Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 13 december 2006, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van bijdragen aan gemeenten ter zake van de kosten van opsporing of ruiming van als gevolg van de Tweede Wereldoorlog achtergebleven conventionele explosieven (Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006)Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 21 september 2006, 2006-0000292682, CZW/WVOB;

Gelet op artikel 25, vierde lid, van de Wet rampen en zware ongevallen;

De Raad van State gehoord (advies van 9 november 2006, nr. W04.06.0414/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 december 2006, nr. 2006-0000400922, CZW/WVOB;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage13 december 2006BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W.Remkesde achtentwintigste december 2006De Minister van Justitie, E. M .H.Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

Dit besluit is niet van toepassing op de opsporing en ruiming van conventionele explosieven als gevolg van infrastructurele projecten die geïnitieerd zijn door het Rijk of door een houder van een concessie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Spoorwegwet.

Voor een bijdrage in de kosten komen uitsluitend die opsporingen en ruimingen in aanmerking waarbij de aanwezigheid dan wel vermoede aanwezigheid van conventionele explosieven grote risico’s voor de bevolking met zich brengt.

Van grote risico’s voor de bevolking als bedoeld in artikel 4 is in geval van opsporing sprake, indien:

Van grote risico’s voor de bevolking als bedoeld in artikel 4 is in geval van ruiming sprake, indien:

Onze Minister stelt jaarlijks voor het volgende begrotingsjaar het beschikbare bedrag voor de opsporing en ruiming van conventionele explosieven vast.

Onverminderd artikel 8 worden de voor een bijdrage in aanmerking komende kosten van een opsporing of ruiming naar rato van het beschikbare bedrag vergoed, indien het beschikbare bedrag door verstrekking van de bijdragen wordt overschreden.

In afwijking van de artikelen 8 en 9 worden de ingevolge dit besluit voor een bijdrage in aanmerking komende kosten volledig vergoed, indien:

Om in aanmerking te kunnen komen voor een bijdrage dient het college de declaratie jaarlijks vóór 1 oktober van het jaar volgend op het jaar waarin de opsporings- of ruimingswerkzaamheden zijn uitgevoerd, bij Onze Minister in.

Een declaratie voor een opsporing heeft als inhoud:

Een declaratie voor een ruiming heeft als inhoud:

Binnen 3 maanden na beëindiging van de opsporings- of ruimingswerkzaamheden stelt het college Onze Minister op de hoogte van de beëindiging van de werkzaamheden.

Bij een opsporing kunnen de volgende kostensoorten voor een bijdrage in aanmerking komen:

Bij een ruiming kunnen de volgende kostensoorten voor een bijdrage in aanmerking komen:

De kosten van de verzekering van het bovenmatige risico dat verbonden is aan het opsporen of ruimen van conventionele explosieven en dat niet gedekt wordt door de gebruikelijke verzekeringen, kunnen voor een bijdrage in aanmerking komen.

In geval van een calamiteit kunnen, op verzoek van het college, ook andere dan de in dit besluit vermelde kostensoorten voor een bijdrage in aanmerking komen, indien deze, naar het oordeel van Onze Minister, redelijkerwijs niet of slechts gedeeltelijk voor rekening van de gemeente kunnen blijven.

Op opsporingen en ruimingen die vóór 1 januari 2006 in uitvoering zijn genomen blijft het Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999, zoals dat luidde op 31 december 2005, van toepassing met uitzondering van artikel 13, derde lid, artikel 14, onderdeel h, en artikel 15, onderdeel i.

Tot het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen B, C, D, M, N, aanhef en onder 1, en O, aanhef en onder 1, van het Besluit van 7 maart 2006 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (opsporen van conventionele explosieven en enige andere wijzigingen) (Stb. 142) blijven artikel 1, onderdelen h en i, artikel 2, vijfde lid, onderdeel c, en artikel 3a van het Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999, zoals die artikelen luidden op 31 december 2005, van toepassing.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006, met uitzondering van artikel 3, derde lid, en artikel 12, die in werking treden op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen B, C, D, M, N, aanhef en onder 1, en O, aanhef en onder 1, van het Besluit van 7 maart 2006 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (opsporen van conventionele explosieven en enige andere wijzigingen) (Stb. 142).

Dit besluit wordt aangehaald als: Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006.