U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 02-10-2009.

Ministeriële regeling · BWBR0021281

Regeling LNV-subsidies

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 februari 2007, nr. TRCJZ/2007/388, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Regeling LNV-subsidies)Regeling LNV-subsidiesDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op:

verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10);

verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277);

verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van verordening (EG) nr. 70/2001 (PbEU L 358);

– de artikelen 2, 4 en 7 van de Kaderwet LNV-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies of artikel 1:20, derde of vijfde lid, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente die wordt berekend over de periode die verstrijkt tussen de kennisgeving van de terugvorderingsverplichting aan de subsidieontvanger en de terugbetaling door de subsidieontvanger.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Aan een landbouwonderneming of agro-MKB-onderneming wordt geen subsidie verstrekt indien:

In aanvulling op artikel 1:15, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie op grond van dit hoofdstuk:

Artikel 1:6 is van toepassing.

De subsidieontvanger voert de activiteiten waarvoor subsidie is verleend uit binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening.

In afwijking van artikel 1:14, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling binnen negen maanden na de datum van subsidieverlening ingediend.

De subsidieontvanger laat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend binnen zes maanden uitvoeren na de datum van subsidieverlening.

In afwijking van artikel 1:14, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling binnen negen maanden na de datum van subsidieverlening ingediend.

De subsidieontvanger vangt het project aan binnen drie maanden na de datum van de subsidieverlening.

Indien het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt, kan in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald dat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld gaat van een accountantsverklaring.

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

De subsidie bedraagt ten hoogste 80% van de subsidiabele kosten.

De Minister rangschikt een aanvraag overeenkomstig artikel 1:4 hoger naarmate:

De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een op het project toegesneden communicatieplan.

Indien het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt, kan in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald dat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld gaat van een accountantsverklaring.

Artikel 1:5 is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot verstrekking van een voucher.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 2:22, eerste lid, of 2:25, eerste lid, wordt ingediend bij de Directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe door de Minister vastgesteld formulier.

De Minister rangschikt een aanvraag overeenkomstig artikel 1:4 hoger naarmate het project waarop de subsidie betrekking heeft:

Indien het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt, kan in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald dat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld gaat van een accountantsverklaring.

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

De Minister rangschikt een aanvraag overeenkomstig artikel 1:4 hoger naarmate het project waarop de aanvraag betrekking heeft:

Indien het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt, kan in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald dat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld gaat van een accountantsverklaring.

Een aanvraag tot subsidieverlening, subsidievaststelling of voorschotverlening gaat vergezeld van de documenten die in bijlage 2 bij deze regeling zijn genoemd bij de investering waarop de subsidie betrekking heeft.

De subsidieontvanger voldoet in voorkomend geval aan de verplichtingen die in bijlage 2 bij deze regeling zijn genoemd bij de investering waarop de subsidie betrekking heeft.

De subsidie bedraagt ten hoogste:

Artikel 1:5 is van toepassing.

In afwijking van artikel 2:38 gaat de aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:42, eerste lid, vergezeld van:

De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten.

De Minister kan aan een landbouwonderneming subsidie verstrekken voor deelname aan een voedselkwaliteitsregeling.

Artikel 1:6 is van toepassing.

Voor de subsidie komen in aanmerking de vaste kosten verbonden aan deelname aan de voedselkwaliteitsregeling met inbegrip van de kosten voor controles die zijn verbonden aan de deelname.

De Minister verleent jaarlijks ambtshalve voorschot.

Met de indiening van een aanvraag tot verlening van de subsidie stemt de aanvrager ermee in dat de Stichting Skal aan de Dienst Regelingen alle gegevens overlegt die betrekking hebben op de uitoefening van de biologische productiemethode op zijn landbouwonderneming.

De subsidieontvanger:

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

De subsidie bedraagt ten hoogste 70% van de subsidiabele kosten.

Ter verbetering van de bedrijfsstructuur van de glastuinbouwsector kan de Minister aan eigenaren van glasopstanden die hun onderneming staken subsidie verstrekken voor de afbraak van verouderde glasopstanden en daarbij behorende bedrijfsgebouwen.

Artikel 1:6 is van toepassing.

De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend binnen vier maanden nadat de overdracht van gronden, bedoeld in artikel 2:64, eerste lid, onderdeel c, heeft plaatsgevonden.

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van liquiditeitsbehoefte.

De Minister kan een tegemoetkoming verstrekken voor door weersomstandigheden veroorzaakte schade aan gewassen overeenkomstig Bijlage 3 en 3a bij deze regeling.

De Minister kan een tegemoetkoming verstrekken voor premies voor weerschadeverzekeringen overeenkomstig Bijlage 4 bij deze regeling.

Geen garantstelling wordt verstrekt:

Aanvragen tot garantstelling worden overeenkomstig artikel 1:6 gerangschikt.

De Minister verstrekt de kredietinstelling, bedoeld in artikel 2:73, eerste lid, een afschrift van de beschikking tot verlening van de garantstelling.

In aanvulling op, onderscheidenlijk afwijking van artikel 1:15 komen de volgende kosten in aanmerking voor de garantstelling:

In aanvulling op de artikelen 1:15 en 2:2 komen de volgende kosten niet in aanmerking voor de garantstelling:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De Minister kan tot en met 31 december 2010 subsidie in de vorm van een garantstelling verstrekken aan een landbouwonderneming voor de terugbetaling van een lening, voor zover deze strekt tot financiering van werkkapitaal.

De Minister verleent de subsidie, bedoelt in artikel 2:82, binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 2:84, indien aan de in dat artikel gestelde voorwaarden is voldaan.

Het totale steunbedrag dat een landbouwonderneming op grond van deze paragraaf in de vorm van een garantstelling is toegekend, met inbegrip van in de afgelopen drie belastingjaren en na 1 januari 2008 ontvangen de-minimisteun, bedraagt met ingang van het tijdstip als bedoeld in artikel 2:86, eerste lid, het subsidie-equivalent van ten hoogste € 15.000.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 1:13, tweede lid, aanhef in samenhang met onderdeel b, is niet van toepassing op de ontvanger van een subsidie voor de uitvoering een project op grond van dit hoofdstuk.

In deze titel wordt verstaan onder programma: project dat een samenhangend geheel van activiteiten vormt, waarbij de uitvoering op grond van ontwikkelingen binnen het project of maatschappelijke ontwikkelingen gedurende de looptijd kan worden aangepast.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een accountantsverklaring ingeval de subsidiabele kosten in totaal meer bedragen dan € 22.500.

Een beschikking omtrent subsidievaststelling wordt gegeven binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

De subsidie voor programma’s bedraagt jaarlijks gemiddeld ten hoogste € 60.000.

Artikel 1:6 is van toepassing.

De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:

Een beschikking omtrent subsidieverlening wordt gegeven binnen acht maanden na afloop van de periode voor het aanvragen van subsidieverlening.

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

Een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:21, eerste lid, gaat vergezeld van een activiteitenplan of een werkprogramma waarin de uit te voeren projecten zijn opgenomen.

De Stichting draagt er zorg voor dat:

worden uitgevoerd.

Voor subsidie komen in aanmerking

Vervallen

In aanvulling op artikel 1:4, tweede lid, rangschikt de Minister aanvragen tot verlening van de subsidie na overleg met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, waarbij aanvragen hoger worden gerangschikt naarmate:

In afwijking van artikel 1:17, tweede lid, kan niet meer dan 50% van het ten hoogste op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidiebedrag als voorschot worden verleend.

De Minister kan op aanvraag aan de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie, statutair gevestigd te Amsterdam, en de Stichting Samenwerkingsverband Nationale Parken, statutair gevestigd te ’s-Gravenhage, subsidie verstrekken voor projecten gericht op kwaliteitsverbetering, samenwerking, educatie, voorlichting en onderzoek van:

In afwijking van artikel 1:10, eerste lid, wordt een beschikking omtrent subsidieverlening gegeven voor 15 februari van het jaar waarin het project wordt uitgevoerd.

Artikel 1:13, tweede lid, is niet van toepassing.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een accountantsverklaring ingeval de subsidiabele kosten in totaal meer bedragen dan € 22.500.

