U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 15-07-2011.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 mei 2009, nr. DL/B/110284, houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan leraren met een onderwijsbevoegdheid om substantiële scholing te bevorderen en het verstrekken van subsidie ten behoeve van zij-instromers in het voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs en de educatie om hun onderwijsbevoegdheid te behalen (Regeling lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 2009–2011)Regeling lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 2009–2011 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 2, eerste lid, jo artikel 4, eerste lid, van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk

In deze regeling wordt verstaan onder:

De subsidie, bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3, wordt op aanvraag van de leraar, bedoeld in artikel 4, eerste lid, respectievelijk het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 20, verleend.

De subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt de som van een vergoeding voor:

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuurswet kan de minister subsidieverlening weigeren, indien aan de leraar:

De minister beslist binnen 8 weken na het sluiten van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 9.

De leraar behaalt het aantal in de beschikking tot verlening van de subsidie voor de opleidingen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a,b en d, vermelde studiepunten binnen de in artikel 17, eerste lid, bedoelde termijnen.

Het bevoegd gezag houdt in haar administratie bij op welke wijze het verlof tot stand komt.

De minister vordert de subsidie voor de kosten in verband met het studieverlof van de leraar geheel of gedeeltelijk van het bevoegd gezag terug, indien uit de administratie, bedoeld in artikel 14, blijkt dat het verlof geheel of gedeeltelijk niet aan de leraar is toegekend, dan wel toekenning van het verlof niet of onvoldoende uit de administratie kan worden opgemaakt.

De minister kan subsidie verstrekken aan het bevoegd gezag, bedoel in artikel 1, onderdeel c, onder 3° of 4°, voor activiteiten in het kader van het begeleiden van een zij-instromer, waaronder in elk geval:

De subsidie, bedoeld in artikel 20, bedraagt € 19.000,– per zij-instromer.

De aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 20, wordt ingediend voor 31 december van het betreffende jaar.

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidie, bedoeld in artikel 20, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een week de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

De minister verleent het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 22, als voorschot binnen vier weken nadat de subsidie, bedoeld in artikel 20, is verleend.

De subsidieontvanger dient een aanvraag voor vaststelling van subsidie, bedoeld in artikel 20, in bij de minister binnen drie jaar na de verlening van subsidie.

De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen kunnen na afloop van de looptijd van de subsidie worden teruggevorderd.

De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, behorende bij de richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verwerking van niet-bestede middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.

Wijzigt de Tijdelijke regeling lerarenbeurs voor scholing.

De minister kan voor bepaalde gevallen de regeling buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2019.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 2009–2011.