Op voordracht van Onze Minister van Justitie van 6 januari 2009, nr. 5578793/08/6;
Gelet op artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 27b, tweede lid, 27l, vijfde lid en 29a, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 22, zesde lid, van de Beroepswet, artikel 24, zesde lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, artikel 7.67 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, artikel 40, zesde lid, van de Wet op de Raad van State, artikel 46, vierde lid, van de Wet op de rechtsbijstand, en artikel 1, tweede lid, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 22 januari 2009, nr. W03.09.002/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 23 januari 2009, nr. 5583388/09/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage28 januari 2009BeatrixDe Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballinde negenentwintigste januari 2009De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch BallinWijzigt de Algemene wet bestuursrecht, de Beroepswet, de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, de Wet op de rechtsbijstand, de Wet tarieven in burgerlijke zaken, de Wet op de Raad van State en de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Ten aanzien van rechten die verschuldigd zijn geworden voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, blijft het recht zoals dat voor die datum gold van toepassing.
Indien op de dag voorafgaand aan die waarop dit besluit in werking treedt tegen een besluit beroep openstaat op een administratieve rechter, blijft het oude recht op het beroep van toepassing.
Indien op de dag voorafgaand aan die waarop dit besluit in werking treedt tegen een uitspraak van een administratieve rechter hoger beroep of beroep in cassatie openstaat, blijft het oude recht op het hoger beroep of het beroep in cassatie van toepassing.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2009.