Regeling · BWBR0022233
Besluit OM-afdoening
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 3 april 2007, directie Wetgeving, nr. 5476193/07/6,
Gelet op de artikelen 257b, 257d, vierde lid, en 572, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, en de artikelen 22e, 22k, 74, vijfde lid, en 77ff, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
Voorts gelet op de artikelen 1, onderdeel a, 2, tweede lid, 4, derde lid, 9, eerste lid, en 13, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, artikel 126 van de Wet op de rechterlijke organisatie en de artikelen 37, 39 en 41 van de Wet op de rechtsbijstand;
De Raad van State gehoord (advies van 23 mei 2007, nr.W03.07.0090/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 29 juni 2007, directie Wetgeving, nr. 5491696/07/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage4 juli 2007BeatrixDe Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballinde zeventiende juli 2007De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch BallinIn dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
de wet: het Wetboek van Strafvordering;
- b.
Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
- c.
Centraal Justitieel Incassobureau: het Centraal Justitieel Incassobureau, bedoeld in artikel 1 van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau;
- d.
hoofdofficier van justitie: de officier van justitie in de rang van hoofdofficier van justitie die aan het hoofd staat van het arrondissementsparket, het landelijk parket, het functioneel parket of het parket centrale verwerking openbaar ministerie;
- e.
buitengewoon opsporingsambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van de wet;
- f.
toezichthouder: toezichthouder, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
- g.
direct toezichthouder: direct toezichthouder, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel b, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
Het Centraal Justitieel Incassobureau heeft tot taak degene die bevoegd is de strafbeschikking uit te vaardigen te ondersteunen bij diens daarop betrekking hebbende taken.
Het Centraal Justitieel Incassobureau verricht de werkzaamheden die Onze Minister of het openbaar ministerie van hem in verband met de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde taken verlangen.
Degene die de strafbeschikking uitvaardigt, verstrekt aan het Centraal Justitieel Incassobureau de gegevens die het behoeft in verband met de uitvoering van dit artikel.
Dit artikel is niet van toepassing op strafbeschikkingen, uitgevaardigd krachtens artikel 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 10:15 van de Algemene douanewet.
Van elke uitreiking in persoon of toezending van het afschrift van de strafbeschikking wordt overeenkomstig dit artikel in daarvoor bestemde landelijke geautomatiseerde registers aantekening gehouden door degene die de strafbeschikking heeft uitgevaardigd.
In geval van uitreiking in persoon aan de verdachte, wordt aantekening gehouden van in ieder geval de volgende gegevens:
- a.
de datum van uitreiking;
- b.
de plaats en het adres van uitreiking;
- c.
de naam van de verdachte aan wie wordt uitgereikt;
- d.
indien de verdachte een rechtspersoon, een maatschap, een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, een doelvermogen, of een rederij is, en het afschrift van de strafbeschikking wordt uitgereikt aan de bestuurder van de rechtspersoon, de aansprakelijke vennoot, de bestuurder van een doelvermogen, de boekhouder of het lid van een rederij, dan wel aan de persoon die gemachtigd is het afschrift in ontvangst te nemen: de naam van de desbetreffende persoon.
In geval van toezending wordt aantekening gehouden van in ieder geval de volgende gegevens:
- a.
de datum van toezending;
- b.
de naam van de verdachte aan wie het afschrift wordt toegezonden, de naam van de benadeelde partij aan wie het afschrift wordt toegezonden en de naam van de bij de officier van justitie bekende rechtstreeks belanghebbende aan wie het afschrift wordt toegezonden;
- c.
het adres of de adressen waarnaar het afschrift wordt toegezonden;
- d.
of de toezending per gewone dan wel per aangetekende brief geschiedt;
- e.
de datum van ontvangst van het afschrift.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a.
strafbeschikkingsbevoegdheid: de bevoegdheid een strafbeschikking uit te vaardigen, bedoeld in artikel 257b van de wet;
- b.
bevoegde ambtenaar: de opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 3.2.
Als korpschef in de zin van dit hoofdstuk wordt aangemerkt met betrekking tot
- a.
de ambtenaren, bedoeld in artikel 3.2, eerste en tweede lid: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
- b.
de ambtenaren werkzaam bij de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 3.2, eerste en derde lid:
- 1.
voor de toepassing van artikel 3.4: de betrokken districtscommandant;
- 2.
voor de toepassing van de overige artikelen van dit hoofdstuk: de commandant van de Koninklijke marechaussee;
- 1.
- c.
de ambtenaren, bedoeld in artikel 3.2, vierde lid: het hoofd van de organisatie waarbij zij werkzaam zijn.
Voor de in artikel 3.3, onderdeel a, aangewezen zaken wordt de strafbeschikkingsbevoegdheid toegekend aan de hulpofficieren van justitie, bedoeld in artikel 154, onderdelen a en b, van de wet, alsmede aan de hulpofficieren van justitie, bedoeld in artikel 154, onderdeel c, van de wet, voor zover het betreft de brigadecommandanten en de afdelingscommandanten en de adjudant-onderofficier en de opperwachtmeesters die als hun vervanger zijn aangewezen, voor zolang zij als zodanig optreden, alsmede de adjudant-onderofficier en de opperwachtmeesters, ingedeeld bij de centrale recherche Koninklijke marechaussee en de recherchegroepen.
Voor de in artikel 3.3, onderdeel b, aangewezen zaken wordt de strafbeschikkingsbevoegdheid toegekend aan de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder b, van de wet, alsmede aan de ambtenaren die een basisopleiding volgen aan de Politieacademie, uitsluitend gedurende hun praktijkstage bij de politie.
Voor de in artikel 3.3, onderdelen b en c, aangewezen zaken wordt strafbeschikkingsbevoegdheid toegekend aan de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder c, van de wet.
Voor de in artikel 3.3, onderdeel b, aangewezen zaken wordt strafbeschikkingsbevoegdheid toegekend aan buitengewoon opsporingsambtenaren, voor zover deze ambtenaren bevoegd zijn tot de opsporing van die zaken.
In afwijking van het vierde lid, wordt voor de in artikel 3.3, onderdeel b, aangewezen zaken geen strafbeschikkingsbevoegdheid toegekend aan buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van de gemeente, voor zover voor die zaken in de desbetreffende gemeente krachtens een verordening als bedoeld in artikel 154b, eerste lid, van de Gemeentewet een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
Als zaken waarin de strafbeschikkingsbevoegdheid kan worden uitgeoefend worden aangewezen:
- a.
de zaken, aangeduid in bijlage I van dit besluit en zoals nader omschreven in de richtlijnen, gesteld door het openbaar ministerie, die de ontdekking betreffen van een misdrijf, omschreven in artikel 310 of 321 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit de toe-eigening betreft van goederen met een waarde van ten hoogste € 120 uit een winkel, voor zover de verdachte de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt;
- b.
de zaken welke betreffen de op heterdaad of met een technisch hulpmiddel door de bevoegde ambtenaar ontdekte overtredingen, aangeduid in bijlage I van dit besluit, voor zover de verdachte hetzij behoort tot een categorie die met betrekking tot die feiten in bijlage I van dit besluit is vermeld, hetzij, in het geval bedoeld in artikel 181, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, de eigenaar of houder is van het motorrijtuig waarmee het feit is begaan;
- c.
de op heterdaad of met een technisch hulpmiddel ontdekte verkeersovertredingen, aangeduid in bijlage I van dit besluit en strafbaar gesteld bij artikel 169 van het Wetboek van Militair Strafrecht juncto de Verkeersregeling defensie voor zover de verdachte militair is en hetzij behoort tot een categorie die met betrekking tot die feiten in bijlage I van dit besluit is vermeld, hetzij, in het geval bedoeld in artikel 181, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, de eigenaar of houder is van het motorrijtuig waarmee het feit is begaan en de overtreding is begaan op een militair terrein met een voertuig dat niet bij de krijgsmacht in gebruik is.
De hoofdofficier van justitie kan de strafbeschikkingsbevoegdheid van een bevoegde ambtenaar tot nader bericht intrekken indien de taakvervulling van deze ambtenaar zulks naar zijn oordeel vordert. Alvorens een beschikking als bedoeld in de eerste zin te geven, hoort de hoofdofficier van justitie de betrokken korpschef.
De korpschef draagt zorg voor de uitvoering van de beschikking.
De hoofdofficier van justitie geeft zijn nader bericht slechts na hernieuwd overleg.
Van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, die betrekking heeft op een buitengewoon opsporingsambtenaar, wordt een afschrift gezonden aan de direct toezichthouder van de ambtenaar. Indien de hoofdofficier van justitie niet de toezichthouder van de ambtenaar is, wordt tevens een afschrift gezonden aan de toezichthouder.
De hoofdofficier van justitie kan bepalen dat naar zijn oordeel het belang van een goede rechtsbedeling vordert dat in bepaalde gebieden of op bepaalde openbare wegen binnen het arrondissement of in bepaalde zaken door de bevoegde ambtenaren geen gebruik wordt gemaakt van de strafbeschikkingsbevoegdheid.
Alvorens een besluit als in het eerste lid bedoeld te nemen, hoort de hoofdofficier van justitie de betrokken korpschef. Dit horen kan achterwege blijven, indien de hoofdofficier van justitie het nodig oordeelt dat in het gehele arrondissement in bepaalde zaken door de bevoegde ambtenaren geen gebruik wordt gemaakt van de strafbeschikkingsbevoegdheid.
De betrokken korpschef draagt zorg voor de uitvoering van het besluit, bedoeld in het eerste lid.
Indien het besluit, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op buitengewoon opsporingsambtenaren wordt een afschrift gezonden aan de betrokken direct toezichthouder. Indien de hoofdofficier van justitie niet de toezichthouder van de ambtenaren is, wordt tevens een afschrift gezonden aan de toezichthouder.
Het College van procureurs-generaal vaardigt richtlijnen uit waarin ten aanzien van elk feit waarvoor de bevoegde ambtenaar een strafbeschikking kan uitvaardigen de hoogte van de daarin op te leggen geldboete wordt bepaald. Deze richtlijnen worden in de Staatscourant bekend gemaakt.
De bevoegde ambtenaar wordt in het bezit gesteld van een lijst met de feiten waarvoor de strafbeschikking kan worden uitgevaardigd en met de bedragen van de geldboeten die daarin kunnen worden opgelegd. Desgevraagd verleent hij aan de betrokken persoon inzage in deze lijst.
De bevoegde ambtenaar houdt aantekening van elke zaak waarin hij van zijn strafbeschikkingsbevoegdheid gebruik maakt.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a.
strafbeschikkingsbevoegdheid: de bevoegdheid een strafbeschikking bedoeld in artikel 257ba van de wet, inhoudende een geldboete, uit te vaardigen;
- b.
lichaam of persoon: het lichaam of de persoon met een publieke taak belast, bedoeld in artikel 4.2;
- c.
Regionale Uitvoeringsdienst: een openbaar lichaam in de zin van artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen belast met de uitvoering van het toezicht op en de handhaving van milieuregelgeving;
- d.
algemeen opsporingsambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder b en d, van de wet;
- e.
bevoegde ambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van of werkzaam voor een lichaam of een persoon, voor zover hij bevoegd is tot opsporing van de zaken bedoeld in artikel 4.3 en de algemeen opsporingsambtenaar werkzaam voor een lichaam of een persoon.
Voor zaken betreffende de in artikel 4.3 aangewezen strafbare feiten wordt de strafbeschikkingsbevoegdheid toegekend aan de volgende lichamen of personen:
- a.
de directeuren van de Regionale Uitvoeringsdiensten, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit;
- b.
de dagelijkse besturen van de waterschappen voor feiten vermeld in bijlage II van dit besluit;
- c.
de hoofdingenieurs-directeur van de regionale en landelijke diensten van Rijkswaterstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu voor feiten vermeld in bijlage II van dit besluit;
- d.
de inspecteur-generaal van de Inspectie voor Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit;
- e.
de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit;
- f.
het college van gedeputeerde staten van de provincies, voor zover in de provincie of delen daarvan nog geen Regionale Uitvoeringsdienst is ingesteld, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit;
- g.
de algemeen directeur van de Belastingdienst/Douane voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit Besluit;
- h.
de algemeen directeur van de directie Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu voor de feiten vermeld in bijlage II van dit Besluit.
Zaken waarin de strafbeschikkingsbevoegdheid kan worden uitgeoefend, betreffen de door de bevoegde ambtenaar geconstateerde strafbare feiten, aangeduid in bijlage II van dit besluit, voor zover die strafbare feiten van geringe ernst of eenvoudige aard zijn zoals nader omschreven in de richtlijnen, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid en voor zover de verdachte behoort tot een categorie die met betrekking tot die feiten in bijlage II van dit besluit is vermeld.
Een lichaam of een persoon maakt geen gebruik van zijn strafbeschikkingsbevoegdheid indien:
- a.
het een strafbaar feit betreft dat is begaan door een persoon die jonger is dan achttien jaar;
- b.
het een strafbaar feit betreft dat is begaan door een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet;
- c.
degene onder wie één of meer voorwerpen in beslag zijn genomen, weigert afstand te doen;
- d.
voor opsporing van het strafbare feit internationale rechtshulp nodig is;
- e.
het strafbare feit wordt geconstateerd met één of meer strafbare feiten waarvoor de strafbeschikkingsbevoegdheid is verleend, indien het gezamenlijke boetebedrag voor deze economische milieufeiten hoger is dan € 2.000 voor een natuurlijk persoon of € 10.000 voor een rechtspersoon;
- f.
het strafbare feit wordt geconstateerd met één of meer strafbare feiten waarvoor de strafbeschikkingsbevoegdheid is verleend, indien het gezamenlijke boetebedrag voor niet-economische milieufeiten hoger is dan € 2.000 voor een natuurlijk persoon of een rechtspersoon;
- g.
sprake is van aanwijzingen voor een wederrechtelijk verkregen voordeel van meer dan € 5.000;
- h.
het strafbare feit een wederrechtelijke gedraging betreft waardoor de dood van of ernstig letsel aan personen danwel aanzienlijke schade aan dieren of planten wordt veroorzaakt, dan wel dreigt te worden veroorzaakt.
De betrokken hoofdofficier van justitie kan de strafbeschikkingsbevoegdheid tot nader bericht intrekken indien de taakvervulling van een persoon of de wijze waarop een lichaam gebruik maakt van de bevoegdheid, zulks naar zijn oordeel vordert.
Alvorens een beschikking, bedoeld in het eerste lid, te geven, hoort de hoofdofficier van justitie het betrokken lichaam of de betrokken persoon.
De hoofdofficier van justitie geeft zijn nader bericht slechts na hernieuwd overleg.
Het College van procureurs-generaal vaardigt richtlijnen uit waarin ten aanzien van elk feit waarvoor een lichaam of een persoon een strafbeschikking kan uitvaardigen de hoogte van de daarin op te leggen geldboete wordt bepaald. Deze richtlijnen worden in de Staatscourant bekend gemaakt.
De bevoegde ambtenaar wordt door het lichaam of de persoon in het bezit gesteld van een lijst met de feiten waarvoor de strafbeschikking kan worden uitgevaardigd. Desgevraagd verleent hij aan de verdachte inzage in deze lijst.
Een lichaam of een persoon houdt aantekening van elke zaak waarin hij van zijn strafbeschikkingsbevoegdheid gebruik maakt.
Wijzigt het Transactiebesluit 1994.
In strafzaken waarin voor het in werking treden van artikel II, onderdelen O tot en met R, artikel III, artikel IV en artikel VI van de Wet OM-afdoening voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging zijn gesteld overeenkomstig de artikelen 74 en 74c van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 36 en 37 van de Wet op de economische delicten, artikel 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel artikel 85 van de Waterschapswet, blijven de artikelen die door dit besluit gewijzigd worden of vervallen, van toepassing zoals zij luidden voor het in werking treden van dit besluit.
In strafzaken waarin voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging zijn gesteld overeenkomstig artikel 59 van het Wetboek van Militair Strafrecht, blijven de artikelen die door dit besluit gewijzigd worden of vervallen van toepassing zoals zij luidden voor het in werking treden van dit besluit.
Artikel 5.1 van dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat niet later is gelegen dan 1 april 2013.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit OM-afdoening.
Afdeling A. Verkeer te land | |||
Categorie-indeling B: | |||
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; | |||
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; | |||
3 – Bromfietsers en snorfietsers; | |||
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; | |||
5 – Voetgangers; | |||
6 – Overige weggebruikers; | |||
7 – Gezagvoerders/schippers; | |||
8 – Een ieder. | |||
NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen | |||
NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen |
Feit | Overtreden artikel | Tarief in categorie(ën) | |||
Nummers K 006 – K 171: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) | |||||
Noot K 072 a/cd | |||||
de vermelde tarieven bij deze feitcodes dienen gehalveerd en op hele euro’s naar boven te worden afgerond | |||||
als bestuurder beneden de 16 jaar een motorrijtuig besturen, zijnde | 110 WVW 1994 jo. | ||||
K | 072 | a | – een bromfiets, niet zijnde een aangewezen bromfiets waarvan de bestuurder in bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart of aangewezen gehandicaptenvervoerskaart | 3 | |
K | 072 | b | – een gehandicaptenvoertuig, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig uitgerust met een elektromotor dat niet sneller kan rijden dan 10 km/h | 5 lid 3 RR | 4 |
K | 072 | cd | – een landbouw- of bosbouwtrekker dan wel een motorrijtuig met beperkte snelheid | 5 lid 3 RR | 1 |
K | 071 | als bestuurder optreden zonder te beschikken over een ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid vereist geldig getuigschrift | 1 | ||
K | 145 | b | als bestuurder handelen in strijd met het aan de ontheffing verbonden voorschrift betreffende de begeleiding of vakbekwaamheid | 1 | |
K | 160 | b | als bestuurder van een voertuig die, in het kader van beroepsgoederenvervoer of personenvervoer, in overtreding wordt bevonden van een bij of krachtens de WVW 1994 vastgesteld voorschrift, betreffende het vervoer van lading of personen, de gegeven bevelen niet opvolgen | 1 | |
Snelheidsoverschrijdingen | |||||
Noot | |||||
1. indien een feitcode van toepassing is waarbij de snelheidsoverschrijding per kilometer is aangegeven en er wordt een waarde achter de komma gemeten, dan moet deze te allen tijde naar beneden worden afgerond op een hele kilometer. | |||||
2. * = recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen enz.); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het openbaar ministerie. | |||||
3. indien bij een feitcode bij het tarief «OBM» staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist. | |||||
b. Binnen de bebouwde kom | |||||
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom | 20 sub a RVV 1990 (cat 1/2), 20 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub d en e RVV 1990 (cat 3), 22 sub c RVV 1990 (cat 4) | ||||
VA | 030 | b | – met 30 km/h | 2 | |
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom | 62 jo. bord A1 RVV 1990 | ||||
VB | 030 | b | – met 30 km/h | 2 | |
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1 [30 km/h]) | 62 jo. bord A1 RVV 1990 | ||||
VS | 023 | a | – met 23 km/h | 2 | |
VS | 024 | a | – met 24 km/h | 2 | |
VS | 025 | a | – met 25 km/h | 2 | |
VS | 026 | a | – met 26 km/h | 2 | |
VS | 027 | a | – met 27 km/h | 2 | |
VS | 028 | a | – met 28 km/h | 2 | |
VS | 029 | a | – met 29 km/h | 2 | |
VS | 030 | – met 30 km/h | 1/2/4 | ||
VV | 023 | a | – met 23 km/h | 2 | |
VV | 024 | a | – met 24 km/h | 2 | |
VV | 025 | a | – met 25 km/h | 2 | |
VV | 026 | a | – met 26 km/h | 2 | |
VV | 027 | a | – met 27 km/h | 2 | |
VV | 028 | a | – met 28 km/h | 2 | |
VV | 029 | a | – met 29 km/h | 2 | |
VV | 030 | – met 30 km/h | 1/2/4 | ||
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom | 62 jo. bord A3 RVV 1990 | ||||
VC | 030 | b | – met 30 km/h | 2 | |
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A1 RVV 1990 | ||||
VD | 023 | a | – met 23 km/h | 2 | |
VD | 024 | a | – met 24 km/h | 2 | |
VD | 025 | a | – met 25 km/h | 2 | |
VD | 026 | a | – met 26 km/h | 2 | |
VD | 027 | a | – met 27 km/h | 2 | |
VD | 028 | a | – met 28 km/h | 2 | |
VD | 029 | a | – met 29 km/h | 2 | |
VD | 030 | – met 30 km/h | 1/2/4 | ||
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A3 RVV 1990 | ||||
VE | 030 | – met 30 km/h | 1/2/4 | ||
VE | 023 | a | – met 23 km/h | 2 | |
VE | 024 | a | – met 24 km/h | 2 | |
VE | 025 | a | – met 25 km/h | 2 | |
VE | 026 | a | – met 26 km/h | 2 | |
VE | 027 | a | – met 27 km/h | 2 | |
VE | 028 | a | – met 28 km/h | 2 | |
VE | 029 | a | – met 29 km/h | 2 | |
c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom | |||||
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) | ||||
VI | 027 | a | – met 27 km/h | 2 | |
VI | 028 | a | – met 28 km/h | 2 | |
VI | 029 | a | – met 29 km/h | 2 | |
VI | 030 | b | – met 30 km/h | 2 | |
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) | ||||
VK | 027 | a | – met 27 km/h | 2 | |
VK | 028 | a | – met 28 km/h | 2 | |
VK | 029 | a | – met 29 km/h | 2 | |
VK | 030 | b | – met 30 km/h | 2 | |
d. Autosnelwegen | |||||
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom | 21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, f en g RVV 1990 (cat 2) | ||||
VL | 040 | a | – met 40 km/h | 1 | |
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom | 62 jo. bord A1 RVV 1990 | ||||
VM | 040 | a | – met 40 km/h | 1 | |
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom | 62 jo. bord A3 RVV 1990 | ||||
VN | 040 | a | – met 40 km/h | 1 | |
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) | ||||
VO | 027 | a | – met 27 km/h | 2 | |
VO | 028 | a | – met 28 km/h | 2 | |
VO | 029 | a | – met 29 km/h | 2 | |
VO | 030 | a | – met 30 km/h | 2 | |
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden | 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2) | ||||
VP | 027 | a | – met 27 km/h | 2 | |
VP | 028 | a | – met 28 km/h | 2 | |
VP | 029 | a | – met 29 km/h | 2 | |
VP | 030 | a | – met 30 km/h | 2 | |
Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) | |||||
Categorie-indeling B: | |||||
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; | |||||
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; | |||||
3 – Bromfietsers en snorfietsers; | |||||
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; | |||||
5 – Voetgangers; | |||||
6 – Overige weggebruikers; | |||||
7 – Schippers; | |||||
8 – Een ieder. | |||||
NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen | |||||
NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen | |||||
Hoofdstuk 2. Verkeersregels | |||||
XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen | |||||
R | 412 | a | een fiets plaatsen anders dan op het trottoir, voetpad, in de berm of door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen | 4 | |
Hoofdstuk 3. Verkeerstekens | |||||
II. Verkeersborden | |||||
R | 587 | a | een fiets plaatsen in strijd met bord E3 (verbod (brom)fietsen te plaatsen) | 62 jo. bord E3 RVV 1990 | 4 |
Nummers K 805 – K 825: Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 (WRM 1993) | |||||
K | 810 | a | rijonderricht geven terwijl het certificaat niet geldig is voor het rijonderricht dat wordt gegeven | 8 | |
K | 820 | het certificaat niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven | 8 | ||
K | 825 | het instructeursbewijs, dan wel het bewijs van ontheffing niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven | 8 | ||
Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV) | |||||
Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen) | |||||
2 – personenauto’s; | |||||
3 – bedrijfsauto’s; | |||||
3a – bussen; | |||||
4 – motorfietsen; | |||||
5 – driewielige motorrijtuigen; | |||||
6 – bromfietsen; | |||||
7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid; | |||||
8 – land- of bosbouwtrekkers; | |||||
9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV); | |||||
10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie en gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor; | |||||
11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie; | |||||
12 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen en driewielige motorrijtuigen en afsleepassen; | |||||
13 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen en driewielige motorrijtuigen; | |||||
14 – aanhangwagens en verwisselbare getrokken machines achter landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid; | |||||
15 – aanhangwagens achter motorfietsen (15a) of bromfietsen (15b); | |||||
16 – aanhangwagens achter fietsen op twee wielen; | |||||
17 – wagens. | |||||
Noot Regeling voertuigen (RV): | |||||
– De feiten met betrekking tot de Regeling voertuigen zijn in 17 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de Regeling voertuigen. | |||||
– Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. | |||||
categorie: 15A – motorfiets | |||||
categorie: 15B – bromfiets | |||||
– Indien bij «artikel» een «*» staat vermeld, dan dient dit teken te worden vervangen door het nummer van de categorie waarop de feitcode betrekking heeft, om zo het op die categorie betrekking hebbende artikel van de Regeling voertuigen te verkrijgen. | |||||
– De feiten in deze afdeling die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 856. | |||||
– Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de Regeling voertuigen in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven. | |||||
– Voor feiten gebaseerd op de Regeling voertuigen geldt dat deze feiten niet slechts op kenteken kunnen worden geconstateerd. (Dit volgt uit de voor de eerste feitcode geplaatste koptekst, geldend voor de gehele Regeling voertuigen: «Als bestuurder rijden terwijl...».) | |||||
Regeling voertuigen | |||||
Als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl): | |||||
2 – Afmetingen en massa’s | |||||
Breedte | |||||
het voertuig breder is dan 3 m (cat 3 en 7 rijdend werktuig) | 5.*.6 RV | ||||
N | 060 | hd | – van meer dan 0,75 m | 03/07/08/14 | |
Hoogte | |||||
het voertuig hoger is dan 4 m (cat 5 in gebruik voor 01-11-1997) een overschrijding | 5.*.6 RV | ||||
N | 062 | a | – van 0,01 m t/m 0,10 m | 02/03/03a/05/07/08/12/13/14/17 | |
N | 062 | b | – van meer dan 0,10 m t/m 0,20 m | 02/03/03a/05/07/08/12/13/14/17 | |
N | 062 | c | – van meer dan 0,20 m | 02/03/03a/05/07/08/12/13/14/17 | |
Massa | |||||
de toegestane asdruk, massa of som van de aslasten (cat 5 ingebruikname na 01-02-1999) wordt overschreden met | 5.*.7 RV | ||||
N | 070 | b | – meer dan 25% | 02/03/03a/05/08/12 | |
N | 070 | c | – meer dan 50% | 02/03/03a/05/08/12 | |
N | 070 | d | – meer dan 75% | 02/03/03a/05/08/12 | |
de toegestane wieldruk, massa of som van de aslasten wordt overschreden met (massa of som van de aslasten betreft uitsluitend cat 7) | 5.*.7 RV | ||||
N | 070 | f | – meer dan 25% | 07/14/17 | |
N | 070 | g | – meer dan 50% | 07/14/17 | |
N | 070 | h | – meer dan 75% | 07/14/17 | |
van het rijdende werktuig de toegestane maximum last van enig(e) as of asstel wordt overschreden met | |||||
N | 072 | b | – 15 tot 20% | 03 | |
N | 072 | c | – 20 tot 25% | 03 | |
van het rijdende werktuig de toegestane maximummassa of som van de aslasten wordt overschreden met | 5.3.7 lid 2 RV | ||||
N | 073 | b | – 10 tot 15% | 03 | |
N | 073 | c | – 15 tot 20% | 03 | |
4 – Krachtoverbrenging | |||||
N | 150 | dd | dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de snelheidsbegrenzer wegens frauduleus handelen niet aan de eisen voldoet. (bedrijfsauto bestemd voor het vervoer van goederen niet meer dan 90 km/h en een bus maximaal 100 km/h) | 5.*.15 lid 3 en 4 RV | 03/03a |
