Ministeriële regeling · BWBR0022459
Mandaatbesluit LNV Plantenziektenkundige Dienst en de keuringsdiensten
Besluit:
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.VerburgDe directeur en de plaatsvervangend directeur van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang van de artikelen 7 en 12 van de Plantenziektenwet, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 5:25, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:37, 4:94, 4:96, 4:99, 4:112 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht en de aanwijzing van ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren;
- b.
vervallen;
- c.
de ontheffing, bedoeld in artikel 19 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen;
- d.
de ontheffing, bedoeld in artikel 9 van het Besluit bestrijding bacterievuur 1983;
- e.
het vaststellen en bekendmaken van de lijst met aardappelrassen met het bijbehorend resistentieniveau als bedoeld in artikel 2d van de Regeling bestrijding schadelijke organismen;
- f.
de erkenning als onderzoeksinstantie, bedoeld in artikel 37, zesde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
- g.
de ontheffing, bedoeld in de artikelen 2 en 14 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- h.
de verklaring, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- i.
de verklaring, bedoeld in de artikelen 5 en 6 van de Regeling bruin- en ringrot 2000;
- j.
de taken van de coördinerende autoriteit en het beheren van een gegevensbank als bedoeld in artikel 1a van de Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993;
- k.
het vaststellen en bekendmaken van de lijst met resistente aardappelrassen, bedoeld in artikel 3 van het Besluit bestrijding wratziekte 1973;
- l.
het vaststellen van het formulier voor het indienen van aanvragen tot het geven van de toestemming bedoeld in artikel 12, tiende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- m.
de uitgifte van legitimatiebewijzen als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht aan ambtenaren van de Plantenziektenkundige Dienst;
- n.
het aanwijzen van kerngebieden en veiligheidszones respectievelijk besmette zones en bufferzones, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, respectievelijk bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, van de Regeling bestrijding maïswortelkever en Anoplophora chinensis (Forster);
- o.
het waarmerken van kaarten, bedoeld in artikel 2, derde lid en bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Regeling bestrijding maïswortelkever en Anoplophora chinensis (Forster);
- p.
het besluit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling bestrijding maïswortelkever en Anoplophora chinensis (Forster);
- q.
het geven van voorschriften, bedoeld in de artikelen 5 en 5a van de Regeling bestrijding maïswortelkever en Anoplophora chinensis (Forster);
- r.
het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard;
- s.
het sluiten van overeenkomsten betreffende het inhuren van externe fytosanitaire of fytofarmaceutische deskundigheid;
- t.
het sluiten van overeenkomsten betreffende advisering, diagnostisering op verzoek, voorlichting en kennisoverdracht aan derden op fytosanitair of fytofarmaceutisch terrein;
- u.
het aanvragen van de benodigde vergunningen in het kader van de uitvoering van de werkzaamheden de dienst betreffende;
- v.
de afdoening van klachten betreffende gedragingen van ambtenaren van de Plantenziektenkundige Dienst, voor zover de klacht niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende klachten niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens deze door de Secretaris-Generaal dient te worden ondertekend;
- w.
de beantwoording van aan de Minister gerichte individuele brieven, het werkterrein van de dienst betreffende, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens deze door de Secretaris-Generaal dient te worden ondertekend;
- x.
de toestemming, bedoeld in artikel 11c, van de Regeling bestrijding maïswortelkever, boktor en kastanjegalwesp.
Het hoofd Uitvoering van de Plantenziektenkundige Dienst is gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang van de artikelen 7 en 12 van de Plantenziektenwet, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 5:25, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:37, 4:94, 4:96, 4:99, 4:112 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht en de aanwijzing van ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren;
- b.
vervallen;
- c.
de ontheffing, bedoeld in artikel 19 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen;
- d.
de ontheffing, bedoeld in artikel 9 van het Besluit bestrijding bacterievuur 1983;
- e.
het aanwijzen van kerngebieden en veiligheidszones respectievelijk besmette zones en bufferzones, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, respectievelijk bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, van de Regeling bestrijding maïswortelkever en Anoplophora chinensis (Forster);
- f.
het waarmerken van kaarten, bedoeld in artikel 2, derde lid en bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Regeling bestrijding maïswortelkever en Anoplophora chinensis (Forster);
- g.
het besluit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling bestrijding maïswortelkever en Anoplophora chinensis (Forster);
- h.
het geven van voorschriften, bedoeld in de artikelen 5 en 5a van de Regeling bestrijding maïswortelkever en Anoplophora chinensis (Forster).
Het hoofd van de afdeling Advies en Vertegenwoordiging en het hoofd van de afdeling Strategie en Ontwikkeling van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
het vaststellen en bekendmaken van de lijst met aardappelrassen met het bijbehorend resistentieniveau als bedoeld in artikel 2d van de Regeling bestrijding schadelijke organismen;
- b.
de erkenning als onderzoeksinstantie, bedoeld in artikel 37, zesde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
- c.
de ontheffing, bedoeld in de artikelen 2 en 14 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- d.
het vaststellen en bekendmaken van de lijst met resistente aardappelrassen, bedoeld in artikel 3 van het Besluit bestrijding wratziekte 1973;
- e.
de afdoening van klachten betreffende gedragingen van ambtenaren van de Plantenziektenkundige Dienst, voor zover de klacht niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende klachten niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens deze door de Secretaris-Generaal dient te worden ondertekend;
- f.
de beantwoording van aan de Minister gerichte individuele brieven, het werkterrein van de dienst betreffende, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens deze door de Secretaris-Generaal dient te worden ondertekend.
De directeur, de plaatsvervangend directeur, en het hoofd van de afdeling Staf van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
de vaststelling van vergoedingen op grond van de Regeling tarieven Plantenziektenkundige Dienst en de keuringsdiensten;
- b.
het aanwijzen van de gevallen, bedoeld in artikel 8, tiende lid, van de Regeling tarieven Plantenziektenkundige Dienst en de keuringsdiensten waarin contante betaling kan worden verlangd.
De afdelingshoofden, de adjunct-afdelingshoofden en de regiomanagers van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard, voorzover deze een bedrag van € 50.000,– niet te boven gaan;
- b.
het sluiten van overeenkomsten betreffende het inhuren van externe fytosanitaire of fytofarmaceutische deskundigheid, voorzover deze een bedrag van € 50.000,– niet te boven gaan;
- c.
het sluiten van overeenkomsten betreffende advisering, diagnostisering op verzoek, voorlichting en kennisoverdracht aan derden op fytosanitair of fytofarmaceutisch terrein, voorzover deze een bedrag van € 50.000,– niet te boven gaan.
De medewerkers Facilitair Beheer van de Plantenziektenkundige Dienst die belast zijn met inkoop, zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard voor zover deze een bedrag van € 5.000,– niet te boven gaan;
- b.
het sluiten van overeenkomsten betreffende het inhuren van externe fytosanitaire of fytofarmaceutische deskundigheid voor zover deze een bedrag van € 5.000,– niet te boven gaan.
De directeur, de plaatsvervangend directeur, het hoofd van de afdeling Uitvoering, het adjunct-hoofd van de afdeling Uitvoering en de regiomanagers van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
de mededelingen en aanzeggingen, de voorzieningen en de vergunningen, bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen;
- b.
het besluit, bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Plantenziektenwet;
- c.
de besluiten, bedoeld in de Regeling bestrijding schadelijke organismen;
- d.
het waarmerken van kaarten of lijsten, bedoeld in artikel 2 van de Regeling bruin- en ringrot 2000;
- e.
het aanmaken, drukken of nadien bewaren van plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- f.
het gebruiken van plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- g.
de registratie, bedoeld in artikel 17, dan wel de doorhaling van de registratie, bedoeld in artikel 19 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- h.
het erkennen van een plaats als bedoeld in artikel 12, achtste lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten.
De directeur, de plaatsvervangend directeur, het hoofd van de afdeling Uitvoering, het adjunct-hoofd van de afdeling Uitvoering, de regiomanagers, en de inspecteurs categorie c van de Plantenziektenkundige Dienst zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
besluiten op grond van artikel 8 van het Besluit bestrijding bacterievuur 1983;
- b.
besluiten op grond van artikel 4 van het Besluit bestrijding wratziekte 1973;
- c.
de mededeling, bedoeld in de artikelen 2 en 8 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen;
- d.
de toestemmingen en de aanwijzingen, bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen;
- e.
het afwijken in bijzondere gevallen, bedoeld in artikel 20 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- f.
de besluiten, bedoeld in artikel 20a, derde en vierde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten.
