Ministeriële regeling · BWBR0024915

Regeling interventie

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 december 2008, TRCJZ/2008/3351, houdende regels ten aanzien van de interventie van agrarische producten en tot wijziging van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 (Regeling interventie)Regeling interventieDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 15, 19 en 23 van de Landbouwwet;

Gelet op:

  • Verordening (EEG) Nr. 2921/90 van de Commissie van 10 oktober 1990 betreffende de steunverlening voor ondermelk die tot caseïne en caseïnaten wordt verwerkt;

  • Verordening (EEG) Nr. 3002/92 van de Commissie van 16 oktober 1992 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen inzake de controle op het gebruik en/of de bestemming van producten uit interventie;

  • Verordening (EG) Nr. 2799/1999 van de Commissie van 17 december 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de toekenning van steun voor ondermelk en mageremelkpoeder voor voederdoeleinden en de verkoop van voornoemd mageremelkpoeder;

  • Verordening (EG) Nr. 214/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de interventiemaatregelen op de markt voor mageremelkpoeder;

  • Verordening (EG) Nr. 1898/2005 van de Commissie van 9 november 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad, wat betreft maatregelen voor de afzet van room, boter en boterconcentraat op de markt van de Gemeenschap;

  • Verordening (EG) 884/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) Nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de financiering van de maatregelen voor interventie in de vorm van openbare opslag door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en de boeking van de verrichtingen in verband met openbare opslag door de betaalorganen van de lidstaten;

  • Verordening (EG) Nr. 1152/2007 van de Raad van 26 september 2007 tot wijziging van Verordening 1255/1999 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de markt in de sector melk en zuivelproducten;

  • Verordening (EG) 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (‘Integrale GMO-verordening’);

  • Verordening (EG) Nr. 105/2008 van de Commissie van 5 februari 2008 houdende uitvoeringsmaatregelen van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de interventiemaatregelen op de markt voor boter;

  • Verordening (EG) Nr. 273/2008 van de Commissie van 5 maart 2008 tot vaststelling van gedetailleerde voorschriften voor de toepassing van Verordening (EG) Nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van methoden voor de analyse en de kwaliteitsbeoordeling van melk en zuivelproducten;

  • Verordening (EG) Nr. 826/2008 van de Commissie van 20 augustus 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen inzake de verlening van steun voor de particuliere opslag van bepaalde landbouwproducten;

  • Besluit:

    Den Haag4 december 2008De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.Verburg

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    Als interventiebureau, bevoegde autoriteit of bevoegde instantie als bedoeld in de in artikel 1 genoemde verordeningen wordt aangewezen de minister.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt het RIKILT aangewezen als bevoegde autoriteit voor het verrichten van de taken, vermeld in Bijlage V, Deel I, punt 3 van Verordening 1272/2009.

    Indien uit een van de in artikel 1 genoemde verordeningen voortvloeit dat een met een interventie verband houdende handeling slechts mag plaatsvinden ten opzichte van of door een natuurlijke of rechtspersoon die voldoet aan te stellen voorwaarden van persoonlijke of zakelijke aard en deswege moet zijn erkend, verleent de minister deze erkenning nadat de belanghebbende daartoe een aanvraag heeft ingediend en heeft aangetoond dat aan de gestelde voorwaarden is voldaan.

    Vervallen

    Als aanvullende eisen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder a, van Verordening 2799/1999 worden gesteld:

    Erkenningen kunnen overeenkomstig de in artikel 1 bedoelde verordeningen worden geschorst of ingetrokken door de minister.

    Een erkenning is geldig vanaf de datum van afgifte.

    Indien boter in een andere lidstaat van de Europese Unie is vervaardigd en in Nederland een bestemming krijgt op grond van deze regeling:

    De belanghebbende dient binnen de in Bijlage XXI, eerste punt, van Verordening 273/2008 bedoelde termijn bij de minister een aanvraag tot nadere analyse van het duplo-monster als bedoeld in Bijlage XXI, eerste punt, van Verordening 273/2008 in.

    De minister wijst op verzoek van het tweede laboratorium als bedoeld in artikel 12, eerste lid, een ander laboratorium aan indien dat tweede laboratorium niet tot het verrichten van de benodigde analyses is uitgerust.

    De belanghebbende levert het in artikel 18, vijfde lid, van Verordening 273/2008 bedoelde bewijs aan de NVWA.

    Opslagpartijen boter, vermeld op de inslagopgave, bedoeld in artikel 82, eerste lid, komen niet in aanmerking voor steun op grond van Hoofdstuk 5, indien na de beoordeling, bedoeld in artikel 12, tweede lid, is gebleken dat de boter niet voldoet aan de steunvoorwaarden.