N | 150 | d | dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de snelheidsbegrenzer wegens een defect niet aan de eisen voldoet. (bedrijfsauto bestemd voor het vervoer van goederen niet meer dan 90 km/h en een bus maximaal 100 km/h) | 5.*.15 lid 3 en 4 RV | 03/03a |
6 – Ophanging | |||||
de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden | 5.*.27 en 5.6.87 lid 1 RV | ||||
N | 270 | d | – 4 banden | 02/03/03a/06 | |
een band/de banden beschadigd is/zijn, waarbij het karkas zichtbaar is of de band/banden uitstulpingen vertoont/vertonen | 5.*.27 RV | ||||
N | 270 | h | – 4 banden | 02/06/07/08/10/11/13/14 | |
het loopvlak uitstekende metalen elementen bevat, per (band) beschadiging | 5.*.27 en 5.6.87 lid 2 RV | ||||
N | 270 | l | – 4 banden | 02/03/03a/06/07/08/10/11/12/13/14 | |
de band(en) is/zijn beschadigd waarbij het karkas zichtbaar is, de band(en) uitstulpingen vertoont/vertonen of de daarop vermelde load-index kleiner is dan toegestaan | 5.*.27 RV | ||||
N | 270 | p | – 4 banden | 03/03a/12 | |
de profilering van een band/de banden niet voldoet aan de gestelde eisen of is/zijn nageprofileerd (naprofilering geldt niet voor cat 3, 3a en 12 i.g.v. opschrift regroovable; cat 2, 3(a), 5, 12 en 13 min. 1,6 mm; cat 4 min 1,0 mm; cat 6, 10 en 11 profilering moet aanwezig zijn over de gehele omtrek en breedte) | 5.*.27 RV | ||||
N | 270 | u | – 4 banden | 02/03/03a/06/10/11/12/13 | |
de aanhangwagen is voorzien van banden waarvan het loopvlak bestaat uit metaal of een materiaal dat voor wat betreft hardheid en vervormbaarheid dezelfde eigenschappen heeft | 5.*.27 RV | ||||
N | 271 | h | – 4 banden | 12/13/14 | |
8 – Reminrichting | |||||
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa minder dan 3.500 kg); de vermindering bedraagt | 5.*.38 RV | ||||
N | 381 | c | – 1,01 t/m 1,5 m/s2 | 02/04/05/12 | |
N | 381 | d | – 1,51 t/m 2,0 m/s2 | 02/04/05/12 | |
N | 381 | e | – meer dan 2,0 m/s2 | 02/04/05/12 | |
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa 3.500 kg of meer); de vermindering bedraagt | 5.*.38 RV | ||||
N | 381 | g | – 0,51 t/m 1,0 m/s2 | 03/03a/12 | |
N | 381 | h | – 1,01 t/m 1,5 m/s2 | 03/03a/12 | |
N | 381 | i | – 1,51 t/m 2,0 m/s2 | 03/03a/12 | |
N | 381 | j | – meer dan 2,0 m/s2 | 03/03a/12 | |
1 – Afmetingen en massa’s | |||||
Noot afmetingen: Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. | |||||
De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld. | |||||
Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading | |||||
Noot: Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max.18,75 m; personenauto/ driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis- /circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen 20 m; land- bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines 18,75 m | |||||
de maximum toegestane lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding | |||||
P | 111 | b | – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m | 02/03/03a/05/07/08 | |
P | 111 | c | – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m | 02/03/03a/05/07/08 | |
P | 111 | d | – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m | 02/03/03a/05/07/08 | |
Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde | |||||
de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding | |||||
P | 121 | b | – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m | 03/12 | |
P | 121 | c | – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m | 03/12 | |
P | 121 | d | – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m | 03/12 | |
de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van het voertuig bedraagt en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt | 5.18.12 lid 7 RV | ||||
P | 123 | b | – van meer dan 0,25 t/m en t/m 0,50 m | 03/12 | |
de aan de achterzijde van het voertuig bevestigde meeneemheftruck meer dan 1.20 m achter het voertuig uitsteekt of indien een verklaring is afgegeven dat de aslasten en de last onder de koppeling van het voertuig bij belading met uitsluitend de meeneemheftruck voldoen aan de wettelijke eisen meer dan 1,50 m achter het voertuig uitsteekt | 5.18.12 lid 6 RV | ||||
P | 121 | m | – van meer dan 0,25 m | 03/12 | |
het samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, met inbegrip van de lading dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m een overschrijding | |||||
P | 130 | j | – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m | 03/12 | |
P | 130 | k | – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m | 03/12 | |
P | 130 | l | – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m | 03/12 | |
Lengte; ondeelbare lading | |||||
de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding | 5.18.13 RV | ||||
P | 130 | o | – van meer dan 0,25 m t/m 0,50 m | 03 | |
P | 130 | p | – van meer dan 0,50 m t/m 0,75 m | 03 | |
P | 130 | q | – van meer dan 0,75 m t/m 1,00 m | 03 | |
de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg of een aanhangwagen en/of meer dan van 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding | 5.18.13 RV | ||||
P | 131 | b | – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m | 03/12/13 | |
P | 131 | c | – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m | 03/12/13 | |
P | 131 | d | – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m | 03/12/13 | |
Breedte; lading | |||||
Noot: De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading. | |||||
het voertuig met inbegrip van de (deelbare) lading (of verwisselbaar uitrustingsstuk) de maximum toegestane breedte overschrijdt, een overschrijding | |||||
P | 141 | b | – van meer dan 0,20 m en t/m 0,45 m | 02/03/03a/05/07/08/12/13/14 | |
Breedte; ondeelbare lading | |||||
het voertuig met inbegrip van de ondeelbare lading de maximum toegestane breedte overschrijdt, een overschrijding | |||||
P | 142 | a | – t/m 0,25 m | 03/12/13 | |
P | 142 | b | – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m | 03/12/13 | |
Hoogte | |||||
het voertuig met inbegrip van de lading en voor zover het landbouw- of bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid, alsmede van daardoor voortbewogen aanhangwagens betreft, tevens met inbegrip van één of meer verwisselbare uitrustingsstukken, hoger is dan 4 m, een overschrijding | |||||
P | 150 | a | – t/m 0,10 m | 02/03/05/07/08/12/13/14 | |
P | 150 | b | – van meer dan 0,10 m en t/m 0,20 m | 02/03/05/07/08/12/13/14 | |
P | 150 | c | – van meer dan 0,20 m | 02/03/05/07/08/12/13/14 | |
Massa | |||||
Noot | |||||
De feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as, gelden uitsluitend voor particulieren. Indien er sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. | |||||
de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde toegestane maximum massa (van het samenstel) wordt overschreden, een overschrijding met | 5.18.17a, b en c alle lid 1 RV | ||||
P | 171 | d | – meer dan 75% | 03/03a/05/12 | |
geen toegestane maximummassa op de kentekencard, het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel de bedrijfsauto of bus niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten meer bedraagt dan: a. 50.000 kg of bij een rijdend werktuig 60.000 kg; b. de technisch toegestane maximum massa; c. vijf maal de toegestane maximum last onder de aangedreven as(sen); d. de uitkomst van de som: het vermogen van de motor in kW, gedeeld door 0,00368 kW/kg, een overschrijding met | 5.18.17a en b beide lid 2 en 3 RV | ||||
P | 171 | h | – meer dan 75% | 03/03a | |
de som van de aslasten van de middenasaanhangwagen of oplegger in combinatie met een positieve last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de toegestane maximum massa, een overschrijding met | 5.18.17c lid 1 RV | ||||
P | 171 | m | – meer dan 75% | 12 | |
op de kentekencard of het kentekenbewijs van de middenasaanhangwagen of in het kentekenregister geen toegestane maximum massa is vermeld dan wel de middenasaanhangwagen niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten in combinatie met een positieve last onder de koppeling in beladen toestand meer bedraagt dan 20.000 kg of meer bedraagt dan 24.000 kg bij een middenasaanhangwagen die voorzien is van gasvering of als gelijkwaardig aangemerkte vering en is voorzien van drie assen, een overschrijding met | 5.18.17c lid 2 RV | ||||
P | 171 | r | – meer dan 75% | 12 | |
de toegestane maximummassa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met | 5.18.17c lid 3 RV | ||||
P | 171 | w | – meer dan 75% | 13 | |
de op de kentekencard, het kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum last van enige as of asstel wordt overschreden, een overschrijding met | |||||
P | 172 | d | – meer dan 75% | 03/03a/12 | |
geen waarde op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17 g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met | 5.18.17 d lid 2 en e lid 2 RV | ||||
P | 172 | h | – meer dan 75% | 03/03a/12 | |
het voertuig zodanig is beladen dat de op de kentekencard, in het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister van de aanhangwagen vermelde toegestane maximumlast onder de koppeling wordt overschreden een overschrijding met | |||||
P | 172 | m | – meer dan 75% | 12 | |
de op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum te trekken massa van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger wordt overschreden of de som van de aslasten meer bedraagt dan de vermelde toegestane maximum te trekken massa, een overschrijding met | |||||
P | 172 | r | – meer dan 75% | 03/03a/12 | |
de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger van het niet in Nederland geregistreerde voertuig meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17 g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met | 5.18.17g lid 2 RV | ||||
P | 173 | d | – meer dan 75% | 03/03a/12 | |
de toegestane maximum last van enige as, de last onder de koppeling, de toegestane maximummassa of de som van de aslasten meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met | |||||
P | 173 | h | – meer dan 75% | 02 | |
de totale massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen meer bedraagt dan de maximum massa die volgt uit het op de koppeling van het trekkend voertuig (toegestane massa max. 3.500 kg) aangebrachte identificatiekenmerk of goedkeuringsmerk, of indien zo’n merk niet aanwezig is, de massa meer bedraagt dan 750 kg en meer dan de ledige massa van het trekkend motorvoertuig en meer dan de massa in rijklare toestand van het trekkend motorrijtuig, een overschrijding met | |||||
P | 180 | h | – meer dan 75% | 12/13 | |
P | 182 | een aanhangwagen voortbewegen terwijl in het kentekenregister, op de kentekencard of het kentekenbewijs geen maximum te trekken massa aanhangwagen is vermeld (cat 12 alleen dolly) | 5.18.18a lid 4 RV en 5.18.17g lid 3 RV | 02/03/03a/12 | |
de totale massa van a. de aanhangwagen met een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen met een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a, lid 1, RV vermelde waarden dan wel de massa meer bedraagt dan 3.500 kg, een overschrijding met | 5.18.18a lid 1 RV | ||||
P | 185 | d | – meer dan 75% | 12/13 | |
de totale massa van a. de aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen zonder een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a, lid 2, RV vermelde waarden dan wel meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met | 5.18.18a lid 2 RV | ||||
P | 186 | d | – meer dan 75% | 12/13 | |
de last onder de niet aangedreven as van het beladen voertuig dan wel het beladen samenstel meer bedraagt dan 10.000 kg (particulier gebruik), een overschrijding met | |||||
P | 252 | d | – meer dan 75% | 08/14 | |
de last onder de aangedreven as van het beladen voertuig dan wel het beladen samenstel meer bedraagt dan 11.500 kg (particulier gebruik, een overtreding) | 5.18.25 lid 2 RV | ||||
P | 254 | d | – meer dan 75% | 08 | |
de last onder enige as van het beladen voertuig dan wel het beladen samenstel meer bedraagt dan 10.000 kg (particulier gebruik en betreft motorrijtuigen met beperkte snelheid), een overschrijding met | 5.18.25 lid 3 RV | ||||
P | 256 | d | – meer dan 75% | 07/14 | |
de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorvoertuig, een overschrijding met | |||||
P | 310 | c | – meer dan 50% t/m 75% | 12 | |
P | 310 | d | – meer dan 75% | 12 | |
3 – Reminrichting | |||||
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt | |||||
P | 350 | c | – 1,01 t/m 1,5 m/s2 | 02/04/05 | |
P | 350 | d | – 1,51 t/m 2,0 m/s2 | 02/04/05 | |
P | 350 | e | – meer dan 2,0 m/s2 | 02/04/05 | |
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt | 5.18.35 lid 1 RV | ||||
P | 350 | g | – 0,51 t/m 1,0 m/s2 | 03/03a | |
P | 350 | h | – 1,01 t/m 1,5 m/s2 | 03/03a | |
P | 350 | i | – 1,51 t/m 2,0 m/s2 | 03/03a | |
P | 350 | j | – meer dan 2,0 m/s2 | 03/03a | |
de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt | 5.18.35 lid 2 RV | ||||
P | 351 | c | – 1,01 t/m 1,5 m/s2 | 07/08 | |
P | 351 | d | – 1,51 t/m 2,0 m/s2 | 07/08 | |
P | 351 | e | – meer dan 2,0 m/s2 | 07/08 | |
Afdeling B. Verkeer te water | |||||
Categorie-indeling E (scheepvaartwetgeving) | |||||
1 – gezagvoerder/schipper; | |||||
2 – bestuurder; | |||||
3 – bemanningslid; | |||||
4 – waterskiër; | |||||
5 – werkgever; | |||||
6 – exploitant; | |||||
7 – eigenaar of houder; | |||||
8 – een ieder. | |||||
NB Categorie bemanningslid of een ieder geldt in voorkomend geval mede voor een bemanningslid of ieder ander persoon die tijdelijk zelfstandig koers en snelheid schip bepaalt (1.03 lid 3 BPR/RPR) | |||||
Nummers W 500 – W 530; W 065 – W 182: | |||||
Binnenvaartpolitiereglement (BPR), Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS), Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE), Plaatselijk geldende verordeningen (Pl.V) | |||||
Snelle motorboten | |||||
als schipper van een snelle motorboot aan de scheepvaart deelnemen zonder dat, dan wel als eigenaar of houder er niet mede zorg voor hebben gedragen dat | |||||
W | 500 | a | – de snelle motorboot is geregistreerd | 8.01 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR | 1/7 |
W | 500 | b | – de snelle motorboot ten name van de huidige eigenaar is geregistreerd | 8.01 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR | 1/7 |
W | 500 | c | – het registratiebewijs aan boord van de snelle motorboot is | 8.01 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR | 1/7 |
W | 500 | d | – de snelle motorboot is voorzien van het registratieteken | 8.02 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR | 1/7 |
W | 500 | e | – het registratieteken op de voorgeschreven wijze op de snelle motorboot is aangebracht | 8.02 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR | 1/7 |
W | 500 | f | – de snelle motorboot is voorzien van het in verband met de constructie voorgeschreven registratieteken van 100 x 60 x 15 mm | 8.02 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR | 1/7 |
W | 500 | g | – de snelle motorboot op de juiste wijze is voorzien van het in verband met de constructie voorgeschreven registratieteken van 100 x 60 x 15 mm | 8.02 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR | 1/7 |
W | 500 | h | – bij de snelle motorboot de afgewerkte gassen door een behoorlijk geluiddempende voorziening worden afgevoerd | 8.03 aanhef en onder b jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR | 1/7 |
W | 500 | i | – de snelle motorboot is voorzien van een technische inrichting waardoor bij het onderbreken van de besturing de middelen tot voortbeweging onmiddellijk tot stilstand of nagenoeg tot stilstand komen (dodemansknop) | 8.03 aanhef en onder d jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR | 1/7 |
W | 500 | j | – aan boord van de snelle motorboot een deugdelijk brandblusapparaat is | 8.03 aanhef en onder f jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR | 1/7 |
als schipper van een snelle motorboot aan de scheepvaart deelnemen zonder dat, dan wel als eigenaar of houder er niet mede zorg voor hebben gedragen dat een reddingsvest onder handbereik is voor ieder der opvarenden aan boord van de snelle motorboot | 8.03 aanhef en onder e jo. 1.02 lid 2 en 8.04 BPR | ||||
W | 501 | a | – één ontbreekt | 1/7 | |
W | 501 | b | – twee ontbreken | 1/7 | |
W | 501 | c | – drie ontbreken | 1/7 | |
W | 501 | d | – vier ontbreken | 1/7 | |
W | 501 | e | – vijf of meer ontbreken | 1/7 | |
W | 514 | als bestuurder van een snelle motorboot, die qua constructie niet veilig staande kan worden bestuurd, tijdens het varen niet zijn gezeten op de voor hem bestemde zitplaats | 8.05 lid 1 aanhef en onder a jo.8.05 lid 4 BPR | 2 | |
W | 516 | als bestuurder van een snelle motorboot deze, niet vanaf een gesloten binnenbesturing, staande besturen zonder een reddingsvest te dragen | 8.05 lid 5 BPR | 2 | |
W | 518 | als bestuurder van een snelle motorboot varen zonder gebruik te maken van de dodemansknop | 8.05 lid 1 aanhef en onder b jo. 8.03 onder d BPR | 2 | |
W | 528 | waterskiën, doen waterskiën of op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maken, waar c.q. wanneer dat verboden is | 8.06 lid 2 jo. 1.02 lid 2 BPR | 1/2/4/8 | |
W | 529 | a | als bestuurder van een snelle motorboot zich zodanig gedragen dat hinder of gevaar voor andere gebruikers van het vaarwater wordt veroorzaakt | 8.05 lid 1 aanhef en onder c BPR | 2 |
W | 529 | b | als waterskiër of persoon die op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maakt, zich zodanig gedragen, dat gevaar of hinder voor andere gebruikers van de vaarweg kan worden veroorzaakt | 8.06 lid 4 BPR | 4/8 |
W | 530 | als bestuurder van een snelle motorboot één of meer waterskiërs of personen, die op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maken, voortbewegen zonder zich bij te laten staan door een medeopvarende van tenminste 15 jaar oud als uitkijk | 8.06 lid 3 BPR | 2 | |
Snelheidsovertredingen | |||||
als schipper van een snelle motorboot sneller varen dan 20 km/h, waar dat verboden is, met een overschrijding | 8.06 lid 1 BPR | ||||
W | 065 | a | – tot 6 km/h | 1 | |
W | 065 | b | – van 6 tot 15 km/h | 1 | |
W | 065 | c | – van 15 tot 25 km/h | 1 | |
als schipper van een klein schip sneller varen dan toegestaan, met een overschrijding | |||||
W | 075 | a | – tot 6 km/h | 1 | |
W | 075 | b | – van 6 tot 15 km/h | 1 | |
W | 075 | c | – van 15 tot 25 km/h | 1 | |
Overige | |||||
W | 150 | als schipper van een in art. 1.09 lid 1 aanhef en onder b BPR bedoeld schip varen terwijl het sturen niet wordt verricht door een daartoe bekwaam en tenminste 16 jaar oud persoon | 1 | ||
W | 152 | als schipper van een snelle motorboot varen terwijl het sturen niet wordt verricht door een daartoe bekwaam en tenminste 18 jaar oud persoon | 1.09 lid 1 aanhef en onder a BPR | 1 | |
W | 156 | geen bijgewerkt exemplaar van het Binnenvaartpolitiereglement aan boord aanwezig hebben | 1 | ||
bij het meren of verhalen gebruik maken van | |||||
W | 158 | a | – verkeerstekens | 1/8 | |
W | 158 | b | – andere voorwerpen dan die daarvoor bestemd zijn | 1/8 | |
W | 160 | a | varen met een zeilplank op een voor de doorgaande vaart bestemd gedeelte van een in de bijlage 16 van het BPR opgenomen vaarweg | 1/8 | |
W | 160 | b | varen met een door een vlieger voortbewogen zeilplank | 9.05 lid 2 BPR | 1/8 |
W | 162 | als schipper van een zeilplank, daarmee varen in een gedeelte van de vaarweg waar dit verboden is | PL.V | 1 | |
als schipper deelnemen aan de scheepvaart terwijl de voorgeschreven kentekens niet zijn aangebracht, te weten op een | |||||
W | 164 | a | – groot schip | 2.01 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR | 1/6 |
W | 164 | b | – klein schip | 2.02 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR | 1/6 |
als schipper deelnemen aan de scheepvaart terwijl de voorgeschreven kentekens niet op de voorgeschreven wijze zijn aangebracht, te weten op een | |||||
W | 166 | a | – groot schip | 2.01 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR | 1/6 |
W | 166 | b | – klein schip | 2.02 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR | 1/6 |
W | 170 | als schipper varen in strijd met een duidelijk zichtbaar geplaatst en voor hem geldend verbodsteken als bedoeld onder A.1 van de bijlage 7 van het BPR | 1 | ||
W | 180 | als persoon die zwemt dan wel die op andere wijze watersport zonder schip bedrijft niet voldoende afstand houden van een varend schip, varend drijvend voorwerp of drijvend werktuig in bedrijf | 8 | ||
W | 181 | a | zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven bij een wachtplaats, of in de onmiddellijke nabijheid van een brug, een sluis of een stuw | 8.08 lid 2 aanhef en onder a BPR | 8 |
W | 181 | b | zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een gedeelte van de vaarweg bestemd voor doorgaande scheepvaart | 8.08 lid 2 aanhef en onder b BPR | 8 |
W | 181 | c | zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in de route van een veerpont | 8.08 lid 2 aanhef en onder c BPR | 8 |
W | 181 | d | zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een haven of nabij de ingang daarvan | 8.08 lid 2 aanhef en onder d BPR | 8 |
W | 181 | e | zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in de nabijheid van een meergelegenheid | 8.08 lid 2 aanhef en onder e BPR | 8 |
W | 181 | f | zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in gebied dat is aangewezen voor snelvaren of waterskiën | 8.08 lid 2 aanhef en onder f BPR | 8 |
W | 181 | g | zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een door een bevoegde autoriteit aangewezen verboden gebied | 8.08 lid 2 aanhef en onder g BPR | 8 |
W | 182 | a | in het vaarwater van de Eemsmonding waterskiën of varen met waterscooter | 1/8 | |
W | 182 | b | in de Eemsmonding varen met zeilplank in het vaarwater of buiten het vaarwater op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken | 22 lid 3 SRE | 1/8 |
W | 182 | c | ’s nachts, bij beperkt zicht of gedurende de door de bevoegde autoriteit vastgestelde tijd waterskiën of varen met waterscooter of zeilplank op de vrijgegeven wateroppervlakken van de Eemsmonding | 22 lid 4 SRE | 1/8 |
Nummers W 300 – W 310: Binnenvaartwet (BVW), Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR), Binnenvaartpolitiereglement (BPR) | |||||
W | 300 | b | als schipper van een schip op binnenwateren varen zonder in het bezit te zijn van een geldig klein vaarbewijs | 25 lid 4 BVW jo. 17 BVB | 1 |
niet op eerste vordering de vereiste bescheiden en documenten overleggen | |||||
W | 310 | a | – één document | 1/3/8 | |
W | 310 | b | – twee documenten | 1/3/8 | |
W | 310 | c | – drie documenten | 1/3/8 | |
W | 310 | d | – vier documenten | 1/3/8 | |
W | 310 | e | – vijf documenten | 1/3/8 | |
Nummers W 601 – W 619; W 701 – W 711: Binnenvaartpolitiereglement (BPR), Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS), Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR), Scheepvaartreglement voor het kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT), Scheepsvaartreglement Gemeenschappelijke Maas (SRGM), Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 (SRW), Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE) | |||||
Verkeerstekens. Bijlage 7 BPR | |||||
A. Verbodstekens | |||||
W | 601 | a | met een schip in- of uit- of doorvaren waar dat verboden is (verkeersteken A1) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.1 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 601 | b | met een schip varen waar dat verboden is (verkeersteken A.1 a) (uitgezonderd klein schip, zonder motor) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.1a cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 602 | a | met een groot schip het verbod voorbijlopen negeren (verkeersteken A.2) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.2 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 602 | b | met een klein schip het verbod voorbijlopen negeren (verkeersteken A.2) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.2 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 603 | met een samenstel het verbod voorbijlopen voor samenstellen onderling negeren (verkeersteken A.3) (nvt als één van beide een duwstel is dat kleiner is dan 110 x 12 m) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.3 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 604 | a | met een groot schip het verbod ontmoeten en voorbijlopen bij engte negeren (verkeersteken A.4) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.4 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 604 | b | met een klein schip het verbod ontmoeten en voorbijlopen bij engte negeren (verkeersteken A.4) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.4 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 605 | a | met een schip het verbod ligplaats te nemen (ankeren en meren) aan de zijde van de vaarweg waar bord is geplaatst negeren (verkeersteken A.5) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.5 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 605 | b | met een schip het verbod ligplaats te nemen (ankeren en meren) binnen de in meters aangegeven breedte te rekenen vanaf het bord negeren (verkeersteken A.5.1) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.5.1 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 606 | met een schip het verbod te ankeren negeren of negeren van het verbod ankers, kabels en kettingen laten slepen aan de zijde van de vaarweg waar het bord is geplaatst (verkeersteken A.6) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.6 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 607 | met een schip het verbod te meren negeren aan de zijde van de vaarweg waar het bord is geplaatst (verkeersteken A.7) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.7 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 608 | met een schip het verbod te keren negeren (verkeersteken A.8) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.8 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 609 | met een schip het verbod hinderlijke waterbeweging te veroorzaken negeren (verkeersteken A.9) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.9 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 610 | met een schip het verbod buiten de aangegeven begrenzing te varen negeren (verkeersteken A.10) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.10 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 611 | a | met een schip het verbod in-, uit- of doorvaren negeren (wordt aanstonds toegestaan) (verkeersteken A.11) | 5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.11 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 611 | b | met een schip het verbod doorvaren negeren, terwijl stilhouden redelijkerwijs mogelijk was (verkeersteken A.11.1) | 5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.11.1 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 612 | met een motorschip het verbod voor motorschepen negeren (verkeersteken A.12) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.12 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 613 | met een klein schip het verbod voor kleine schepen negeren (verkeersteken A.13) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.13 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 614 | met een schip het verbod te waterskiën negeren (verkeersteken A.14) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.14 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 615 | met een zeilschip het verbod voor zeilschepen negeren (verkeersteken A.15) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.15 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 616 | met een door spierkracht voortbewogen schip het verbod voor door spierkracht voortbewogen schepen negeren (verkeersteken A.16) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.16 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 617 | met een zeilplank het verbod voor zeilplanken negeren (verkeersteken A.17) | 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.17 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 618 | met een snelle motorboot het verbod einde van het vaarweggedeelte waar door snelle motorboten zonder beperking van de snelheid mag worden gevaren negeren (verkeersteken A.18) | 5.01 BPR/ SRGM beide jo. verkeersteken A.18 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 619 | met een waterscooter het verbod voor waterscooters negeren (verkeersteken A.20) | 5.01 BPR/ RPR beide jo. verkeersteken A.20 cq bekendmaking 13 BABS | 1/8 | |
B. Gebodstekens en -regels | |||||