De Minister betaalt subsidiebedragen en voorschotten aan de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie via het Groenfonds.

Artikel 1:6 is van toepassing.

De Stichting Landschapsbeheer Nederland adviseert de Minister bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening.

In afwijking van artikel 1:14, wordt een subsidievaststelling aangevraagd door verantwoordingsinformatie aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te verstrekken, op een wijze als bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

In afwijking van artikel 1:8, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidieverlening, subsidievaststelling of voorschotverlening ingediend bij de Directeur Platteland van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

In afwijking van artikel 1:10, eerste lid, wordt een beschikking omtrent subsidieverlening gegeven binnen drie maanden na afloop van de periode voor het aanvragen van subsidieverlening.

De subsidieontvanger voert het programma uit overeenkomstig het werkprogramma waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft.

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:

Een beschikking omtrent subsidievaststelling wordt gegeven binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

De Minister kan aan de Stichting Zeldzame Huisdieren subsidie verstrekken voor de begeleiding van stamboek-, ras- en fokverenigingen:

In afwijking van artikel 1:8, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidieverlening en voorschotverlening ingediend bij de Directeur Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:

Een beschikking omtrent subsidievaststelling wordt gegeven binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een kopie van de meetbrief.

Ten aanzien van contingenten die zijn toegekend ten behoeve van vaartuigen waarvoor subsidie wordt verleend, wordt de periode van aanhouden van een contingent als bedoeld in artikel 14 van de Regeling contingentering zeevis vastgesteld op ten hoogste 36 maanden.

Artikel 1:6 is van toepassing.

Binnen acht weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in artikel 4:11, tweede lid, stelt de Minister de subsidie, bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, onderdeel d, vast.

De aanvraag gaat vergezeld van een beschrijving van het partnerschap met de wetenschappelijke of technische instantie, waarin in elk geval de taakverdeling en de aard van de wetenschappelijke begeleiding worden beschreven.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een accountantsverklaring.

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

In het projectplan, bedoeld in artikel 1:9, tweede lid, is de geografische locatie opgenomen waar het project wordt uitgevoerd.

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een accountantsverklaring.

Artikel 1:6 is van toepassing.

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een accountantsverklaring.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een accountantsverklaring.

In deze titel wordt verstaan onder:

De Minister rangschikt een aanvraag overeenkomstig artikel 1:4 hoger naarmate de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft:

In afwijking van artikel 1:8, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidieverlening, subsidievaststelling of voorschotverlening ingediend bij de Directeur van de Directie Kennis en Innovatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, met gebruikmaking van een daartoe vastgesteld formulier.

De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een beschrijving van de doelen en van de activiteiten die ondernomen worden, welke bijdrage aan innovatie en duurzaamheid gerealiseerd wordt, welke partijen, doelgroepen en bestaande kennisnetwerken betrokken worden en welke instrumenten ingezet worden om het doel te bereiken.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

De subsidie bedraagt ten hoogste 80% van de subsidiabele kosten.

In deze titel wordt verstaan onder:

De subsidieontvanger voert de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, vóór 30 september 2010 uit.

Als personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Kaderwet LNV-subsidies worden aangewezen de ambtenaren van:

De volgende regelingen en besluiten worden ingetrokken:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2007.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling LNV-subsidies.

A. Object van controle

De controle ziet erop dat de aanvrager met indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling en de daarbij behorende bescheiden, voor zover van toepassing, voldoet aan de voorschriften uit artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht. In het bijzonder ziet de controle op de juistheid van de rekening en verantwoording omtrent de uitgaven en inkomsten, verbonden aan de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft.

B. Materialiteit en betrouwbaarheid

De accountant of accountant-administratieconsulent geeft een redelijke mate van zekerheid dat zich in de rekening en verantwoording omtrent de uitgaven en inkomsten geen onjuistheden van materieel belang bevinden. Als richtlijn past de accountant een betrouwbaarheid van 95 procent en een maximaal toelaatbare fout (materialiteit) van 1 procent toe.

C. Naleving specifieke bepalingen uit de regeling

Bij de uitvoering van de controle wordt tevens vastgesteld dat:

De accountant of accountant-administratieconsulent rapporteert over de uitkomst van zijn werkzaamheden door middel van een goedkeurende accountantsverklaring. Hij waarmerkt iedere bladzijde van de door hem gecontroleerde verantwoording en hecht de accountantsverklaring aan de verantwoording. Ten overvloede zij vermeld dat de accountant materiële fouten, onzekerheden of bedenkingen met betrekking tot de verantwoording en met betrekking tot specifiek te controleren punten zoveel mogelijk gekwantificeerd opneemt in de accountantsverklaring en zijn oordeel in de verklaring daarop afstemt. De Minister behoudt zich het recht voor een review te laten uitvoeren op de door de accountant of accountant-administratieconsulent verrichte werkzaamheden.

De tekst van de goedkeurende accountantsverklaring luidt:

Wij hebben de bijgevoegde gewaarmerkte financiële verantwoording van <naam instelling/persoon> te <zetel, plaats> over de periode <datum> tot <datum> met betrekking tot subsidieverlening in het kader van de Regeling LNV-subsidies <openstelling> gecontroleerd. De financiële verantwoording is opgesteld onder verantwoordelijkheid van <leiding naam instelling>. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake deze financiële verantwoording te verstrekken.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft per brief <kenmerk> d.d. <datum> een subsidie verleend tot een maximum van <bedrag>. Onze controle is verricht in overeenstemming met algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten alsmede overeenkomstig het controleprotocol, vastgesteld in bijlage 1 bij de Regeling LNV-subsidies. Volgens de richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de financiële verantwoording geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen in de financiële verantwoording. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Wij zijn van oordeel dat de financiële verantwoording voldoet aan de voor dit doel eraan te stellen eisen, onder meer vastgelegd in de voornoemde regeling. Dit impliceert dat:

Deze verklaring is afgegeven ten behoeve van Directeur van de Dienst Regelingen.

Plaats en datum:

Handtekening:

Naam en titel accountant (RA/AA):

Naam accountantskantoor:

Adres:

Postcode en woonplaats:

Telefoon:

Paraaf voor waarmerking:

In deze bijlage wordt verstaan onder:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Ventilatoren met een verticaal gerichte luchtuitworp of gevelventilatoren voor de energiezuinige vochtregulatie onder gesloten of vrijwel gesloten energieschermen ter voorkoming van kouval of kans op natslag of condensatie met als doel de benodigde stookenergie te reduceren. Ventilatoren inclusief montage en ondersteunde software. Lucht-luchtwarmtewisselaars in of aan de kasgevel gemonteerd waarbij vochtige kaslucht naar buiten afgevoerd wordt en de energie-inhoud in belangrijke mate teruggewonnen en overgedragen wordt aan ingeblazen buitenlucht met als doel een energiezuiniger vochtregulatie en de benodigde stookenergie te reduceren.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve en energie-intensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking van subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot de ventilator of lucht-luchtwarmtewisselaar gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot de ventilator of lucht-luchtwarmtewisselaar gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Bedieningsmechanisme, inclusief bedieningssoftware, met beweegbaar energiebesparend doek (niet zijnde gevelscherm of verduisteringsscherm) te bevestigen aan de binnenzijde van een glastuinbouwkas bestemd voor het verminderen van het warmteverlies in glastuinbouwkassen. De energiebesparing bij gesloten toestand van het doek is ten minste 35%.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking van subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot eerste energieschermen gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot eerste energieschermen gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Bedieningsmechanisme, inclusief bedieningssoftware, met beweegbaar energiebesparend doek (niet zijnde gevelscherm of verduisteringsscherm) te bevestigen aan de binnenzijde van een glastuinbouwkas waarin al een eerste energiescherm aanwezig is of waarbij het eerste energiescherm gelijktijdig wordt geïnstalleerd, bestemd voor het verminderen van het warmteverlies in glastuinbouwkassen. De energiebesparing bij gesloten toestand van alleen het tweede energiescherm is ten minste 45%.

Het tweede energiescherm moet op een zelfstandig dradenbed worden geïnstalleerd waardoor het mogelijk is om zowel het eerste als het tweede energiescherm tegelijkertijd te kunnen sluiten. Hierdoor wordt een additionele energiebesparing ten opzichte van een eerste energiescherm behaald.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking van subsidie:

In aanvulling op artikel 2:40, derde lid, komen niet voor subsidie in aanmerking de door de aanvrager te maken kosten voor het materieel en de installatie van een tweede energiescherm geïnstalleerd op een reeds voor het eerste energiescherm gebruikt dradenbed waarbij slechts één van de schermen op enig moment ingezet kan worden.

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot tweede energieschermen gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot tweede energieschermen gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Computer met software bestemd voor het regelen van het klimaat in glastuinbouwkassen.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

In aanvulling op artikel 2:40, derde lid, komen niet voor subsidie in aanmerking de door de aanvrager te maken kosten voor een temperatuurintegratiesoftwarepakket.

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot een klimaatcomputer gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot een klimaatcomputer gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Kasdekglas of kasdekkunststof voorzien van een antireflectiecoating bestemd voor verhoging van de lichtdoorlatendheid van het glas/kunststof tot ten minste 95% van direct invallend PAR-licht en ten minste 90% van indirect PAR-licht.

Toelichting PAR-licht:

PAR staat voor Photosynthetic Active Radiation en is bepalend voor de snelheid van de fotosynthese.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn: energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking de door de aanvrager te maken meerkosten van het kasdekglas of kasdekkunststof ten opzichte van vergelijkbaar niet-gecoate kasdekglas of kasdekkunststof.

In aanvulling op artikel 2:40, derde lid, komen niet voor subsidie in aanmerking de door de aanvrager te maken kosten voor het installeren van het kasdekglas of kasdekkunststof in het kasdek.

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot antireflectie gecoat kasdekglas of kasdekkunststof gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot antireflectie gecoat kasdekglas of kasdekkunststof gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Opslagtank met toebehoren bestemd voor het terugwinnen en opslaan van warmte die vrijkomt bij warmteopwekking in glastuinbouwkassen.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot een warmtebuffersysteem gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot een warmtebuffersysteem gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Een voorziening tussen een samenwerkingsverband van twee of drie glastuinbouwondernemingen ten behoeve van de onderlinge uitwisseling van warmte-, en/of CO2- en/of elektriciteit met als doel een netto energiebesparing ten opzichte van de situatie waarbij geen clustering plaatsvindt, bestaande uit:

Leidingwerk voor warmte- en CO2-transport, elektriciteitskabels, warmtemeter(s), kilowattuurmeter(s), besturingsysteem, warmtebuffersysteem en het noodzakelijk klein materieel voor de installatie van het energienetwerk.

B. De landbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot het energiecluster gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot het energiecluster gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Hogedrukvernevelingssysteem ten behoeve van adiabatische koeling, waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron is, voor geconditioneerd telen in kassen met het doel het CO2-verlies en derhalve de CO2-emissie uit kassen te reduceren. Installatie bestaande uit hogedruknevelleiding, pompen, aansluitkosten en bijbehorende software voor de aansturing.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking van subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot het hogedruk vernevelingssysteem gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot het hogedruk vernevelingssysteem gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Gevelschermen ten behoeve van energiebesparing in kassen, niet zijnde (wettelijk verplichte) lichtafschermings- of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen. Installatie bestaande uit scherminstallatie voor beweegbare gevelscherming inclusief energiebesparend doek met een energiebesparing van tenminste 40% en montagekosten.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve en energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking van subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot gevelscherm gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot het gevelscherm gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerst lid.

