plaats van de zinsnede «vast recht, als bedoeld in de Wet tarieven in burgerlijke zaken (Stb. 1960, 541)» wordt gelezen: «griffierecht, als bedoeld in de Wet griffierechten burgerlijke zaken» en met dien verstande dat, nadat de lijst der geldelijke regelingen door de rechtbank is gesloten overeenkomstig artikel 217, eerste lid, van de Landinrichtingswet, het door de eigenaar verschuldigde bedrag, bedoeld in artikel 223, tweede lid, van de Landinrichtingswet wordt gecorrigeerd met een door gedeputeerde staten vastgestelde correctiefactor, zijnde het quotiënt van de definitieve kosten en de kosten zoals deze oorspronkelijk in de lijst der geldelijke regelingen waren opgenomen.

Vervallen

Voor zoveel nodig in afwijking van artikel 10:3, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn alle besluiten rechtsgeldig die zijn genomen door de secretaris van de Centrale Landinrichtingscommissie, bedoeld in artikel 7 van de Landinrichtingswet, zoals dit luidde voorafgaand aan inwerkingtreding van de wet, genoemd in artikel 96.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Na de inwerkingtreding van deze wet berust het Besluit herverkaveling reconstructie concentratiegebieden op artikel 63 van deze wet.

De artikelen 93 tot en met 95 vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Vervallen

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet inrichting landelijk gebied.