W | 701 | a | met een schip de verplichting te varen in de richting aangegeven door de pijl negeren (verkeersteken B.1a) | 6.12/5.01 BPR/ RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B.1a cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 701 | b | met een schip de verplichting te varen in de richting aangegeven door de pijl negeren (verkeersteken B.1b) | 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B.1b cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 702 | a | met een groot schip de verplichting zich naar de bakboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2a) | 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2a cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 702 | b | met een groot schip de verplichting zich naar de stuurboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2b) | 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2b cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 702 | c | met een klein schip de verplichting zich naar de bakboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2a) | 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2a cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 702 | d | met een klein schip de verplichting zich naar de stuurboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2b) | 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2b cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 703 | a | met een groot schip de verplichting de bakboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3a) | 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3a cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 703 | b | met een groot schip de verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3b) | 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3b cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 703 | c | met een klein schip de verplichting de bakboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3a) | 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3a cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 703 | d | met een klein schip de verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3b) | 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3b cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 703 | e | met een schip bij slecht zicht niet zo veel mogelijk aan de stuurboordszijde van het vaarwater varen | 1/3/8 | |
W | 703 | f | met een klein schip niet zoveel mogelijk aan stuurboordszijde van het vaarwater varen op een aangegeven vaarweg van bijlage 15 onder a BPR | 9.04 lid 2 jo. bijlage 15 onder a BPR | 1/3/8 |
W | 703 | g | met een afvarend schip vóór het invaren van het boventoeleidingskanaal van de sluizen bij Grave en Limmel niet zo dicht mogelijk langs de rechteroever varen | 1/3/8 | |
W | 703 | h | met een afvarend schip vóór het invaren van de boventoeleidingskanalen van de sluizen bij Roermond, Belfeld en Sambeek alsmede bij het bevaren van het boventoeleidingskanaal van de sluizen bij Roermond niet zo dicht mogelijk langs de linkeroever varen | 11.01 lid 1 eerste volzin BPR | 1/3/8 |
W | 703 | i | met een schip dat in het kanaal van Gent naar Terneuzen vaart en de richting ervan volgt, niet zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, de oever van het kanaal aan stuurboordszijde houden | 1 | |
W | 703 | k | met een schip dat in een vaargeul vaart en de richting ervan volgt niet, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, de rand van de vaargeul aan stuurboordszijde houden (Westerschelde) | 1 | |
W | 703 | l | met een schip met een lengte van 12 m of meer dat stroomopwaarts van het Oude Hoofd van Walsoorden buiten de vaargeul vaart en de richting ervan volgt niet, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, stuurboordswal houden | 9 lid 2 SRW | 1 |
W | 703 | m | zich met een schip met een lengte van minder dan 12 m, niet uit de hoofdvaargeul verwijderd houden, terwijl dit veilig en uitvoerbaar is (stroomopwaarts van het Oude Hoofd van Walsoorden of in de Sardijngeul en het Oostgat tussen de parallel van het licht «Noorderhoofd» en de parallel van het licht «Leugenaar») | 9 lid 3 SRW | 1 |
W | 703 | o | met een schip in het vaarwater van de Eemsmonding niet zoveel mogelijk aan de rechterzijde varen | 1 | |
W | 704 | a | met een groot schip de verplichting het vaarwater over te steken naar bakboord negeren (verkeersteken B.4a) | 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGMT jo. verkeersteken B.4a cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 704 | b | met een groot schip de verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord negeren (verkeersteken B.4b) | 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGMT jo. verkeersteken B.4b cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 704 | c | met een klein schip de verplichting het vaarwater over te steken naar bakboord negeren (verkeersteken B.4a) | 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.4a cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 704 | d | met een klein schip de verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord negeren (verkeersteken B.4b) | 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.4b cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 705 | met een schip de verplichting vóór het bord stil te houden onder bepaalde omstandigheden negeren (verkeersteken B.5) | 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.5 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
met een groot schip geen gevolg geven aan de verplichting om de vaarsnelheid te beperken zoals is aangegeven door middel van verkeersteken B.6 (in km/h); overschrijding | 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.6 | ||||
W | 706 | a | – tot 2 km/h | 1/3/8 | |
W | 706 | b | – van 2 tot 3 km/h | 1/3/8 | |
W | 706 | c | – van 3 tot 4 km/h | 1/3/8 | |
W | 706 | d | – van 4 tot 5 km/h | 1/3/8 | |
W | 706 | e | – met meer dan 5 km/h | 1/3/8 | |
met een groot schip geen gevolg geven aan de verplichting de vaarsnelheid te beperken zoals is aangegeven (in km/h); overschrijding | 5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle ivm bekendmaking 13 BABS | ||||
W | 706 | g | – tot 2 km/h | 1/3/8 | |
W | 706 | h | – van 2 tot 3 km/h | 1/3/8 | |
W | 706 | i | – van 3 tot 4 km/h | 1/3/8 | |
W | 706 | k | – van 4 tot 5 km/h | 1/3/8 | |
W | 706 | l | – met meer dan 5 km/h | 1/3/8 | |
W | 707 | met een schip de verplichting een geluidssein te geven negeren (verkeersteken B.7) | 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.7 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 708 | met een schip de verplichting bijzonder op te letten negeren (verkeersteken B.8) | 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.8 cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
W | 709 | a | met een schip in strijd met verkeersteken B. 9a het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen | 5.01 BPR, 51 SRKGT beide jo. verkeersteken B.9a cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 709 | b | met een schip in strijd met verkeersteken B. 9b het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen | 5.01 BPR, 51 SRKGT beide jo. verkeersteken B.9b cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 |
W | 709 | c | met een schip in strijd met verkeersteken B. 9a het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen (NB 6.02 RPR: geldt niet voor grote schepen t.o.v. kleine schepen of slepen en gekoppelde samenstellen die uit kleine schepen bestaan) | 6.16/5.01 RPR jo. verkeersteken B.9 a | 1/3/8 |
W | 709 | d | met een schip in strijd met verkeersteken B. 9b het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen (NB 6.02 RPR: geldt niet voor grote schepen t.o.v. kleine schepen of slepen en gekoppelde samenstellen die uit kleine schepen bestaan) | 6.16/5.01 RPR jo. verkeersteken B.9b | 1/3/8 |
W | 711 | met een schip de verplichting gebruik te maken van marifoon overeenkomstig de daartoe bij algemene regeling vastgestelde voorschriften negeren (verkeersteken B.11(a/b)) | 5.01 BPR/ RPR, 51 SRKGT alle jo. verkeersteken B.11(a/b) cq bekendmaking 13 BABS | 1/3/8 | |
Afdeling C. Milieu | |||||
Categorie-indeling B: | |||||
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; | |||||
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; | |||||
3 – Bromfietsers en snorfietsers; | |||||
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; | |||||
5 – Voetgangers; | |||||
6 – Overige weggebruikers; | |||||
7 – Gezagvoerders/schippers; | |||||
8 – Een ieder. | |||||
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen | |||||
Nummers H 001 – H 109: Wet Milieubeheer (Wm), Wet Bodembescherming (WBB), Waterwet (Ww), de Model-Algemene plaatselijke verordening of Modelafvalstoffenverordening (Pl.V) | |||||
Afvalstoffen | |||||
Aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen | |||||
H | 001 | huishoudelijke afvalstoffen inzamelen anders dan als daartoe aangewezen of verplicht zijnde inzameldienst, persoon of instantie | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 002 | huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aanbieden, terwijl men geen gebruiker van het perceel is | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 003 | a | huishoudelijke afvalstoffen aanbieden aan een ander dan de aangewezen inzameldienst of andere inzamelaar | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 |
H | 004 | huishoudelijke afvalstoffen anders aanbieden dan via het aangewezen of verstrekte inzamelmiddel | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 005 | andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via inzamelmiddel aanbieden, dan waarvoor het is bestemd | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 006 | a | huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld, niet afzonderlijk ter inzameling aanbieden | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 |
H | 008 | via een inzamelvoorziening voor een groep percelen of op wijkniveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden, dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening bestemd is | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 009 | huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijze via een inzamelvoorziening voor groep percelen of op wijkniveau aanbieden | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 010 | via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden, dan de categorie waarvoor het brengdepot bestemd is | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 011 | huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijze via brengdepot op lokaal of regionaal niveau aanbieden | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 012 | categorieën huishoudelijke afvalstoffen, die zonder inzamelmiddel moeten worden aangeboden, niet op de voorgeschreven wijze ter inzameling aanbieden | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 013 | huishoudelijke afvalstoffen op andere dan de vastgestelde dagen en tijden ter inzameling aanbieden | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
Doorzoeken van afvalstoffen | |||||
H | 016 | afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling gereed staan doorzoeken en verspreiden | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
Handelingen verrichten waardoor zwerfafval kan ontstaan (door een particulier) | |||||
H | 017 | andere afvalstoffen dan straatafval achterlaten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 020 | afvalstoffen, stoffen of voorwerpen laden, lossen, vervoeren of andere werkzaamheden verrichten, zodanig dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 022 | straatafval achterlaten in de openbare ruimte zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
H | 096 | als particulier een afvalstof, stof of voorwerp buiten een daarvoor bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer op of in de bodem houden, achterlaten of anderszins plaatsen op een zodanige wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
Voorkomen zwerfafval – bedrijfsmatig | |||||
als houder of beheerder van een inrichting waar eet-of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, niet voldoen aan de verplichting om | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | ||||
H | 023 | a | – in of nabij die inrichting ten behoeve van het publiek op een duidelijk zichtbare plaats een afvalbak, afvalmand of soortgelijk voorwerp aanwezig te hebben | 8 | |
H | 023 | b | – ervoor zorg te dragen dat de nabij een inrichting aanwezige afvalbak, afvalmand of soortgelijk voorwerp tijdig wordt geledigd | 8 | |
H | 023 | c | – ervoor zorg te dragen dat dagelijks uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting maar in ieder geval op eerste aanzegging van een daartoe bevoegde ambtenaar, het in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd | 8 | |
H | 024 | als degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, niet voldoen aan de verplichting deze/dat of de verpakking daarvan terstond op te (laten) ruimen indien deze/dat in de omgeving van de plaats van uitreiking dan wel op een andere voor het publiek toegankelijke plaats, door het publiek word(t)(en) weggeworpen | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
Afvalstoffen storten of op of in bodem brengen (buiten een inrichting) | |||||
H | 025 | als particulier zich van een afvalstof ontdoen door deze buiten een inrichting te storten, op of in de bodem te brengen of te verbranden | 10.2 Wm | 8 | |
Afvalstoffen verbranden op bedekte bodem (buiten een inrichting) | |||||
H | 101 | als particulier verbranden van afval waardoor de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting voorkomen, beperken of ongedaan maken | 13 WBB en 10.2 Wm | 8 | |
Opslaan van afvalstoffen buiten een inrichting | |||||
H | 019 | afvalstoffen op een voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer opslaan of opgeslagen hebben | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
Wrakken | |||||
H | 107 | een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in kennelijk verwaarloosde toestand verkeert plaatsen of aanwezig hebben op de weg | Pl.V | 8 | |
H | 109 | zich als eigenaar of kentekenhouder ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken | Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm | 8 | |
Handelingen verrichten met betrekking tot een voertuig waardoor de bodem kan worden verontreinigd | |||||
H | 100 | als particulier handelingen verrichten, met betrekking tot een voertuig, waardoor de bodem wordt/kan worden verontreinigd of aangetast zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken | 8 | ||
Nummers H 631 – H 670: Visserijwet 1963 (ViW) jo 1a onder 3 WED, Besluit verbod gebruik van levende aasvis (BLVA), Besluit houden van dieren (BHVD), Wet Dieren (WD), Reglement voor de Binnenvisserij 1985 (RB), Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 (RMGT) en Uitvoeringsregeling visserij (Uv) | |||||
Noot: De op de visserijwetgeving betrekking hebbende feitcodes zijn uitsluitend van toepassing op door particulieren gepleegde overtredingen. Indien sprake is van beroepsmatig handelen dan moet proces-verbaal worden opgemaakt | |||||
Kustvisserij | |||||
Documenten | |||||
H | 631 | a | de kustvisserij uitoefenen zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water, met meer dan twee hengels of de peur | 8 | |
de kustvisserij uitoefenen of plegen uit te oefenen en niet op eerste vordering van een opsporingsambtenaar ter inzage afgeven | |||||
H | 633 | a | – de schriftelijke toestemming (meer dan twee hengels) | 8 | |
H | 633 | b | – de schriftelijke toestemming (bij overige toegestane vistuigen) | 8 | |
Binnenvisserij | |||||
Documenten | |||||
de binnenvisserij uitoefenen zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water, met | |||||
H | 645 | a | – één of twee hengels | 8 | |
H | 645 | b | – één peur | 8 | |
H | 645 | c | – meer dan twee hengels | 8 | |
de binnenvisserij uitoefenen of plegen uit te oefenen en niet op eerste vordering van een opsporingsambtenaar ter inzage afgeven | 55 lid 1 sub b ViW | ||||
H | 647 | b | – een schriftelijke toestemming | 8 | |
H | 647 | c | – de huurovereenkomsten en andere bescheiden | 8 | |
Vistuigen | |||||
vissen met een toegestaan vistuig dat niet aan de vereiste voorwaarden voldoet, bij | |||||
H | 650 | a | – 1 of 2 toegestane vistuigen | 8 | |
Gesloten tijden (visserij) | |||||
vissen in de periode van 1 april tot en met 31 mei met | |||||
H | 652 | a | – een hengel geaasd met in die periode verboden aas | 8 | |
H | 652 | b | – een staand net | 6 lid 1 e RB | 8 |
H | 654 | vissen tijdens de door de minister van Economische Zaken vastgestelde periode, in een door hem aangewezen water | 6 lid 3 RB | 8 | |
H | 656 | vissen tussen twee uur na zonsondergang en één uur voor zonsopgang | 8 | ||
Stuw/vispassage | |||||
H | 660 | vissen in de Neder-Rijn, de Maas, de Lek of de Overijsselsche Vecht binnen een afstand van 75 m stroomafwaarts van een stuw, in een bij een stuw aangebrachte vispassage of binnen een straal van 25 m voor de bovenmond van deze vispassage | 8 | ||
Voorhanden hebben | |||||
een vistuig voorhanden hebben op of in de nabijheid van enig binnenwater | |||||
H | 662 | a | – terwijl het gebruik van dat vistuig in het betrokken water of op dat moment verboden is | 8 | |
H | 662 | b | – te weten één of twee hengel(s), terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen | 8 | |
H | 662 | c | – te weten één peur of meer dan twee hengels, terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen | 8 | |
H | 662 | d | – te weten een ander toegestaan vistuig, terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen | 8 | |
Levend aas | |||||
H | 664 | a | bij het vissen in kust- of binnenwater levende vis, amfibieën, reptielen, vogels of zoogdieren als aas gebruiken | 8 | |
Geluidhinder | |||||
Nummers H 200 – H 205: Wetboek van strafrecht (WvSr), Plaatselijke verordeningen (Pl.V) | |||||
H | 200 | rumoer of burengerucht verwekken waardoor de nachtrust kan worden verstoord | 8 | ||
H | 205 | als particulier buiten een inrichting toestellen of geluidsapparaten in werking hebben of handelingen verrichten, waardoor voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt | Pl.V | 8 | |
Nummers H 270 – H 326: Plaatselijke verordeningen (Pl.V) | |||||
roken / vuur stoken | |||||
in/op een bos, heide, veengrond, duingebied dan wel binnen een afstand van dertig meter daarvan | Pl.V | ||||
H | 315 | a | – roken gedurende een door het college aangewezen periode | 8 | |
H | 315 | b | – in de openlucht brandende dan wel smeulende voorwerpen wegwerpen/laten vallen of liggen | 8 | |
H | 320 | in de openlucht vuur aanleggen, stoken of hebben | Pl.V | 8 | |
Uitwerpselen honden | |||||
H | 326 | als degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, niet voldoen aan de verplichting ervoor zorg te dragen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd van die openbare plaats | Pl.V. | 8 | |
Afdeling D. Wetboek van strafrecht | |||||
Categorie-indeling B: | |||||
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; | |||||
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; | |||||
3 – Bromfietsers en snorfietsers; | |||||
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; | |||||
5 – Voetgangers; | |||||
6 – Overige weggebruikers; | |||||
7 – Gezagvoerders/schippers; | |||||
8 – Een ieder. | |||||
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen | |||||
Nummers D 505 – D 537: Boek 3 Wetboek van Strafrecht (WvSr) | |||||
D | 530 | zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden | 8 | ||
D | 515 | door het bevoegd gezag naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres waarop hij in de basisadministratie persoonsgegevens als ingezetene staat ingeschreven, of woon- of verblijfplaats opgeven | 8 | ||
D | 517 | dit onderdeel is nog niet in werking getreden | |||
zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevinden | |||||
D | 535 | i | – op grond die bezaaid, bepoot of beplant is, of ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt | 8 | |
D | 535 | j | – gedurende de maanden mei tot en met oktober op enig wei- of hooiland | 8 | |
D | 537 | zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevinden op eens anders grond, waarvan de toegang hem op voor hem blijkbare wijze verboden is | 8 | ||
Afdeling E. Bijzondere wetten | |||||
Categorie-indeling B: | |||||
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; | |||||
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; | |||||
3 – Bromfietsers en snorfietsers; | |||||
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; | |||||
5 – Voetgangers; | |||||
6 – Overige weggebruikers; | |||||
7 – Gezagvoerders/schippers; | |||||
8 – Een ieder. | |||||
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen | |||||
Nummers E 100 – E 162: Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000), Besluit personenvervoer 2000 (Bp 2000), Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer (RMBTT), Regeling periodieke controle taxameters (RPCT),Spoorwegwet 1875 (Spww 1875), Spoorwegwet (Spww) en Reglement Dienst Hoofd en Lokaalspoorwegen (RDHL) | |||||
Vervoerder/bestuurder | |||||
Noot: | |||||
1. Categorie 8 betreft bij deze feitcodeserie de vervoerder; | |||||
2. Indien de verdachte onder een andere categorie valt dan bij de betreffende feitcode is aangegeven en deze is normadressaat volgens de Wp 2000 dan moet proces-verbaal worden opgemaakt. | |||||
E | 105 | b | met een bus of auto meer personen vervoeren dan wel deze bus of auto voor ander vervoer gebruiken dan blijkens het kentekenregister is toegestaan | 1 | |
E | 105 | d | openbaar vervoer met een bus of besloten busvervoer verrichten terwijl in het kentekenregister de vermelding ontbreekt dat het voertuig is goedgekeurd als bus | 8 | |
E | 105 | e | taxivervoer of openbaar vervoer met een auto verrichten terwijl in het kentekenregister de vermelding ontbreekt dat het voertuig is goedgekeurd als taxi | 76 lid 1 Bp 2000 | 8 |
E | 106 | b | geen geldig vergunningsbewijs aanwezig hebben in bus of auto waarmee openbaar vervoer of besloten busvervoer wordt verricht door hiervoor als vervoerder geen zorg te dragen | 8 | |
in de auto waarmee taxivervoer wordt verricht geen vergunningbewijs aanwezig hebben, te weten | 76 lid 3 Wp 2000 jo. art. III Regeling van de Staatssecretaris IenM, dd 18 december 2012, nr. IENM/BSK-2012/246521 | ||||
E | 108 | a | – door hiervoor als bestuurder geen zorg te dragen | 1 | |
E | 108 | b | – door hiervoor als vervoerder geen zorg te dragen | 8 | |
Feitcodes E 109 a en E 109 b zijn op grond van artikel 82 b lid 10 WP 2000 j° artikel 3 Uitvoeringsregeling kwaliteit taxivervoer 2011 uitsluitend van toepassing in aangewezen gemeenten (Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Rotterdam, Enschede, Eindhoven en Haarlemmermeer) voor zover bepalingen opgenomen in een verordening als bedoeld in artikel 82b lid 1 WP 2000 | |||||
E | 109 | a | als bestuurder taxivervoer aanbieden of verrichten op aangewezen wegen of gedeelten daarvan, zonder geldige door het college afgegeven vergunning als bedoeld in artikel 82b WP 2000 | 82b WP 2000 jo. Pl.V. | 1 |
E | 109 | b | als vervoerder taxivervoer aanbieden of (laten) verrichten op aangewezen wegen of gedeelten daarvan, zonder geldige door het college afgegeven vergunning als bedoeld in artikel 82b WP 2000 | 82b WP 2000 jo. Pl.V. | 8 |
E | 110 | a | een bestuurder met besturen van een bus belasten die niet in het bezit is van een niet ouder dan vijf jaar zijnde geneeskundige verklaring waaruit blijkt dat hij geen lichamelijke of geestelijke afwijkingen heeft welke hem zouden beletten een bus naar behoren te besturen en dat hij beschikt over voldoende gehoor- en gezichtsvermogen | 8 | |
E | 111 | a | als bestuurder van een bus geen geneeskundige verklaring bij zich hebben | 74 lid 3 Bp 2000 | 1 |
E | 113 | a | als bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht niet in het bezit zijn van een geldige, behoorlijk leesbare chauffeurspas/-kaart of chauffeurspas/-kaart onder beperkingen | 1 | |
E | 113 | aa | een bestuurder belasten met het besturen van een auto, waarmee taxivervoer wordt verricht, zonder dat die bestuurder in het bezit is van een geldige, behoorlijk leesbare chauffeurspas/-kaart of chauffeurspas/-kaart onder beperkingen | 81 lid 3 en 4 Bp 2000 | 8 |
E | 114 | als vervoerder taxivervoer aanbieden, terwijl het tarief, bedoeld in artikel 1, eerste of vijfde lid RMBTT niet zowel in de auto waarmee taxivervoer wordt verricht als aan de buitenzijde voor de consument duidelijk leesbaar wordt getoond | 8 | ||
E | 115 | als vervoerder in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, geen taxameter aanwezig hebben die zichtbaar voor de reiziger de vervoerprijs overeenkomstig de kenbaar gemaakte tarieven aangeeft | 8 | ||
E | 116 | als vervoerder er geen zorg voor dragen dat de taxameter voldoet aan de regels die bij en krachtens de Metrologiewet zijn gesteld | 78 lid 2 Bp 2000 | 8 | |
E | 117 | taxivervoer verrichten zonder de in de auto aanwezige taxameter te gebruiken | 78 lid 3 BP 2000 | 1 | |
E | 118 | als vervoerder taxivervoer verrichten terwijl de ingebouwde taxameter niet binnen een termijn van één jaar is gekeurd | 1 lid 1 RPCT jo. 78 lid 4 Bp 2000 | 8 | |
De reiziger | |||||
E | 100 | a | dit onderdeel is nog niet in werking getreden | ||
Een ieder | |||||
de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door het verhinderen of belemmeren van | |||||
E | 120 | a | – de bediening en het gebruik van voorzieningen | 8 | |
E | 120 | b | – de bediening en het gebruik van een vervoermiddel | 8 | |
E | 120 | c | – de taakuitoefening van het personeel van de vervoerder | 8 | |
de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door voorzieningen te gebruiken | 72 Wp 2000 jo. 52 lid 1b Bp 2000 | ||||
E | 121 | a | – op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar zijn | 8 | |
E | 121 | b | – op een andere dan de daarvoor bestemde wijze | 8 | |
E | 121 | c | de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door misbruik te maken van voorzieningen | 72 Wp 2000 jo. 52 lid 1b Bp 2000 | 8 |
de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door een vervoermiddel te gebruiken | 72 Wp 2000 jo. 52 lid 1b Bp 2000 | ||||
E | 122 | a | – op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar is | 8 | |
E | 122 | b | – op een andere dan de daarvoor bestemde wijze | 8 | |
E | 123 | de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door stoffen of voorwerpen uit een vervoermiddel te werpen | 72 Wp 2000 jo. 52 lid 1c Bp 2000 | 8 | |
de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich | 72 Wp 2000 jo. 52 lid 1d Bp 2000 | ||||
E | 124 | a | – in kennelijke staat van dronkenschap te bevinden | 8 | |
E | 124 | b | – onder kennelijke invloed van verdovende middelen te bevinden | 8 | |
E | 125 | a | de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door te roken in, een gedeelte van, een vervoermiddel, waarvan de vervoerder heeft aangegeven dat dit niet is toegestaan | 72 Wp 2000 jo. 52 lid 1i Bp 2000 | 8 |
E | 125 | b | de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door te roken in, een gedeelte van, een station, waarvan de vervoerder heeft aangegeven dat dit niet is toegestaan | 72 Wp 2000 jo. 52 lid 1i Bp 2000 | 8 |
E | 126 | de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich te bevinden op een, gedeelte van een, station of halte op een tijdstip dat deze gesloten dan wel niet toegankelijk is | 72 Wp 2000 jo. 52 lid 1j Bp 2000 | 8 | |
E | 127 | de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich op een station of halte te begeven langs een andere dan de daarvoor bestemde weg | 72 Wp 2000 jo. 52 lid 1k Bp 2000 | 8 | |
E | 128 | niet opvolgen van de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang, die door of vanwege de vervoerder duidelijk kenbaar zijn gemaakt | 73 Wp 2000 | 8 | |
de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door | 72 Wp 2000 jo. 52, | ||||
E | 129 | a | – zodanig geluid voort te brengen dat anderen daarvan hinder ondervinden | lid 1e Bp 2000 | 8 |
E | 129 | b | – het uitoefenen van een beroep, bedrijf of het aanbieden van diensten | lid 1f Bp 2000 | 8 |
E | 129 | c | – het tentoonstellen van voorwerpen, maken van reclame of propaganda | lid 1g Bp 2000 | 8 |
E | 129 | d | – het verspreiden van drukwerken (uitsluitend handelsreclame) | lid 1g Bp 2000 | 8 |
E | 129 | f | – hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging te veroorzaken of te kunnen veroorzaken door dieren, stoffen of voorwerpen in een vervoermiddel mee te nemen | lid 1h Bp 2000 | 8 |
E | 129 | g | – het op andere wijze veroorzaken of kunnen veroorzaken van hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging | lid 1l Bp 2000 | 8 |
E | 145 | op of langs de spoorweg rijden of lopen | 43 jo. 63 Spww 1875 | 8 | |
E | 146 | paarden, vee of andere dieren op of langs de spoorweg drijven of laten lopen | 44 jo. 63 Spww 1875 | 8 | |
E | 149 | zich op of langs gedeelten van een hoofdspoorweg, met uitzondering van een perron, die niet zijn gelegen in een gelijkvloerse kruising met een weg of in een voor het openbaar verkeer openstaande weg, bevinden of daarop of daarlangs dieren drijven of laten lopen | 8 | ||
Nummer E 320: Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) | |||||
E | 320 | a | niet voldoen aan vordering van toezichthouder | 8 | |
E | 320 | b | onjuiste gegevens opgeven, na vordering van toezichthouder | 34 lid 1, onderdeel b WAHV | 8 |
E | 320 | c | niet voldoen aan de vordering van de officier van justitie het rijbewijs op een bepaalde tijd en aangewezen plaats in te leveren | 34 lid 1, onderdeel c WAHV | 8 |
Nummers E 801 – E 837: Vreemdelingenwet 2000 (VrW 2000), Schengengrenscode (SGC) en Vreemdelingenbesluit 2000 (VB 2000) | |||||
E | 801 | als vreemdeling die Nederland in- of uitreist zich niet begeven langs een doorlaatpost, binnen de tijd dat deze is opengesteld, en zich niet aldaar vervoegen bij een ambtenaar, belast met de grensbewaking | 108 lid 1 VrW 2000 jo 4 lid 1 SGC | 8 | |
E | 803 | zich op of nabij een plaats bevinden, waar een grensdoorlaatpost is gevestigd, zonder zich te houden aan de aldaar door de ambtenaren, belast met de grensbewaking, in het belang van de uitoefening van hun taak gegeven aanwijzingen | 8 | ||
E | 808 | als gezagvoerder van een zeeschip niet tijdig van het voorgenomen vertrek van zijn schip uit Nederland kennis geven aan het hoofd van de grensdoorlaatpost | 8 | ||
als vreemdeling niet op vordering van de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling verblijft, namens de Minister van Veiligheid en Justitie, binnen de in de vordering aangegeven tijd | |||||
E | 817 | a | – de gevraagde gegevens verstrekken | 8 | |
E | 817 | b | – de gevraagde gegevens in persoon verstrekken | 4.38 lid 2 VB 2000 | 8 |
als vreemdeling, die geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, niet onmiddellijk van zijn aanwezigheid mededeling doen aan de korpschef van de gemeente waar hij verblijft | 4.39 VB 2000 jo. 108 VrW 2000 | ||||
E | 822 | a | – gedurende een illegaal verblijf van 1 tot 15 dagen | 8 | |
E | 822 | b | – gedurende een illegaal verblijf van 15 dagen tot 3 maanden | 8 | |
E | 822 | c | – gedurende een illegaal verblijf van 3 tot 6 maanden | 8 | |
E | 822 | d | – gedurende een illegaal verblijf van 6 maanden tot 1 jaar | 8 | |
E | 822 | e | – gedurende een illegaal verblijf van 1 jaar tot 2 jaar | 8 | |
E | 822 | f | – gedurende een illegaal verblijf van 2 jaar of langer | 8 | |
als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd (anders dan met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vrw 2000) | 108 lid 1 en 6 jo. 66a VrW 2000 | ||||
E | 824 | a | – voor een periode van 1 tot 15 dagen | 8 | |
E | 824 | b | – voor een periode van 15 dagen tot 3 maanden | 8 | |
E | 824 | c | – voor een periode van 3 maanden tot 6 maanden | 8 | |
E | 824 | d | – voor een periode van 6 maanden tot 1 jaar | 8 | |
E | 824 | e | – voor een periode van 1 jaar tot 2 jaar | 8 | |
E | 824 | f | – voor een periode van 2 jaar of langer | 8 | |
E | 824 | g | – periode onbekend | 8 | |
E | 825 | als vreemdeling aan wie het krachtens artikel 12 van de Vreemdelingenwet 2000 is toegestaan in Nederland te verblijven en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf langer dan drie maanden, zich niet binnen drie dagen na zijn binnenkomst in Nederland in persoon melden bij de korpschef van de gemeente waar hij verblijft | 8 | ||
E | 827 | als vreemdeling te zijner identificatie op vordering van een ambtenaar, belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, niet een goedgelijkende pasfoto ter beschikking stellen of vingerafdrukken van zich laten nemen indien daartoe in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat | 8 | ||
E | 832 | als vreemdeling die houder is van een visum of een document voor grensoverschrijding waarin door de daartoe bevoegde autoriteit een aantekening is gesteld omtrent aanmelding bij een vreemdelingendienst in Nederland, zich niet binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aanmelden bij de korpschef van de in deze aantekening vermelde gemeente | 8 | ||
niet voldoen aan de verplichting tot wekelijkse aanmelding bij de korpschef van de gemeente van verblijf, behoudens door deze verleende ontheffing | |||||
E | 836 | a | – als vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, in afwachting van de feitelijke mogelijkheid tot vertrek of uitzetting | 8 | |
E | 836 | b | – als vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder f, g of h van de Vreemdelingenwet 2000 | 4.51 lid 1 sub b VB 2000 | 8 |
Nummer E 211: Drank- en horecawet (DHW) | |||||
Noot: het vermelde tarief bij feitcode E211a dient gehalveerd en op hele euro’s naar boven afgerond te worden | |||||
E | 211 | a | als persoon onder de 18 jaar op voor het publiek toegankelijke plaatsen alcoholhoudende drank aanwezig of voor consumptie gereed hebben, anders dan op plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse wordt verstrekt (jonger dan 16) | 8 | |
E | 211 | b | als persoon onder de 18 jaar op voor het publiek toegankelijke plaatsen alcoholhoudende drank aanwezig of voor consumptie gereed hebben, anders dan op plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse wordt verstrekt (16 jaar en 17 jaar) | 45 DHW | 8 |
Afdeling F. Overige overtredingen | |||||
Categorie-indeling B: | |||||
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; | |||||
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; | |||||
3 – Bromfietsers en snorfietsers; | |||||
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; | |||||
5 – Voetgangers; | |||||
6 – Overige weggebruikers; | |||||
7 – Gezagvoerders/schippers; | |||||
8 – Een ieder. | |||||
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen | |||||
Voor alle feiten uit deze afdeling geldt dat hiervoor uitsluitend kan worden geverbaliseerd indien en voor zover in de betreffende lokale verordening een daartoe strekkende verbods- en strafbepaling zijn opgenomen | |||||
Nummers F 050 – F 400: Plaatselijk geldende verordeningen (Pl.V) | |||||
Verspreiden van gedrukte stukken | |||||
F | 111 | op door het college aangewezen openbare plaatsen gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek verspreiden dan wel openlijk aanbieden | Pl.V | 8 | |
Vertoningen e.d. op de weg | |||||
F | 095 | zonder vergunning op een openbare plaats als dienstverlener optreden of zijn diensten als zodanig aanbieden | Pl.V | 8 | |
F | 100 | als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids ten behoeve van publiek optreden op of aan door de burgemeester aangewezen openbare plaats, waar dit niet is toegestaan | Pl.V | 8 | |
Bruikbaarheid en aanzien van de weg | |||||
de weg of een weggedeelte anders gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, waardoor | Pl.V | ||||
F | 102 | a | – aan de weg schade wordt toegebracht of kan worden toegebracht | 8 | |
F | 102 | b | – de bruikbaarheid van de weg wordt belemmerd of kan worden belemmerd | 8 | |
F | 102 | c | – het beheer of onderhoud van de weg wordt belemmerd of kan worden belemmerd | 8 | |
F | 101 | zonder vergunning of anders dan de daarin gestelde voorwaarden de weg of een weggedeelte gebruiken anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan (bijv. terrasverbod, reclameborden) | Pl.V | 8 | |
Winkelwagentjes | |||||
F | 136 | a | een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achterlaten | Pl.V | 8 |
F | 136 | zich met een winkelwagentje op of aan de weg bevinden op meer dan de toegestane afstand van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld | Pl.V | 8 | |
Evenementen | |||||
F | 070 | zonder een vergunning of in afwijking van een vergunning een evenement organiseren | Pl.V | 8 | |
Toezicht op openbare inrichtingen | |||||
als houder van een openbare inrichting na sluitingstijd | Pl.V | ||||
F | 105 | a | – die inrichting voor bezoekers geopend hebben | 8 | |
F | 105 | b | – in die inrichting bezoekers laten verblijven | 8 | |
zich als bezoeker in een openbare inrichting bevinden | Pl.V | ||||
F | 106 | a | – na sluitingstijd | 8 | |
F | 106 | b | – gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn | 8 | |
Plakken en kladden | |||||
F | 110 | a | een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is bekrassen of bekladden | Pl.V | 8 |
F | 110 | b | op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding dan wel met enigerlei stof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aanplakken of op andere wijze aanbrengen | Pl.V | 8 |
F | 110 | c | aanplakborden gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame | Pl.V | 8 |
F | 110 | d | als houder van een schriftelijke toestemming niet voldoen aan de verplichting om op eerste vordering van een opsporingsambtenaar de schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats/dat gedeelte van een onroerende zaak ter inzage af te geven | Pl.V | 8 |
F | 115 | op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap vervoeren of bij zich hebben | Pl.V | 8 | |
Hinderlijk gedrag | |||||
F | 120 | a | op een openbare plaats klimmen of zich bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining, andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair | Pl.V | 8 |
F | 120 | b | op een openbare plaats zich zodanig ophouden dat voor andere gebruikers of bewoners van nabij die plaats gelegen woningen onnodige overlast of hinder wordt veroorzaakt | Pl.V | 8 |
F | 125 | a | zonder redelijk doel zich in een portiek of poort ophouden of in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw zitten of liggen | Pl.V | 8 |
F | 125 | b | zonder redelijk doel zich anders dan als bewoner of gebruiker van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen of van publiek toegankelijke gebouwen bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw | Pl.V | 8 |
(in of op) een portaal, telefooncel, wachtlokaal voor openbaar vervoer, parkeergarage, rijwielstalling of een andere voor het publiek toegankelijke ruimte | Pl.V | ||||
F | 130 | a | – zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze ophouden | 8 | |
F | 130 | b | – verontreinigen | 8 | |
F | 130 | c | – voor een ander doel gebruiken dan waarvoor die ruimte bestemd is | 8 | |
Verboden drankgebruik | |||||
F | 121 | a | als persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied alcoholhoudende drank nuttigen | Pl.V | 8 |
F | 121 | b | als persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank bij zich hebben | Pl.V | 8 |
(Brom)fietsen | |||||
op (of aan) een openbare plaats een (brom)fiets plaatsen of laten staan tegen een raam, raamkozijn, deur of gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek | Pl.V | ||||
F | 131 | a | – in strijd met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of portiek | 8 | |
F | 131 | b | – waardoor die ingang wordt versperd | 8 | |
F | 133 | a | een (brom)fiets op een door het college aangewezen plaats onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen laten staan | Pl.V | 8 |
F | 135 | op uren en/of plaatsen die door het college of de burgemeester zijn aangewezen zich met een fiets of bromfiets bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden, welke publiek trekt | Pl.V | 8 | |
Spieden | |||||
F | 140 | a | zich in de nabijheid van een persoon, gebouw, woonwagen of woonschip ophouden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een zich daarin bevindende persoon te bespieden | Pl.V | 8 |
F | 140 | b | een persoon in een gebouw, woonwagen of woonschip door middel van een verrekijker of ander optisch instrument bespieden | Pl.V | 8 |
Honden | |||||
als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op | Pl.V | ||||
F | 145 | a | – een weg gelegen binnen de bebouwde kom zonder dat de hond is aangelijnd | 8 | |
F | 145 | b | – een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats | 8 | |
F | 145 | c | – een weg zonder dat de hond is voorzien van een identificatiemerk dat de eigenaar of houder van de hond duidelijk doet kennen | 8 | |
F | 145 | d | – een weg zonder een deugdelijk middel dat is bestemd voor het verwijderen van uitwerpselen bij zich te dragen en/of dit middel niet op eerste vordering tonen aan de met het toezicht belaste ambtenaar | 8 | |
als eigenaar of houder van een hond deze laten verblijven of laten lopen op een openbare plaats of op een terrein van een ander | Pl.V | ||||
F | 150 | a | – terwijl na schriftelijke aanzegging van het college deze hond niet kort is aangelijnd | 8 | |
F | 150 | b | – terwijl na schriftelijke aanzegging van het college deze hond niet kort is aangelijnd en gemuilkorfd | 8 | |
F | 150 | c | – zonder dat deze hond is voorzien van een afleesbare microchip met uniek identificatienummer dat in verband met het gedrag van de hond is verstrekt | 8 | |
Vee / dieren | |||||
F | 151 | a | als degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, niet voorkomen dat dit dier voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt | 8 | |
F | 155 | a | als rechthebbende op herkauwende dieren, eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden, niet voldoen aan de verplichting om zodanige maatregelen te treffen dat dit vee die weg niet kan bereiken | Pl.V | 8 |
Vuurwerk | |||||
F | 400 | a | consumentenvuurwerk gebruiken op een door het college aangewezen plaats waar dit gebruik verboden is | Pl.V | 8 |
F | 400 | b | op een openbare plaats consumentenvuurwerk gebruiken terwijl dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken | Pl.V | 8 |
Natuurlijke behoefte | |||||
F | 185 | binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte doen buiten een daarvoor bestemde plaats | Pl.V | 8 | |
Slaapplaats | |||||
F | 114 | a | buiten een daartoe bestemd kampeerterrein kampeermiddelen plaatsen of geplaatst houden ten behoeve van recreatief nachtverblijf | Pl.V | 8 |
F | 114 | b | de weg als slaapplaats gebruiken | Pl.V | 8 |
Vaartuigen / zwemmen | |||||
F | 235 | met of voor een vaartuig een ligplaats innemen, hebben of beschikbaar stellen op een door het college aangewezen gedeelte van een openbaar water waar dit niet is toegestaan | Pl.V | 7/8 | |
F | 240 | als bader of zwemmer in openbaar water zich zodanig gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden | Pl.V | 8 | |
F | 245 | zich zonder redelijk doel aan een vaartuig in openbaar water vasthouden, daarop klimmen of zich daarop of daarin begeven of bevinden | Pl.V | 8 | |
Parken, natuur- en recreatiegebieden | |||||
F | 250 | rijden of zich bevinden met een motorvoertuig/(brom)fiets of een paard binnen een voor publiek toegankelijk natuurgebied, park, plantsoen of voor recreatief gebruik beschikbaar terrein | Pl.V | 1/2/3/4/6 | |
F | 251 | zonder daartoe bevoegd te zijn zich bevinden buiten wegen of paden, die liggen in/op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken | Pl.V | 8 | |
F | 252 | met een voertuig rijden door een park/plantsoen of op een niet van de weg deel uitmakende, van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook | Pl.V | 1/2/3/4/6 | |
F | 212 | b | een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied anders dan tot doel van dagrecreatie | Pl.V | 8 |
F | 212 | g | een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door zich als eigenaar of houder van een hond zich met die hond in een vastgestelde periode te bevinden buiten een aangewezen gebied, waar het verblijf van de hond is toegestaan | Pl.V | 8 |
Veerpont Amsterdam | |||||
gebruik maken van een veerpont en de daarop aanwezige voorzieningen terwijl de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt verstoord, of kan worden verstoord door | 2.23 APV Amsterdam 2008 | ||||
F | 223 | a | – in strijd met het door de vervoerder kenbaar gemaakte verbod te rijden op de veerpont met een fiets of bromfiets | 8 | |
F | 223 | b | – te roken in of op een gedeelte van de veerpont waarvan de vervoerder heeft aangegeven dat dit niet is toegestaan | 8 | |
F | 223 | c | – het niet opvolgen van de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang, die door de vervoerder duidelijk kenbaar zijn gemaakt | 8 | |
Afdeling G. Misdrijven | |||||
Categorie-indeling B: | |||||
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; | |||||
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; | |||||
3 – Bromfietsers en snorfietsers; | |||||
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; | |||||
5 – Voetgangers; | |||||
6 – Overige weggebruikers; | |||||
7 – Gezagvoerders/schippers; | |||||
8 – Een ieder. | |||||
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen | |||||
Nummer G 100: Boek 2 Wetboek van Strafrecht (WvSr) | |||||
goederen uit een winkel/vanaf een benzinestation wegnemen/toe-eigenen, waarde van het ontvreemde goed | |||||
G | 100 | a | – t/m € 50 | 8 | |
G | 100 | b | – meer dan € 50 en t/m € 120 | 8 |
Feit | Overtreden artikel | Tarief in categorie(ën) | |||
Bestuurlijke strafbeschikking milieu | |||||
Categorie-indeling F: | |||||
1 – Natuurlijk persoon; | |||||
2 – Rechtspersoon. | |||||
Nummers BM 001 – BM 010 en BM 612 – BM 613: Wet Milieubeheer | |||||
zich niet houden aan de voorschriften bij de inzamelvergunning | |||||
BM | 001 | a | zich hebben ontdaan van afvalstoffen, door die afvalstoffen – al dan niet in verpakking – buiten een inrichting te storten en/of anderszins op of in de bodem te brengen en/of te verbranden: 1–5 m3 | 1/2 | |
BM | 001 | b | zich hebben ontdaan van afvalstoffen, door die afvalstoffen – al dan niet in verpakking – buiten een inrichting te storten en/of anderszins op of in de bodem te brengen en/of te verbranden: 5–10 m3 | 10.2 Wet milieubeheer | 1/2 |
BM | 003 | zich door afgifte aan een ander hebben ontdaan van bedrijfsafvalstoffen; max. 10 m3 | 1/2 | ||
BM | 004 | niet registreren van één of meer gegevens als bedoeld in artikel 10.38 lid 1 Wet milieubeheer bij afgifte van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen | 1/2 | ||
BM | 005 | geen melding maken met betrekking tot afgifte van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen aan het bevoegd gezag | 10.38 lid 3 Wm | 1/2 | |
BM | 006 | niet verstrekken van een begeleidingsbrief, welke ten minste de gegevens bevat die zijn genoemd in art. 10.39 lid 1 onder a en 10.38 lid 1 van de Wet milieubeheer bij afgifte van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke stoffen aan een persoon als bedoeld in art. 10.37 lid 2 onder a tot en met e Wet milieubeheer | 1/2 | ||
BM | 007 | niet melden van afgifte van bedrijfsafvalstoffen aan het bevoegd gezag door een persoon als bedoeld in art. 10.38 lid 2 onder a of b van de Wet milieubeheer | 1/2 | ||
BM | 008 | in ontvangst nemen van bedrijfsafvalstoffen door een persoon als bedoeld in art. 10.40 lid 1 Wet milieubeheer zonder dat daarbij een omschrijving en een begeleidingsbrief als bedoeld in art. 10.39 lid 1 onder a en b Wet milieubeheer worden verstrekt | 10.40 lid 2 Wm | 1/2 | |
BM | 009 | tijdens het vervoer van bedrijfsafvalstoffen geen begeleidingsbrief als bedoeld in art. 10.39 Wet milieubeheer aanwezig hebben, zolang degene die afvalstoffen onder zich heeft | 1/2 | ||
BM | 010 | bedrijfsafvalstoffen inzamelen zonder vermelding op een lijst van inzamelaars | 1/2 | ||
BM | 612 | zich niet houden aan de voorschriften bij de inzamelvergunning | 1/2 | ||
BM | 613 | zonder vermelding als vervoerder en/of handelaar en/of bemiddelaar op de lijst van vervoerders, handelaars en bemiddelaars, tegen vergoeding vervoeren voor anderen en/of verhandelen en/of bemiddelen bij het beheer van bedrijfsafvalstoffen | 1/2 | ||
Nummers BM 029 – BM 042 en BM 636 – BM 642: Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) | |||||
BM | 029 | a | overbrengen van afvalstoffen in strijd met de voorwaarden verbonden aan de toestemming voor een aangemelde overbrenging | 10.60 lid 6 onder a Wm ivm. 10 lid 1 EVOA | 1/2 |
BM | 029 | b | overbrenging van afvalstoffen in strijd met de vervoersvoorwaarden verbonden aan de kennisgeving | 10.60 lid 6 onder a Wm ivm. 10 lid 2 EVOA | 1/2 |
BM | 030 | overbrengen van afvalstoffen zonder de betrokken bevoegde autoriteiten zo spoedig mogelijk op de hoogte te brengen van een – wegens onvoorziene omstandigheden benodigde – routewijziging bij een algemene kennisgeving | 10.60 lid 5 onder a Wm i.v.m. 13 lid 2 EVOA | 1/2 | |
BM | 031 | overbrengen van afvalstoffen in strijd met de voorwaarde dat naderhand aanvullende informatie en documentatie wordt verstrekt aan de betrokken bevoegde autoriteiten in geval van een algemene kennisgeving | 10.60 lid 6 onder a Wm i.v.m. 13 lid 3 EVOA | 1/2 | |
BM | 034 | overbrengen van afvalstoffen terwijl het vervoersdocument niet volledig of onjuist is ingevuld of niet is ondertekend door de kennisgever | 10.60 lid 5 onder a Wm i.v.m. 16 onder a EVOA | 1/2 | |
BM | 036 | overbrengen van afvalstoffen waarbij het transport van afvalstoffen op een andere dan de opgegeven transportdatum plaatsvindt | 10.60 lid 5 onder a Wm i.v.m. 16 onder b EVOA | 1/2 | |
BM | 037 | overbrengen van afvalstoffen waarbij het vervoer niet vergezeld gaat van de juiste documenten (vervoersdocument, de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten resp. zijn verleend en gesteld) | 10.60 lid 5 onder a Wm i.v.m. 16 onder c, tweede volzin EVOA | 1/2 | |
BM | 042 | niet gedurende ten minste 5 jaar door de kennisgever en/of de ontvanger en/of de inrichting die de afvalstoffen heeft ontvangen, bewaren van aan of door de bevoegde autoriteiten verzonden documenten inzake de overbrenging van afvalstoffen | 10.56 Wm i.v.m. 5 Regeling EG-verordening overbrenging van afvalstoffen | 1/2 | |
BM | 636 | niet gedurende drie jaar door de kennisgever, de ontvanger, de inrichting die de afvalstoffen heeft ontvangen, bewaren van aan of door de bevoegde autoriteiten verzonden documenten inzake de kennisgeving van een transport | 10.60 lid 7 onder a Wm ivm art. 20 lid 1 EVOA | 1/2 | |
BM | 637 | niet gedurende drie jaar bewaren van de uit hoofde van artikel 18 lid 1 EVOA verstrekte informatie door de opdrachtgever, de ontvanger en de inrichting die de afvalstoffen ontvangt | 10.60 lid 7 onder a Wm ivm art. 20 lid 2 EVOA | 1/2 | |
BM | 638 | overbrengen van groene lijst afvalstoffen voor nuttige toepassing zonder of met onvolledige bijlage VII informatie | 10.60 lid 2 Wm ivm 2 lid 35 sub g onder iii EVOA | 1/2 | |
BM | 639 | overbrengen van afvalstoffen zonder kennisgeving | 10.60 lid 2 Wm ivm 2 lid 35 a en b EVOA | 1 | |
BM | 640 | overbrengen van afvalstoffen met kennisgeving maar zonder toestemming van de betrokken bevoegde autoriteiten | 10.60 lid 2 Wm ivm 2 lid 35 b EVOA | 1 | |
BM | 641 | overbrengen van afvalstoffen waarbij verwijdering en/of nuttige toepassing in strijd is met communautaire en/of internationale regelgeving | 10.60 lid 2 Wm ivm 2 lid 35 e EVOA | 1 | |
BM | 642 | afvalstoffen overbrengen in strijd met een verbod zoals genoemd in artikel 34 en/of 36 en/of 39 en/of 40 en/of 41 en/of 43 EVOA | 10.60 lid 2 Wm ivm 2 lid 35 f EVOA | 1 | |
Nummer BM 011: Besluit inzamelen afvalstoffen | |||||
BM | 011 | als inzamelaar tijdens het inzamelen geen gewaarmerkte kopie van het certificaat waaruit blijkt dat hij op de lijst van inzamelaars staat vermeld, zichtbaar ten behoeve van de handhaving aanwezig hebben | 1/2 | ||
Nummers BM 012 – BM 015: Besluit beheer autowrakken | |||||
BM | 012 | a | als producent en/of importeur van voertuigen die onder zijn verantwoordelijkheid in Nederland aan een ander ter beschikking zijn gesteld geen zorg dragen voor: een landelijk dekkend innamesysteem voor autowrakken | 1/2 | |
BM | 012 | b | als producent en/of importeur van voertuigen die onder zijn verantwoordelijkheid in Nederland aan een ander ter beschikking zijn gesteld geen zorg dragen voor: het om niet kunnen afgeven van autowrakken | 8 sub b Besluit beheer autowrakken | 1/2 |
BM | 012 | c | als producent en/of importeur van voertuigen die onder zijn verantwoordelijkheid in Nederland aan een ander ter beschikking zijn gesteld geen zorg dragen voor: het opzetten van een verwerkingssysteem voor autowrakken | 8 sub c Besluit beheer autowrakken | 1/2 |
BM | 013 | als producent en/of importeur van voertuigen niet binnen dertien weken nadat dit besluit op hem van toepassing is geworden, aan Onze Minister mededeling doen over de wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan de verplichtingen | 1/2 | ||
BM | 014 | als producent en/of importeur van voertuigen niet de verplichtingen uitvoeren overeenkomstig de mededeling, zoals onze minister daarmee heeft ingestemd | 1/2 | ||
BM | 015 | als producent en/of importeur van voertuigen niet voor 1 augustus van elk jaar aan Onze Minister een verslag zenden over de uitvoering van de verplichtingen in het voorafgaande kalenderjaar | 1/2 | ||
Nummer BM 016: Besluit beheer batterijen en accu’s 2008 | |||||
BM | 016 | als producent en/of fabrikant van batterijen en/of accu’s niet binnen dertien weken nadat de Regeling beheer batterijen en accu’s 2008 op hem van toepassing is geworden, mededeling doen aan Onze Minister | 1/2 | ||
Nummers BM 017 – BM 021: Regeling beheer batterijen en accu’s 2008 | |||||
BM | 017 | als producent van draagbare batterijen en/of accu’s geen zorg dragen voor een inzamelingssysteem dat de eindgebruikers in staat stelt om zich in hun nabijheid kosteloos op een in voldoende mate toegankelijk inzamelpunt in Nederland van die draagbare batterijen en accu’s te ontdoen | 1/2 | ||
BM | 018 | als producent van draagbare batterijen en/of accu’s geen zorg dragen voor een systeem voor de verwerking en de recycling als materiaal van afgedankte batterijen en accu’s | 1/2 | ||
BM | 019 | als producent van draagbare batterijen en/of accu’s niet zorgen dat die batterijen en/of accu’s en/of batterijpakken zijn voorzien van het symbool, bedoeld in bijlage II, van richtlijn 2006/66/EG (afvalcontainer met kruis) | 1/2 | ||
BM | 020 | als producent van draagbare batterijen en/of accu’s zich niet laten registreren bij de Minister van Infrastructuur en Milieu | 1/2 | ||
BM | 021 | als fabrikant en/of producent van draagbare batterijen en/of accu’s niet voor 1 augustus van elk jaar aan de Minister van Infrastructuur en Milieu een verslag zenden | 1/2 | ||
Nummers BM 025, BM 500 en BM 619 – BM 621: Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur | |||||
BM | 025 | a | als producent van elektrische/elektronische apparatuur de door hem geproduceerde elektrische/elektronische apparatuur niet voorzien van: een symbool zoals opgenomen is in bijlage IV bij richtlijn nr. 2002/96/EG (afvalcontainer met kruis) | 15 lid 1 Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur | 1/2 |
BM | 025 | c | als producent van elektrische/elektronische apparatuur de door hem geproduceerde elektrische/elektronische apparatuur niet voorzien van: een aanduiding waaruit blijkt dat het apparaat na 13 augustus 2005 op de markt is gebracht | 16 lid 4 Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur | 1/2 |
BM | 500 | als distributeur bij het ter beschikking stellen van een nieuw product, een soortgelijk na gebruik vrijgekomen product – zijnde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – van particuliere huishoudens, dat hem wordt aangeboden niet ten minste om niet innemen | 4 Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur | 1/2 | |
BM | 619 | als producent van elektrische en/of elektronische apparatuur zich niet melden bij het register | 19 lid 1 Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur | 1/2 | |
BM | 620 | als producent en/of zijn gemachtigde niet de in deel A van bijlage X bij de richtlijn nr. 2012/19/EU genoemde informatie verstrekken bij de registratie en/of niet actueel houden van de informatie | 19 lid 2 Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur | 1/2 | |
BM | 621 | als producent en/of zijn gemachtigde niet de in deel B van bijlage X bij de richtlijn nr. 2012/19/EU genoemde informatie voor 1 mei over het voorafgaande kalenderjaar verstrekken aan het register | 19 lid 3 Regeling afgedankte elektrische en elektronsiche apparatuur | 1/2 | |
Nummer BM 622 – BM 627: Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur | |||||
BM | 622 | het in de handel brengen van elektrische en/of elektronische apparatuur, met inbegrip van kabels en/of reserveonderdelen voor het repareren en/of hergebruiken en/of het aanpassen van de functionele aspecten en/of het verbeteren van de capaciteit ervan, indien deze in bijlage II van richtlijn nr. 2011/65/EU opgenomen stoffen bevat, waarbij in een homogeen materiaal de in bedoelde bijlage II genoemde maximale concentratiewaarden worden overschreden | 3 lid 1 Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur | 1/2 | |
BM | 623 | als fabrikant die elektrische en/of elektronische apparatuur in de handel brengt geen EU-conformiteitsverklaring opstellen als bedoeld in artikel 10 Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur, wanneer met de onder artikel 4 lid b bedoelde procedures is aangetoond dat de elektrische en elektronische apparatuur voldoet aan de toepasselijke eisen | 4 lid 1 c Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur | 1/2 | |
BM | 624 | als fabrikant niet tenminste 10 jaar nadat apparatuur in de handel is gebracht de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring van elektrische en elektronische apparatuur bewaren | 4 lid 3 Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur | 1/2 | |
BM | 625 | als importeur elektrische en/of elektronische apparatuur in de handel brengen zonder CE-markering en/of zonder de vereiste documenten | 6 lid 1 c Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur | 1/2 | |
BM | 626 | als importeur niet 10 jaar na het in de handel brengen van elektrische en/of elektronische apparatuur bewaren van een kopie van de EU-conformiteitsverklaring | 6 lid 7 Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur | 1/2 | |
BM | 627 | als distributeur niet uit de handel nemen of terugroepen van door hem in de handel gebrachte elektrische en/of elektronische apparatuur welke niet aan deze regeling voldoet | 7 lid 3 b Regeling gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur | 1/2 | |
Nummers BM 043 – BM 044, BM 530 en BM 643 – BM 648: Asbestverwijderingsbesluit 2005 (Avb) | |||||
BM | 530 | als opdrachtgever niet verstrekken van het asbestinventarisatie rapport aan degene die het werk uitvoert | 1/2 | ||
BM | 043 | bij het gehele of gedeeltelijk slopen van een gebouw of object, niet beschikken over een asbestinventarisatierapport | 1 | ||
BM | 044 | bij het verwijderen van asbest uit een gebouw of object, niet beschikken over een asbestinventarisatierapport | 3.2 Avb | 1 | |
BM | 643 | het asbest niet verwijderen voordat het bouwwerk of object wordt afgebroken of uit elkaar wordt genomen | 1 | ||
BM | 644 | niet scheiden, niet gescheiden houden en niet gescheiden verzamelen van asbest of asbesthoudende producten | 7 sub b Avb | 1 | |
BM | 645 | niet op de juiste wijze verpakken van asbest of asbesthoudende producten | 7 sub c Avb | 1 | |
BM | 646 | niet op juiste wijze opslaan van verpakt asbesthoudend materiaal | 7 sub d en sub e Avb | 1 | |
BM | 647 | niet op de juiste wijze aangeven dat de verpakking asbesthoudend materiaal bevat | 7 sub f Avb | 1 | |
BM | 648 | asbesthoudend materiaal is niet binnen 2 weken na het vrijkomen afgevoerd naar een daarvoor erkende inrichting | 7 sub g Avb | 1 | |
Nummer BM 531 en BM 649: Besluit asbestwegen milieubeheer | |||||
BM | 531 | als degene die een asbestbevattende weg voorhanden heeft de aanwezigheid hiervan niet melden | 1/2 | ||
BM | 649 | het voorhanden hebben van een asbesthoudende weg | 1/2 | ||
Nummer BM 532 – BM 533, BM 575 – BM 589 en BM 650 – BM 656: Bouwbesluit | |||||
BM | 532 | zonder sloopmelding slopen, terwijl daarbij asbest is of zal worden verwijderd | 1/2 | ||
BM | 533 | a | door degene die sloopt c.q. degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet binnen wettelijke termijnen voorafgaande aan de feitelijke aanvang van de sloop of sanering aan het bevoegd gezag de datum of het tijdstip van de feitelijke aanvang van de sloop- en/of saneringswerkzaamheden melden | 1/2 | |
BM | 533 | b | door degene die de werkzaamheden heeft uitgevoerd, niet schriftelijk melden van de datum van voltooiing van de sloop c.q. sanering binnen de wettelijke termijnen na beëindiging van de sloop- of saneringswerkzaamheden aan het bevoegd gezag | 1.33 Bouwbesluit jo 120 lid 2 Woningwet | 1/2 |
BM | 575 | zonder gebruiksmelding een bouwwerk in gebruik nemen | 1/2 | ||
BM | 576 | niet hebben van noodverlichting in een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert | 1/2 | ||
BM | 577 | niet hebben van een brandmeldinstallatie conform NEN 2535 | 1/2 | ||
BM | 578 | niet hebben van een geldig inspectiecertificaat voor een voorgeschreven brandmeldinstallatie | 6.20 lid 1 onder 6 Bb | 1/2 | |
BM | 579 | niet hebben van rookmelders conform NEN 2555 | 6.21 jo art. 1.16 Bb | 1/2 | |
BM | 580 | niet hebben van een ontruimingsalarminstallatie conform NEN 2575 | 1/2 | ||
BM | 581 | niet hebben van een geldig inspectiecertificaat voor een voorgeschreven ontruimingsalarminstallatie | 6.23 lid 4 Bb | 1/2 | |
BM | 582 | niet hebben van een ontruimingsplan | 6.23 lid 6 Bb | 1/2 | |
BM | 583 | a | niet hebben van vluchtrouteaanduiding(en), te weten 1 tot 3 ontbrekende aanduidingen | 1/2 | |
BM | 583 | b | niet hebben van vluchtrouteaanduidingen, te weten 4 tot 6 ontbrekende aanduidingen | 6.24 Bb | 1/2 |
BM | 583 | c | niet hebben van vluchtrouteaanduidingen, te weten meer dan 6 ontbrekende aanduidingen | 6.24 Bb | 1/2 |
BM | 584 | in een vluchtroute hebben van deuren die bij het openen tegen de vluchtroute indraaien | 1/2 | ||
BM | 585 | niet hebben van een brandslanghaspel | 1/2 | ||
BM | 586 | a | niet aanwezig hebben van voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen, te weten 1 tot 3 ontbrekende blustoestellen | 1/2 | |
BM | 586 | b | niet aanwezig hebben van voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen, te weten 4 tot 6 ontbrekende blustoestellen | 6.31 Bb | 1/2 |
BM | 586 | c | niet aanwezig hebben van voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen, te weten meer dan 6 ontbrekende blustoestellen | 6.31 Bb | 1/2 |
BM | 587 | niet hebben van een geldig inspectiecertificaat voor een voorgeschreven automatische brandblusinstallatie | 1/2 | ||
BM | 588 | in geopende stand vastzetten van een zelfsluitend constructieonderdeel (tenzij automatisch losgelaten) | 1/2 | ||
BM | 589 | opslaan van brandbare goederen in een ruimte met een of meer verbrandingstoestellen (stookruimte) | 1/2 | ||
BM | 650 | een gebruiksmelding niet ten minste vier weken voor de voorgenomen aanvang van het gebruik schriftelijk hebben ingediend | 1/2 | ||
BM | 651 | het niet hebben van bescheiden tijdens het bouwen | 1/2 | ||
BM | 652 | het niet hebben van bescheiden tijdens het slopen | 1/2 | ||
BM | 653 | aankleding in een besloten ruimte levert brandgevaar op | 1/2 | ||
BM | 654 | het niet nemen van maatregelen tijdens uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden | 1/2 | ||
BM | 655 | tijdens bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden niet houden aan de geluidseisen | 1/2 | ||
BM | 656 | tijdens bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden geen maatregelen getroffen tegen visueel waarneembare stofverspreiding | 1/2 | ||
Nummers BM 045 – BM 066: Besluit gebruik meststoffen (BGM) | |||||
BM | 045 | gebruiken van meststoffen | 1/2 | ||
BM | 046 | gebruiken van zuiveringsslib en overige organische meststoffen | 1/2 | ||
BM | 047 | gebruiken van zuiveringsslib op weideland gedurende de periode van beweiding | 1/2 | ||
BM | 048 | gebruiken van zuiveringsslib op grond die wordt gebruikt voor de teelt van voedergewassen, minder dan drie weken voor de oogst | 1d onderdeel b BGM | 1/2 | |
BM | 049 | gebruiken van zuiveringsslib op grond die wordt gebruikt voor groente- of fruitaanplant, met uitzondering van fruitbomen, gedurende de groeiperiode van de groente onderscheidenlijk het fruit | 1d onderdeel c BGM | 1/2 | |
BM | 050 | gebruiken van zuiveringsslib op grond die is bestemd voor de teelt van groenten of vruchten, die gewoonlijk in rechtstreeks contact met de bodem staan en rauw worden geconsumeerd, minder dan tien maanden voor de oogst alsmede tijdens de oogst | 1d onderdeel d BGM | 1/2 | |
BM | 051 | a | gebruiken van dierlijke meststoffen of compost: op natuurterrein | 1/2 | |
BM | 051 | b | gebruiken van dierlijke meststoffen of compost: op overige grond | 2 lid 1 BGM | 1/2 |
BM | 052 | gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, of een mengsel met deze meststoffen, terwijl de bodem geheel of gedeeltelijk is bevroren of geheel of gedeeltelijk is bedekt met sneeuw | 1/2 | ||
BM | 053 | gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen, terwijl de bovenste bodemlaag met water is verzadigd | 1/2 | ||
BM | 054 | gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen in de periode van 1 september tot en met 31 januari, terwijl de bodem tegelijkertijd wordt bevloeid, beregend of geïnfiltreerd | 1/2 | ||
BM | 055 | gebruiken van vaste dierlijke meststoffen of steekvast zuiveringsslib in de periode van 1 september tot en met 31 januari | 1/2 | ||
BM | 056 | gebruiken van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib in de periode van 1 augustus tot en met 15 februari | 4 lid 3 BGM | 1/2 | |
BM | 057 | gebruiken van stikstofkunstmest op bouwland of grasland in de periode van 16 september tot en met 31 januari | 1/2 | ||
BM | 058 | vernietigen van de graszode op grasland | 1/2 | ||
BM | 059 | niet emissiearm aanwenden van dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of een mengsel met deze meststoffen op bouwland of grasland of niet beteelde grond | 1/2 | ||
BM | 060 | gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen anders dan door een zo gelijkmatig mogelijke verspreiding over het perceel waarop de meststoffen worden gebruikt | 1/2 | ||
BM | 061 | gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen op grond met een hellingspercentage van 7 of meer indien de desbetreffende grond is aangetast door geulenerosie | 1/2 | ||
BM | 062 | gebruiken van dierlijke meststoffen, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen op niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7 of meer | 1/2 | ||
BM | 063 | gebruiken van stikstofkunstmest op niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7 of meer | 1/2 | ||
BM | 064 | gebruiken van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen op bouwland met een hellingspercentage van 18 of meer | 1/2 | ||
BM | 065 | niet direct aansluitend na de teelt van maïs op zand- en lössgronden telen van een bij ministeriële regeling aangewezen gewas | 1/2 | ||
BM | 066 | vernietigen van gewassen die na maïs worden geteeld, bedoeld in het eerste lid, voor 1 februari van het daarop volgende jaar | 8a lid 2 BGM jo 8a lid 1 BGM | 1/2 | |
Nummers BM 067 – BM 078 en BM 668: Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Bhvbz) | |||||
BM | 067 | door de houder van een badinrichting geen zorg dragen dat voorafgaand aan de ingebruikneming van de badinrichting een analyse wordt uitgevoerd met betrekking tot het risico dat niet wordt voldaan aan het eerste lid van artikel 2a Bhvbz | 2a lid 2 Bhvbz jo 2a lid 1 Bhvbz | 1/2 | |
BM | 068 | door de houder van een badinrichting niet binnen drie maanden na het gereedkomen van de risicoanalyse bedoeld in artikel 2a Bhvbz een beheersplan opstellen voor het zwem- of badwatersysteem van de badinrichting of niet binnen drie maanden een bestaand beheersplan herzien, terwijl uit risicoanalyse blijkt dat sprake is van het in artikel 2a, tweede lid, Bhvbz bedoelde risico | 2b lid 1 Bhvbz jo 2a Bhvbz | 1/2 | |
BM | 069 | door de houder van een badinrichting de in het beheersplan, bedoeld in artikel 2b, eerste lid, Bhvbz, vermelde risicopunten niet ten minste halfjaarlijks op de aanwezigheid van Legionella laten onderzoeken door een laboratorium als bedoeld in artikel 10 Bhvbz | 1/2 | ||
BM | 070 | door de houder van een badinrichting niet onmiddellijk na de vaststelling van een concentratie van legionellabacteriën van 100 of meer kolonievormende eenheden per liter op de in artikel 2a, vierde lid, onder d, Bhvbz bedoelde risicopunten, gedeputeerde staten hiervan in kennis stellen | 1/2 | ||
BM | 071 | ontbreken in de toevoer naar of afvoer van de filters, die deel uitmaken van de waterzuiveringsinstallatie van een badinrichting, van een voorziening waarmee de hoeveelheid water kan worden bepaald, die in een bepaalde tijdseenheid wordt toegevoerd, onderscheidenlijk afgevoerd | 1/2 | ||
BM | 072 | ontbreken bij gesloten zandfilters, die deel uitmaken van de waterzuiveringsinstallatie van een badinrichting, waarbij het filtermateriaal in fluïdisatie geraakt, van een voorziening waardoor dit in fluïdisatie geraken waargenomen kan worden | 1/2 | ||
BM | 073 | door de houder van een badinrichting de parameters die zijn aangegeven in bijlage I van Bhvbz, niet ten minste zo vaak als in die bijlage is aangegeven, onderzoeken | 1/2 | ||
BM | 074 | door de houder van een badinrichting de parameters die zijn aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage I van Bhvbz niet ten minste zo vaak als in die bijlage is aangegeven, op de in de bijlage IV van Bhvbz aangegeven wijze, laten onderzoeken door een laboratorium dat voldoet aan de in artikel 10, eerste lid, Bhvbz gestelde eisen | 1/2 | ||
BM | 075 | door de houder van een badinrichting de uitkomsten van een onderzoek als bedoeld in artikel 10 lid 1 Bhvbz, niet laten noteren in een aan hem uit te brengen rapport | 10 lid 2 Bhvbz jo 10 lid 1 Bhvbz | 1/2 | |
BM | 076 | vloeren van badinrichtingen die bestemd zijn om met blote voeten te worden betreden, zijn niet zodanig aangelegd dat het afvloeien van schrobwater of regenwater in het bassin niet mogelijk is | 1/2 | ||
BM | 077 | diepte van het zwem- en badwater van een badinrichting is voor de zwemmers en baders niet duidelijk zichtbaar aangegeven op alle punten waar dit met het oog op hun veiligheid van belang is | 1/2 | ||
BM | 078 | in de badinrichting wordt gedurende de openstelling niet in voldoende mate toezicht uitgeoefend | 1/2 | ||
BM | 668 | het niet hebben van een volledig legionellabeheersplan | 2b lid 4 jo. 2b lid 1 Bhvbz | 1/2 | |
Nummers BM 079 – BM 081: Ontgrondingenwet (Ogw) | |||||
BM | 079 | a | ontgronden zonder vergunning: als degene die ontgrondt | 1/2 | |
BM | 079 | b | ontgronden zonder vergunning: als zakelijk gerechtigde of als gebruiker van enig onroerende zaak | 3 Ogw | 1/2 |
BM | 080 | niet melden van een van de vergunningplicht vrijgestelde ontgronding | 1/2 | ||
BM | 081 | starten met een ontgronding zonder machtiging verleend door bevoegd gezag na verstrijken termijn als bedoeld in artikel 3:16 Awb | 1/2 | ||
Nummers BM 082 – BM 089 en BM 590 – BM 593: Wet bodembescherming (WBB) | |||||
BM | 082 | a | niet melden van (voorschriften opgenomen in de beschikking, provinciale of gemeentelijke verordening): start sanering overeenkomstig vastgestelde termijn of voorafgaand aan de feitelijke sanering | 39a WBB / Provinciale Milieu Verordening (PMV) | 1/2 |
BM | 082 | b | niet melden van (voorschriften opgenomen in de beschikking, provinciale of gemeentelijke verordening): het bereiken van de einddiepte van een grondsanering vóór het aanbrengen van aanvulgrond of deklaag | 39a WBB / Provinciale Milieu Verordening (PMV) | 1/2 |
BM | 083 | door degene die voornemens is te saneren dan wel handelingen te verrichten ten gevolge waarvan de verontreiniging van de bodem wordt verminderd en/of verplaatst overeenkomstig de regels gesteld krachtens het eerste lid van artikel 39 a, eerste lid WBB, dat voornemen niet vijf werkdagen voor de start van de bussanering melden aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie | 39b lid3 WBB (jo 2.1 RUS) | 1/2 | |
BM | 084 | a | door degene die op en/of in de bodem handelingen verricht met betrekking tot niet gevaarlijk afval, terwijl hij of zij wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd en/of aangetast, niet nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs van hem/haar kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen, dan wel te beperken en/of verminderen: 0 t/m 5 m3 | 1/2 | |
BM | 084 | b | door degene die op en/of in de bodem handelingen verricht met betrekking tot niet gevaarlijk afval, terwijl hij of zij wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd en/of aangetast, niet nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs van hem/haar kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen, dan wel te beperken en/of verminderen: 6 t/m 10 m3 | 13 WBB | 1/2 |
BM | 085 | door degene die voornemens is de bodem te saneren, bij de melding daarvan bij Gedeputeerde Staten van de betrokken provincie niet verstrekken van de juiste gegevens | 1/2 | ||
BM | 086 | door degene die de bodem saneert of degene die de sanering feitelijk uitvoert, hebben van een depot langer dan de duur van de sanering of langer dan 6 maanden | 39a WBB en 2.1. Wabo | 1/2 | |
BM | 087 | a | door degene die bouw- en sloopafval bewerkt met een mobiele puinbreker niet (tijdig) melden van dat bewerken aan burgemeester en wethouders | 1/2 | |
BM | 088 | door degene die de bodem heeft gesaneerd, dan wel een fase van de sanering heeft uitgevoerd, daarvan niet zo spoedig mogelijk een verslag indienen bij Gedeputeerde Staten of in dat verslag niet de vereiste gegevens verstrekken | 1/2 | ||
BM | 089 | door degene die de bodem heeft gesaneerd, dan wel een fase van de sanering heeft uitgevoerd, het nazorgplan niet tegelijk, dan wel niet zo spoedig mogelijk na de toezending van het saneringsverslag indienen | 1/2 | ||
BM | 590 | niet melden van (voorschriften opgenomen in de beschikking, provinciale of gemeentelijke verordening): wijzigingen op het saneringsplan | 39a Wbb/PMV | 1/2 | |
BM | 591 | niet melden van (voorschriften opgenomen in de beschikking, provinciale of gemeentelijke verordening): einde sanering | 39a Wbb/PMV | 1/2 | |
BM | 592 | zonder milieukundige begeleiding uitvoeren van de sanering | 39a Wbb/PMV | 1/2 | |
BM | 593 | niet melden bij het bevoegd gezag van het voornemen de bodem te saneren, dan wel handelingen te verrichten ten gevolge waarvan de verontreiniging van de bodem wordt verminderd of verplaatst | 1/2 | ||
Nummers BM 090 – BM 104 en BM 594 – BM 595: Besluit uniforme saneringen (BUS) en Regeling uniforme saneringen (RUS) | |||||
BM | 090 | door degene die de bodem saneert of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet afdoende afsluiten en/of omgeven van de saneringslocatie en/of depots met een hekwerk | 2 lid 2 BUS (jo 2.2 lid 3 RUS) | 1/2 | |
BM | 091 | door de milieukundig begeleider van de sanering niet bijhouden van een logboek | 2 lid 2 BUS (jo 2.3, derde lid RUS) | 1/2 | |
BM | 092 | door degene die de bodem saneert of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet (tijdig) melden van wijzigingen o.b.v. het Besluit uniforme saneringen en de daarbij behorende Regeling uniforme saneringen | 1/2 | ||
BM | 093 | door degene die de bodem saneert of door degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet deugdelijk afdekken van opgeslagen bij de sanering vrijkomende verontreinigde grond en/of bodemvreemd materiaal | 2 lid 2 BUS (jo 2.4 RUS) 8.1 Wm | 1/2 | |
BM | 094 | door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet deugdelijk afdekken van containers voor tijdelijke opslag van bij de sanering vrijkomende verontreinigde grond en/of bodemvreemd materiaal | 2 lid 2 BUS (jo 2.4 RUS) 8.1 Wm | 1/2 | |
BM | 095 | door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, tijdelijke depots met bij de sanering vrijkomende verontreinigde grond of bodemvreemd materiaal na afronding van de grondsanering of langer dan 6 maanden in werking hebben | 2 lid 2 BUS (jo 2.4 RUS) 8.1 Wm | 1/2 | |
BM | 096 | door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, vrijgekomen asbesthoudende grond of bodemmateriaal niet uiterlijk binnen vier weken na het vrijkomen ervan afvoeren | 2 lid 2 BUS (jo 2.5 RUS) | 1/2 | |
BM | 097 | door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, de verontreinigingssituatie onder de isolatielaag niet beschrijven in het evaluatieverslag m.b.t. kleinschalige immobiele verontreinigingen | 2 lid 2 BUS (jo 3.1.9 RUS) | 1/2 | |
BM | 098 | a | door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet afvoeren van de ontgraven verontreinigde grond m.b.t. kleinschalige immobiele verontreinigingen: t/m 10 m3 | 2 lid 2 en 3 BUS (jo 3.1.2 RUS, jo 3.2.2 onder b) | 1/2 |
BM | 098 | b | door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet afvoeren van de ontgraven verontreinigde grond m.b.t. kleinschalige immobiele verontreinigingen: van 11 m3 tot 40 m3 | 2 lid 2 en 3 BUS (jo 3.1.2 RUS, jo 3.2.2 onder b) | 1/2 |
BM | 099 | door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, langer dan 3 werkdagen opslaan van verontreinigde grond op de saneringslocatie ter bepaling van de afvoerbestemming m.b.t. kleinschalige mobiele verontreinigingen | 2 lid 2 BUS (jo 3.2.7 RUS) | 1/2 | |
BM | 100 | door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert, niet melden van de datum waarop de einddiepte van de ontgraving zal worden bereikt uiterlijk één werkdag voorafgaande aan het bereiken van dat punt aan het bevoegd gezag gemeld m.b.t. kleinschalige mobiele verontreinigingen | 2 lid 2 BUS (jo 3.2.6 RUS) | 1/2 | |
BM | 101 | door degene die de bodem saneert, of degene die de sanering feitelijk uitvoert m.b.t. tijdelijk uitplaatsen van verontreinigde grond de grond niet terugplaatsen in de ontgraving | 2 lid 2 en en 3 en 7 BUS (jo 3.3.2 RUS) | 1/2 | |
BM | 102 | niet schriftelijk melden van de datum van voltooiing van de sanering binnen twee weken na beëindiging van de saneringswerkzaamheden aan het bevoegd gezag | 1/2 | ||
BM | 103 | door degene die de landbodem of waterbodem heeft gesaneerd, niet na de uitvoering van de sanering daarvan binnen acht weken na beëindiging van de saneringswerkzaamheden schriftelijk verslag doen aan het bevoegd gezag of niet de juiste gegevens verstrekken in het verslag | 1/2 | ||
BM | 104 | door degene die saneert, niet uiterlijk vijf werkdagen voorafgaande aan de aanvang van de sanering aan het bevoegd gezag schriftelijk de datum of het tijdstip van de feitelijke aanvang van de saneringswerkzaamheden melden | 39b lid3 Wbb, 2, lid 2 BUS jo 2.1 RUS | 1/2 | |
BM | 594 | het laten uitvoeren van de sanering door een persoon of instelling zonder erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit | 2 lid 2 BUS jo 2.2 lid 1 RUS | 1/2 | |
BM | 595 | het laten uitvoeren van de werkzaamheden, zonder milieukundige begeleiding | 2 lid 2 BUS jo 2.3 lid 1 RUS | 1/2 | |
Nummers BM 105 – BM 112 en BM 541 – BM 542: Besluit bodemkwaliteit (Bbk) | |||||
BM | 105 | a | vervaardigen en/of invoeren en/of voor toepassing in Nederland en/of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden hebben en/of vervoeren en/of aan een ander ter beschikking stellen en/of toepassen van bouwstoffen terwijl niet: de samenstellings- en emissiewaarden van de bouwstof zijn bepaald overeenkomstig de bij ministeriele regeling gestelde methoden door of onder toezicht van een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning | 1/2 | |
BM | 105 | b | vervaardigen en/of invoeren en/of voor toepassing in Nederland en/of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden hebben en/of vervoeren en/of aan een ander ter beschikking stellen en/of toepassen van bouwstoffen terwijl niet: een bij ministeriele regeling aangewezen persoon of instelling op een bij ministeriele regeling voorgeschreven wijze heeft vastgesteld dat de vastgestelde maximale samenstellings- en emissiewaarden niet zijn overschreden | 28 lid 1 onder b Bbk | 1/2 |
BM | 105 | c | vervaardigen en/of invoeren en/of voor toepassing in Nederland en/of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden hebben en/of vervoeren en/of aan een ander ter beschikking stellen en/of toepassen van bouwstoffen terwijl niet: uit een milieuhygiënische verklaring blijkt dat wordt voldaan aan het bepaalde in onderdeel a en b | 28 lid 1 onder c Bbk | 1/2 |
BM | 105 | d | vervaardigen en/of invoeren en/of voor toepassing in Nederland en/of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden hebben en/of vervoeren en/of aan een ander ter beschikking stellen en/of toepassen van bouwstoffen terwijl niet: een afleveringsbon bij de desbetreffende partij aanwezig is die de bij ministeriele regeling vastgestelde gegevens bevat | 28 lid 1 onder d Bbk | 1/2 |
BM | 106 | door degene die voornemens is een bouwstof toe te passen, dit voornemen niet ten minste vijf werkdagen voor het toepassen aan de minister van Infrastructuur en Milieu melden | 1/2 | ||
BM | 107 | door degene die voornemens is een IBC-bouwstof toe te passen als bedoeld in artikel 30, dat voornemen niet ten minste vier weken voor het toepassen aan de minister van Infrastructuur en Milieu melden | 32 lid 2 Bbk | 1/2 | |
BM | 108 | door degene die voornemens is grond en/of baggerspecie toe te passen, niet overeenkomstig de bij ministeriele regeling bepaalde methoden door een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning, de kwaliteit van de grond of baggerspecie laten vaststellen | 1/2 | ||
BM | 109 | geen milieuhygiënische verklaring aanwezig hebben bij een partij grond en/of baggerspecie | 38 lid 2 Bbk | 1/2 | |
BM | 110 | de kwaliteit van de bodem waarop of waarin de grond en/of baggerspecie wordt toegepast, niet laten vaststellen overeenkomstig de bij regeling van onze ministers bepaalde methoden door een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning | 1/2 | ||
BM | 111 | niet aanwezig hebben van een milieuhygiënische verklaring waaruit de kwaliteit van de bodem blijkt | 40, lid 2 Bbk | 1/2 | |
BM | 112 | door degene die voornemens is grond en/of baggerspecie toe te passen, dat voornemen niet ten minste vijf werkdagen van tevoren aan de minister van Infrastructuur en Milieu melden | 1/2 | ||
BM | 541 | een werkzaamheid uitvoeren in strijd met het daarvoor geldende normdocument | 1/2 | ||
BM | 542 | door degene die de bouwstoffen toepast niet bewaren van de bijbehorende milieuhygiënische verklaring en de afleveringsbon gedurende vijf jaar na het tijdstip waarop de bouwstoffen zijn toegepast | 1/2 | ||
Nummers BM 119 – BM 123: Besluit detectie radioactief besmet schroot | |||||
BM | 119 | a | een inrichting drijven en niet onverwijld de ioniserende straling van het schroot dat binnen de inrichting wordt gebracht meten: meetapparatuur wel aanwezig | 1/2 | |
BM | 120 | een inrichting drijven zonder een register van de metingen, bedoeld in art. 3 Besluit detectie radioactief besmet schroot, bij te houden | 5 Besluit detectie radioactief besmet schroot jo 3 Besluit detectie radioactief besmet schroot | 1/2 | |
BM | 121 | metingen als bedoeld in artikel 3 Besluit detectie radioactief besmet schroot niet door deskundige laten verrichten | 6 jo 3 Besluit detectie radioactief besmet schroot | 2 | |
BM | 122 | de registratie van de gegevens als bedoeld in artikel 5 Besluit detectie radioactief besmet schroot niet door deskundige laten verrichten | 6 jo 5 Besluit detectie radioactief besmet schroot | 2 | |
BM | 123 | het niet stellen van financiële zekerheid ter dekking van de kosten die voortvloeien uit verwijderen van radioactief besmet schroot | 2 | ||
Nummers BM 124 – BM 126 Besluit stralingsbescherming | |||||
BM | 124 | het niet stellen van financiële zekerheid ter dekking van de kosten die voortvloeien uit het afvoeren van afgedankte hoogactieve bron | 2 | ||
BM | 125 | a | voor het verwerven van een hoogactieve bron niet aan de minister verstrekken van: informatie over volume van de bron en bronhouder en vaste afscherming | 1/2 | |
BM | 125 | b | voor het verwerven van een hoogactieve bron niet aan de minister van EL&I verstrekken van: schriftelijk bewijs dat fin. zekerheid is gesteld | 20f Besluit stralingsbescherming | 1/2 |
BM | 126 | als ondernemer die handelingen als bedoeld in art. 120 van het Besluit stralingsbescherming verricht geen administratie bij houden van die handelingen | 1/2 | ||
Nummers BM 127 – BM 135 en BM 515 – BM 526: Scheepsafvalstoffenbesluit (SAB) | |||||
BM | 127 | als schipper er geen zorg voor dragen dat bilgewater en overige olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen aan boord in de bilge van de machinekamer, onderscheidenlijk gescheiden in de daarvoor bestemde verzamelreservoirs, worden verzameld en bewaard | 1/2 | ||
BM | 128 | als schipper voor de opslag van afgewerkte olie los aan dek staande verzamelreservoirs gebruiken | 1/2 | ||
BM | 129 | als schipper er niet zorg voor dragen dat een geldig olie-afgifteboekje aan boord aanwezig is | 1/2 | ||
BM | 130 | als schipper, na verkrijging van een nieuw olie-afgifteboekje, niet het voorgaande olie-afgifteboekje ten minste zes maanden na de datum van de laatste daarin opgenomen vermelding van een afgifte aan boord bewaren | 14 lid 4 SAB | 1/2 | |
BM | 131 | a | als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: het schip bij het laden vrij van overslagresten of het verwijderen van overslagresten na het laden | 2 | |
BM | 131 | b | als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: aansluitend aan het lossen van droge lading van of uit het laadruim van een schip de in het laadruim achtergebleven restlading en/of verpakkings-en stuwingsmateriaal verwijderen en zoveel mogelijk toevoegen aan geloste lading | 33 jo 42 SAB | 2 |
BM | 131 | c | als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: aansluitend aan het lossen van vloeibare lading uit een ladingtank van een schip met behulp van een leiding, aangesloten op het nalenssysteem van het schip, de restlading uit de ladingtank verwijderen, zodanig dat de losstandaard nagelensde ladingtank wordt bereikt | 33 jo 43 SAB | 2 |
BM | 131 | d | als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: bij het lossen uit een laadruim of een ladingtank van een schip het laadruim of die ladingtank wassen en het afvalwater met ladingrestanten innemen | 33 jo 45 SAB | 2 |
BM | 131 | g | als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: voorleggen van de losverklaring in drievoud aan de schipper dan wel, als het schip niet onder gezag van de schipper staat, aan de exploitant van het schip | 33 jo 53, vierde lid SAB | 2 |
BM | 131 | h | als drijver van een overslaginrichting met betrekking tot het laden en lossen van een schip, niet voldoen aan de bepalingen ten aanzien van: het bewaren van het ingevolge artikel 54 SAB ontvangen exemplaar van de losverklaring in de bedrijfsadministratie | 33 SAB | 2 |
BM | 132 | de schipper draagt er geen zorg voor dat de losverklaringen, ontvangen overeenkomstig art 53 SAB, het transport begeleiden | 1/2 | ||
BM | 133 | als schipper met het schip na het laden de laadplaats verlaten zonder zich ervan te vergewissen dat de overslagresten zijn verwijderd | 1/2 | ||
BM | 134 | a | als schipper met het schip na het lossen de losplaats verlaten zonder zich ervan te vergewissen dat: de overslagresten zijn verwijderd | 55, lid 2, onderdeel a SAB | 1/2 |
BM | 134 | b | als schipper met het schip na het lossen de losplaats verlaten zonder zich ervan te vergewissen dat: alle geloste laadruimen zijn nagelost en/of ladingtanks nagelensd | 55, lid 2, onderdeel a SAB | 1/2 |
BM | 134 | c | als schipper met het schip na het lossen de losplaats verlaten zonder zich ervan te vergewissen dat: voldaan is aan de wasverplichting indien die van toepassing is dan wel hem daartoe volgens de bepalingen uit art 47 SAB een voorziening is toegewezen | 55, lid 2, onderdeel a SAB | 1/2 |
BM | 134 | d | als schipper met het schip na het lossen de losplaats verlaten zonder zich ervan te vergewissen dat: het afvalwater dat ladingresten bevat, is ingenomen, dan wel hem daartoe een ontvangstvoorziening is toegewezen, in een geval als bedoeld in artikel 45 SAB | 55, lid 2, onderdeel a SAB | 1/2 |
BM | 135 | als schipper met het schip na het lossen de losplaats verlaten zonder te voldoen aan de bepalingen ten aanzien van de losverklaring uit artikel 54 SAB | 55, lid 2, onderdeel a SAB | 1/2 | |
BM | 515 | door de schipper niet onverwijld waarschuwen van de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit, terwijl vanaf een schip scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading in een oppervlaktewaterlichaam zijn geraakt of dreigen te geraken | 1/2 | ||
BM | 516 | aan boord van een schip verbranden van scheepsafvalstoffen | 1/2 | ||
BM | 517 | reinigingsmiddelen die olie of vet oplossen dan wel emulgerend zijn in de bilge van de machinekamer dan wel in het bilgewater doen geraken | 1/2 | ||
BM | 518 | door degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft niet of niet juist invullen of ondertekenen van het olie-afgifteboekje | 2 | ||
BM | 519 | door de schipper niet of niet juist invullen of ondertekenen van het olie-afgifteboekje | 1/2 | ||
BM | 520 | als degene die feitelijk lost, met betrekking tot het lossen van een schip, niet bewaren in de bedrijfsadministratie van het ingevolge artikel 54, tweede lid, terug ontvangen exemplaar van de losverklaring | 2 | ||
BM | 521 | als schipper, bij het afgeven van afvalwater dat ladingrestanten bevat aan een ontvangstvoorziening, niet in tweevoud de door hem ondertekende losverklaring voorleggen aan degene die de ontvangstvoorziening drijft of een door deze aangewezen persoon | 1/2 | ||
BM | 522 | door degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, na ondertekening niet terugbezorgen van een exemplaar van de ondertekende losverklaring aan de schipper | 1/2 | ||
BM | 523 | als schipper niet gedurende zes maanden aan boord bewaren van de terugontvangen ondertekende losverklaring | 68, lid 3, SAB | 1/2 | |
BM | 524 | als exploitant van het schip niet bewaren in de bedrijfsadministratie van de terugontvangen ondertekende losverklaring | 68, lid 4, SAB | 1/2 | |
BM | 525 | als schipper er geen zorg voor dragen dat huisvuil, slops, zuiveringsslib en klein gevaarlijk afval aan boord naar categorie gescheiden worden gehouden en gescheiden worden aangeboden bij een ontvangstvoorziening | 1/2 | ||
BM | 526 | als exploitant van een passagiersschip, dat is uitgerust met een boordzuiveringsinstallatie voor afvalwater, niet aanbieden van het zuiveringsslib van die installatie bij een ontvangstvoorziening | 1/2 | ||
Nummers BM 136 – BM 165, BM 502 en BM 560 – BM 569: Vuurwerkbesluit (Vwb) | |||||
BM | 136 | als ondernemer consumentenvuurwerk aan een particulier afleveren buiten de verkoopruimte | 1/2 | ||
BM | 137 | a | andere werkzaamheden in de bufferbewaarplaats verrichten dan volgens vs. 3.2 van Bijlage I Vuurwerkbesluit is toegestaan: inrichtingen t/m 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.2 | 1/2 |
BM | 137 | b | andere werkzaamheden in de bufferbewaarplaats verrichten dan volgens vs. 3.2 van Bijlage I Vuurwerkbesluit is toegestaan: inrichtingen vanaf 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.2 | 2 |
BM | 138 | a | in de bewaarplaats andere werkzaamheden verrichten dan het inbrengen/uitnemen van verpakt vuurwerk: inrichtingen t/m 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.3 | 1/2 |
BM | 138 | b | in de bewaarplaats andere werkzaamheden verrichten dan het inbrengen/uitnemen van verpakt vuurwerk: inrichtingen vanaf 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.3 | 2 |
BM | 139 | a | de deur van de (buffer)bewaarplaats niet gesloten houden anders dan ten tijde van het inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk: inrichtingen t/m 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.4 | 1/2 |
BM | 139 | b | de deur van de (buffer)bewaarplaats niet gesloten houden anders dan ten tijde van het inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk: inrichtingen vanaf 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.4 | 2 |
BM | 140 | a | niet voldoen aan inrichting (buffer)bewaarplaats volgens voorschrift 3.6 van Bijlage 1 Vuurwerkbesluit: inrichtingen t/m 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.6 | 1/2 |
BM | 140 | b | niet voldoen aan inrichting (buffer)bewaarplaats volgens voorschrift 3.6 van Bijlage 1 Vuurwerkbesluit: inrichtingen vanaf 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 3.6 | 2 |
BM | 141 | a | tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk meer dan 500 kg consumentenvuurwerk aanwezig hebben in de verkoopruimte: inrichtingen t/m 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.1 | 1/2 |
BM | 141 | b | tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk meer dan 500 kg consumentenvuurwerk aanwezig hebben in de verkoopruimte: inrichtingen vanaf 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.1 | 2 |
BM | 142 | a | buiten de openingstijden van de winkel tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk anders dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk in de verkoopruimte aanwezig hebben: inrichtingen t/m 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.1 | 1/2 |
BM | 142 | b | buiten de openingstijden van de winkel tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk anders dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk in de verkoopruimte aanwezig hebben: inrichtingen vanaf 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.1 | 2 |
BM | 502 | ander vuurwerk dan consumentenvuurwerk dat voldoet aan de wettelijk eisen hiervoor, aanprijzen of aanbevelen als consumentenvuurwerk | 1/2 | ||
BM | 567 | a | het in de verkoopruimte aanwezige vuurwerk hebben opgeslagen buiten het bereik van de sprinklerinstallatie: inrichtingen t/m 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.2 | 1/2 |
BM | 567 | b | het in de verkoopruimte aanwezige vuurwerk hebben opgeslagen buiten het bereik van de sprinklerinstallatie: inrichtingen vanaf 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.2 | 2 |
BM | 568 | a | het in de verkoopruimte aanwezige vuurwerk hebben opgeslagen binnen het bereik van de sprinklerinstallatie, maar niet buiten het bereik van het publiek: inrichtingen t/m 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.2 | 1/2 |
BM | 568 | b | het in de verkoopruimte aanwezige vuurwerk hebben opgeslagen binnen het bereik van de sprinklerinstallatie, maar niet buiten het bereik van het publiek: inrichtingen vanaf 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 4.2 | 2 |
BM | 569 | ander vuurwerk dan consumentenvuurwerk dat voldoet aan de wettelijk eisen hiervoor, aanprijzen of aanbevelen, wetend of vermoedend dat het voor een ander doel zal worden aangewend dan waarvoor het geschikt is | 1.2.6 lid 1b Vwb | 1/2 | |
BM | 146 | a | het niet voldoen aan de constructie-eisen terwijl vuurwerk aanwezig is: inrichtingen t/m 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb paragraaf 2 | 1/2 |
BM | 146 | b | het niet voldoen aan de constructie-eisen terwijl vuurwerk aanwezig is: inrichtingen vanaf 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb paragraaf 2 | 2 |
BM | 148 | a | het niet voldoen aan de voorschriften m.b.t. brandveiligheidsinstallatie terwijl vuurwerk aanwezig is: inrichtingen t/m 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb paragraaf 5 | 1/2 |
BM | 148 | b | het niet voldoen aan de voorschriften m.b.t. brandveiligheidsinstallatie terwijl vuurwerk aanwezig is: inrichtingen vanaf 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb paragraaf 5 | 2 |
BM | 149 | a | in gebruik nemen van een (buffer)bewaarplaats en een verkoopruimte zonder een, door een inspectie-instelling afgegeven inspectierapport, waaruit blijkt dat de brandbeveiligingsinstallatie voldoet aan het goedgekeurde uitgangspuntendocument: inrichtingen t/m 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 5.3 | 1/2 |
BM | 149 | b | in gebruik nemen van een (buffer)bewaarplaats en een verkoopruimte zonder een, door een inspectie-instelling afgegeven inspectierapport, waaruit blijkt dat de brandbeveiligingsinstallatie voldoet aan het goedgekeurde uitgangspuntendocument: inrichtingen vanaf 10.000 kg | 2.2.1 Vwb jo bijlage 1 Vwb vs. 5.3 | 2 |
BM | 150 | het niet registreren van hetgeen onder artikel 1.4.2 lid 1 onder a en b Vuurwerkbesluit staat genoemd, indien men vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik vervaardigt, binnen het grondgebied van Nederland brengt of voor handelsdoeleinden voorhanden heeft | 2 | ||
BM | 152 | het niet ten minste 48 uur voorafgaand aan het binnen of buiten Nederland brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, een elektronische melding indienen bij het bevoegd gezag | 2 | ||
BM | 153 | het niet ten minste 48 uur voorafgaand aan het ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk aan een groothandelaar of professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aan een ander, een elektronische melding indienen bij het bevoegd gezag | 2 | ||
BM | 156 | vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in de handel brengen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften gesteld bij of krachtens de artikelen 1A.4.1, 2.1.3, 3.1.1 en 3A.1.1 met betrekking tot de aanduiding en het bezigen van vermeldingen | 2 | ||
BM | 157 | in strijd met artikel 1.2.5 Vuurwerkbesluit niet ononderbroken een vervoermiddel met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik beladen en/of daaruit lossen | 1/2 | ||
BM | 159 | a | er geen zorg voor dragen dat de burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen, en het bestuur van de regionale brandweer, bij de toegang tot de inrichting direct toegang hebben tot in ieder geval de actuele gegevens als bedoeld in artikel 1.4.3 van het Vuurwerkbesluit: opslag voor doorvoer | 2 | |
BM | 159 | b | er geen zorg voor dragen dat de burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen, en het bestuur van de regionale brandweer, bij de toegang tot de inrichting direct toegang hebben tot in ieder geval de actuele gegevens als bedoeld in artikel 1.4.3 van het Vuurwerkbesluit: opslag consumentenvuurwerk | 1.4.3 jo 2.2.1 Vwb | 1/2 |
BM | 159 | c | er geen zorg voor dragen dat de burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen, en het bestuur van de regionale brandweer, bij de toegang tot de inrichting direct toegang hebben tot in ieder geval de actuele gegevens als bedoeld in artikel 1.4.3 van het Vuurwerkbesluit: opslag professioneel vuurwerk eventueel met consumentenvuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik | 1.4.3 jo 3.2.1 Vwb | 2 |
BM | 159 | d | er geen zorg voor dragen dat de burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen, en het bestuur van de regionale brandweer, bij de toegang tot de inrichting direct toegang hebben tot in ieder geval de actuele gegevens als bedoeld in artikel 1.4.3 van het Vuurwerkbesluit: opslag pyrotechnische artikelen voor theatergebruik eventueel met consumentenvuurwerk of professioneel vuurwerk | 1.4.3 jo 3A.2.1 Vwb | 2 |
BM | 160 | zonder daartoe verleende vergunning consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding brengen, ten behoeve daarvan opbouwen, installeren, bewerken, dan wel na ontbranding verwijderen | 1/2 | ||
BM | 162 | ter dekking van de aansprakelijkheid, geen verzekering of anderszins financiële zekerheid van ten minste € 2.500.000 per gebeurtenis stellen bij de aanvraag en in stand houden tot het moment waarop de vergunning vervalt | 2 | ||
BM | 163 | geen melding doen aan het bevoegd gezag voorafgaand aan het tot ontbranding brengen van ten hoogste 20 kg theatervuurwerk of ten hoogste 200 kg consumentenvuurwerk | 1/2 | ||
BM | 164 | niet ten minste 2 weken voordat de artikelen tot ontbranding worden gebracht een melding als bedoeld in art. 3b.4 lid 1 Vwb doen toekomen aan het bevoegd gezag | 3B4 lid 4 Vwb | 1/2 | |
BM | 165 | niet voldoen aan hetgeen in artikel 3B.6 van het Vuurwerkbesluit m.b.t. het bijhouden van een register is opgenomen | 1/2 | ||
BM | 560 | in strijd met artikel 1.2.5 Vuurwerkbesluit het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bevinden | 1/2 | ||
BM | 561 | ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk aan een particulier buiten de vastgestelde data genoemd in artikel 2.3.2 lid 2 van het Vuurwerkbesluit door degene die een inrichting drijft waar consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt: minder dan 25 kg | 1/2 | ||
BM | 562 | ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk aan een particulier buiten de vastgestelde data genoemd in artikel 2.3.2 lid 2 van het Vuurwerkbesluit door degene die een inrichting drijft waar consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt: 25 kg tot 50 kg | 2.3.2 lid 1 Vwb | 1/2 | |
BM | 563 | per levering meer dan 25 kg consumentenvuurwerk aan een particulier ter beschikking stellen binnen de vastgestelde data genoemd in artikel 2.3.2 lid 2 van het Vuurwerkbesluit | 1/2 | ||
BM | 564 | verkopen of anderszins ter beschikking stellen aan particulieren jonger dan 12 jaar: categorie 1 vuurwerk | 1/2 | ||
BM | 565 | verkopen of anderszins ter beschikking stellen aan particulieren jonger dan 16 jaar: categorie 2 vuurwerk | 2.3.5 Vwb | 1/2 | |
BM | 566 | verkopen of anderszins ter beschikking stellen aan particulieren jonger dan 18 jaar: categorie 3 vuurwerk | 2.3.5 Vwb | 1/2 | |
Nummers BM 166 – BM 168: Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg) | |||||
BM | 166 | als houder van een vergunning of een bewijs van toestemming voor de overbrenging van explosieven, niet deze explosieven tot aan de plaats waar de overbrenging eindigt en/of bij het verlaten van het grondgebied van Nederland, doen vergezellen van deze vergunning of dit bewijs van toestemming | 1/2 | ||
BM | 167 | als degene voor wie de explosieven bestemd zijn en/of als onderneming uit de sector explosieven niet op verzoek van de autoriteit, die daarom verzoekt als bedoeld in artikel 16 Wet explosieven civiel gebruik, de gegevens die hem ter beschikking staan, zenden aan deze bevoegde autoriteit | 1/2 | ||
BM | 168 | geen registratie bijhouden die voldoet aan hetgeen in artikel 21 Wet explosieven voor civiel gebruik is gesteld | 1/2 | ||
Nummer BM 169: en BM 332: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) | |||||
BM | 169 | a | een bouwwerk slopen zonder de vereiste vergunning of ontheffing volgens een provinciale of gemeentelijke verordening: particulier-eigenaar/opdrachtgever | 1 | |
BM | 169 | b | een bouwwerk slopen zonder de vereiste vergunning of ontheffing volgens een provinciale of gemeentelijke verordening: bedrijfsmatig-eigenaar/opdrachtgever | 2.2 Wabo | 2 |
BM | 169 | c | een bouwwerk slopen zonder de vereiste vergunning of ontheffing volgens een provinciale of gemeentelijke verordening: particulier-aannemer | 2.2 Wabo | 1 |
BM | 169 | d | een bouwwerk slopen zonder de vereiste vergunning of ontheffing volgens een provinciale of gemeentelijke verordening: bedrijfsmatig-aannemer | 2.2 Wabo | 2 |
BM | 332 | zonder een omgevingsvergunning oprichten, veranderen of veranderen van de werking, of in werking hebben van een inrichting | 1/2 | ||
Nummers BM 170 – BM 172: Wet milieubeheer | |||||
BM | 170 | niet zo spoedig mogelijk melden van een ongewoon voorval in een inrichting, niet zijnde een BRZO-inrichting | 1/2 | ||
BM | 171 | niet (tijdig) verstrekken van voorgeschreven gegevens met betrekking tot een ongewoon voorval in een inrichting, niet zijnde een BRZO-inrichting | 17.2, 2e lid jo 1e lid Wm | 1/2 | |
BM | 172 | niet zo spoedig mogelijk (binnen 48 uur) melden van een gebeurtenis m.b.t. een afvalvoorziening, niet zijnde een BRZO-inrichting | 1/2 | ||
Nummers BM 174 – BM 220, BM 329 – BM 330, BM 596 – BM 611 en BM 657 – BM 666: Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) | |||||
BM | 657 | bovengrondse tank is niet voorzien van een geldig normdocument (tank-installatiecertificaat KIWA) | 1/2 | ||
BM | 658 | niet binnen zes maanden na beëindiging van de inrichting en/of de IPPC-installatie en/of na beëindiging van het opslaan van vloeibare brandstof en/of afgewerkte olie en/of pekel in een ondergrondse opslagtank indienen van een rapport van bodemonderzoek | 1/2 | ||
BM | 659 | kas waarin assimilatiebelichting wordt toegepast, is aan de bovenzijde niet voorzien van een lichtscherminstallatie waarmee ten minste 98% van de lichtuitstraling kan worden gereduceerd: 17.500 vierkante meter of minder teeltoppervlakte | 1/2 | ||
BM | 660 | kas waarin assimilatiebelichting wordt toegepast, is aan de bovenzijde niet voorzien van een lichtscherminstallatie waarmee ten minste 98% van de lichtuitstraling kan worden gereduceerd: meer dan 17.500 vierkante meter teeltoppervlakte | 3.56 Abm | 1/2 | |
BM | 661 | bij toepassen assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van ten minste 15.000 lux vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang bovenzijde van de kas niet zodanig afschermen dat ten minste 98% van de lichtuitstraling wordt gereduceerd: 17.500 vierkante meter of minder teeltoppervlakte | 2 | ||
BM | 662 | bij toepassen assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van ten minste 15.000 lux vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang bovenzijde van de kas niet zodanig afschermen dat ten minste 98% van de lichtuitstraling wordt gereduceerd: meer dan 17.500 vierkante meter teeltoppervlakte | 3.57 Abm | 2 | |
BM | 663 | tijdens donkerteperiode toepassen assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van minder dan 15.000 lux, terwijl de bovenzijde niet zodanig is afgeschermd dat de lichtuitstraling met ten minste 98% wordt gereduceerd: 17.500 vierkante meter of minder teeltoppervlakte | 1/2 | ||
BM | 664 | tijdens donkerteperiode toepassen assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van minder dan 15.000 lux, terwijl de bovenzijde niet zodanig is afgeschermd dat de lichtuitstraling met ten minste 98% wordt gereduceerd: meer dan 17.500 vierkante meter teeltoppervlakte | 3.58 Abm | 1/2 | |
BM | 665 | bij toepassen assimilatiebelichting vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang gevel niet zodanig afschermen dat de lichtuitstraling op een afstand van ten hoogste 10 meter van die gevel met ten minste 95% wordt gereduceerd en de gebruikte lampen buiten de inrichting niet zichtbaar zijn: 50 meter of minder gevel niet in orde | 1/2 | ||
BM | 666 | bij toepassen assimilatiebelichting vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang gevel niet zodanig afschermen dat de lichtuitstraling op een afstand van ten hoogste 10 meter van die gevel met ten minste 95% wordt gereduceerd en de gebruikte lampen buiten de inrichting niet zichtbaar zijn: meer dan 50 meter gevel niet in orde | 3.59 Abm | 1/2 | |
BM | 174 | verbranden van afvalstoffen in een inrichting | 1/2 | ||
BM | 175 | niet binnen 8 weken na beëindiging van de inrichting de daarin aanwezige afvalstoffen uit de inrichting afvoeren | 2.14a 7e lid Abm | 1/2 | |
BM | 176 | niet aanwezig hebben van een actuele beschrijving van de procedures van acceptatie en controle van ontvangen afvalstoffen, i.v.m. doelmatig beheer van de op- en/of overgeslagen en/of te verwerken afvalstoffen binnen de inrichting | 1/2 | ||
BM | 178 | niet aanwezig zijn van een bedrijfsnoodplan in een inrichting waar gasdrukmeet- en regelstations categorie B en/of C in werking zijn | 1/2 | ||
BM | 179 | ontbreken van de in artikel 3.12, tweede lid, Abm voorgeschreven informatie in het bedrijfsnoodplan, bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, Abm | 3.12 2e lid Abm | 1/2 | |
BM | 180 | niet aan de regionale brandweer en/of bevoegd gezag toesturen van een bedrijfsnoodplan, bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, Abm, of wijzigingen daarvan | 3.12 3e lid Abm | 1/2 | |
BM | 181 | bedienend personeel geen toegang bieden tot de documenten, bedoeld in artikel 3.12, vijfde lid, Abm | 3.12 5e lid Abm | 1/2 | |
BM | 182 | niet ten minste eenmaal per kalenderjaar laten beoordelen van een windturbine op de noodzakelijke beveiligingen, onderhoud en reparaties door een deskundige op dat gebied | 1/2 | ||
BM | 183 | niet onverwijld opheffen van afwijkingen geconstateerd tijdens de uitvoering van de in artikel 3.20, vijfde lid, bedoelde controle van een systeem voor dampretour Stage-II | 1/2 | ||
BM | 184 | de resultaten van de metingen en/of herkeuring en/of controle, bedoeld in artikel 3.20, Abm worden niet ten minste drie jaar opgenomen in een installatieboek | 1/2 | ||
BM | 185 | ontbreken in het installatieboek van een plattegrond op een schaal van ten minste één op tweehonderdvijftig aanduidende uit- en inwendige samenstelling van de inrichting en toebehoren en/of alle bewijzen van gecertificeerde en/of geaccrediteerde aanleg en inspectie uit te voeren op grond van het Abm | 3.22 2e lid Abm | 1/2 | |
BM | 186 | niet ten minste eenmaal per twee kalenderjaren keuren van een koelinstallatie met een inhoud van 12 kg of meer aan natuurlijk koudemiddel op veilig functioneren en/of lekkages en/of energiezuinigheid | 1/2 | ||
BM | 187 | niet ten minste eenmaal per twee kalenderjaren keuren van een ammoniakkoelsysteem, als bedoeld in artikel 3.16d Abm op veilig functioneren en/of lekkages en/of energiezuinigheid | 3.16d 3e lid jo 2e lid Abm | 1/2 | |
BM | 188 | niet laten uitvoeren van een keuring van een koelinstallatie en/of een ammoniakkoelsysteem, als bedoeld in artikel 3.16d Abm door een onafhankelijk deskundig persoon, die van de keuring een rapport opmaakt dat hij ter beschikking stelt aan de drijver van de inrichting | 3.16d 4e lid Abm | 1/2 | |
BM | 189 | niet binnen twee weken uitvoeren van onderhoud, terwijl uit een keuring aan een koelinstallatie en/of een ammoniakkoelsysteem blijkt dat onderhoud vereist is | 3.16d 5e lid Abm | 1/2 | |
BM | 191 | niet bewaren van het laatst opgestelde keuringsrapport en/of het laatst opgestelde onderhoudsbewijs met betrekking tot een koelinstallatie en/of een ammoniakkoelsysteem | 3.16d 6e lid Abm | 1/2 | |
BM | 192 | binnen een inrichting in de buitenlucht hout, kurk dan wel houten, kurken of houtachtige voorwerpen m.b.v. een nevelspuit coaten of lijmen dan wel m.b.v. een nevelspuit te reinigen met vluchtige organische stoffen houdende producten | 1/2 | ||
BM | 193 | binnen een inrichting in de buitenlucht rubber, kunststof of rubber- of kunststofproducten m.b.v. een nevelspuit te te coaten of te lijmen dan wel m.b.v. een nevelspuit te reinigen met vluchtige organische stoffen houdende producten | 1/2 | ||
BM | 194 | in een inrichting in de buitenlucht verspanende en/of thermische bewerkingen en/of mechanische eindafwerking van metalen uitvoeren | 1/2 | ||
BM | 195 | in een inrichting in de buitenlucht verrichten van laswerkzaamheden | 1/2 | ||
BM | 196 | in een inrichting in de buitenlucht straalwerkzaamheden verrichten | 1/2 | ||
BM | 197 | in een inrichting in de buitenlucht anorganische deklagen op metalen aanbrengen | 1/2 | ||
BM | 198 | binnen een inrichting in de buitenlucht steen mechanisch bewerken | 1/2 | ||
BM | 199 | binnen een inrichting in de buitenlucht met behulp van een nevelspuit vluchtige organische stoffen houdende lijmen, harsen of coating aanbrengen op steen | 1/2 | ||
BM | 200 | niet aanhouden van een afstand van ten minste 20 meter tussen een op de wal geplaatste vaste afleverinstallatie alsmede het vulpunt voor het afleveren van lichte olie aan vaartuigen en buiten de inrichting gelegen kwetsbare objecten | 1/2 | ||
BM | 596 | het niet indienen van een akoestisch rapport bij een melding als bedoeld in artikel 1.10 van het Abm | 1/2 | ||
BM | 597 | de binnen de inrichting aanwezige als bodembeschermende voorziening toegepaste vloer of verharding of geomembraanbaksysteem niet (tijdig) laten beoordelen door een instelling die beschikt over een erkenning | 1/2 | ||
BM | 598 | het verrichten van bodembedreigende activiteiten zonder dat sprake is afdoende bodembeschermende voorzieningen | 2.9 lid 1 Abm jo 2.4 Arm | 1/2 | |
BM | 599 | niet tenminste eenmaal per jaar bemonsteren grondwaterpeilbuizen | 1/2 | ||
BM | 600 | ten behoeve van een verwaarloosbaar bodemrisico de kathodische bescherming niet ten minste eens per jaar op goede werking controleren | 1/2 | ||
BM | 601 | het niet binnen 3 maanden na oprichting van de inrichting indienen van een bodemonderzoek | 1/2 | ||
BM | 602 | het niet eenmaal per twee jaar op goede werking controleren van het temperatuurgevoelige element van een vaste afleverinstallatie van vloeibare brandstoffen | 1/2 | ||
BM | 603 | ten behoeve van een verwaarloosbaar bodemrisico niet binnen tien werkdagen na ontvangst van een autowrak stoffen/preparaten/producten aftappen of demonteren | 1/2 | ||
BM | 604 | de binnen de inrichting aanwezige ondergrondse tank niet tijdig keuren/herkeuren | 1/2 | ||
BM | 605 | het binnen de inrichting meer dan 1 keer per week wassen van motorvoertuigen, werktuigen of spoorvoertuigen boven een niet vloeistofdichte vloer of verharding | 1/2 | ||
BM | 606 | de binnen de inrichting aanwezige opslagtank bestemd voor de opslag van halfzware olie niet uitvoeren, installeren, repareren, vervangen of beoordelen overeenkomstig het aangewezen normdocument of door een persoon of instelling die beschikt over een erkenning | 1/2 | ||
BM | 607 | niet ten minste eenmaal per jaar op goede werking controleren van een EU-systeem voor dampretour stage II | 1/2 | ||
BM | 608 | niet ten minste eenmaal per drie jaar op goede werking controleren van een EU-systeem voor dampretour stage II bij aanwezigheid automatisch bewakingssysteem | 3.20 lid 5 Abm | 1/2 | |
BM | 609 | niet ten minste eenmaal per jaar een controle uitvoeren op de aanwezigheid van water en bezinksel | 1/2 | ||
BM | 610 | niet ten minste eenmaal per drie jaar een controle uitvoeren op de aanwezigheid van water en bezinksel (bij opslagtanks die zijn voorzien van een inwendige coating overeenkomstig BRL K779) | 3.30 Abm jo. 3.35 lid 8 Arm | 1/2 | |
BM | 611 | niet zo vaak als nodig, binnen een straal van 25 meter van de inrichting, etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen die uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd verwijderen | 1/2 | ||
BM | 204 | aanwezig hebben van meer dan 4 autowrakken in een inrichting voor onderhoud en/of reparatie van motorvoertuigen, niet zijnde een autodemontagebedrijf of een inrichting voor het opslaan van autowrakken in het kader van hulpverlening aan kentekenhouders door een daartoe aangewezen instantie of in het kader van onderzoek door politie of justitie | 1/2 | ||
BM | 205 | anders dan bij een demontagebedrijf verwijderen en/of nuttig toepassen van een autowrak en/of de daarin aanwezige materialen of onderdelen, tenzij sprake is van de uitzondering vermeld in artikel 4.84, tweede lid, onder 1e en/of 2e, Abm | 4.84 2e lid Abm | 1/2 | |
BM | 206 | in een inrichting in de buitenlucht proefdraaien van verbrandingsmotoren | 4.84 3e lid Abm | 1/2 | |
BM | 207 | in een inrichting niet uitsluitend voor de eindreiniging van zeefdrukramen gebruiken van reinigingsmiddelen met een vlampunt groter dan 55 graden Celsius en op waterbasis | 1/2 | ||
BM | 212 | in een inrichting meetinstrumentarium niet ter plaatse van een meetplaats bevestigen | 1/2 | ||
BM | 213 | als drijver van de inrichting niet bewaren van het laatste keurings- en/of onderhoudsrapport met betrekking tot een machine bestemd voor het reinigen met een koolwaterstof, waaruit mede blijkt wie en wanneer de keuring of het onderhoud heeft en/of is verricht | 1/2 | ||
BM | 216 | bij een jachthaven, die gewoonlijk wordt aangedaan door zeegaande pleziervaartuigen, niet na overleg met betrokken partijen eens in de drie jaar een passend plan vaststellen voor het in ontvangst nemen en verder beheren van afvalstoffen | 1/2 | ||
BM | 217 | door degene die een jachthaven drijft, niet eens in de drie jaar een plan als bedoeld in artikel 3.26j Abm aan het bevoegd gezag ter goedkeuring voorleggen | 3.26j 3e lid Abm | 1/2 | |
BM | 218 | in een inrichting niet inpandig slachten van dieren en/of bewerken van dierlijke bijproducten | 1/2 | ||
BM | 219 | in een inrichting niet uitschakelen van de verlichting in de buitenlucht tussen 23.00 uur en 07.00 uur en/of als er geen sport beoefend wordt en/of als er geen onderhoud plaatsvindt | 1/2 | ||
BM | 220 | in of vanuit een inrichting lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers op een oppervlaktewaterlichaam en/of op of in de bodem en/of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool | 1/2 | ||
BM | 329 | bij het drijven van een inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- of recreatieactiviteiten plaatsvinden, niet in achtnemen van het maximaal toegestane geluidsniveau overschrijding: min. 10 dB(A), max. 21 dB(A) | 1/2 | ||
BM | 330 | bij het drijven van een inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- of recreatieactiviteiten plaatsvinden, overschrijden van het maximaal toegestane geluidsniveau (overschrijding: 22 dB(A) of meer) | 2.17 Abm | 1/2 | |
Nummers BM 225 – BM 229 en BM 669: Waterwet (Wtw) | |||||
BM | 224 | zonder vergunning stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen | 1/2 | ||
BM | 225 | zonder vergunning van Gedeputeerde Staten grondwater onttrekken of water infiltreren zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.4 Waterwet (max. 50 m3/u) | 1/2 | ||
BM | 226 | door degene die handelingen verricht als bedoeld in artikel 6.8 Waterwet, een daardoor veroorzaakte verontreiniging of aantasting van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam niet zo spoedig mogelijk melden aan de beheerder | 1/2 | ||
BM | 227 | a | met een voertuig betreden van een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, in strijd met een toegangsverbod: met motorvoertuig | 1/2 | |
BM | 227 | b | met een voertuig betreden van een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, in strijd met een toegangsverbod: zonder motorvoertuig | 6.10 Wtw | 1/2 |
BM | 227 | c | het zich als persoon bevinden op een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, terwijl op een voor het publiek duidelijke wijze is aangegeven dat dit verboden is | 6.10 Wtw | 1 |
BM | 228 | a | brengen van stoffen, niet zijnde een gevaarlijke (afval)stof, in een oppervlaktewaterlichaam in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningvoorschriften: 1 t/m 10% overschrijding | 1/2 | |
BM | 228 | b | brengen van stoffen, niet zijnde een gevaarlijke (afval)stof, in een oppervlaktewaterlichaam in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningvoorschriften: 11 t/m 20% overschrijding | 6.20, lid 3 Wtw | 1/2 |
BM | 228 | c | brengen van stoffen, niet zijnde een gevaarlijke (afval)stof, in een oppervlaktewaterlichaam in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningvoorschriften: 21 t/m 30% overschrijding | 6.20, lid 3 Wtw | 1/2 |
BM | 228 | d | brengen van stoffen, niet zijnde een gevaarlijke (afval)stof, in een oppervlaktewaterlichaam in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningvoorschriften: 31 t/m 40% overschrijding | 6.20, lid 3 Wtw | 1/2 |
BM | 228 | e | brengen van stoffen, niet zijnde een gevaarlijke (afval)stof, in een oppervlaktewaterlichaam in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningvoorschriften 41 t/m 50% overschrijding | 6.20, lid 3 Wtw | 1/2 |
BM | 229 | a | handelen in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningsvoorschriften: niet melden van een calamiteit met relatief beperkte gevolgen voor het oppervlaktewaterlichaam | 6.20 lid 3 Wtw | 1/2 |
BM | 229 | b | handelen in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningsvoorschriften: niet voldoen aan administratieve verplichtingen | 6.20 lid 3 Wtw | 1/2 |
BM | 229 | c | handelen in strijd met de aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 Waterwet verbonden vergunningsvoorschriften: niet treffen van voorgeschreven voorzieningen | 6.20 lid 3 Wtw | 1/2 |
Nummers BM 231 – BM 233, BM 540 en BM 672 – BM 673: Waterbesluit (Wtb) | |||||
BM | 230 | niet melden bij het bevoegd gezag van een grondwateronttrekking of infiltratie van water, waarvoor geen vergunning is vereist krachtens artikel 6.4 Waterwet of een verordening van het waterschap | 1/2 | ||
BM | 231 | niet voldoen aan de meetplicht ten aanzien van de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of geïnfiltreerd water | 6.11, lid 2 Wtb | 1/2 | |
BM | 232 | niet voldoen aan de verplichting tot het meten van de kwaliteit van geïnfiltreerd water overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde regels | 6.11, lid 3 Wtb | 1/2 | |
BM | 233 | niet binnen de hiervoor gestelde termijn opgave doen aan het bevoegd gezag over de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater, geïnfiltreerd water of de kwaliteit van het geïnfiltreerde water | 6.11, lid 4 Wtb | 1/2 | |
zonder daartoe strekkende vergunning van Onze Minister als bedoeld in artikel 6.5 van de Waterwet gebruikmaken van een oppervlaktewaterlichaam of een bijbehorend kunstwerk in beheer bij het Rijk, niet zijnde de Noordzee, door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder: | |||||
BM | 540 | a | – werken te maken of te behouden | 1/2 | |
BM | 540 | b | – vaste substanties of voorwerpen te storten, te plaatsen of neer te leggen, of deze te laten staan of liggen | 1/2 | |
Nummers BM 234 – BM 235: Waterregeling (Wtr) | |||||
BM | 234 | niet ten minste vier weken voor de uitvoering van een werk of een activiteit waarvoor krachtens artikel 6.12 of 6.13 Waterbesluit geen vergunning is vereist, dit schriftelijk melden aan de minister van I & M | 1/2 | ||
BM | 235 | a | niet voldoen aan de verplichting dat de debietmeet- en/of bemonsteringsvoorzieningen: in goede staat verkeren | 1/2 | |
BM | 235 | b | niet voldoen aan de verplichting dat de debietmeet- en/of bemonsteringsvoorzieningen: overeenkomstig de voorschriften van de leverancier zijn geïnstalleerd en/of onderhouden | 1/2 | |
Nummers BM 236 – BM 239: Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) | |||||
BM | 236 | lozen van huishoudelijk afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam, terwijl de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringstechnisch werk waarop aansluiting kan plaatsvinden, 40 meter of minder bedraagt | 1/2 | ||
BM | 238 | huishoudelijk afvalwater niet voorafgaand aan het lozen in een oppervlaktewaterlichaam door een zuiveringsvoorziening geleiden | 1/2 | ||
BM | 239 | degene die voornemens is huishoudelijk afvalwater vanuit een particulier huishouden op en/of in de bodem en/of in een oppervlaktewaterlichaam te lozen, heeft dit voornemen niet ten minste zes weken voorafgaand aan het plaatsen van een zuiveringsvoorziening gemeld aan het bevoegd gezag | 1/2 | ||
Nummers BM 240 – BM 255: Drinkwaterbesluit (Dwb) | |||||
BM | 240 | niet uitvoeren van een meetprogramma dat voldoet aan de in bijlage 3 van de Drinkwaterregeling opgenomen tabellen | 14 (via 31) Dwb jo. 10 Dwr | 1/2 | |
BM | 241 | niet terstond en volledig informeren van de door onze minister als zodanig aangewezen toezichthouder dat drinkwater niet voldoet aan artikel 21 lid 1 Drinkwaterwet of aan een in tabel I of II van bijlage A van het Drinkwaterbesluit gestelde eis, alsmede over het onderzoek en de te nemen herstelmaatregelen, bedoeld in artikel 22 Drinkwaterbesluit | 23 jo 31 lid 1 Dwb | 1/2 | |
BM | 242 | eigenaar van een collectieve watervoorziening heeft niet of onvoldoende een legionella-risicoanalyse bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Drinkwaterbesluit laten uitvoeren overeenkomstig de hiervoor gestelde regels | 1/2 | ||
BM | 243 | eigenaar van een collectief leidingnet heeft niet of onvoldoende een legionella-risicoanalyse bedoeld in artikel 37, tweede lid, van het Drinkwaterbesluit laten uitvoeren overeenkomstig de hiervoor gestelde regels | 37 lid 2 Dwb jo 5 Regeling legionellapreventie | 1/2 | |
BM | 244 | legionella-risicoanalyse, bedoeld in het eerste of tweede lid van artikel 37 Drinkwaterbesluit, laten uitvoeren door een niet daarvoor op basis van BRL 6010 gecertificeerd bedrijf, indien opgesteld na 1 juli 2011 | 1/2 | ||
BM | 245 | niet binnen drie maanden na iedere voor het in artikel 37, eerste of tweede lid, Drinkwaterbesluit bedoelde risico relevante wijziging van een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet, of het gebruik daarvan, dan wel een wijziging van factoren die invloed kunnen hebben op dat risico, opnieuw uitvoeren van de legionella-risicoanalyse, bedoeld in artikel 37 eerste lid of tweede lid Drinkwaterbesluit | 37 lid 4 Dwb | 1/2 | |
BM | 246 | niet door een daarvoor overeenkomstig BRL 6010 gecertificeerd bedrijf op basis van de legionella-risicoanalyse laten opstellen van een legionella-beheersplan, dan wel herzien van een bestaand legionella-beheersplan met betrekking tot de inrichting en het beheer van een collectieve watervoorziening, of collectief leidingnet, indien uit een legionella-risicoanalyse als bedoeld in artikel 37, eerste, tweede of vierde lid, Drinkwaterbesluit is gebleken dat er een risico is dat niet wordt voldaan aan artikel 27 of artikel 36, eerste lid, Drinkwaterbesluit | 1/2 | ||
BM | 247 | niet binnen drie maanden na het tijdstip van gereedkomen van de in artikel 37, vierde lid, Drinkwaterbesluit bedoelde legionella-risicoanalyse opstellen van een legionella-beheersplan, dan wel herzien van een bestaand legionella-beheersplan, indien de legionella-risicoanalyse daartoe aanleiding geeft | 38 lid 2 Dwb | 1/2 | |
BM | 248 | niet uitvoeren van maatregelen en controles overeenkomstig het legionellabeheersplan | 1/2 | ||
BM | 249 | niet in een logboek aantekening houden van de krachtens hoofdstuk 4 Drinkwaterbesluit uitgevoerde maatregelen, controles en onderzoeken, alsmede van de resultaten daarvan, of gedurende drie jaar bewaren van deze gegevens | 40 lid 2 Dwb | 1/2 | |
BM | 250 | niet terstond en volledig informeren van de door onze minister als zodanig aangewezen inspecteur dat het drinkwater, bedoeld in artikel 36 lid 1 Dwb meer dan 1.000 kolonievormende eenheden legionellabacteriën per liter bevat | 1/2 | ||
BM | 251 | niet op de voorgeschreven wijze het drinkwater onderzoeken, ter uitvoering van hoofdstuk 4 van het Drinkwaterbesluit en de daarop berustende bepalingen, op de aanwezigheid van legionellabacteriën | 1/2 | ||
BM | 252 | a | bij de uitvoering van de legionella-risicoanalyse, bedoeld in artikel 37, eerste of tweede lid, van het Drinkwaterbesluit bij de tappunten, bedoeld in artikel 35 vierde lid Drinkwaterbesluit, van een collectieve watervoorziening, dan wel een collectief leidingnet: het drinkwater niet onderzoeken op de aanwezigheid van legionellabacteriën of bij de uitvoering van het onderzoek het niet in acht nemen van het vereiste aantal meetpunten | 1/2 | |
BM | 252 | b | bij de uitvoering van de legionella-risicoanalyse, bedoeld in artikel 37, eerste of tweede lid, van het Drinkwaterbesluit bij de tappunten, bedoeld in artikel 35 vierde lid Drinkwaterbesluit, van een collectieve watervoorziening, dan wel een collectief leidingnet: het drinkwater daarna niet ten minste om de zes maanden onderzoeken (van toepassing op alle collectieve installaties behoudens situatie c) of bij de uitvoering van het onderzoek het niet in acht nemen van het vereiste aantal meetpunten | 43 Dwb jo. 8 Regeling legionellapreventie | 1/2 |
BM | 253 | het drinkwater niet ten minste eenmaal per jaar onderzoeken indien de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet maximaal zeven maanden per jaar in gebruik is | 43 lid 2 Dwb | 1/2 | |
BM | 254 | het niet in acht nemen van de voorwaarden en voorschriften opgenomen in BRL K 14010-1 bij de toepassing van fysisch of fotochemisch beheer door de eigenaar van de collectieve watervoorziening of het collectief leidingnet | 44 lid 4 Dwb | 1/2 | |
BM | 255 | het niet in acht nemen van de voorwaarden en voorschriften opgenomen in BRL K 14010-2 bij de toepassing van elektrochemisch beheer door de eigenaar van de collectieve watervoorziening of het collectief leidingnet | 44 lid 5 Dwb | 1/2 | |
Nummers BM 256 – BM 259, BM 322 – BM 336 en BM 544 – BM 555: Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) | |||||
BM | 256 | door degene die voornemens is te lozen niet ten minste vier weken voordat met het lozen wordt aangevangen hiervan melding maken bij het bevoegd gezag | 1/2 | ||
BM | 256 | a | door degene die voornemens is een lozing te veranderen niet ten minste vier weken voordat met het lozen wordt aangevangen hiervan melding maken bij het bevoegd gezag | 1.10 lid 2 Blbi | 1/2 |
BM | 257 | door degene die voornemens is te lozen vanuit een bodemsanering dit lozen niet ten minste vijf werkdagen voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag (in geval BUS-sanering) | 1/2 | ||
BM | 258 | bij het lozen in een oppervlaktewaterlichaam ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten niet of onvoldoende treffen van bij ministeriële regeling aangegeven maatregelen om het in dat oppervlaktewaterlichaam lozen van stoffen te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken | 1/2 | ||
BM | 259 | niet in een werkplan beschrijven van de maatregelen die worden getroffen om het lozen in een oppervlaktelichaam ten gevolge van sloop-, renovatie-, of nieuwbouwwerkzaamheden aan vaste objecten te voorkomen, dan wel, voor zover dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken | 1/2 | ||
BM | 322 | lozen van grondwater in een vuilwaterriool vanuit een proefbronnering in het kader van een saneringsonderzoek in de zin van de Wet bodembescherming of vanuit een bodemsanering in de zin van de Wet bodembescherming | 1/2 | ||
BM | 323 | lozen van grondwater vanuit een proefbronnering in het kader van een saneringsonderzoek in de zin van de Wet bodembescherming of vanuit een bodemsanering in de zin van de Wet bodembescherming, terwijl dit grondwater niet op een doelmatige wijze kan worden bemonsterd | 3.1 lid 1 jo lid 5 Blbi | 1/2 | |
BM | 333 | als degene die loost niet zo spoedig mogelijk melden aan het bevoegd gezag wanneer zich met betrekking tot het lozen een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het milieu zijn ontstaan | 1/2 | ||
BM | 334 | lozen in een oppervlaktewaterlichaam van toiletwater vanaf een pleziervaartuig, terwijl dit toiletwater niet voorafgaand aan het lozen door een zuiveringsvoorziening is geleid die voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde eisen | 1/2 | ||
BM | 335 | bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een oppervlaktewaterlichaam waarbij de kwaliteit van de te baggeren of ontgraven waterbodem een bij ministeriële regeling te bepalen interventiewaarde overschrijdt, de werkzaamheden niet uitvoeren overeenkomstig een werkplan, waarin maatregelen zijn beschreven waarmee het lozen zo veel als redelijkerwijs mogelijk wordt beperkt | 1/2 | ||
BM | 336 | lozen in zoet oppervlaktewater vanaf een niet varend vaartuig van afvalwater dat vrijkomt bij het spoelen van door dat vaartuig vervoerd zeezand | 1/2 | ||
BM | 544 | door degene die voornemens is langer dan 48 uur doch ten hoogste 8 weken grondwater te lozen bij ontwatering, dit lozen niet ten minste 5 werkdagen voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag | 1/2 | ||
BM | 545 | door degene die voornemens is te lozen niet ten minste zes maanden voordat met het lozen wordt aangevangen hiervan melding maken bij het bevoegd gezag, in geval van aanleg van wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken | 1/2 | ||
BM | 546 | door degene die voornemens is het lozen te veranderen niet ten minste zes maanden voordat met het lozen wordt aangevangen hiervan melding maken bij het bevoegd gezag, in geval van reconstructie of ingrijpende wijziging van wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken | 1.13 lid 2 Blbi | 1/2 | |
BM | 547 | bij een bodemsanering of proefbronnering lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, terwijl: visuele verontreiniging plaatsvindt | 3.1 lid 2 Blbi | 1/2 | |
BM | 548 | bij een bodemsanering of proefbronnering lozen in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam terwijl: visuele verontreiniging plaatsvindt | 3.1 lid 3 Blbi | 1/2 | |
BM | 549 | lozen in een oppervlaktewaterlichaam van grondwater bij ontwatering terwijl het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster meer dan 50 milligram per liter bedraagt of als gevolg van het lozen visuele verontreiniging optreedt | 1/2 | ||
BM | 550 | lozen in een oppervlaktewaterlichaam van grondwater bij ontwatering terwijl het gehalte onopgeloste stoffen, zoals vastgesteld in een maatwerkvoorschrift van het bevoegd gezag, wordt overschreden | 3.2 lid 4 Blbi | 1/2 | |
BM | 551 | het te lozen grondwater bij ontwatering kan niet op een doelmatige wijze worden bemonsterd | 3.2 lid 9 Blbi | 1/2 | |
BM | 552 | bij het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam overschrijden van de toegestane waarden | 1/2 | ||
BM | 553 | op- of overslaan van goederen in de buitenlucht zonder dat maatregelen zijn genomen om zoveel mogelijk te voorkomen dat deze goederen in een oppervlaktewaterlichaam geraken | 1/2 | ||
BM | 554 | lozen in een oppervlaktewaterlichaam of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, van afvalwater dat in contact is geweest met opgeslagen goederen, waarbij het gehalte aan onopgeloste stoffen in enig steekmonster meer bedraagt dan 300 milligram per liter | 3.13 lid 7 Blbi | 1/2 | |
BM | 555 | het te lozen afvalwater dat met opgeslagen goederen in contact is geweest, kan niet worden bemonsterd | 3.13 lid 11 Blbi | 1/2 | |
Nummers BM 556 – BM 558: Regeling lozen buiten inrichtingen (Rlbi) | |||||
BM | 556 | opslag van goederen op een laad- of loskade binnen twee meter uit de kaderand of oever | 1/2 | ||
BM | 557 | opslag van goederen op een laad- of loskade, terwijl product tussen de keerwand en de kade of oever ligt | 2.17 Rlbi jo. 3.13 lid 4 Blbi | 1/2 | |
BM | 558 | bij het laden en lossen van schepen met inerte goederen, het schoonmaken van de grijpers zodanig uitvoeren dat overslagresten of spoelwater in een oppervlaktewaterlichaam geraken | 1/2 | ||
Nummers BM 260 – BM 277, BM 331 en BM 570: Flora- en faunawet (FFW) inheems | |||||
BM | 260 | opzettelijk beschermde inheemse planten plukken, verzamelen, afsnijden, uitsteken, vernielen, beschadigen, ontwortelen of op andere wijze van hun groeiplaats verwijderen | 1/2 | ||
BM | 261 | opzettelijk inheems beschermde dieren, doden, verwonden, vangen, bemachtigen of opsporen (max. 3) | 1/2 | ||
BM | 262 | beschermde inheemse diersoorten opzettelijk verontrusten | 1/2 | ||
BM | 263 | opzettelijk nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde inheemse dieren beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren (max. 3) | 1/2 | ||
BM | 264 | opzettelijk eieren van beschermde inheemse dieren zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen | 1/2 | ||
BM | 265 | opzettelijk planten of producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, af te leveren, uit te wisselen, te ruilen of in ruil aan te bieden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of onder zich te hebben (1–5 stuks) | 1/2 | ||
BM | 266 | opzettelijk planten of producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, af te leveren, uit te wisselen, te ruilen of in ruil aan te bieden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of onder zich te hebben (6–10 stuks) | 13, lid 1, onder a FFW | 1/2 | |
BM | 267 | opzettelijk dieren, dan wel eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, af te leveren, uit te wisselen, te ruilen of in ruil aan te bieden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of onder zich te hebben (1–5 stuks) | 13, lid 1, FFW | 1/2 | |
BM | 268 | opzettelijk dieren, dan wel eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, af te leveren, uit te wisselen, te ruilen of in ruil aan te bieden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of onder zich te hebben (6–10 stuks) | 13, lid 1, FFW | 1/2 | |
BM | 269 | opzettelijk ongeoorloofde middelen die geschikt en bestemd zijn voor het doden of vangen of doden van één dier onder zich te hebben (max. 3 stuks) | 1/2 | ||
BM | 270 | opzettelijk ongeoorloofde middelen die geschikt en bestemd zijn voor het doden of vangen of doden van meer dan één dier onder zich te hebben (max. 3 stuks) | 15, lid 1 FFW | 1/2 | |
BM | 271 | opzettelijk ongeoorloofde middelen die geschikt en bestemd zijn voor het doden of vangen of doden van één dier ten verkoop voorradig of voorhanden te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden (max. 3 stuks) | 15, lid 1 FFW | 1/2 | |
BM | 272 | opzettelijk ongeoorloofde middelen die geschikt en bestemd zijn voor het doden of vangen van meer dan één dier ten verkoop voorradig of voorhanden te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden (max. 3 stuks) | 15, lid 1 FFW | 1/2 | |
BM | 273 | opzettelijk zich buiten een gebouw bevinden met ongeoorloofde middelen die geschikt of bestemd zijn voor het doden of vangen of doden van één dier (max. 3 stuks) | 15, lid 2 FFW | 1/2 | |
BM | 274 | opzettelijk zich buiten een gebouw bevinden met ongeoorloofde middelen die geschikt of bestemd zijn voor het doden of vangen of doden van meer dan één dier (max. 3 stuks) | 15, lid 2 FFW | 1/2 | |
BM | 275 | als degene die niet voorzien is van een jachtakte, in het veld een geweer of een gedeelte van een geweer dragen, terwijl hij niet uit andere hoofde tot het gebruik van een geweer ter plaatse gerechtigd is | 1 | ||
BM | 276 | als degene die zich in het veld ophoudt, zich zonder gegronde reden met een fret, buidel of kastval bevinden op gronden waarop hij niet bevoegd is van die middelen gebruik te maken voor de uitoefening van de jacht of in verband met beheer en bestrijding van schade als bedoeld in de artikelen 65, 67 en 68 FFW | 16, lid 2 FFW | 1 | |
BM | 277 | niet verhinderen dat een dier dat hem toebehoort of onder zijn toezicht staat, in het veld dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt | 16, lid 3 FFW | 1 | |
BM | 331 | opzettelijk uitzetten van dieren of eieren van dieren in de vrije natuur | 1/2 | ||
BM | 570 | a | Opzettelijk dieren vangen en/of doden met ongeoorloofde middelen, te weten met één lijmplaat of één stuk karton met lijm | 1/2 | |
BM | 570 | b | Opzettelijk dieren vangen en/of doden met ongeoorloofde middelen, te weten met meer dan één lijmplaat of één stuk karton met lijm | 72 lid 5 FFW | 1/2 |
Nummers BM 278 – BM 291: Flora- en faunawet (FFW) uitheems | |||||
BM | 278 | a | planten of producten van planten, behorende tot een beschermde uitheemse plantensoort, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben, CITES Bijlage A. Per stuk maximaal 3 stuks: niet opzettelijk | 1 | |
BM | 278 | b | planten of producten van planten, behorende tot een beschermde uitheemse plantensoort, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben, CITES Bijlage A. Per stuk maximaal 3 stuks: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 279 | a | een hoeveelheid kaviaar (van 0 gram tot 125 gram, zijnde een product van een dier behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (CITES bijlage A), binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 279 | b | een hoeveelheid kaviaar (van 0 gram tot 125 gram, zijnde een product van een dier behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (CITES bijlage A), binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 280 | a | een hoeveelheid kaviaar (van 125 gram tot 350 gram, zijnde een product van een dier behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (CITES bijlage A), binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 280 | b | een hoeveelheid kaviaar (van 125 gram tot 350 gram, zijnde een product van een dier behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (CITES bijlage A), binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 281 | a | CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 1 tot 100 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 281 | b | CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 1 tot 100 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 282 | a | CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 100 tot 200 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 282 | b | CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 100 tot 200 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 283 | a | CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 200 tot 300 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 283 | b | CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid van 200 tot 300 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 284 | a | CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid 300 tot 400 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 284 | b | CITES bijlage A, product van plant of dier, Ivoor, een hoeveelheid 300 tot 400 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 285 | a | CITES bijlage A product van plant of dier, Medicijn, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 285 | b | CITES bijlage A product van plant of dier, Medicijn, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 286 | a | CITES bijlage A, product van plant of dier, souvenir/gebruiksvoorwerp, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 286 | b | CITES bijlage A, product van plant of dier, souvenir/gebruiksvoorwerp, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 287 | a | CITES bijlage B/C, dier of plant, dood of levend, maximaal 3, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 287 | b | CITES bijlage B/C, dier of plant, dood of levend, maximaal 3, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 288 | a | CITES bijlage B, product van plant of dier, kaviaar, 125 tot 250 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 288 | b | CITES bijlage B, product van plant of dier, kaviaar, 125 tot 250 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 289 | a | CITES bijlage B/C, product van plant of dier, kaviaar, 250 tot 500 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 289 | b | CITES bijlage B/C, product van plant of dier, kaviaar, 250 tot 500 gram, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 290 | a | CITES bijlage B/C product van plant of dier, Medicijn, geringe hoeveelheid, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 290 | b | CITES bijlage B/C product van plant of dier, Medicijn, geringe hoeveelheid, maximaal 3 stuks, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 291 | a | CITES bijlage B/C, product van plant of dier, souvenir/gebruiksvoorwerp, maximaal 3, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: niet opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
BM | 291 | b | CITES bijlage B/C, product van plant of dier, souvenir/gebruiksvoorwerp, maximaal 3, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben: opzettelijk | 13, lid 1, onder a FFW | 1 |
Nummers BM 292 – BM 294 Boswet (Bw) | |||||
BM | 292 | vellen of te doen vellen van een houtbestand, anders dan bij wijze van dunning, zonder dat een voorafgaande tijdige kennisgeving als bedoeld in art. 2 lid 1 Boswet is gedaan (max. 1 hectare) | 1/2 | ||
BM | 293 | als eigenaar van grond, waarop een houtopstand, anders dan bij wijze van dunning, is geveld of op andere wijze tenietgegaan, niet voldoen aan verplichting binnen een tijdvak van drie jaren na de velling of het tenietgaan van de houtopstand te herbeplanten volgens de hiervoor gestelde regels (max. 1 hectare) | 1/2 | ||
BM | 294 | als eigenaar van grond, waarop een houtopstand, anders dan bij wijze van dunning, is geveld of op andere wijze tenietgegaan, niet voldoen aan verplichting beplanting die niet is aangeslagen binnen drie jaren te vervangen (max. 1 hectare) | 3 lid 2 Bw | 1/2 | |
Nummers BM 295 en BM 667: Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998) | |||||
BM | 667 | zonder of in strijd met vergunning handelingen verrichten die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en/of de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen | 1/2 | ||
BM | 295 | zich in strijd met de beperkingen die ingevolge artikel 20, eerste of tweede lid, Nbw1998 zijn opgelegd, bevinden in een beschermd natuurmonument als bedoeld in artikel 10, eerste lid, Nbw 1998, een Natura 2000-gebied of gedeelten daarvan | 1/2 | ||
Nummer BM 684: Regeling Programma Aanpak Stikstof (PAS) en Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998) | |||||
BM | 684 | niet melden bij bevoegd gezag van een project of handeling die leidt tot stikstofdepositie, op een voor stikstof gevoelig habitat in een Natura 2000-gebied, die hoger is dan 0,05 mol en minder dan 1 mol per hectare per jaar | 1/2 | ||
Nummer BM 297: Wet op de economische delicten (Wed) | |||||
BM | 297 | opzettelijk niet hebben voldaan aan een vordering, krachtens enig voorschrift van de Wet op de economische delicten, gedaan door een opsporingsambtenaar | 1/2 | ||
Nummer BM 510 – BM 512: Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties | |||||
BM | 510 | laten verrichten van lekcontroles, terugwinnen, installeren of onderhouden van stationaire of mobiele koelinstallaties door personen zonder geldig en bij de betreffende categorie van werkzaamheden behorend diploma | 4 lid 1 en 4 lid 2 Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen | 2 | |
verrichten van installatie- of onderhoudswerkzaamheden aan stationaire of mobiele koelinstallaties zonder geldig bedrijfscertificaat dat is afgegeven door een keuringsinstantie | 4 lid 1 Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen | ||||
BM | 511 | a | – t/m 20 werknemers | 2 | |
BM | 511 | b | – meer dan 20 werknemers | 2 | |
BM | 512 | het op een mobiele installatie (koeltransport) niet voor handen hebben van een logboek(kaart) | 4 lid 1 Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen | 2 | |
Nummers BM 450 – BM 494 en BM 543: Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) | |||||
BM | 450 | niet ten minste vier weken voor de oprichting van een nieuwe inrichting dit melden aan het bevoegd gezag | 1/2 | ||
BM | 451 | niet ten minste vier weken voor de verandering van een inrichting of het veranderen van de werking daarvan dit melden aan het bevoegd gezag | 1.10 lid 2 Abm | 1/2 | |
BM | 452 | door degene die voornemens is agrarische activiteiten of activiteiten die daarmee verband houden uit te voeren buiten een inrichting ten gevolge waarvan lozen kan plaatsvinden, dit lozen niet ten minste 4 weken voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag | 1/2 | ||
BM | 453 | door degene die voornemens is agrarische activiteiten of activiteiten die daarmee verband houden te veranderen buiten een inrichting ten gevolge waarvan lozen kan plaatsvinden, dit lozen niet ten minste 4 weken voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag | 1.10a lid 2 Abm | 1/2 | |
BM | 454 | door degene die voornemens is te lozen vanuit een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.1, tweede, derde of vierde lid, dit lozen niet ten minste 5 werkdagen voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag (in geval BUS-sanering) | 1/2 | ||
BM | 455 | door degene die voornemens is langer dan 48 uur doch ten hoogste 8 weken grondwater te lozen bij ontwatering, dit lozen niet ten minste 5 werkdagen voor de aanvang melden aan het bevoegd gezag | 1/2 | ||
BM | 456 | vanuit een inrichting lozen op en/of in de bodem en/of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool | 1.4 jo 2.2 lid 1 Abm | 1/2 | |
BM | 457 | bij een bodemsanering of proefbronnering lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, terwijl: visuele verontreiniging plaatsvindt | 1.4 jo 3.1 lid 2 Abm | 1/2 | |
BM | 458 | bij een bodemsanering of proefbronnering lozen in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam terwijl: visuele verontreiniging plaatsvindt | 1.4 jo 3.1 lid 3 Abm | 1/2 | |
BM | 459 | lozen in een oppervlaktewaterlichaam van grondwater bij ontwatering terwijl het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster meer dan 50 milligram per liter bedraagt of als gevolg van het lozen visuele verontreiniging optreedt | 1/2 | ||
BM | 460 | lozen in een oppervlaktewaterlichaam van grondwater bij ontwatering terwijl het gehalte onopgeloste stoffen, zoals vastgesteld in een maatwerkvoorschrift van het bevoegd gezag, wordt overschreden | 3.2 lid 4 Abm | 1/2 | |
BM | 461 | bij het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam niet voldoen aan de grenswaarden | 1/2 | ||
BM | 462 | bij het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam niet voldoen aan de grenswaarden zoals vastgesteld in een maatwerkvoorschrift van het bevoegd gezag | 3.5 lid 5 Abm | 1/2 | |
BM | 463 | niet in het belang van het doelmatig beheer van afvalstoffen in een jachthaven van gebruikers van de jachthaven innemen van in ieder geval de afvalstoffen, genoemd in artikel 3.26i, 1e lid, onder a tot en met d, Abm | 2 | ||
BM | 464 | aan de gebruikers van een jachthaven vragen van een aparte financiële vergoeding voor de inzameling van afvalstoffen, als bedoeld in artikel 3.26i lid 4 Abm | 3.26i lid 4 Abm | 2 | |
BM | 465 | op- of overslaan van goederen in de buitenlucht zonder dat maatregelen zijn genomen om zoveel mogelijk te voorkomen dat deze goederen in een oppervlaktewaterlichaam geraken | 1/2 | ||
BM | 466 | a | lozen in een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater dat in contact is geweest met inerte goederen waarbij visuele verontreiniging ontstaat | 1/2 | |
BM | 467 | lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam van afvalwater dat in contact is geweest met goederen, niet zijnde inerte goederen, waaruit geen vloeibare bodembedreigende stoffen kunnen lekken, terwijl een emissiegrenswaarde als genoemd in artikel 3.34 lid 3 Abm wordt overschreden | 1/2 | ||
BM | 468 | lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam van afvalwater dat in contact is geweest met goederen, niet zijnde inerte goederen, waaruit geen vloeibare bodembedreigende stoffen kunnen lekken, terwijl een emissiegrenswaarde zoals vastgesteld in een maatwerkvoorschrift van het bevoegd gezag wordt overschreden (bij hogere emissiewaarden) | 3.34 lid 4 Abm | 1/2 | |
BM | 469 | lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam van afvalwater dat in contact is geweest met goederen, niet zijnde inerte goederen, waaruit geen vloeibare bodembedreigende stoffen kunnen lekken, terwijl een emissiegrenswaarde zoals vastgesteld in een maatwerkvoorschrift van het bevoegd gezag wordt overschreden (bij lagere emissiewaarden) | 3.34 lid 5 Abm | 1/2 | |
BM | 470 | a | opslaan van agrarische bedrijfsstoffen op onverhard oppervlak op een afstand minder dan 5 meter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam | 1/2 | |
BM | 470 | b | opslaan van agrarische bedrijfsstoffen op onverhard oppervlak zodanig dat het te lozen hemelwater in contact kan komen met de opgeslagen agrarische bedrijfsstoffen | 3.49 onder b Abm | 1/2 |
BM | 471 | lozen anders dan in een vuilwaterriool van condenswater, afkomstig van condensvorming aan de binnenzijde van een kas dat via condensgootjes is verzameld, waarin gewasbeschermingsmiddelen of biociden zijn toegepast | 1/2 | ||
BM | 472 | de hoeveelheid totaal stikstof in het geloosde drainwater bedraagt meer dan de in artikel 3.66 lid 4 Abm genoemde waarden | 1/2 | ||
BM | 473 | niet periodiek meten en registreren van de gegevens (bijvoorbeeld de hoeveelheid drainwater) zoals bedoeld in artikel 3.67 lid 1 Abm jo artikel 3.76 Arm | 1/2 | ||
BM | 474 | niet overleggen van de rapportage van het voorgaande kalenderjaar zoals bedoeld in artikel 3.68 Abm | 1/2 | ||
BM | 475 | overschrijden van de verbruiksnormen in tabel 3.77 Arm | 1/2 | ||
BM | 476 | niet periodiek meten en registreren van de gegevens (bijvoorbeeld de hoeveelheid drainagewater) zoals bedoeld in artikel 3.72 lid 1 Abm jo artikel 3.78 Arm | 3.72 lid 1 Abm jo 3.78 Arm | 1/2 | |
BM | 477 | niet overleggen van de rapportage van het voorgaande kalenderjaar zoals bedoeld in artikel 3.73 Abm | 1/2 | ||
lozen van afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam als gevolg van het telen of kweken van gewassen in een gebouw, anders dan in een kas | |||||
BM | 478 | a | – terwijl gewasbeschermingsmiddelen of biociden worden gebruikt | 1/2 | |
BM | 478 | b | – terwijl het gehalte aan onopgeloste stoffen meer bedraagt dan 100 milligram per liter | 1/2 | |
BM | 478 | c | – terwijl het gehalte aan chemisch zuurstof verbruik meer bedraagt dan 300 milligram per liter | 1/2 | |
BM | 478 | d | – terwijl het gehalte aan biochemisch zuurstof verbruik meer bedraagt dan 60 milligram per liter | 1/2 | |
BM | 479 | lozen van afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam als gevolg van het circuleren van water door trekbakken waarin witlofpenen staan voor de groei van witlofstronken of als gevolg van het broeien van bolgewassen, terwijl gewasbeschermingsmiddelen of biociden worden gebruikt of het gehalte aan onopgeloste stoffen meer bedraagt dan 100 milligram per liter | 1/2 | ||
BM | 480 | binnen een teeltvrije zone gewasbeschermingsmiddelen gebruiken met apparatuur voor het druppelsgewijs gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen | 1/2 | ||
BM | 481 | op braakliggend terrein gewasbeschermingsmiddelen gebruiken binnen een afstand van 50 centimeter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam | 1/2 | ||
BM | 482 | gebruiken van veldspuitapparatuur waarbij niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3.83 lid 1 Abm (onjuiste spuitdoppen, geen kantdop of onjuiste spuithoogte) | 1/2 | ||
BM | 483 | binnen een teeltvrije zone meststoffen gebruiken | 1/2 | ||
BM | 484 | geen gebruik maken van een kantstrooivoorziening bij het gebruik van korrelvormige of poedervormige meststoffen op de strook gelegen naast de teeltvrije zone | 3.85 lid 4 Abm | 1/2 | |
BM | 543 | niet in acht nemen van een teeltvrije zone langs een oppervlaktewaterlichaam | 1/2 | ||
BM | 485 | op braakliggend terrein meststoffen gebruiken binnen een afstand van 50 centimeter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam | 3.85 lid 8 Abm | 1/2 | |
lozen van afvalwater, afkomstig van het voor de gietwatervoorziening bij agrarische activiteiten zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars, in een oppervlaktewaterlichaam | |||||
BM | 486 | a | – terwijl het gehalte chloride meer bedraagt dan 200 milligram per liter | 1/2 | |
BM | 486 | b | – terwijl het gehalte ijzer meer bedraagt dan 2 milligram per liter | 1/2 | |
BM | 487 | lozen van afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam, als gevolg van het voor agrarische activiteiten zuiveren van water door het ontijzeren van grondwater, terwijl het gehalte aan ijzer in het afvalwater meer bedraagt dan 5 milligram per liter | 1/2 | ||
BM | 488 | bij het uit een oppervlaktewaterlichaam vullen van apparatuur waarin gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen worden aangemaakt, niet treffen van een voorziening die terugstroming van het mengsel van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen en water voorkomt | 1/2 | ||
BM | 489 | bij het uit een oppervlaktewaterlichaam vullen van apparatuur waarin gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen worden aangemaakt, die niet is opgesteld boven een bodembeschermende voorziening, de apparatuur niet op een afstand van ten minste twee meter van de insteek van het oppervlaktewaterlichaam hebben | 3.93 lid 2 Abm | 1/2 | |
lozen van afvalwater, afkomstig van het spoelen van gewassen, in een oppervlaktewaterlichaam | |||||
BM | 490 | a | – terwijl het perceel waar het afvalwater vrijkomt is aangesloten op een vuilwaterriool waarop geloosd kan worden | 1/2 | |
BM | 490 | b | – terwijl het gehalte aan onopgeloste stoffen in enig steekmonster meer bedraagt dan 100 milligram per liter | 1/2 | |
lozen van afvalwater, afkomstig van het sorteren van gewassen, in een oppervlaktewaterlichaam | |||||
BM | 491 | a | – terwijl het afvalwater niet afkomstig is van het sorteren van uitsluitend biologisch geteelde gewassen | 1/2 | |
BM | 491 | b | – terwijl het gehalte aan onopgeloste stoffen in het te lozen afvalwater meer bedraagt dan 100 milligram per liter | 1/2 | |
BM | 491 | c | – terwijl het chemisch zuurstofverbruik in het te lozen afvalwater meer bedraagt dan 300 milligram per liter | 1/2 | |
BM | 491 | d | – terwijl het biologisch zuurstofverbruik meer bedraagt dan 60 milligram per liter | 1/2 | |
BM | 492 | binnen een afstand van 5 meter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam een composteringshoop hebben | 1/2 | ||
BM | 493 | toestaan van overnachting en/of recreatief verblijf door derden binnen een afstand van 20 meter van een bunkerstation voor opslag van lichte olie en/of binnen een afstand van 20 meter van een op de wal geplaatste vaste afleverinstallatie voor het afleveren van lichte olie aan vaartuigen | 1/2 | ||
BM | 494 | bij aflevering van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen niet voldoende absorptiemiddelen en/of andere hulpmiddelen aanwezig hebben voor de eerste bestrijding van een waterverontreiniging als gevolg van morsingen en/of een calamiteit bij de aflevering | 1.4 jo 4.78, 1e lid Abm | 1/2 | |
Nummers BM 495 – BM 499: Activiteitenregeling milieubeheer (Arm) | |||||
BM | 495 | bij het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen op een vloeistofkerende of vloeistofdichte voorziening niet opvangen van vloeistoffen in ten minste een mestdichte opslagvoorziening of is de vloeistofkerende of vloeistofdichte opslagvoorziening niet zodanig aangelegd dat de vloeistof naar deze opslagvoorziening stroomt (geldt tot 1-1-2027 niet voor kuilvoer indien voorziening voor opslag van kuilvoer in gebruik was voor 1-1-2013) | 1/2 | ||
BM | 496 | opstellen van een op de wal geplaatste vaste installatie voor het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen anders dan boven een lekbak of een vloeistofdichte vloer of verharding | 1.4 jo 4.79 Abm jo 4.87 Arm | 1/2 | |
BM | 497 | als drijver van de inrichting er geen zorg voor dragen dat machinaal schuren geschiedt met mechanische stofafzuiging waarbij het vrijkomende schuurstof in een stofzak wordt opgevangen | 1.4 jo 4.88 Abm jo 4.98 lid 1 Arm | 1/2 | |
BM | 498 | in een inrichting onderhouden, repareren en afspuiten van pleziervaartuigen of repareren, onderhouden en behandelen van de oppervlakte van pleziervaartuigen of onderdelen daarvan, waarbij vloeistoffen vrij kunnen komen, op andere wijze dan boven een bodembeschermende voorziening | 1.4 jo 4.88 Abm jo 4.99 lid 1 Arm | 1/2 | |
BM | 499 | het op de wal met water onder hoge druk reinigen van de romp onder de waterlijn van een pleziervaartuig, geschiedt niet boven een vloeistofdichte vloer of verharding | 1.4 jo 4.88 Abm jo 4.99 lid 3 Arm | 1/2 | |
Nummers BM 400 – BM 442 en BM 674 – BM 675: Model Keur | |||||
Beheer en onderhoud waterstaatswerken | |||||
BM | 400 | als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de onderhoudsplicht ten aanzien van de waterkering (gewoon onderhoud) | 2.2 Model Keur | 1/2 | |
BM | 401 | als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de onderhoudsplicht ten aanzien van de waterkering (buitengewoon onderhoud) | 2.3 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 402 | buitengewoon onderhoud uitvoeren in het gesloten seizoen | 2.3 lid 2 Model Keur | ||
BM | 403 | als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de verplichting om een ondersteunend kunstwerk of werk dat in, op, aan of boven waterkeringen of de beschermingszone zijn aangebracht en mede een waterkerende functie hebben, waterkerend te houden | 2.4 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 404 | als onderhoudsplichtige de middelen bestemd tot afsluiting van kunstwerken niet in goede staat onderhouden, dan wel de goede werking ervan te tonen | 2.4 lid 2 Model Keur | 1/2 | |
BM | 405 | als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de verwijderplicht uit oppervlaktewaterlichamen van voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiingen en van afval | 2.5 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 406 | als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de verplichting tot het herstellen van beschadigingen aan oevers en tot het onderhouden van begroeiingen, dienstig aan de waterhuishoudkundige functies van het oppervlaktewaterlichaam | 2.5 lid 2 Model Keur | 1/2 | |
BM | 407 | als onderhoudsplichtige niet voldoen aan de verplichting tot het instandhouden van een oppervlaktewaterlichaam overeenkomstig het in de legger bepaalde omtrent ligging, vorm, afmeting en constructie (buitengewoon onderhoud) | 2.6 Model Keur | 1/2 | |
BM | 408 | als eigenaar of gebruiker van grond, die gebruikt wordt voor het houden van dieren en dat is gelegen op of nabij een waterstaatswerk niet voldoen aan de verplichting om, na eerste aanschrijving hiertoe door het bestuur, voor eigen rekening op of langs deze grond een voldoende kerende afrastering aan te brengen | 2.8 Model Keur | 1/2 | |
BM | 409 | als onderhoudsplichtige van een in een waterkering voorkomende coupure of sluis er geen zorg voor dragen dat deze, na eerste aanzegging door of namens het bestuur, terstond wordt gesloten | 2.9 Model Keur | 1/2 | |
BM | 410 | als eigenaar of onderhoudsplichtige van een stuw niet voldoen aan de verplichting deze op een bepaald stuwpeil stellen en in stand te houden | 2.10 Model Keur | 1/2 | |
Handelingen in watersystemen | |||||
zonder watervergunning van het bestuur gebruik maken van een waterkering door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functie(s) daarop, daarin, daarboven, daarover of daaronder: | 3.2 lid 1 Model Keur | ||||
BM | 411 | a | – handelingen te verrichten | 1/2 | |
BM | 411 | b | – werken te behouden | 1/2 | |
BM | 411 | c | – vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen | 1/2 | |
BM | 411 | d | – een brandplaats aan te leggen of stoffen te verbranden | 1/2 | |
BM | 411 | e | – een hond niet aangelijnd te laten verblijven of te laten lopen, terwijl dit op een voor het publiek duidelijke wijze is aangegeven dat dit verboden is | 1 | |
BM | 411 | f | – met een voertuig zich buiten verharde wegen of paden te bevinden | 1/2 | |
zonder watervergunning van het bestuur gebruik maken van een waterstaatswerk niet zijnde een waterkering door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functie(s) daarop, daarin, daarboven, daarover of daaronder: | 3.2 lid 1 Model Keur | ||||
BM | 412 | a | – handelingen te verrichten | 1/2 | |
BM | 412 | b | – werken te behouden | 1/2 | |
BM | 412 | c | – vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen | 1/2 | |
zonder watervergunning van het bestuur gebruik maken van een beschermingszone behorende bij een waterkering door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functie(s) daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder: | 3.2 lid 1 Model Keur | ||||
BM | 413 | a | – handelingen te verrichten | 1/2 | |
BM | 413 | b | – werken te behouden | 1/2 | |
BM | 413 | c | – vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen | 1/2 | |
BM | 413 | d | – met een voertuig zich buiten verharde wegen of paden te bevinden | 1/2 | |
zonder watervergunning van het bestuur gebruik maken van een beschermingszone behorende bij een oppervlaktewaterlichaam door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functie(s) daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder: | 3.2 lid 1 Model Keur | ||||
BM | 414 | a | – handelingen te verrichten | 1/2 | |
BM | 414 | b | – werken te behouden | 1/2 | |
BM | 414 | c | – vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen | 1/2 | |
BM | 414 | d | – een brandplaats aan te leggen of stoffen te verbranden | 1/2 | |
BM | 415 | zonder watervergunning van het bestuur in het profiel van vrije ruimte werken te plaatsen, te wijzigen of te behouden | 3.2 lid 2 Model Keur | 1/2 | |
BM | 416 | zonder watervergunning van het bestuur binnen 400 meter van een windwatermolen werken en opgaande beplanting aan te brengen of te hebben | 3.2 lid 3 Model Keur | 1/2 | |
BM | 417 | a | zonder watervergunning van het bestuur in meanderzones: bouwwerken te plaatsen, te hebben of te wijzigen | 3.2 lid 6 sub a Model Keur | 1/2 |
BM | 417 | b | zonder watervergunning van het bestuur in meanderzones: leidingen of kabels te leggen, te hebben, te herstellen, te wijzigen, te vernieuwen of op te ruimen | 3.2 lid 6 sub b Model Keur | |
BM | 417 | c | zonder watervergunning van het bestuur in meanderzones: bovengrondse infrastructuur aan te leggen, te hebben, te wijzigen of te vernieuwen | 3.2 lid 6 sub c Model Keur | 1/2 |
BM | 418 | a | zonder watervergunning van het bestuur in inundatiegebieden: ophogingen te maken of te verwijderen | 3.2 lid 7 sub a Model Keur | 1/2 |
BM | 418 | b | zonder watervergunning van het bestuur in inundatiegebieden: werken of beplantingen aan te brengen die waterstuwing of stroomgeleiding teweeg brengen | 3.2 lid 7 sub b Model Keur | 1/2 |
BM | 419 | zonder watervergunning van het bestuur neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer laten komen | 3.3 Model Keur | 1/2 | |
BM | 420 | a | in geval van grote schaarste of overvloed aan water, aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of bij het in ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, zonodig in afwijking van verleende watervergunningen of geldende peilbesluiten, wanneer dit door het bestuur verboden is: water afvoeren naar of aanvoeren uit oppervlaktewaterlichamen | 3.7 lid 1 sub a Model Keur | 1/2 |
BM | 420 | b | in geval van grote schaarste of overvloed aan water, aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of bij het in ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, zonodig in afwijking van verleende watervergunningen of geldende peilbesluiten, wanneer dit door het bestuur verboden is: water brengen in of onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen | 3.7 lid 1 sub b Model Keur | 1/2 |
BM | 420 | c | in geval van grote schaarste of overvloed aan water, aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of bij het in ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, zonodig in afwijking van verleende watervergunningen of geldende peilbesluiten, wanneer dit door het bestuur verboden is: grondwater onttrekken of water infiltreren | 3.7 lid 1 sub c Model Keur | 1/2 |
BM | 421 | zonder watervergunning van het bestuur water brengen in of onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam | 3.4 Model Keur | 1/2 | |
BM | 422 | zonder watervergunning van het bestuur gronden ontwateren met drainagemiddelen | 3.5 Model Keur | 1/2 | |
BM | 423 | zonder watervergunning van het bestuur grondwater onttrekken of water in de bodem infiltreren | 3.6 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 424 | door degene die handelingen verricht en inbreuk maakt op door het waterschap in het kader van zijn beheer uitgevoerde maatregelen in het watersysteem, niet zo spoedig mogelijk melding maken van die inbreuk en de maatregelen die hij voornemens is te treffen of reeds heeft getroffen | 3.8 lid 2 Model Keur | 1/2 | |
BM | 425 | zonder watervergunning van het bestuur: in een oppervlaktewatersysteem vis uitzetten | 3.11 Model Keur | 1/2 | |
BM | 426 | zonder watervergunning van het bestuur: vaste vistuigen plaatsen | 3.11 Model Keur | 1/2 | |
Algemene regels | |||||
BM | 430 | terwijl dit bij of krachtens de Keur door het bestuur verplicht is gesteld: niet (tijdig) melden van de werkzaamheden als genoemd in de algemene regels | 3 lid 1 algemene regels jo. 3.9 lid 2 Model Keur | 1/2 | |
Algemene regels – waterkeringen | |||||
BM | 431 | a | het niet hebben van een voldoende veekerende afrastering conform de voorschriften zoals genoemd in artikel 2 van de algemene regels voor waterkeringen, onderdeel beweiden | 2 algemene regels beweiden jo. 3.2 lid 1 Model Keur | 1/2 |
BM | 431 | b | beweiden van de waterkering anders dan in de aangegeven periode | 2 algemene regels beweiden jo. 3.2 lid 1 Model Keur | 1/2 |
Algemene regels – waterkwantiteit | |||||
BM | 432 | bij het aanleggen of verwijderen van een steiger, vlonder of overhangend bouwwerk, de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam, zoals vastgelegd in de legger, wijzigen | 2 sub a algemene regels steigers, vlonders en overhangende bouwwerken jo. 3.2 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 433 | bij het aanleggen of verwijderen van een steiger, vlonder of overhangend bouwwerk, niet gebruiken van deugdelijk en niet uitlogend materiaal | 2 sub e algemene regels steigers, vlonders en overhangende bouwwerken jo. 3.2 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 434 | niet voorafgaand aan of gelijktijdig met het dempen van het bestaande oppervlaktewaterlichaam een nieuw oppervlaktewaterlichaam met eenzelfde oppervlakte als het gedempte oppervlaktewaterlichaam in hetzelfde peilgebied graven en aansluiten op het watersysteem | 2 algemene regels dempen jo. 3.2 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 435 | a | terwijl dit bij of krachtens de Keur door het bestuur verplicht is gesteld: niet (tijdig) melden van het dempen van een oppervlaktewaterlichaam tot 50 m2 | 3 lid 1 algemene regels dempen jo. 3.9 lid 2 Model Keur | 1/2 |
BM | 435 | b | terwijl dit bij of krachtens de Keur door het bestuur verplicht is gesteld: niet (tijdig) melden van het dempen van een oppervlaktewaterlichaam 50 – 150 m2 | 3 lid 1 algemene regels dempen jo. 3.9 lid 2 Model Keur | 1/2 |
BM | 435 | c | terwijl dit bij of krachtens de Keur door het bestuur verplicht is gesteld: niet (tijdig) melden van het dempen van een oppervlaktewaterlichaam meer dan 150 m2 | 3 lid 1 algemene regels dempen jo. 3.9 lid 2 Model Keur | 1/2 |
Algemene regels – grondwater | |||||
BM | 436 | bij het onttrekken van grondwater in het kader van een bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering niet plaatsen van een peilbuis of meetput om de stijghoogte te bepalen indien spanningsbemaling wordt toegepast | 2 lid 2 algemene regels bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering jo. 3.6 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 437 | bij het onttrekken van grondwater in het kader van een bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering niet verwijderen of dichten van voorzieningen voor grondwateronttrekking na definitieve beëindiging van de onttrekking zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt | 2 lid 4 algemene regels bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering jo. 3.6 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 438 | bij het onttrekken van grondwater in het kader van een bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering niet uiterlijk 24 uur voor aanvang van de onttrekking een startmelding doen | 2 lid 9 algemene regels bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering jo. 3.6 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 439 | bij het onttrekken van grondwater in het kader van een bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering niet uiterlijk 24 uur na beëindiging van de onttrekking een afmelding doen | 2 lid 10 algemene regels bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering jo. 3.6 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 440 | bij het onttrekken van grondwater in het kader van een grondwaterverontreiniging niet verwijderen of dichten van voorzieningen voor grondwateronttrekking na definitieve beëindiging van de onttrekking zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt | 2 lid 3 algemene regels grondwaterverontreiniging jo. 3.6 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 441 | bij het onttrekken van grondwater in het kader van een grondwaterverontreiniging niet uiterlijk 24 uur voor aanvang van de onttrekking een startmelding doen | 2 lid 7 algemene regels grondwaterverontreiniging jo. 3.6 lid 1 Model Keur | 1/2 | |
BM | 442 | bij het onttrekken van grondwater in het kader van een grondwaterverontreiniging niet uiterlijk 24 uur na beëindiging van de onttrekking een afmelding doen | 2 lid 8 algemene regels grondwaterverontreiniging jo. 3.6 lid 1 Model Keur | 1/2 |