De directeur, de plaatsvervangend directeur, het hoofd van de afdeling Advies en Vertegenwoordiging, het adjunct-hoofd van de afdeling Advies en Vertegenwoordiging, het hoofd van de afdeling Strategie en Ontwikkeling, het adjunct-hoofd van de afdeling Strategie en Ontwikkeling, het hoofd van de afdeling Uitvoering, het adjunct-hoofd van de afdeling Uitvoering, de regiomanagers, en de inspecteurs van de Plantenziektenkundige Dienst zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken en te ondertekenen betreffende:
- a.
het plantenpaspoort, bedoeld in artikel 6 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- b.
verklaring, bedoeld in artikel 12, tiende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- c.
het certificaat, bedoeld in artikel 15 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- d.
de besluiten, bedoeld in artikel 20a, vijfde tot en met zevende lid, en het tiende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- e.
het besluit, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, voorzover betrekking hebbend op de vermelding op een fytosanitair certificaat, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEU L 166).
De disciplineleiders van de afdeling Diagnostiek en de inspecteurs van de Plantenziektenkundige Dienst zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten betreffende advisering, diagnostisering op verzoek, voorlichting en kennisoverdracht aan derden op fytosanitair of fytofarmaceutisch terrein, voorzover deze een bedrag van € 1.000,– niet te boven gaan.
De ambtenaren van de Plantenziektenkundige Dienst die zijn aangewezen als toezichthouder als bedoeld in artikel 10 van de Plantenziektenwet zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het kenmerken en onder verzegeling brengen als bedoeld in artikel 15 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen.
De directeur, de plaatsvervangend directeur, het hoofd van de afdeling Advies en Vertegenwoordiging, het hoofd van de afdeling Strategie en Ontwikkeling, het hoofd van de afdeling Uitvoering, het adjunct-hoofd van de afdeling Uitvoering, de regiomanagers en de inspecteurs van de Plantenziektenkundige Dienst zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stukken te ondertekenen met betrekking tot de verstrekking van een ontvangstbewijs als bedoeld in artikel 32, tweede lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
De ondertekening, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 10, luidt:
‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
voor deze:’
gevolgd door
‘DE DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,’,
onderscheidenlijk,
‘DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,’,
onderscheidenlijk,
‘HET HOOFD VAN DE AFDELING [NAAM AFDELING] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,’,
onderscheidenlijk,
‘HET ADJUNCT-HOOFD VAN DE AFDELING [NAAM AFDELING] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,’,
onderscheidenlijk,
‘MEDEWERKER FACILITAIR BEHEER VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,’,
onderscheidenlijk,
‘DE REGIOMANAGER VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,’,
onderscheidenlijk,
‘DE DISCIPLINE LEIDER [NAAM DISCIPLINE] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,’,
onderscheidenlijk,
‘DE INSPECTEUR CATEGORIE C VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,’,
onderscheidenlijk,
‘DE INSPECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,’,
onderscheidenlijk,
‘DE TOEZICHTHOUDER PLANTENZIEKTENWET VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,’.
Het hoofd buitendienst, het adjunct-hoofd buitendienst, het assistent- hoofd buitendienst, de planners, de rayonmanagers, de specialisten fyto, de specialisten kwaliteit, de assistent-specialisten fyto, de assistent-specialisten kwaliteit en de inspecteurs van het KCB zijn bevoegd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen, stukken te ondertekenen en alle daarmee samenhangende taken uit te voeren betreffende:
- a.
de verklaring, bedoeld in artikel 12, tiende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- b.
het certificaat, bedoeld in artikel 15 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- c.
het plantenpaspoort, bedoeld in artikel 6 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- d.
de routinematige monitoring op de aanwezigheid van schadelijke organismen op grond van artikel 3 van de Plantenziektenwet. In overeenstemming met LNV kunnen andere werkzaamheden worden verricht.
Het hoofd buitendienst, het adjunct-hoofd buitendienst, de rayonmanagers en de planners van het KCB zijn bevoegd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
de vergunning voor het elektronisch aanvragen van inspecties, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- b.
de mededelingen en aanzeggingen bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- c.
het besluit, bedoeld in artikel 2 van de Regeling bestrijding schadelijke organismen, indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- d.
de toestemmingen en de aanwijzingen, bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- e.
de registratie, bedoeld in artikel 17, dan wel de doorhaling van de registratie, bedoeld in artikel 19 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- f.
het aanmaken, drukken of nadien bewaren van plantenpaspoorten, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- g.
het gebruiken van plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- h.
de besluiten, bedoeld in artikel 20a, derde tot en met zevende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- i.
het besluit, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, voor zover betrekking hebbend op de vermelding op een fytosanitair certificaat, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEU L 166).
Het hoofd buitendienst en het adjunct-hoofd buitendienst van het KCB zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het besluit tot toepassing van artikel 12 van de Plantenziektenwet voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtens artikel 10 aangewezen persoon.
De personen van het KCB die zijn aangewezen als toezichthouder als bedoeld in artikel 10 van de Plantenziektenwet zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het kenmerken en onder verzegeling brengen als bedoeld in artikel 15 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen.
Het hoofd afdeling Financiën en Personele Zaken en de administrateur van het KCB zijn gemachtigd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het verzenden van facturen voor de verrichte inspecties, bedoeld in artikel 12, die zijn gebaseerd op de door de Minister vastgestelde tarieven als bedoeld in artikel 6a van de Plantenziektenwet.
De adjunct-directeur van het KCB is gemachtigd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
beslissingen op bezwaarschriften, voor zover het niet betreft een bezwaarschrift dat vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de Minister persoonlijk of namens hem door de secretaris-generaal of diens plaatsvervanger dient te worden afgedaan dient te worden afgedaan;
- b.
de beslissing tot verdaging van een beslissing op bezwaar;
- c.
beslissingen op verzoeken tot heroverweging van op bezwaarschrift genomen beslissingen;
- d.
de vergoeding van wettelijke rente in geval de behandeling van een bezwaarschrift of de betaling van een vastgestelde bijdrage is vertraagd, voor zover het verzoek daartoe hangende de beslissing op bezwaar wordt gedaan;
- e.
de vergoeding van de kosten van het voeren van een bezwaarprocedure, voor zover het verzoek daartoe hangende de beslissing op bezwaar wordt gedaan;
- f.
de uitgifte van legitimatiebewijzen als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht aan de personen van het KCB die zijn aangewezen als toezichthouder als bedoeld in artikel 10 van de Plantenziektenwet.
De ondertekening, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 17, luidt:
‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
voor deze:’
gevolgd door
‘DE ADJUNCT-DIRECTEUR VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘HET HOOFD AFDELING FINANCIËN EN PERSONELE ZAKEN VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘HET HOOFD BUITENDIENST VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘HET ADJUNCT-HOOFD BUITENDIENST VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘HET ASSISTENT-HOOFD BUITENDIENST VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘DE RAYONMANAGER VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘DE PLANNER VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘DE SPECIALIST FYTO VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘DE SPECIALIST KWALITEIT VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘DE ASSISTENT-SPECIALIST FYTO VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘DE ASSISTENT-SPECIALIST KWALITEIT VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘DE INSPECTEUR VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘DE ADMINISTRATEUR VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’,
onderscheidenlijk,
‘DE TOEZICHTHOUDER PLANTENZIEKTENWET VAN DE KEURINGSDIENST KCB,’.
De teamleiders, de medewerkers afdeling keuringsbeleid & kwaliteit en de keurmeesters van de BKD zijn bevoegd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen, stukken te ondertekenen en alle daarmee samenhangende taken uit te voeren betreffende:
- a.
de verklaring, bedoeld in artikel 12, tiende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- b.
het certificaat, bedoeld in artikel 15 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- c.
het plantenpaspoort, bedoeld in artikel 6 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- d.
de verklaring, bedoeld in artikel 12b van het Besluit bestrijding schadelijke organismen;
- e.
de routinematige monitoring op de aanwezigheid van schadelijke organismen op grond van artikel 3 van de Plantenziektenwet. In overeenstemming met LNV kunnen andere werkzaamheden worden verricht.
De teamleiders, de medewerkers van de afdeling keuringsbeleid & kwaliteit en de keurmeesters van de BKD zijn bevoegd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
de vergunning voor het elektronisch aanvragen van inspecties, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- b.
de mededelingen en aanzeggingen, bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- c.
het besluit, bedoeld in artikel 2 van de Regeling bestrijding schadelijke organismen, indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- d.
de toestemmingen en de aanwijzingen, bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- e.
de registratie, bedoeld in artikel 17, dan wel de doorhaling van de registratie, bedoeld in artikel 19 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- f.
het aanmaken, drukken of nadien bewaren van plantenpaspoorten, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- g.
het gebruiken van plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- h.
de besluiten, bedoeld in artikel 20a, derde tot en met zevende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- i.
het besluit, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, voor zover betrekking hebbend op de vermelding op een fytosanitair certificaat, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEU L 166).
De teamleiders van de BKD zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het besluit tot toepassing van artikel 12 van de Plantenziektenwet voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtens artikel 10 aangewezen persoon.
De personen van de BKD die zijn aangewezen als toezichthouder als bedoeld in artikel 10 van de Plantenziektenwet zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het kenmerken en onder verzegeling brengen als bedoeld in artikel 15 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen.
Het hoofd van de afdeling Financiën van de BKD is gemachtigd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het verzenden van facturen voor de verrichte inspecties, bedoeld in artikel 19, die zijn gebaseerd op de door de Minister vastgestelde tarieven als bedoeld in artikel 6a van de Plantenziektenwet.
De directeur van de BKD is gemachtigd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
beslissingen op bezwaarschriften, voor zover het niet betreft een bezwaarschrift dat vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de Minister persoonlijk of namens hem door de secretaris-generaal of diens plaatsvervanger dient te worden afgedaan dient te worden afgedaan;
- b.
de beslissing tot verdaging van een beslissing op bezwaar;
- c.
beslissingen op verzoeken tot heroverweging van op bezwaarschrift genomen beslissingen;
- d.
de vergoeding van wettelijke rente in geval de behandeling van een bezwaarschrift of de betaling van een vastgestelde bijdrage is vertraagd, voor zover het verzoek daartoe hangende de beslissing op bezwaar wordt gedaan;
- e.
de vergoeding van de kosten van het voeren van een bezwaarprocedure, voor zover het verzoek daartoe hangende de beslissing op bezwaar wordt gedaan;
- f.
de uitgifte van legitimatiebewijzen als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht aan de personen van de BKD die zijn aangewezen als toezichthouder als bedoeld in artikel 10 van de Plantenziektenwet.
De ondertekening, bedoeld in de artikelen 19 tot en met 24, luidt:
‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
voor deze:’
gevolgd door
‘DE DIRECTEUR VAN DE KEURINGSDIENST BKD,’,
onderscheidenlijk,
‘HET HOOFD VAN DE AFDELING FINANCIËN VAN DE KEURINGSDIENST BKD,’,
onderscheidenlijk,
‘DE TEAMLEIDER VAN DE KEURINGSDIENST BKD,’,
onderscheidenlijk,
‘DE MEDEWERKER KEURINGSBELEID & KWALITEIT VAN DE KEURINGSDIENST BKD,’,
onderscheidenlijk,
‘DE KEURMEESTER VAN DE KEURINGSDIENST BKD,’,
onderscheidenlijk,
‘DE TOEZICHTHOUDER PLANTENZIEKTENWET VAN DE KEURINGSDIENST BKD,’.
De teammanagers keuringen en de keurmeesters van de Naktuinbouw zijn bevoegd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen, stukken te ondertekenen en alle daarmee samenhangende taken uit te voeren betreffende:
- a.
de verklaring, bedoeld in artikel 12, tiende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- b.
het certificaat, bedoeld in artikel 15 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- c.
het plantenpaspoort, bedoeld in artikel 6 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- d.
de verklaring, bedoeld in artikel 12b van het Besluit bestrijding schadelijke organismen;
- e.
de routinematige monitoring op de aanwezigheid van schadelijke organismen op grond van artikel 3 van de Plantenziektenwet. In overeenstemming met LNV kunnen andere werkzaamheden worden verricht.
De inspectiemedewerkers bacterievuurcontrole van de Naktuinbouw zijn bevoegd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen, stukken te ondertekenen en alle daarmee samenhangende taken uit te voeren betreffende:
de aanzegging, bedoeld in artikel 8 van het Besluit bestrijding bacterievuur 1983.
De plaatsvervangend directeur en de teammanagers keuringen van de Naktuinbouw zijn bevoegd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
de vergunning voor het elektronisch aanvragen van inspecties, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- b.
de mededelingen en aanzeggingen bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- c.
het besluit, bedoeld in artikel 2 van de Regeling bestrijding schadelijke organismen, indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- d.
de toestemmingen en de aanwijzingen, bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- e.
de registratie bedoeld in artikel 17, dan wel de doorhaling van de registratie, bedoeld in artikel 19 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- f.
het aanmaken, drukken of nadien bewaren van plantenpaspoorten, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- g.
het gebruiken van plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- h.
de besluiten, bedoeld in artikel 20a, derde tot en met zevende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- i.
het besluit, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, voor zover betrekking hebbend op de vermelding op een fytosanitair certificaat, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEU L 166).
De plaatsvervangend directeur van de Naktuinbouw is gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het besluit tot toepassing van artikel 12 van de Plantenziektenwet voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtens artikel 10 aangewezen persoon.
De personen van de Naktuinbouw die zijn aangewezen als toezichthouder als bedoeld in artikel 10 van de Plantenziektenwet zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het kenmerken en onder verzegeling brengen als bedoeld in artikel 15 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen.
Het hoofd van de afdeling Financiën van de Naktuinbouw zijn gemachtigd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het verzenden van facturen voor de verrichte inspecties, bedoeld in artikel 26, die zijn gebaseerd op de door de Minister vastgestelde tarieven als bedoeld in artikel 6a van de Plantenziektenwet.
De directeur van de Naktuinbouw is gemachtigd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
beslissingen op bezwaarschriften, voor zover het niet betreft een bezwaarschrift dat vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de Minister persoonlijk of namens hem door de secretaris-generaal of diens plaatsvervanger dient te worden afgedaan dient te worden afgedaan;
- b.
de beslissing tot verdaging van een beslissing op bezwaar;
- c.
beslissingen op verzoeken tot heroverweging van op bezwaarschrift genomen beslissingen;
- d.
de vergoeding van wettelijke rente in geval de behandeling van een bezwaarschrift of de betaling van een vastgestelde bijdrage is vertraagd, voor zover het verzoek daartoe hangende de beslissing op bezwaar wordt gedaan;
- e.
de vergoeding van de kosten van het voeren van een bezwaarprocedure, voor zover het verzoek daartoe hangende de beslissing op bezwaar wordt gedaan;
- f.
de uitgifte van legitimatiebewijzen als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht aan de personen van de Naktuinbouw die zijn aangewezen als toezichthouder als bedoeld in artikel 10 van de Plantenziektenwet.
De ondertekening, bedoeld in de artikelen 26 tot en met 32, luidt:
‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
voor deze:’
gevolgd door
‘DE DIRECTEUR VAN DE KEURINGSDIENST NAKTUINBOUW,’,
onderscheidenlijk,
‘DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR VAN DE KEURINGSDIENST NAKTUINBOUW,’,
onderscheidenlijk,
‘HET HOOFD VAN DE AFDELING FINANCIËN VAN DE KEURINGSDIENST NAKTUINBOUW,’,
onderscheidenlijk,
‘DE TEAMMANAGER KEURINGEN VAN DE KEURINGSDIENST NAKTUINBOUW,’,
onderscheidenlijk,
‘DE KEURMEESTER VAN DE KEURINGSDIENST NAKTUINBOUW,’,
onderscheidenlijk,
‘DE INSPECTIEMEDEWERKER BACTERIEVUURCONTROLE VAN DE KEURINGSDIENST NAKTUINBOUW,’,
onderscheidenlijk,
‘DE TOEZICHTHOUDER PLANTENZIEKTENWET VAN DE KEURINGSDIENST NAKTUINBOUW,’.
De technisch coördinator, de teamleiders, de vakspecialisten, de controleurs, de monsternemers en de keurmeesters van de NAK zijn bevoegd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen, stukken te ondertekenen en alle daarmee samenhangende taken uit te voeren betreffende:
- a.
de verklaring, bedoeld in artikel 12, tiende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- b.
het certificaat, bedoeld in artikel 15 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- c.
het plantenpaspoort, bedoeld in artikel 6 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- d.
de verklaring, bedoeld in artikel 12b van het Besluit bestrijding schadelijke organismen;
- e.
de routinematige monitoring op de aanwezigheid van schadelijke organismen op grond van artikel 3 van de Plantenziektenwet, waaronder in ieder geval het verrichten van monitoringswerkzaamheden gericht op het traceren van wratziekte, bruin- en ringrot en het onderzoek van oppervlaktewater op bruinrot. In overeenstemming met LNV kunnen andere werkzaamheden worden verricht.
De managers, de technisch coördinator, de teamleiders en de vakspecialisten van de NAK zijn bevoegd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
de vergunning voor het elektronisch aanvragen van inspecties, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- b.
de mededelingen en aanzeggingen bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- c.
het besluit, bedoeld in artikel 2 van de Regeling bestrijding schadelijke organismen, indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- d.
de toestemmingen en de aanwijzingen, bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
- e.
de verklaring, bedoeld in artikel 5 en 6 van de Regeling bruin- en ringrot 2000;
- f.
de registratie, bedoeld in artikel 17, dan wel de doorhaling van de registratie, bedoeld in artikel 19 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- g.
het aanmaken, drukken of nadien bewaren van plantenpaspoorten, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- h.
het gebruiken van plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- i.
de besluiten, bedoeld in artikel 20a, derde tot en met zevende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
- j.
het besluit, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, voor zover betrekking hebbend op de vermelding op een fytosanitair certificaat, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEU L 166).
De managers van de NAK zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het besluit tot toepassing van artikel 12 van de Plantenziektenwet voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtens artikel 10 aangewezen persoon.
De personen van de NAK die zijn aangewezen als toezichthouder als bedoeld in artikel 10 van de Plantenziektenwet zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het kenmerken en onder verzegeling brengen als bedoeld in artikel 15 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen.
De managers van de NAK zijn gemachtigd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het verzenden van facturen voor de verrichte inspecties, bedoeld in artikel 34, die zijn gebaseerd op de door de Minister vastgestelde tarieven als bedoeld in artikel 6a van de Plantenziektenwet.
De technisch directeur van de NAK is gemachtigd namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
- a.
beslissingen op bezwaarschriften, voor zover het niet betreft een bezwaarschrift dat vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de Minister persoonlijk of namens hem door de secretaris-generaal of diens plaatsvervanger dient te worden afgedaan dient te worden afgedaan;
- b.
de beslissing tot verdaging van een beslissing op bezwaar;
- c.
beslissingen op verzoeken tot heroverweging van op bezwaarschrift genomen beslissingen;
- d.
de vergoeding van wettelijke rente in geval de behandeling van een bezwaarschrift of de betaling van een vastgestelde bijdrage is vertraagd, voor zover het verzoek daartoe hangende de beslissing op bezwaar wordt gedaan;
- e.
de vergoeding van de kosten van het voeren van een bezwaarprocedure, voor zover het verzoek daartoe hangende de beslissing op bezwaar wordt gedaan;
- f.
de uitgifte van legitimatiebewijzen als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht aan de personen van de NAK die zijn aangewezen als toezichthouder als bedoeld in artikel 10 van de Plantenziektenwet.
De ondertekening, bedoeld in de artikelen 34 tot en met 39, luidt:
‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
voor deze:’
gevolgd door
‘DE TECHNISCH DIRECTEUR VAN DE KEURINGSDIENST NAK,’,
onderscheidenlijk,
‘DE MANAGER VAN DE KEURINGSDIENST NAK,’,
onderscheidenlijk,
‘DE TECHNISCH COÖRDINATOR VAN DE KEURINGSDIENST NAK,’,
onderscheidenlijk,
‘DE TEAMLEIDER VAN DE KEURINGSDIENST NAK,’,
onderscheidenlijk,
‘DE VAKSPECIALIST VAN DE KEURINGSDIENST NAK,’,
onderscheidenlijk,
‘DE KEURMEESTER VAN DE KEURINGSDIENST NAK,’
onderscheidenlijk,
‘DE MONSTERNEMER VAN DE KEURINGSDIENST NAK,’,
onderscheidenlijk,
‘DE CONTROLEUR VAN DE KEURINGSDIENST NAK,’,
onderscheidenlijk,
‘DE TOEZICHTHOUDER PLANTENZIEKTENWET VAN DE KEURINGSDIENST NAK,’.
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit LNV Plantenziektenkundige Dienst en de keuringsdiensten.
Het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 1 augustus 2005 nr. TRCJZ/2005/1919 (Stcrt. 151) houdende machtiging aan ambtenaren van de Plantenziektenkundige Dienst, wordt ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2007.