U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 13-06-2012.

Ministeriële regeling · BWBR0024855

Subsidieregeling innoveren

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2008, nr. WJZ/8187683, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten op het terrein van innoveren (Subsidieregeling innoveren)Subsidieregeling innoverenDe Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 4, 5, eerste, derde en vierde lid, 9, 12, vierde lid, 13, 14, 15, 17, eerste tot en met derde lid, 19, 23, aanhef en onderdeel c, 25, 42, eerste en tweede lid, 44, 46, negende lid, en 50, tweede lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

Den Haag3 december 2008De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van derHoeven

In deze regeling wordt verstaan onder:

De vaste opslag voor indirecte kosten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Kaderbesluit EZ-subsidies, bedraagt 50 procent van de loonkosten.

Deze regeling valt onder de verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (‘de algemene groepsvrijstellingsverordening’) (PbEU L214).

Indien door de minister op grond van deze regeling een subsidie wordt verleend van minder dan € 25.000, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan:

Vervallen

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist overeenkomstig de door de Eurostars High Level Group vastgestelde rangschikking.

In afwijking van artikel 39 van het Kaderbesluit EZ-subsidies brengt de subsidie-ontvanger steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het Eurostarsproject, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de subsidiabele kosten.

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

In afwijking van de Regeling steunintensiteit bedraagt de subsidie in de vorm van krediet aan:

De minister verdeelt de subsidieplafonds op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

De minister kan besluiten dat de verstrekte subsidie in de vorm van krediet versneld of in een keer terugbetaald wordt, indien:

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 30.000.

In afwijking van artikel 11 van het Kaderbesluit EZ-subsidies komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking het aantal uren gemaakt door personeel van de IPC-penvoerder danwel door derden, waaronder begrepen overige organisaties waarmee de verkenning wordt uitgevoerd,vermenigvuldigd met een vast uurtarief van € 87,50.

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

De activiteiten, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, vinden plaats binnen veertien maanden na de subsidieaanvraag.

De subsidie, bedoeld in artikel 4.10 valt onder een de-minimis verordening.

De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten, met een maximum van:

In afwijking van artikel 11 van het Kaderbesluit EZ-subsidies komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

De subsidie bedraagt:

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies, is twee jaar en wordt gerekend vanaf de aanvang van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.18, eerste lid.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag:

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

De minister geeft een beschikking binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een kennisinstelling die een kennisoverdrachtproject heeft uitgevoerd en in verband daarmee een of meer geldige grote innovatievouchers of een geldige kleine innovatievoucher overlegt.

Vervallen

De minister verstrekt op aanvraag aan een ondernemer, die een op grond van paragraaf 2 van dit hoofdstuk of paragraaf 2 van de Subsidieregeling innovatievouchers verstrekte innovatievoucher overlegt, een subsidie in de kosten van het aanvragen en verkrijgen van één of meer octrooien, indien dat doel bij de aanvraag om de voucher is aangegeven en op de verstrekte voucher is vermeld.

De subsidie, bedoeld in artikel 5.14 valt onder een de-minimis verordening.

De subsidie bedraagt:

De aanvraag om subsidie wordt, onder overlegging van de voucher, binnen een jaar nadat de voucher aan de ondernemer is verstrekt, bij de minister ingediend en wordt behandeld op volgorde van binnenkomst.

De minister geeft een beschikking binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.

De minister kan een beschikking tot verlening van een voucher intrekken indien:

De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een instelling, niet zijnde een kennisinstelling als bedoeld in artikel 5.1, die een kennisoverdrachtproject heeft uitgevoerd en in verband daarmee een of meer geldige grote innovatievouchers of een geldige kleine innovatievoucher overlegt.

Vervallen

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor een subsidie, bedoeld in artikel 5a.9, is opgenomen in bijlage 5a.2.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De aanvraag van een Wajong adviesvoucher door een ondernemer wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5b.1, en gaat, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.

De minister van SZW geeft een beschikking binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag om een Wajong adviesvoucher. Indien een beschikking niet binnen de termijn van zes weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld.

De ondernemer die een Wajong adviesvoucher heeft ontvangen sluit een overeenkomst met een door de minister van SZW aangewezen re-integratiebedrijf over de besteding van de voucher.

De minister van SZW verstrekt op aanvraag een subsidie aan een door hem aangewezen re-integratiebedrijf, indien dat re-integratiebedrijf een onderzoek naar de mogelijkheden om een jonggehandicapte werkzaamheden in dienstbetrekking binnen het bedrijf van een ondernemer te laten verrichten heeft uitgevoerd en in verband daarmee een:

overlegt.

De subsidie bedraagt € 2500,00 per overgelegde Wajong adviesvoucher.

Geen subsidie wordt verstrekt indien het onderzoek door het re-integratiebedrijf is uitbesteed aan een derde.

De minister van SZW beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:

De aanvraag voor een subsidie, bedoeld in artikel 5b.8, wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5b.2, en gaat, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een ondernemer die of een deelnemer in een samenwerkingsverband dat een veiligheidsproject uitvoert.

De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag:

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling innoveren.

Het rapport van feitelijke bevindingen wordt opgesteld overeenkomstig de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden (ex Artikel A-130.7 VGC) van het NIVRA. In het rapport van feitelijke bevindingen rapporteert de accountant over de hieronder genoemde aspecten en aandachtspunten van de integrale kostensystematiek.

1 Winstopslagen bij transacties binnen een groep worden wel in aanmerking genomen, maar alleen voor zover het gebruikelijk is die winstopslagen ook bij soortgelijke transacties buiten de groep in rekening te brengen (art. 10 lid 5 Kaderbesluit EZ subsidies).

1 Onder algemene research valt basisonderzoek, waaronder het eerste geldstroom onderzoek van universiteiten. De directe kosten van algemene research mogen niet zonder meer deel uitmaken van de integrale kostensytematiek. De indirecte kosten die aan algemene research zijn verbonden kunnen wel deel uitmaken van de systematiek, mits deze kosten evenredig worden omgeslagen over alle activiteiten.

2 Van buitensporige uitgaven is sprake als subsidie-ontvanger beduidend meer betaalt voor producten, diensten of personeel dan tegen de gangbare markttarieven, waardoor een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald. Roekeloze uitgaven betreft het onzorgvuldig omgaan met het selecteren van producten, diensten of personeel waardoor eveneens een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald.

3 Deze uitsluiting betreft reserveringen en voorzieningen die niet rechtstreeks aan kosten voor normale bedijfsuitoefening verbonden zijn. Overlopende activa en passiva zijn dus niet uitgesloten.

4 Voor universiteiten geldt hier een uitzondering, voor zover activa van universiteiten beslag leggen op eigen vermogen en voor zover die activa toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten. Als rekenrente moet dan de 10-jaars rente van de Bank Nederlandse Gemeenten per primo van een betreffend jaar gehanteerd worden.

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

1 Voor meer informatie over wanneer u in aanmerking komt voor een innovatievoucher, kunt u gebruik maken van het voucherkeuzeschema op: www.agentschapnl.nl/innovatievouchers/documenten.

1 De SBI-code van uw bedrijf vindt u in het verkort uittreksel van de KvK.

2 Vul hier in hoeveel FTE’s uw bedrijf/organisatie had op 31 december van het vorige kalenderjaar.

3 Van het laatst afgesloten boekjaar.

4 Heeft u 25 tot 50% van het kapitaal of de stemrechten in een ander bedrijf? Of heeft een ander bedrijf 25 tot 50% van het kapitaal of het stemrecht in uw bedrijf? Dan bent u partneronderneming van elkaar.

5 Heeft u meer dan 50% van het kapitaal of de stemrechten in een ander bedrijf? Of heeft een ander bedrijf meer dan 50% van het kapitaal of de stemrechten in uw bedrijf? Dan vormt u samen een groep.

1 Heeft u subsidie gekregen voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) via de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) of vanwege de Energie-investeringsaftrek (EIA)? Dan hoeft u dit hier niet te vermelden.

1 U ontvangt de voucher via dit e-mailadres.

Met mijn handtekening bevestig ik dat mijn bedrijf/organisatie voor dit project nog geen verplichtingen is aangegaan met een kennisinstelling die het project gaat uitvoeren of alleen octrooikosten declareert die zijn gemaakt na verstrekking van de innovatievoucher. Ik ken de inhoud van de Subsidieregeling innoveren, hoofdstuk 5 Innovatievouchers.

10 Als contactpersoon mag u ook een intermediair (tussenpersoon) opgeven. De correspondentie verloopt dan via de intermediair. Voeg in dat geval wel een originele machtiging bij waarin de intermediair gemachtigd wordt tot het voeren van de correspondentie (dus niet per separate post of fax).

Controlelijst:

Met dit formulier kunt u een innovatievoucher declareren bij Agentschap NL.

Let op!

Dit formulier kan niet gebruikt worden voor een voucher die is benut voor het verkrijgen of aanvragen van octrooien of voor het declareren van private vouchers. Hiervoor zijn aparte formulieren beschikbaar.

1 Voorheen bankrekeningnummer

2 Internationale code van de bank

1 Gebruik één vaststellingsformulier per kennisoverdrachtproject. Alleen grote innovatievouchers kunnen gezamenlijk voor één project worden ingezet, kleine vouchers niet.

Vul hieronder in hoeveel uren de medewerker aan dit kennisoverdrachtproject heeft gewerkt. Deze informatie dient ook te zijn vermeld op de factuur.

Hebben meer mensen aan het kennisproject gewerkt? Vul hun gegevens dan in Bijlage 1 in.

1 U dient de factuur bij te voegen.

1 Sociale innovatie is de vernieuwing van de arbeidsorganisatie en het maximaal benutten van competenties van medewerkers, gericht op het verbeteren van de (bedrijfs)prestaties en ontplooiing van talent. Dit gebeurt door vernieuwingen op het gebied van management, organisatie en arbeid in bedrijven, organisaties en instellingen.

Om de voucher te declareren moet u met dit formulier de volgende documenten opsturen naar Agentschap NL:

Met mijn handtekening bevestig ik dat alle voor de aanvraag benodigde stukken (incl. facturen van gemaakte kosten) zijn bijgevoegd. Ik ken de inhoud van de Subsidieregeling innoveren, hoofdstuk 5 Innovatievouchers.

1 Ondertekent iemand anders dan de aanvrager dit formulier? Dan moet u wel de originele machtiging meesturen met dit formulier.

Met dit formulier kunt u een innovatievoucher declareren bij Agentschap NL.

Let op!

Dit formulier kan niet gebruikt worden voor een voucher die is benut voor een kennisoverdrachtproject. Hiervoor zijn aparte formulieren beschikbaar.

1 Voorheen bankrekeningnummer

2 Internationale code van de bank

1 Voor zover deze kosten niet staan in de factuur van een (octrooi)gemachtigde

2 Heeft u een kleine voucher? Dan mag u maximaal € 2.500 subsidie aanvragen.

Heeft u een grote voucher? Dan mag u maximaal voor 2/3 van de kosten van uw project subsidie aanvragen en niet meer dan € 5.000. En heeft u eerder een voucher van LNV gekregen? Dan mag u maximaal € 4.500 subsidie aanvragen.

Om uw voucher te declareren moet u met dit formulier de volgende documenten opsturen naar Agentschap NL:

Met mijn handtekening bevestig ik dat alle voor de aanvraag benodigde stukken (incl. facturen van gemaakte kosten) zijn bijgevoegd. Ik ken de inhoud van de Subsidieregeling innoveren, hoofdstuk 5 Innovatievouchers.

1 Ondertekent iemand anders dan de aanvrager dit formulier? Dan moet u wel de originele machtiging meesturen met dit formulier

1 Voor meer informatie over wanneer u in aanmerking komt voor een innovatievoucher, kunt u gebruik maken van het voucherkeuzeschema op: www.agentschapnl.nl/innovatievouchers/documenten.

