U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 31-12-2009.

Ministeriële regeling · BWBR0024855

Subsidieregeling innoveren

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2008, nr. WJZ/8187683, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten op het terrein van innoveren (Subsidieregeling innoveren)Subsidieregeling innoverenDe Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 4, 5, eerste, derde en vierde lid, 9, 12, vierde lid, 13, 14, 15, 17, eerste tot en met derde lid, 19, 23, aanhef en onderdeel c, 25, 42, eerste en tweede lid, 44, 46, negende lid, en 50, tweede lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

Den Haag3 december 2008De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van derHoeven

In deze regeling wordt verstaan onder

De vaste opslag voor indirecte kosten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Kaderbesluit EZ-subsidies, bedraagt 50 procent van de loonkosten.

Deze regeling valt onder de verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (‘de algemene groepsvrijstellingsverordening’) (PbEU L214).

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan:

Het in artikel 5, vierde lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies bedoelde bedrag is € 500.000.

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist overeenkomstig de door de Eurostars High Level Group vastgestelde rangschikking.

In afwijking van artikel 39 van het Kaderbesluit EZ-subsidies brengt de subsidie-ontvanger steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het Eurostarsproject, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de subsidiabele kosten.

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De minister verstrekt op aanvraag ten behoeve van de financiering van een ontwikkelingsproject subsidie aan een MKB-ondernemer, die een ontwikkelingsproject uitvoert. De subsidie wordt verstrekt in de vorm van krediet.

In afwijking van artikel 5, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies bedraagt de subsidie in de vorm van krediet 35 procent van de subsidiabele kosten.

De minister verdeelt de subsidieplafonds op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

De minister kan besluiten dat de verstrekte subsidie in de vorm van krediet versneld of in een keer terugbetaald wordt, indien:

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een IPC-penvoerder voor de voorbereiding en totstandkoming van en kennisoverdracht over een IPC-verband voor:

De subsidie, bedoeld in artikel 4.3, valt, met uitzondering van de subsidiabele kosten die betrekking hebben op de kosten van externe adviseurs, onder een de-minimis verordening.

De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten, met een maximum van

In afwijking van artikel 11 van het Kaderbesluit EZ-subsidies komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag:

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een IPC-deelnemer voor de uitvoering van zijn innovatieplan.

De subsidie, bedoeld in artikel 4.10 valt onder een de-minimis verordening.

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

De hoogte van het eerste voorschot, bedoeld in artikel 46, negende lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies bedraagt 50 procent, de hoogte van het tweede voorschot bedraagt 0 procent en de hoogte van het derde voorschot bedraagt 30 procent.

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

De minister geeft een beschikking binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een kennisinstelling die een kennisoverdrachtproject heeft uitgevoerd en in verband daarmee een of meer geldige grote innovatievouchers of een geldige kleine innovatievoucher overlegt.

De subsidie, bedoeld in artikel 5.7, is geen steun in de zin van artikel 87 en 88 EG-verdrag.

De minister verstrekt op aanvraag aan een ondernemer, die een op grond van paragraaf 2 van dit hoofdstuk of paragraaf 2 van de Subsidieregeling innovatievouchers verstrekte innovatievoucher overlegt, een subsidie in de kosten van het aanvragen en verkrijgen van een octrooi, indien dat doel bij de aanvraag om de voucher is aangegeven en op de verstrekte voucher is vermeld.

De subsidie, bedoeld in artikel 5.14 valt onder een de-minimis verordening.

De subsidie bedraagt:

De aanvraag om subsidie wordt, onder overlegging van de voucher, binnen een jaar nadat de voucher aan de ondernemer is verstrekt, bij de minister ingediend en wordt behandeld op volgorde van binnenkomst.

De minister geeft een beschikking binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.

De minister kan een beschikking tot verlening van een voucher intrekken indien:

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een instelling, niet zijnde een kennisinstelling als bedoeld in artikel 5.1, die een kennisoverdrachtproject heeft uitgevoerd en in verband daarmee een of meer geldige grote innovatievouchers of een geldige kleine innovatievoucher overlegt.

De subsidie, bedoeld in artikel 5a.9, is geen steun in de zin van artikel 87 en 88 EG-verdrag.

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor een subsidie, bedoeld in artikel 5a.9, is opgenomen in bijlage 5a.2.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De aanvraag van een Wajong adviesvoucher door een MKB-ondernemer wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5b.1, en gaat, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.

De minister van SZW geeft een beschikking binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag om een Wajong adviesvoucher. Indien een beschikking niet binnen de termijn van zes weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld.

De MKB-ondernemer die een Wajong adviesvoucher heeft ontvangen sluit een overeenkomst met een door de minister van SZW aangewezen re-integratiebedrijf over de besteding van de voucher.

De minister van SZW verstrekt op aanvraag een subsidie aan een door hem aangewezen re-integratiebedrijf, indien dat re-integratiebedrijf een onderzoek naar de mogelijkheden om een jonggehandicapte werkzaamheden in dienstbetrekking binnen het bedrijf van een MKB-ondernemer te laten verrichten heeft uitgevoerd en in verband daarmee een:

overlegt.

De subsidie bedraagt € 2500,00, dan wel het krachtens artikel 5b.3, vijfde lid, op de voucher vermelde bedrag, per overgelegde Wajong adviesvoucher.

Geen subsidie wordt verstrekt indien het onderzoek door het re-integratiebedrijf is uitbesteed aan een derde.

De minister van SZW beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:

De aanvraag voor een subsidie, bedoeld in artikel 5b.8, wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5b.2, en gaat, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een ondernemer die of een deelnemer in een samenwerkingsverband dat een veiligheidsproject uitvoert.

De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag:

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling innoveren.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Projecten dienen te passen binnen onderstaande thema’s die zijn opgenomen zijn in de Maatschappelijke Innovatie Agenda Veiligheid.

Het thema opereren in ketens en netwerken beoogt de effectiviteit van ketens en netwerken te vergroten. Om in ketens en netwerken effectief te kunnen optreden is het noodzakelijk dat de juiste personen op het juiste moment over de juiste informatie beschikken. Goede beschikbaarheid van de relevante informatie binnen ketens en netwerken maakt een efficiëntere en effectievere uitvoering van taken mogelijk.

Binnen het veiligheidsdomein bestaan diverse ketens, waarin meerdere partijen ‘geschakeld’ functioneren. Bekende ketens zijn de strafrechtelijke keten en de vreemdelingenketen. In toenemende mate is ook sprake van netwerken, waarin deelnemende partijen, op basis van onderlinge afhankelijkheid en ten aanzien van een gemeenschappelijk thema, besluiten tot gezamenlijke activiteiten. Dit geldt bijvoorbeeld in toenemende mate voor de rampen- en crisisbeheersing, maar ook op het terrein van de jeugdzorg.

De focus binnen het thema opereren in ketens en netwerken ligt voor de periode tot en met 2012 op het onderwerp ‘geïntegreerde beeldopbouw’. Een eenduidig bij alle betrokken partijen in een keten of netwerk afgestemd beeld zorgt voor betere besluitvorming, optimale inzet van capaciteit (personeel en materieel), en mogelijkheden om tijdig en effectief op te treden.

De geïntegreerde beeldopbouw omvat verschillende bouwstenen, de samenstelling kan per keten en netwerk verschillen. Bouwstenen zijn: sensoren, data, informatie ontsluiten, informatie verrijken, analyse, ‘decision support’, terugkoppeling. Ook de verschijningsvorm kan verschillen. Zo kan behoefte bestaan aan een eenduidig geografisch situatiebeeld (bijv. bij optreden bij crises of in conflictsituaties) of aan een eenduidige beschrijving van een concrete individuele situatie (bijvoorbeeld bij het gezamenlijk bepalen van de meest effectieve interventie in geval van crimineel of overlastgevend gedrag).

De kwaliteit van uitvoerend en ondersteunend personeel bepaalt het welslagen van ieder optreden. Personeelsselectie bij de in- en doorstroom, opleiding en training dragen bij tot de inzetbaarheid. Ook de veiligheid van personeel tijdens optreden en operaties is gebaat bij selectie en beheersing van vaardigheden. Simulatie en kunstmatige omgevingen worden steeds belangrijker bij het opleiden en trainen van het personeel, ook in de veiligheidsector. Hierbij wordt steeds meer gebruik gemaakt van virtuele realiteit en embedded training.

De doelstelling van het thema opleiden en trainen met behulp van geavanceerde simulatie is om de effectiviteit en inzetbaarheid van het veiligheidspersoneel met behulp van innovatie te vergroten. De technologie maakt het mogelijk om in een waarheidsgetrouwe maar efficiënte en veilige omgeving te oefenen op concrete situaties, variërend van een achtervolging op hoge snelheid en het gebruik van geweldsmiddelen tot het gezamenlijk – bestuurlijk en operationeel – opereren in grootschalige crisissituaties.

Grootschalige oefeningen zijn vaak kostbaar, en eenmalig. ‘Serious gaming’ biedt de mogelijkheid om deze oefeningen te herhalen, scenario’s aan te passen aan de verschillende omstandigheden, en maatwerk te bieden. Met inzet van technologie kan de kwaliteit en de effectiviteit van het veiligheidspersoneel op een efficiënte wijze worden vergroot, zonder hen daarbij in onveilige situaties te brengen.

Het domein fysieke bescherming beslaat het terrein dat toeziet op de gezondheid, veiligheid en (fysieke) bescherming van de professional die in concrete situaties actief is op het terrein van veiligheid.

De doelstelling voor de fysieke bescherming binnen Hoofdstuk 6 van de Subsidieregeling innoveren is dat de veiligheid van de professional bij de uitvoering van zijn of haar werkzaamheden zoveel als mogelijk moet worden gewaarborgd gegeven de dreigingen, taken en procedures zoals die er zijn. Dat betekent dat doelstellingen worden geformuleerd op het gebied van uitrusting en materieel, maar bijvoorbeeld niet ten aanzien van te hanteren procedures.

Voor de veiligheid van de professional is onder meer van belang dat deze beschikt over cruciale en actuele informatie (realtime) mbt. bijvoorbeeld de aard en locatie van het incident. Ook dient deze (ook binnen gebouwen) te kunnen communiceren met zijn collega’s of leidinggevende (Shared Situational Awareness). Ook dient de professional in besloten ruimtes te weten waar hij en collega’s zich bevinden, ook onafhankelijk van visuele informatie.

Ook door middel van beschermende kleding en uitrusting kan veiligheid worden bevorderd. De professional moet optimaal beschermd zijn, waarbij bescherming niet ten koste mag gaan van bijvoorbeeld mobiliteit. De inzet en bruikbaarheid van uitrusting en hulpmiddelen moet niet afhankelijk van de omgeving zijn.