    Vervallen

    In dit hoofdstuk wordt onder aanbieder verstaan: degene die boter of mageremelkpoeder ter overname aan de minister aanbiedt.

    Door het indienen van de in artikel 22 bedoelde vooraanmelding verklaart de aanbieder zich akkoord dat de minister de partijen boter voordat de voorwaardelijke overname van de boter heeft plaatsgevonden, in bewaring geeft in door de minister aangewezen vrieshuizen en dat de partijen worden bemonsterd en gecontroleerd.

    Indien de aanbieder van de in artikel 22 bedoelde vooraanmelding gebruik maakt, brengt de minister de volgende kosten bij hem in rekening:

    Het in Bijlage V, Deel I, punt 6, van Verordening 1272/2009 bedoelde certificaat wordt op aanvraag door de minister afgegeven indien het productiebedrijf het bewijs levert dat aan de in dat artikellid gestelde eisen is voldaan.

    De minister sluit met het opslagpand of het vrieshuis een opslagcontract als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van Verordening 884/2006.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 3, derde lid, van Verordening 1272/2009 beschikken opslagpanden over weegschalen en toetsgewichten als bedoeld in artikel 30, onder e en f.

    Indien in het vrieshuis of het opslagpand beschadigde of vuile dozen boter of zakken mageremelkpoeder worden aangetroffen, wordt aangenomen dat de beschadiging of verontreiniging in het vrieshuis of het opslagpand is geschied en zullen de daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van het vrieshuis of opslagpand komen.

    Indien het vrieshuis of het opslagpand naar het oordeel van de minister – rekening houdend met de duur van de opslag – niet voldoende zorgdraagt voor het op peil blijven van de kwaliteit dan wel de verpakking van de boter of het mageremelkpoeder, dan wel anderszins de gestelde voorwaarden niet of niet volledig nakomt, is de minister gerechtigd ofwel de boter of het mageremelkpoeder naar elders te doen vervoeren en te doen opslaan, ofwel de nodige andere maatregelen te treffen. De daaruit voortvloeiende kosten komen, voor zover het boter betreft, voor rekening van het vrieshuis en, voor zover het mageremelkpoeder betreft, voor rekening van het opslagpand.

    De aanbieder levert de boter of het mageremelkpoeder aan het vrieshuis respectievelijk het opslagpand aan op pallets die elk 1.000 of 1.250 kilogram omvatten, met uitzondering van de laatste pallet van een partij die een lager aantal kilogram mag omvatten.

    De pallets zijn per partij uniform van soort en van gewicht, tenzij elke pallet van een TARRA-etiket is voorzien dan wel het gewicht erin is gegraveerd.

    Per partij mageremelkpoeder levert de aanbieder ten minste drie lege zakken, bestemd voor mageremelkpoeder en die identiek zijn aan die van de geleverde partij, mee.

    Indien de boter of het mageremelkpoeder niet in aanmerking komt voor overname in openbare opslag, neemt de aanbieder de betreffende boter of het mageremelkpoeder binnen 14 dagen na de datum van het afwijzingsbericht terug of hij slaat het voor eigen rekening en risico separaat van de interventievoorraad op dan wel laat hij het separaat opslaan. De analysekosten brengt de minister bij de aanbieder in rekening.

    In de situatie als bedoeld in artikel 51, derde lid, van Verordening 1272/2009 wordt in opdracht van de minister door het opslagpand of het vrieshuis uiterlijk op de 30e dag na de datum van de door de minister opgestelde kennisgeving als bedoeld in artikel 47 een document op naam van de koper uitgeschreven dat de daaropvolgende dag ingaat. Dit document bevat een specificatie van de aan de koper toegewezen mageremelkpoeder of boter als bedoeld in artikel 51, tweede lid, van Verordening 1272/2009 die nog niet is afgehaald.

    De koper van het mageremelkpoeder of de boter informeert de minister schriftelijk over de door hem met het vrieshuis of opslagpand overeengekomen datum en het tijdstip van daadwerkelijke uitslag uit het opslagpand of vrieshuis ten minste één werkdag van tevoren, vóór 10:00 uur, onder vermelding van de naam van het opslagpand of vrieshuis, de dag en het tijdstip van uitslag, het verkoopfactuurnummer en de hoeveelheid.

    De koper betaalt het bedrag als bedoeld in artikel 49 van Verordening 1272/2009 uiterlijk om 12:00 uur op de werkdag vóór de dag van uitslag.

    De in artikel 41, derde lid, van Verordening 1272/2009 bedoelde berichten worden geplaatst op de website van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

    De koper van het mageremelkpoeder informeert de minister schriftelijk over de door hem met het opslagpand overeengekomen datum en het tijdstip van daadwerkelijke uitslag uit het opslagpand ten minste één werkdag van tevoren, vóór 10:00 uur, onder vermelding van de naam van het opslagpand, de dag en het tijdstip van uitslag, het verkoopfactuurnummer en de hoeveelheid.

    In de situatie als bedoeld in artikel 35, tweede lid, tweede alinea, van Verordening 2799/1999 wordt in opdracht van de minister door het opslagpand uiterlijk op de 30e dag na de sluitingsdatum van de desbetreffende bijzondere openbare inschrijving een document op naam van de koper uitgeschreven dat de daaropvolgende dag ingaat. Dit document bevat een specificatie van het aan de koper toegewezen mageremelkpoeder als bedoeld in artikel 35, tweede lid, eerste alinea, van Verordening 2799/1999 dat nog niet is afgehaald.

    De koper betaalt het bedrag als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van Verordening 2799/1999 uiterlijk om 12:00 uur op de werkdag vóór de dag van uitslag.

    Het in artikel 26, vierde lid, van Verordening 2799/1999 bedoelde bericht wordt door de minister bekendgemaakt.

    Indien aan alle voorwaarden voor het ontvangen van steun is voldaan, betaalt de minister het betreffende bedrag uiterlijk aan het begin van de vierde week na het verstrijken van de periode als bedoeld in artikel 56, eerste respectievelijk tweede lid.

    Van de verwerkingsstaat als bedoeld in artikel 60, derde lid, houdt de fabrikant van mengvoeders vanaf de derde dag na afloop van de verwerkingsperiode een exemplaar ter beschikking van de NVWA.

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Zodra de Commissie van de Europese Unie daartoe een specifieke uitvoeringshandeling heeft vastgesteld, kan de minister op aanvraag steun verlenen voor de particuliere opslag van boter. Hij doet zulks in overeenstemming met de op de particuliere opslag van boter van toepassing zijnde artikelen in Deel II, Titel I, Hoofdstuk I, Afdelingen 1, 3 en 4, van Verordening 1308/2013, in overeenstemming met Verordening 826/2008 en met inachtneming van de, in de eerste volzin bedoelde specifieke uitvoeringshandeling.

    Een aanvraag om de in artikel 74 bedoelde steun wordt ingediend bij de minister.

    Particuliere opslag van boter vindt plaats in vrieshuizen die:

    De op de inslagopgave, bedoeld in artikel 82, eerste lid, vermelde opslagpartijen boter kunnen slechts bestaan uit boter die in dezelfde fabriek is geproduceerd.

    Vervallen

    De uitslag bedraagt ten minste 1.000 kilogram per opslagpartij met dien verstande dat wanneer van een opslagpartij minder dan 1.000 kilogram in opslag is, de uitslag van de totale resterende hoeveelheid in een keer is toegestaan.

    Zo spoedig mogelijk na de uitslag zendt het vrieshuis bevestiging van de uitslag aan de minister.

    Zodra de Commissie van de Europese Unie daartoe een specifieke uitvoeringshandeling heeft vastgesteld, kan de Minister op aanvraag steun verlenen voor de particuliere opslag van mageremelkpoeder. Hij doet zulks in overeenstemming met de op de particuliere opslag van mageremelkpoeder van toepassing zijnde artikelen in Deel II, Titel I, Hoofdstuk I, Afdelingen 1, 3 en 4, van Verordening 1308/2013, in overeenstemming met Verordening 826/2008 en met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde specifieke uitvoeringshandeling.

    Een aanvraag om de in artikel 87a bedoelde steun wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld formulier.

    De op de inslagopgave, bedoeld in artikel 87g, eerste lid, vermelde opslagpartijen mageremelkpoeder kunnen slechts bestaan uit partijen die in dezelfde fabriek zijn geproduceerd.

    De uitslag bedraagt ten minste 1.000 kilogram per opslagpartij met dien verstande dat wanneer van een opslagpartij minder dan 1.000 kilogram in opslag is, de uitslag van de totale resterende hoeveelheid in een keer is toegestaan.

    Zo spoedig mogelijk na de uitslag zendt het opslagpand, met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld formulier, bevestiging van de uitslag aan de Minister.

    Een aanvraag om de in artikel 87m bedoelde steun wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel.

    De op de inslagopgave, bedoeld in artikel 87u, eerste lid, vermelde opslagpartijen kaas kunnen slechts bestaan uit een partij die in dezelfde erkende fabriek is geproduceerd.

    De uitslag bedraagt ten minste 500 kilogram per opslagpartij met dien verstande dat wanneer van een opslagpartij minder dan 500 kilogram in opslag is, de uitslag van de totale resterende hoeveelheid in een keer is toegestaan.

    Vervallen

    Zodra de Commissie van de Europese Gemeenschappen daartoe specifieke uitvoeringsregels heeft vastgesteld, kan de minister op aanvraag steun verlenen voor de particuliere opslag van rundvlees en varkensvlees. De minister doet zulks in overeenstemming met de op de particuliere opslag van varkensvlees en rundvlees van toepassing zijnde artikelen in Deel II, Titel I, Hoofdstuk I, Afdelingen 1, 3 en 4, van Verordening 1308/2013, in overeenstemming met Verordening 826/2008 en met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde specifieke uitvoeringsregels.

    De aanvraag bedoeld in artikel 89 wordt ingediend conform een daartoe bij de minister op te vragen formulier.

    Indien in het kader van de particuliere opslag van rundvlees uitbening of versnijding plaatsvindt, worden de volgende voorschriften in acht genomen:

    De contractant meldt de dag, het tijdstip en de plaats van inslag, en, in voorkomend geval, de plaats van de uitbening of versnijding, ten minste 2 werkdagen van tevoren uiterlijk om 10.00 uur schriftelijk aan de minister. Deze melding gebeurt conform een bij de minister op te vragen formulier.

    De totale hoeveelheid varkensvlees en rundvlees waarvoor een contract is afgesloten, wordt in één vrieshuis opgeslagen.

    Het vrieshuis legt in zijn administratie het gewicht van de van de uitsnijderij afkomstige uitgebeende of versneden producten rundvlees vast zoals die in de controlelijst/verzendlijst door de NVWA in de uitsnijderij zijn opgenomen.

    De contractant toont, op eerste verzoek van de NVWA, door middel van documenten aan dat het voor particuliere opslag bestemde varkensvlees voldoet aan de 10-dagen termijn bedoeld in Bijlage I, onder I. Vlees, onder c, van Verordening 826/2008.

    De contractant verstrekt aan de minister per contract een inslagopgave van alle ingeslagen partijen varkensvlees en rundvlees. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een bij de minister op te vragen document.

    Van de in artikel 22, derde lid, van Verordening 826/2008 bedoelde voorraadboekhouding maken eveneens de aan die voorraadboekhouding ten grondslag liggende brondocumenten deel uit.

    Het vrieshuis kan de minister verzoeken om varkensvlees en rundvlees onder de in Bijlage 2 vermelde voorwaarden in stellingen op te mogen slaan die na de inslagcontrole door de NVWA worden verzegeld.

    Voor de inslag en opslag van varkensvlees en rundvlees komt uitsluitend een vrieshuis in aanmerking dat beschikt over:

    Indien het varkensvlees of rundvlees op een andere plaats wordt ingevroren dan waar het wordt opgeslagen dan gelden de voorwaarden als opgenomen in Bijlage 3.

    Als dag van uitslag als bedoeld in artikel 28, derde lid, van Verordening 826/2008 wordt aangemerkt de in de kennisgeving, bedoeld in artikel 106, gemelde dag van uitslag.

    Vervallen

    De leden en de secretaris van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van de zaken- en bedrijfsgeheimen, welk hun als zodanig ter kennis zijn gekomen, en van alle aangelegenheden, waarvan zij het vertrouwelijk karakter moeten begrijpen.

    Ter vaststelling van de notering van de in artikel 116 genoemde producten baseert de commissie zich zoveel mogelijk op de prijzen welke op de dag van de notering voor de desbetreffende Nederlandse producten gangbaar zijn en zij houdt tevens rekening met de voor de komende week in redelijkheid te verwachten ontwikkeling. Ingeval voor een bepaald product van Nederlandse origine voor langere tijd niet of nauwelijks een gangbare prijs voorhanden is, kan – mits zulks duidelijk bij de bekendmaking wordt vermeld – een product van E.G.-origine worden genoteerd.

    De noteringen worden schriftelijk vastgesteld en onmiddellijk daarna bekend gemaakt.

    Wijzigt de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling interventie.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

    Voor partijen vlees, die buiten de plaats van definitieve opslag worden ingevroren, gelden de volgende voorwaarden.