De reductie, bedoeld in de onderdelen a en b, is gerelateerd aan de referentiesituatie van de betrokken glastuinbouwonderneming of samenwerkingsverband van glastuinbouwondernemingen en wordt niet geheel of gedeeltelijk behaald door afname van groene stroom. Primaire energiereductie, bedoeld in de onderdelen a en b, is energiereductie die uitsluitend wordt bereikt door gebruik van energie afkomstig van duurzame energiebronnen, zoals aardwarmte. Ingeval een referentiesituatie voor CO2 reductie ontbreekt, bijvoorbeeld bij een startende glastuinbouwonderneming of een teeltwijziging die betrekking heeft op een situatie na subsidieverlening, wordt de reductie gerelateerd aan het in het vigerende boek ‘Kwantitatieve Informatie voor de glastuinbouw’ opgenomen energieverbruik. De CO2 reductie van het betreffende energiesysteem mag alleen worden meegenomen in de CO2 besparingsberekening voor zover het gaat om de met het energiesysteem opgewekte elektriciteit die binnen de eigen bedrijfsgrenzen wordt gebruikt.

Onderdelen van de energiesystemen kunnen op andere landbouwondernemingen dan de ondernemingen met de glasopstanden worden geïnstalleerd en mede door die ondernemingen worden gebruikt.

De investeringen komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:

Aanvullend op de hiervoor vermelde voorwaarden komen investeringen in energiesystemen, niet zijnde semi-gesloten kassystemen, die tevens in het kader van een aardwarmteproject plaatsvinden, uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien een haalbaarheidsstudie inzicht geeft in:

B. De landbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In aanvulling op artikel 2:40 komen voor de subsidie in aanmerking:

In aanvulling op artikel 1:15, derde lid, en artikel 2:40, derde lid, komen niet voor de subsidie in aanmerking:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening, voorschotverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:

De aanvraag voor een voorschotverlening gaat vergezeld van:

Er worden maximaal drie voorschotten verleend; een voorschot bedraagt ten minste € 200.000.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:

E. Verplichtingen van de subsidieontvanger als bedoeld in artikel 2:39.

Het energiesysteem is uiterlijk 2 jaar na subsidieverlening geïnstalleerd.

De subsidieontvanger verleent gegevens omtrent:

De hiervoor bedoelde gegevens worden door de subsidieontvanger één jaar na subsidievaststelling en twee jaar na subsidievaststelling aan DR verstrekt.

De hiervoor bedoelde gegevens worden door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in geanonimiseerde vorm gebruikt voor onderzoek en voorlichtingsactiviteiten.

De subsidieontvanger verleent tot drie jaar na de subsidievaststelling desgevraagd medewerking aan het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit of het Productschap Tuinbouw ten behoeve van door dit Ministerie of het productschap geëntameerd onderzoek in het kader van het energietransitieprogramma (Programma Kas als Energiebron).

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Gecombineerde luchtwassystemen als bedoeld in de Regeling ammoniak en veehouderij.

B. De landbouwonderneming, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, is een landbouwonderneming met een of meer stalruimten waarbinnen dieren worden gehouden.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening, de aanvraag tot voorschotverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot een gecombineerd luchtwassysteem gaat vergezeld van:

De aanvraag tot voorschotverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot een gecombineerd luchtwassysteem gaat vergezeld van:

E. Voorwaarden voorschotverlening

Er wordt maximaal één voorschot verleend per luchtwasser. Een voorschot bedraagt ten minste € 10.000.

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Investeringen in integraal duurzame stallen en houderijsystemen.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

landbouwondernemingen met een of meer stalruimten waarbinnen dieren worden gehouden.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

in afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen in aanmerking voor subsidie de door de aanvrager in verband met de verbetering van het welzijn van landbouwhuisdieren te maken extra kosten – ten opzichte van kosten in gangbare investeringen in stallen en houderijsystemen – voor:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening, voorschotverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot een integraal duurzame stal of houderijsysteem gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot een integraal duurzame stal of houderijsysteem gaat vergezeld van:

E. Verplichtingen van de subsidieontvanger als bedoeld in artikel 2:39.

De integraal duurzame stal of het integraal duurzame houderijsysteem is uiterlijk 2 jaar na subsidieverlening geïnstalleerd.

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Tegemoetkoming vorstschade fruitteeltsector 2005

A. Voorwaarden tegemoetkoming

B. Omvang tegemoetkoming

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Tegemoetkoming sneeuwdrukschade boomkwekerijsector 2005

In deze bijlage wordt verstaan onder: