U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2024.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 6 november 2008, houdende regeling van de rechtspositie van de vice-president van de Raad van State, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer, alsmede van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen (Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman)Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsmanWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de rechtspositie van de vice-president van de Raad van State, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer, alsmede van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen te harmoniseren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges, en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage6 november 2008BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, G. terHorstde vierde december 2008De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin

Onverschuldigd betaalde bezoldiging als bedoeld in artikel 1, eerste tot en met vijfde lid, uitkeringen als bedoeld in artikel 1, zesde lid, vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en ambtsjubileumgratificaties, vakantie-uitkeringen en eindejaarsuitkeringen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kunnen worden teruggevorderd.

Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden, onverminderd artikel 8, tweede lid, en artikel 9, derde lid, verrekening en korting gelijkgesteld met beslag.

Indien verscheidene schuldeisers uit hoofde van beslag of korting aanspraak hebben op een deel van de bezoldiging geschiedt de verdeling naar evenredigheid der inschulden, voor zover niet de ene schuldeiser voorrang heeft boven de anderen.

Betaling of afgifte aan een gemachtigde, nadat een volmacht tot voldoening of invorderingen van bezoldiging is geëindigd, ontlasten de Staat, indien een gegeven opdracht tot de betaling of afgifte niet meer tijdig kon worden ingetrokken, toen de Staat van het eindigen van de volmacht kennis kreeg.

Beslag omvat in deze wet ook de invordering, bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman.