Ministeriële regeling · BWBR0024406
Tijdelijke vrijstellingsregeling gasverdoving biggen 2008
Handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op de artikelen 29, eerste lid, 30, vierde lid, en 45, eerste en derde lid, van de Diergeneesmiddelenwet en artikel 7, derde lid, van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde;
Besluit:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.VerburgVoor de verdoving van biggen kan een gasmengsel worden toegepast waarvoor bij artikel 3.12 van de Regeling diergeneesmiddelen een vrijstelling is verleend.
Deze regeling berust mede op artikel 3.16 van het Besluit diergeneesmiddelen.
Het toepassen van het gasmengsel, bedoeld in artikel 1, geschiedt ten behoeve van castratie van biggen die niet ouder zijn dan zeven dagen en voorafgaand aan die castratie.
Castratie wordt uitgevoerd onder volledige verdoving.
Vervallen
Het gasmengsel, bedoeld in artikel 1, wordt toegepast door middel van een gasverdovingsapparaat. Het gasverdovingsapparaat, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van een zodanige beveiliging dat biggen voldoende lang aan het gasmengsel worden blootgesteld om de castratie onder volledige verdoving te kunnen uitvoeren en dat biggen niet langer dan twee minuten aan het gasmengsel worden blootgesteld.
De eigenaar of houder van biggen meldt vermoedelijke bijwerkingen aan het Bureau Diergeneesmiddelen bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling diergeneesmiddelen.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2015.
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstellingsregeling gasverdoving biggen 2008.