U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2013.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 mei 2008, houdende regels voor het gebruik van het burgerservicenummer in de zorgsector (Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg)Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorgWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 januari 2007, MEVA/ICT-2740333, gedaan in overeenstemming met Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 2, 11, 15, 17 en 17a van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg en de artikelen 17 en 21, vierde lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

De Raad van State gehoord (advies van 21 februari 2007, nr. W13.07.0014/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 mei 2008, MEVA/ICT-2846755;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage23 mei 2008BeatrixDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, A.Klinkde negenentwintigste mei 2008De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens en bescheiden worden verstrekt bij de aanvraag te worden opgenomen in een register.

Onze Minister stelt, voor zover mogelijk aan de hand van wettelijk gestelde vereisten voor de hoedanigheid van zorgaanbieder, indicatieorgaan en zorgverzekeraar, vast of de aanvraag, bedoeld in artikel 3, is gedaan door onderscheidenlijk een zorgaanbieder, een indicatieorgaan of een zorgverzekeraar.

De aanvraag, bedoeld in artikel 3, wordt in ieder geval afgewezen indien deze niet is gedaan door een zorgaanbieder, indicatieorgaan of zorgverzekeraar.

De geregistreerde stelt Onze Minister onmiddellijk op de hoogte van een wijziging van de in het register opgenomen gegevens en van andere omstandigheden die van belang kunnen zijn voor het schorsen of doorhalen van de inschrijving.

Zolang de inschrijving van een zorgaanbieder in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, is geschorst, is zijn inschrijving in het register van zorgaanbieders geschorst.

De inschrijving in het register wordt slechts doorgehaald:

Onze Minister zorgt er voor dat de SBV-Z functioneert op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.

Zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars kunnen uitsluitend door tussenkomst van de SBV-Z gebruik maken van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

De zorgaanbieder, het indicatieorgaan en de zorgverzekeraar die is aangesloten op de SBV-Z draagt zorg dat de verbinding van zijn geautomatiseerde systeem met de SBV-Z en de uitwisseling van gegevens tussen zijn geautomatiseerde systeem en de SBV-Z functioneren op een wijze die overeenstemt met hetgeen daarover in de systeembeschrijving is vastgelegd.

Het onderzoek, bedoeld in artikel 21, derde lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, leidt tot een oordeel over:

Onze Minister kan op aanvraag de volgende middelen verschaffen waarmee de geregistreerde toegang kan verkrijgen tot de SBV-Z:

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens en bescheiden worden verstrekt bij de aanvraag van een toegangsmiddel.

Het toegangsmiddel kan worden ingetrokken:

Bij ministeriële regeling wordt de geldigheidsduur van het toegangsmiddel bepaald.

De geregistreerde verkrijgt geen recht van eigendom of rechten van intellectuele eigendom op het toegangsmiddel.

Artikel 5, aanhef en onder a, van de wet geldt niet voor apothekers.

In afwijking van artikel 5 van de wet stelt een zorgaanbieder de identiteit van een persoon die op het moment van inwerkingtreding van de wet zijn cliënt is, vast voor zover dat redelijkerwijs nodig is ter uitvoering van artikel 12 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de aan de gegevensverwerking, bedoeld in artikel 28, tweede lid, en artikel 29, te stellen beveiligingseisen.

In afwijking van artikel 23 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer verwijdert een zorgaanbieder, een indicatieorgaan en een zorgverzekeraar het sociaal-fiscaalnummer van een cliënt waarover onderscheidenlijk de zorgaanbieder, het indicatieorgaan en de zorgverzekeraar op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet beschikt, binnen drie maanden na inwerkingtreding van de wet uit de administratie, tenzij:

Onze Minister benoemt een functionaris voor de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens, die toeziet op de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de registers, de SBV-Z en de toegangsmiddelen.

Wijzigt het Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992.

Wijzigt het Besluit maatschappelijke ondersteuning.

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg.