Wijzigingen Officiële bron
Circulaire ter bekendmaking van de wijze van verkrijging van een decentralisatie-uitkering uit het Gemeentefonds ten behoeve van projecten van gemeenten tot opheffen of verminderen van knelpunten rondom het spoor (Circulaire spoorse doorsnijdingen 2e tranche)Circulaire spoorse doorsnijdingen 2e tranche

Aan de colleges van burgemeester en wethouders,

Geachte colleges,

Met deze circulaire wil ik u informeren over een onderdeel van mijn beleid, gericht op het verminderen of opheffen van de barrièrewerking van hoofdspoorwegen (verder: spoor) in stedelijk gebied.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S.Eurlings

Uit de evaluatie van de eerste tranche spoorse doorsnijdingen, de Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen van 2006, blijkt dat de regeling een succes is geweest. De regeling had een subsidieplafond van € 300 miljoen (prijspeil 2006). De aanvragen die voor 1 juni 2006 zijn ingediend zijn alle beoordeeld. Diverse projecten zijn afgewezen. Geen enkele aanvraag is afgewezen wegens het bereiken van het subsidieplafond, maar omdat niet voldaan werd aan de in de regeling gestelde criteria (inhoudelijk en/of financieel). Aan meer dan 60 projecten is in totaal ruim 240 miljoen euro uitgekeerd. Mede door dit succes heeft het kabinet, via de Begroting 2009, voor een tweede tranche spoorse doorsnijdingen 141 miljoen euro ter beschikking gesteld. Ook met deze tweede tranche wordt beoogd gemeenten te helpen met een financiële bijdrage om de barrièrewerking van hoofdspoorwegen in stedelijk gebied te verminderen of op te heffen. Op veel plekken in Nederland doorsnijdt het spoor stedelijk gebied. Deze circulaire geeft de wijze van verkrijging weer van een decentralisatie-uitkering uit het Gemeentefonds aan gemeenten die aan het spoor liggen, op een of andere manier hinder van het spoor ondervinden en bestaande, vergevorderde plannen hebben om de hinder te verminderen maar hier nog niet voldoende financiële middelen voor hebben.

Enkel gemeenten die om of aan het spoor gelokaliseerd zijn en hier hinder van ondervinden komen in aanmerking voor een decentralisatie-uitkering. Het project moet gericht zijn op het opheffen of verminderen van de barrièrewerking die wordt veroorzaakt door het spoor. Een project moet altijd een bijdrage leveren aan stedelijke bereikbaarheid. Daarnaast moet het project in ieder geval nog een bijdrage leveren aan kwaliteit van leefomgeving, veiligheid of spoorgebruik.

Bij de opzet van de wijze van verkrijging is zoveel mogelijk aangesloten bij de Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen. Belangrijkste wijziging is dat de verdeling van de gelden niet op basis van een rangorde geschiedt doch op basis van volgorde van binnenkomst. Eveneens is het maximale bedrag dat per project beschikbaar is gewijzigd. Dat is op basis van deze circulaire € 15 miljoen per project.

De decentralisatie-uitkering bedraagt ten hoogste 25% van de voor een decentralisatie-uitkering in aanmerking komende kosten tot een maximum van € 15 miljoen per project. Dit betekent dat het project aantoonbaar voor 100% financieel gedekt moet zijn, inclusief de decentralisatie-uitkering. De financiering kan door een eigen gemeentelijke bijdrage, een bijdrage van provincie, andere overheden of private partijen.

Anders dan bij de Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen worden de gelden thans uitgekeerd via het Gemeentefonds. Bij de keuze voor een decentralisatie-uitkering binnen het Gemeentefonds, vertrouw ik erop dat de gemeenten de decentralisatie-uitkering besteden aan het uitvoeren van het project gericht op het opheffen of verminderen van de barrièrewerking rondom het spoor. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan het kabinetsbeleid om het aantal specifieke uitkeringen te halveren.

Op basis van de beoordeling van de aanvragen door mij, bepaalt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de verdeling van de uitkering.

De verdeling van de gelden wordt ook bekend gemaakt via de circulaires gemeentefonds van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Ook de uitbetaling gebeurt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De verdeling wordt geformaliseerd in een beschikking op basis van een algemene maatregel van bestuur (artikel 5, tweede lid Financiële-verhoudingswet).

Bezwaar en beroep tegen een afwijzing van de aanvraag wordt behandeld door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Een aanvraag voor een decentralisatie-uitkering ingevolge de onderhavige circulaire kan vanaf 27 november 2008. In bijlage 2 bij deze circulaire is het aanvraagformulier opgenomen.

Gemeenten zijn ten aanzien van de criteria zelf verantwoordelijk voor een volledige aanvraag. ProRail, beheerder van de hoofdspoorweginfrastructuur, adviseert de Minister van Verkeer en Waterstaat bij de aanvragen voor wat betreft het criterium Spoorgebruik. Betrokkenheid van ProRail bij het opstellen van een aanvraag is geen voorwaarde vooraf. Wanneer uiteindelijk door gemeenten wordt besloten om een plan ten uitvoer te brengen, kunnen zij het onderdeel van het project dat zich richt op de spoorweginfrastructuur alleen realiseren met de medewerking van ProRail.

Voor de beoordeling van de projecten en de plannen wordt gekeken naar vier criteria: stedelijke bereikbaarheid, kwaliteit leefomgeving, veiligheid en spoorgebruik. Een project moet in ieder geval op het gebied van stedelijke bereikbaarheid een bijdrage leveren. Daarnaast dient aan nog één van deze criteria een bijdrage te worden geleverd. Tevens wordt gekeken of het project aantoonbaar voor honderd procent financieel gedekt is, inclusief de decentralisatie-uitkering.

In bijlage 1 bij deze circulaire staan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een decentralisatie-uitkering.

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Een gemeente die doorsneden wordt door spoor, kan voor een decentralisatie-uitkering in aanmerking komen voor de uitvoering van een project gericht op opheffen of verminderen van knelpunten rondom het spoor met betrekking tot stedelijke bereikbaarheid en op:

Een gemeente komt niet voor een decentralisatie-uitkering in aanmerking indien:

De aanvragen worden behandeld in volgorde van datum en tijdstip van indiening bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, op de wijze als hiervoor omschreven.

Daarbij gaat het om aanvragen die voldoen aan de vereisten, bedoeld in artikel 4, eerste tot en met vierde lid, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de datum en het tijdstip waarop de aanvraag is aangevuld en vervolgens ten kantore van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn is ingediend, op de wijze als hiervoor omschreven, als datum en tijdstip van indiening en registratie van de aanvraag geldt.

De aanvraag wordt gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat onder vermelding van ‘aanvraag circulaire spoorse doorsnijdingen 2e tranche’.

Bezorgadres:

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn

Mr R.A. Gallas, notaris

Kantoren Stichthage (boven Den Haag Centraal Station)

13e verdieping

Koningin Julianaplein 10

2595 AA Den Haag

Contactpersonen Pels Rijcken:

De heer mr. R.A. Gallas en de heer mr. R.A. Spit

(070-515 38 50 of ra.spit@pelsrijcken.nl)

Werkinstructie format:

Bij de indiening van de aanvraag dient gebruik gemaakt te worden van onderstaand format. De minister gebruikt bij de beoordeling van de aanvraag de informatie zoals is vermeld in dit format.

Bij de invulling van het format dient de gemeente:

Informatie die niet in het format opgenomen is, of waarnaar niet verwezen is, wordt niet meegenomen in de beoordeling.

De aanvraag wordt door de burgemeester en wethouders van de gemeente ondertekend. Het bestuur staat garant voor de juistheid van de informatie in deze aanvraag.

Een ondertekende aanvraag bestaande uit het format en eventueel onderliggende stukken dient in tweevoud te worden ingediend. Daarnaast dient een elektronische kopie van de aanvraag en eventuele onderliggende stukken te worden bijgevoegd.

Uit de evaluatie van de Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen is gebleken dat de invulling van de SSK in enkele gevallen op problemen stuitte. De raming moet dezelfde opbouw hebben als het SSK-spreadsheet. Deze is te vinden op de CROW-website (http:/www.crow.nl). Om de SSK-raming op goede wijze in te vullen zijn in onderstaande toelichting enkele punten aangestipt waarop een gemeente moet letten bij de invulling van de SSK-raming. N.B: Indien de SSK-raming wordt gevolgd wil dat overigens nog niet zeggen dat deze automatisch wordt goedgekeurd. Deze zal altijd getoetst worden.

Voor het kunnen toetsen van de kostenraming dient deze een opgave te bevatten van uitgangspunten, aannames, randvoorwaarden en uitsluitingen welke ten grondslag liggen aan de kostenraming, en dient deze vergezeld te zijn door de benodigde bijbehorende technische tekeningen die ten grondslag liggen aan de beraming en dus ook aan het project. Uit de onderbouwing moet blijken de hoeveelheid en prijzen, het prijsniveau in overeenstemming met complexiteit en uitvoeringsmethode, de indirecte kosten, realisatieonzekerheden en onnauwkeurigheden.

Ten behoeve van de invulling van de aanvraag en de SSK-raming zal op de website van het ministerie van Verkeer en Waterstaat (http://www.verkeerenwaterstaat.nl/) nadere informatie worden opgenomen. Deze informatie zal bestaan uit stellingen ten behoeve van de kostenraming en stellingen algemeen en geldt slechts ter ondersteuning. Aan het volgen van deze stellingen kunnen geen rechten worden ontleend. De aanvraag zal altijd worden getoetst op volledigheid en de andere criteria van deze circulaire.

In dit punt is een omschrijving van hetgeen onder spoor wordt bedoeld opgenomen. Het is de bedoeling knelpunten bij in gebruik zijnde en in onbruik geraakte spoorwegen voor een decentralisatie-uitkering in aanmerking te laten komen.

Het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport is met ingang van de begroting 2008 gewijzigd in Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport, hierna te noemen MIRT. Het MIRT verschijnt voortaan jaarlijks als onderdeel van de begrotingen van de ministeries van Verkeer en Waterstaat, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Economische Zaken en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Centraal element in het MIRT is de samenhang tussen ruimtelijke projecten, infrastructuur en (openbaar) vervoer.

De decentralisatie-uitkering is bij voorkeur bedoeld voor gemeenten die bestaande plannen hebben om de barrièrewerking van het spoor te verminderen of op te heffen maar hier nog niet voldoende financiële middelen voor hebben. Het gaat om gemeenten die om of aan het spoor gelokaliseerd zijn. De desbetreffende projecten zullen moeten bijdragen aan stedelijke bereikbaarheid en daarnaast aan de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, aan de verbetering van de veiligheid of spoorgebruik. Plannen die zich enkel op de weg, water of nieuwe stations richten, komen niet in aanmerking voor een decentralisatie-uitkering.

Binnen de begroting van 2009 is een bedrag van € 142 miljoen gereserveerd voor een tweede tranche spoorse doorsnijdingen. Van dit bedrag wordt € 141 (prijspeil 2008) miljoen in de regeling opgenomen als plafond. Een bedrag van € 1 miljoen is gereserveerd voor de beoordeling van de aanvragen en de evaluatie van de verstrekte decentralisatie-uitkeringen.

Per project is niet meer dan € 15 miljoen beschikbaar. Uit de evaluatie van de eerste tranche is gebleken dat de toegewezen projecten gemiddeld een bedrag van € 4 miljoen hebben ontvangen. Het is de bedoeling meerdere projecten juist dat duwtje te geven om alsnog gerealiseerd te kunnen worden. Binnen een totaal budget van € 141 miljoen met een maximum van € 15 miljoen per project geeft dat mogelijkheden.

De kosten die voor een decentralisatie-uitkering in aanmerking komen zijn overgenomen uit de Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen. Er is geen aanleiding om deze te wijzigen.

Sommige projecten zijn opgenomen in het MIRT of ontvangen op basis van een programma van het MIRT een bijdrage van de Minister van Verkeer en Waterstaat in dit verband. Om dubbele bijdragen vanuit het beleidsterrein van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat te voorkomen is aan een bijdrage aan een project vanuit het MIRT en op basis van deze circulaire een maximum gesteld van 25%. Opname in het MIRT zal in dat geval niet leiden tot afwijzing maar tot een maximum van de totale bijdrage.

Gekozen is voor een systeem van wie het eerst komt die het eerst ontvangt. De circulaire is bij voorkeur bedoeld voor gemeenten met bestaande plannen. De aanvragen kunnen daarom op korte termijn na inwerkingtreding van de circulaire worden ingediend. De aanvraag dient te worden ondertekend door burgemeester en wethouders. De aanvraag dient schriftelijk en in tweevoud te worden ingediend. Fax-berichten en e-mail vallen daar niet onder. De bijlagen en het aanvraagformulier moeten digitaal worden bijgevoegd. Gedacht kan worden aan CD-rom, USB-stick.

De aanvraag bevat het aanvraagformulier en de SSK-raming. Tevens dient de wijze van financiering van de totale kosten van het project te worden onderbouwd. Dat betekent dat het project aantoonbaar financieel 100% moet zijn gedekt op het moment van de aanvraag. Dit inclusief de decentralisatie-uitkering. De wijze van financiering moet zekerheid bevatten dat andere partijen inderdaad bijdragen. Een toezegging of een intentieverklaring van een andere partij is onvoldoende.

De aanvraag kan worden ingediend vanaf 27 november 2008 ten kantore van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn op werkdagen van 10.00 uur tot en met 17.00 uur. Indiening per post kan leiden tot registratie op een ander tijdstip dan door de aanvrager gewenst.

Aanvragen die voor 27 november 2008 of na 30 juni 2009 worden ingediend worden niet geregistreerd en niet behandeld. Tevens is toezending per fax of per email niet toegestaan.

Voor de registratie geldt het tijdstip en de datum van indienen of ontvangst per post door notaris mr. R.A. Gallas van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.

De circulaire staat niet open voor projecten die al een bijdrage hebben ontvangen op basis van de Regeling eenmalige uikering spoorse doorsnijdingen.

Om te voorkomen dat nadat een decentralisatie-uitkering is verstrekt het project vervolgens niet wordt uitgevoerd, is het belangrijk dat gemeenten aantonen hoe de overige financiering plaatsvindt. Pas wanneer zij dit kunnen aantonen, kunnen zij in aanmerking komen voor een decentralisatie-uitkering. Bij de aanvraag moet dit goed onderbouwd worden.

Het rijksbeleid waarnaar wordt verwezen in onderdeel e, is onder meer de Kadernota Railveiligheid, de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte, richtlijnen ten aanzien van de verschillende elementen bij de criteria en bijvoorbeeld ook brieven van de minister aan de Tweede Kamer.

Onderdeel f geeft aan dat projecten die reeds met uitvoeringswerkzaamheden zijn gestart voor publicatie van de circulaire niet in aanmerking komen voor een decentralisatie-uitkering. Daar het gaat om een circulaire om gemeenten te helpen bij de uitvoer van projecten die anders op de plank blijven liggen, komen projecten waarvan de werkzaamheden begonnen zijn niet in aanmerking voor een decentralisatie-uitkering. Uitgangspunt hierbij is dat voor deze plannen al voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Deze circulaire is bedoeld voor die projecten die tot op heden niet geheel financieel gedekt waren.

Het beschikbare bedrag wordt verdeeld op basis van volgorde van binnenkomst. Nadat de aanvraag volledig is zal bekeken worden of het project voldoet aan de vereisten van deze circulaire.