1 De SBI-code van uw bedrijf vindt u in het verkort uittreksel van de KvK.

2 Vul hier in hoeveel FTE’s uw bedrijf/organisatie had op 31 december van het vorige kalenderjaar.

3 Van het laatst afgesloten boekjaar

4 Heeft u 25 tot 50% van het kapitaal of de stemrechten in een ander bedrijf? Of heeft een ander bedrijf 25 tot 50% van het kapitaal of het stemrecht in uw bedrijf? Dan bent u partneronderneming van elkaar.

5 Heeft u meer dan 50% van het kapitaal of de stemrechten in een ander bedrijf? Of heeft een ander bedrijf meer dan 50% van het kapitaal of de stemrechten in uw bedrijf? Dan vormt u samen een groep.

1 Heeft u subsidie gekregen voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) via de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) of vanwege de Energie-investeringsaftrek (EIA)? Dan hoeft u dit hier niet te vermelden.

Met mijn handtekening bevestig ik dat ik voor dit project nog geen verplichtingen ben aangegaan met een kennisleverancier die het project gaat uitvoeren. Ik ken de inhoud van de Subsidieregeling innoveren, hoofdstuk 5a Private innovatievouchers.

Voor een private voucher geldt dat mijn bedrijf/organisatie in overleg met een adviseur van Syntens een overeenkomst sluit met een kennisleverancier over de besteding van de voucher.

1 Als contactpersoon mag u ook een intermediair (tussenpersoon) opgeven. De correspondentie verloopt dan via de intermediair. Voeg in dat geval wel een originele machtiging bij waarin de intermediair gemachtigd wordt tot het voeren van de correspondentie (dus niet per separate post of fax).

Belangrijk! Beantwoord alle vragen, anders nemen wij uw aanvraag niet in behandeling.

Controlelijst:

Met dit formulier kunt u een private innovatievoucher declareren bij Agentschap NL.

Let op!

Dit formulier kan niet gebruikt worden voor de declaratie van een publieke innovatievoucher. Hiervoor zijn aparte formulieren beschikbaar.

1 Voorheen bankrekeningnummer

2 Internationale code van de bank

1 Gebruik één vaststellingsformulier per kennisoverdrachtproject. Alleen grote innovatievouchers kunnen gezamenlijk voor één project worden ingezet, kleine vouchers niet.

1 Sociale innovatie is de vernieuwing van de arbeidsorganisatie en het maximaal benutten van competenties van medewerkers, gericht op het verbeteren van de (bedrijfs)prestaties en ontplooiing van talent. Dit gebeurt door vernieuwingen op het gebied van management, organisatie en arbeid in bedrijven, organisaties en instellingen.

Om de voucher te declareren moet u met dit formulier de volgende documenten opsturen naar Agentschap NL:

Met mijn handtekening bevestig ik dat alle voor de aanvraag benodigde stukken (incl. facturen van gemaakte kosten) zijn bijgevoegd. Ik ken de inhoud van de Subsidieregeling innoveren, hoofdstuk 5a Private innovatievouchers.

1 Ondertekent iemand anders dan de aanvrager dit formulier? Dan moet u wel de originele machtiging meesturen met dit formulier.

Projecten dienen te passen binnen onderstaande thema’s die zijn opgenomen zijn in de Maatschappelijke Innovatie Agenda Veiligheid.

Het thema opereren in ketens en netwerken beoogt de effectiviteit van ketens en netwerken te vergroten. Om in ketens en netwerken effectief te kunnen optreden is het noodzakelijk dat de juiste personen op het juiste moment over de juiste informatie beschikken. Goede beschikbaarheid van de relevante informatie binnen ketens en netwerken maakt een efficiëntere en effectievere uitvoering van taken mogelijk.

Binnen het veiligheidsdomein bestaan diverse ketens, waarin meerdere partijen ‘geschakeld’ functioneren. Bekende ketens zijn de strafrechtelijke keten en de vreemdelingenketen. In toenemende mate is ook sprake van netwerken, waarin deelnemende partijen, op basis van onderlinge afhankelijkheid en ten aanzien van een gemeenschappelijk thema, besluiten tot gezamenlijke activiteiten. Dit geldt bijvoorbeeld in toenemende mate voor de rampen- en crisisbeheersing, maar ook op het terrein van de jeugdzorg.

De focus binnen het thema opereren in ketens en netwerken ligt voor de periode tot en met 2012 op het onderwerp ‘geïntegreerde beeldopbouw’. Een eenduidig bij alle betrokken partijen in een keten of netwerk afgestemd beeld zorgt voor betere besluitvorming, optimale inzet van capaciteit (personeel en materieel), en mogelijkheden om tijdig en effectief op te treden.

De geïntegreerde beeldopbouw omvat verschillende bouwstenen, de samenstelling kan per keten en netwerk verschillen. Bouwstenen zijn: sensoren, data, informatie ontsluiten, informatie verrijken, analyse, ‘decision support’, terugkoppeling. Ook de verschijningsvorm kan verschillen. Zo kan behoefte bestaan aan een eenduidig geografisch situatiebeeld (bijv. bij optreden bij crises of in conflictsituaties) of aan een eenduidige beschrijving van een concrete individuele situatie (bijvoorbeeld bij het gezamenlijk bepalen van de meest effectieve interventie in geval van crimineel of overlastgevend gedrag).

De kwaliteit van uitvoerend en ondersteunend personeel bepaalt het welslagen van ieder optreden. Personeelsselectie bij de in- en doorstroom, opleiding en training dragen bij tot de inzetbaarheid. Ook de veiligheid van personeel tijdens optreden en operaties is gebaat bij selectie en beheersing van vaardigheden. Simulatie en kunstmatige omgevingen worden steeds belangrijker bij het opleiden en trainen van het personeel, ook in de veiligheidsector. Hierbij wordt steeds meer gebruik gemaakt van virtuele realiteit en embedded training.

De doelstelling van het thema opleiden en trainen met behulp van geavanceerde simulatie is om de effectiviteit en inzetbaarheid van het veiligheidspersoneel met behulp van innovatie te vergroten. De technologie maakt het mogelijk om in een waarheidsgetrouwe maar efficiënte en veilige omgeving te oefenen op concrete situaties, variërend van een achtervolging op hoge snelheid en het gebruik van geweldsmiddelen tot het gezamenlijk – bestuurlijk en operationeel – opereren in grootschalige crisissituaties.

Grootschalige oefeningen zijn vaak kostbaar, en eenmalig. ‘Serious gaming’ biedt de mogelijkheid om deze oefeningen te herhalen, scenario’s aan te passen aan de verschillende omstandigheden, en maatwerk te bieden. Met inzet van technologie kan de kwaliteit en de effectiviteit van het veiligheidspersoneel op een efficiënte wijze worden vergroot, zonder hen daarbij in onveilige situaties te brengen.

Het domein fysieke bescherming beslaat het terrein dat toeziet op de gezondheid, veiligheid en (fysieke) bescherming van de professional die in concrete situaties actief is op het terrein van veiligheid.

De doelstelling voor de fysieke bescherming binnen Hoofdstuk 6 van de Subsidieregeling innoveren is dat de veiligheid van de professional bij de uitvoering van zijn of haar werkzaamheden zoveel als mogelijk moet worden gewaarborgd gegeven de dreigingen, taken en procedures zoals die er zijn. Dat betekent dat doelstellingen worden geformuleerd op het gebied van uitrusting en materieel, maar bijvoorbeeld niet ten aanzien van te hanteren procedures.

Voor de veiligheid van de professional is onder meer van belang dat deze beschikt over cruciale en actuele informatie (realtime) mbt. bijvoorbeeld de aard en locatie van het incident. Ook dient deze (ook binnen gebouwen) te kunnen communiceren met zijn collega’s of leidinggevende (Shared Situational Awareness). Ook dient de professional in besloten ruimtes te weten waar hij en collega’s zich bevinden, ook onafhankelijk van visuele informatie.

Ook door middel van beschermende kleding en uitrusting kan veiligheid worden bevorderd. De professional moet optimaal beschermd zijn, waarbij bescherming niet ten koste mag gaan van bijvoorbeeld mobiliteit. De inzet en bruikbaarheid van uitrusting en hulpmiddelen moet niet afhankelijk van de omgeving zijn.

Vervallen