U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 10-07-2004.

ZBO-regeling · BWBR0027695

Kadasterregeling 1994

Wijzigingen Officiële bron

In deze regeling wordt verstaan onder:

Als kaarten die op grond van artikel 7, eerste lid, onder c, van de wet door de bewaarder worden bewaard, worden aangewezen de kadastrale kaart.

De in de artikelen 2, 7, 8 en 10 bedoelde aantekeningen geschieden met zwarte inkt in de daarvoor bestemde plaatsen op de formulieren Hypotheken 3, 4 en 4D.

Bij de aanbieding ter inschrijving van alle andere dan de in artikel 11a bedoelde stukken wordt een afschrift van het desbetreffende stuk gesteld op het door de Dienst verstrekte formulier Hypotheken 4, zo nodig vervolgd op één of meer vervolgbladen op A4-formaat.

Indien een ter inschrijving aangeboden stuk feiten bevat, zowel bedoeld in artikel 11a als in artikel 11b, zijn beide genoemde artikelen van toepassing, met dien verstande dat uitsluitend artikel 11b van toepassing is, indien het betreft:

De artikelen 11a en 11b zijn van toepassing op elk van de in artikel 11b, eerste lid, onder a tot en met c, van de wet bedoelde openbare registers afzonderlijk.

De losse tekeningen, bedoeld in artikel 7, vierde lid, worden van een doorlopend volgnummer voorzien en bewaard.

Indien op een ingeschreven stuk tevens melding moet worden gemaakt van de doorhaling van de voorlopige aantekening als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de wet, wordt aan de in artikel 13 van de wet bedoelde aantekening het volgende toegevoegd:

‘De voorlopige aantekening onder nr. ... is doorgehaald. (Tijdstip van hernieuwde aanbieden: ...)’, onder invulling van de desbetreffende gegevens.

Indien de bewaarder vermoedt dat een inschrijving, bedoeld in de artikelen 38 en 39 van de wet, niet meer van belang is, benadert hij de in artikel 40, onder a, van de wet bedoelde personen, met de vraag of de desbetreffende inschrijving nog van belang is, en met de uitnodiging om, zo dit niet het geval is, de waardeloosheid daarvan te doen inschrijven. Desgewenst kan door de bewaarder het in te schrijven stuk zodanig worden gereedgemaakt dat betrokkene de stukken slechts heeft te ondertekenen en ter inschrijving aan te bieden.

De handhaving van de vermelding van een publiekrechtelijke eigendoms- of gebruiksbeperking dan wel een schuldplichtigheid met zakelijke werking, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit, geschiedt door bij de actuele gegevens de desbetreffende aanduiding over te nemen, zo mogelijk onder verwijzing naar het deel en nummer van inschrijving van het stuk op grond waarvan de desbetreffende aanduiding werd gesteld.

De artikelen 39, achtste lid, 41, 42 en 45 zijn van overeenkomstige toepassing ingeval een besluit is ontvangen als bedoeld in artikel 55 van de Wet bodembescherming, met dien verstande dat als aanduiding van de aard van het stuk bij het perceel wordt vermeld: Inzake dit perceel bestaat een besluit als bedoeld in artikel 55 van de Wet bodembescherming.

Indien een inschrijving in de openbare registers een overdracht betreft onder een ontbindende voorwaarde, wordt bij het perceel van de verkrijger aangetekend: ‘Verkregen onder ontbindende voorwaarde’.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In verband met artikel 100 van de wet wordt bij de percelen een ‘d’ of ‘n’ vermeld, naar gelang al dan niet een doorhaling van een inschrijving ter zake van hypotheken en beslagen heeft plaatsgevonden. Is het perceel ontstaan in verband met een toedeling ingevolge de Landinrichtingswet, de Reconstructiewet Midden-Delfland dan wel de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, of in verband met een ingeschreven akte van verdeling als bedoeld in artikel 17, juncto artikel 119, vierde lid, van de Landinrichtingswet waarin artikel 208, derde en vierde lid, van die wet toepasselijk is verklaard en dit beding door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is goedgekeurd, dan wordt bij de nieuwe kadastrale aanduiding van het perceel een ‘n’ vermeld.

Zodra het afschrift van een lijst van rechthebbenden, bedoeld in artikel 188 van de Landinrichtingswet, artikel 68 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, dan wel in artikel 53 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Dentse Veenkoloniën is ontvangen, worden in de kadastrale registratie aantekeningen geplaatst, waaruit de afwijkingen blijken die bestaan tussen de lijst van rechthebbenden en de in de kadastrale registratie vermelde rechthebbenden. Desgewenst worden omtrent die lijst zo volledig mogelijke inlichtingen aan derden verstrekt.

Vervallen

Kunstwerken als sluizen, bruggen, kribben en dergelijke worden in het algemeen niet als afzonderlijke percelen beschouwd.

Zonodig vindt bij bestemmingsplannen de perceelsvorming zodanig plaats dat het middel van de wegen als perceelsgrens fungeert.

Is bij de opmeting van nieuwe gebouwen gebleken of blijkt bij de kartering van deze, dat scheidsmuren niet zijn geplaatst volgens de vóór de bouw aanwezige afpaling die indertijd als kadastrale grens werd opgemeten, dan is die afwijking, behoudens het geval, bedoeld in artikel 72, derde lid, geen reden tot redressering van de kadastrale grenzen. In dat geval wordt zonodig tot afzonderlijke perceelsvorming overgegaan.

Bij de in artikel 74, tweede lid, bedoelde nauwkeurige grootteberekening wordt, indien de meting ambtshalve is verricht, geen hogere nauwkeurigheid nagestreefd dan verantwoord is in verband met de waarde van de onroerende zaak.

Vervallen

De in artikel 18, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 bedoelde brief heeft de vorm van het model dat als bijlage 9 bij deze regeling is gevoegd.

De bijhouding van de coördinaten van de percelen in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting geschiedt door opneming van de coördinaten in de metingstaat, bedoeld in artikel 44, op grond waarvan in de kadastrale registratie de desbetreffende coördinaten worden vervangen door de in de metingstaat vermelde. De coördinaten worden vermeld in het percelenbestand, bedoeld in artikel 9 van het besluit.

Bijhouding van de in artikel 90 bedoelde gegevens vindt plaats op grond van schriftelijke inlichtingen die van de rechthebbende zijn verkregen. Na ontvangst van bedoelde inlichtingen wordt de kadastrale registratie daarmee in overeenstemming gebracht onder verwijzing bij de desbetreffende gegevens naar de datum en het volgnummer van het betrokken stuk.

De in artikel 19, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 bedoelde brief heeft de vorm van het model dat als bijlage 10 bij deze regeling is gevoegd.

De in artikel 21, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 bedoelde brief heeft de vorm van het model dat als bijlage 11 bij deze regeling is gevoegd.

Met het oog op de in artikel 100 gestelde eisen worden bij de meting behalve rechtsgrenzen zonodig ook afpalingstekens en scheidsmuren gemeten en op de relazen van bevindingen vermeld.

Bij de meting van rechtsgrenzen, van cultuurscheidingen die geen rechtsgrens zijn maar bij de toepassing van de meting perceelgrens zullen worden, en van de ligging van hoofdgebouwen zorgt mede met de meting belaste ambtenaar voor een behoorlijke controle. Deze moet blijken uit de constructie van de meting. Als controlemogelijkheden komen ook in aanmerking:

Ingeval bij een meting op het terrein verandering wordt geconstateerd in een vroeger in kaart gebrachte cultuurgrens die wel perceelgrens doch geen rechtsgrens is, gaat de met de meting belaste ambtenaar na of deze cultuurgrens noodzakelijk als perceelgrens moet blijven bestaan. is dit niet het geval, dan laat hij de cultuurgrens geheel of gedeeltelijk op de kaart vervallen.

Andere dan de in artikel 56d, derde lid, van de wet bedoelde metingen kunnen door anderen dan ambtenaren van de Dienst worden verricht, mits deze metingen afhankelijk zijn van de goedkeuring door de Dienst.

Het relaas van bevindingen heeft de vorm van het model dat als bijlage 19 bij deze regeling is gevoegd.

De brief, bedoeld in de artikelen 68, tweede lid, en 70, derde lid, van de wet, heeft de vorm van het model dat als bijlage 22 bij deze regeling is gevoegd.

Artikel 111 is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing op de in artikel 76, zesde lid, van de wet bedoelde beslissing van de ambtenaar op bezwaarschriften tegen voorstellen van vernieuwing alsmede op de brief waarbij die beslissing aan belanghebbenden wordt bekendgemaakt.

De vorm van de in artikel 99, eerste lid, van de wet bedoelde getuigschriften wordt vastgesteld overeenkomstig:

Op afschriften als bedoeld in artikel 99 van de wet, die zijn gevoegd bij de in artikel 126 bedoelde getuigschriften, is artikel 119 van toepassing.

Indien op een getuigschrift als bedoeld in artikel 126 percelen voorkomen ten aanzien waarvan sprake is van voorlopige aantekeningen die nog niet zijn doorgehaald, worden afschriften van de desbetreffende stukken toegevoegd. Artikel 119 is van toepassing op deze afschriften.

De raadpleging van de openbare registers geschiedt door het verlenen van inzage aan het kantoor van de Dienst en digitale raadpleging.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Afschriften van de kadastrale kaart worden verstrekt in de vorm van een digitaal bestand en een plot.

De raadpleging van de kadastrale registratie en de kadastrale kaart geschiedt door het verlenen van inzage aan het kantoor van de Dienst en digitale raadpleging.

De raadpleging van de bescheiden die ten grondslag liggen aan door de Dienst gehouden kaarten, geschiedt door het verlenen van inzage aan het kantoor van de Dienst, en het verstrekken van inlichtingen, zowel mondeling als door middel van telefoon, telefax en soortgelijke apparatuur.

Het verstrekken van inlichtingen, bedoeld in artikel 102, vierde lid, van de wet geschiedt door het in elektronische vorm verstrekken van een afschrift van de in artikel 35 bedoelde overzichtskaarten, alsmede door het in schriftelijke dan wel elektronische vorm verstrekken van een afschrift van de in artikel 35 bedoelde coördinaatlijsten.

Met de verstrekking van de in artikel 103, tweede lid, van de wet bedoelde inlichtingen zijn belast:

Ten aanzien van de wijze waarop wijzigingen, bedoeld in artikel 111, eerste lid, van de wet, in de kadastrale registratie en op de kadastrale kaarten worden weergegeven, zijn de artikelen 38, 44, 54, 55 en 74 tot en met 80 van overeenkomstige toepassing.

De kennelijke misslagen, begaan bij de bijwerking van de kadastrale registratie, bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de wet, worden op de dag dat zulks blijkt, onverwijld hersteld. Bij de herstelde gegevens wordt een aantekening gesteld, inhoudende een korte vermelding van de inhoud van de misslag en het tijdstip der herstelling.

Ligt ter inzage op de afdeling Bewaring, Juridische Zaken en Vastgoedinformatie van alle kantoren van het Kadaster, met uitzondering van het kantoor te Apeldoorn.

Ligt ter inzage op de afdeling Bewaring, Juridische Zaken en Vastgoedinformatie van alle kantoren van het Kadaster, met uitzondering van het kantoor te Apeldoorn.

Ligt ter inzage op de afdeling Bewaring, Juridische Zaken en Vastgoedinformatie van alle kantoren van het Kadaster, met uitzondering van het kantoor te Apeldoorn.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Vervallen

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Ligt ter inzage op elk van de kantoren van de directies van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers in de regio’s.

Vervallen

Kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te ......

Aan .......

Datum:

Beslissing op het verzoek

Naar aanleiding van uw verzoek van ...... om een onderzoek in te stellen naar het zich voorgedaan hebben van een feit als bedoeld in artikel 29(35) van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, deel ik u mede dat ik uw verzoek heb afgewezen. Een afschrift van deze beslissing treft u hierbij aan.

Indien u het met deze beslissing niet eens bent, kunt u op grond van artikel 56b, eerste lid, van de Kadasterwet bij mij een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag van verzending van deze brief.

De directeur.

Kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te .......

Aan: ......

Datum:

Mededeling inzake niet-bijhouding van de kadastrale registratie en de kadastrale kaarten

Onder verwijzing naar het op ....... gehouden onderzoek ter plaatse naar het zich voorgedaan hebben van een feit als bedoeld in artikel 29(35) van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, deel ik u mede dat het onderzoek geen aanleiding heeft gegeven tot bijhouding.

Indien u het met deze beslissing niet eens bent, kunt u op grond van artikel 56b, eerste lid, van de Kadasterwet bij mij een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag van verzending van deze brief.

De directeur.

Kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te .......

Aan: ......

Datum:

Afwijzing verzoek

Naar aanleiding van uw verzoek van ....... tot splitsing/samenvoeging van het perceel/de percelen kadastraal bekend gemeente ...... sectie ...... nr(s) ....... deel ik u mede dat ik uw verzoek heb afgewezen. Een afschrift van deze beslissing treft u hierbij aan.

Indien u het met deze beslissing niet eens bent, kunt u op grond van artikel 56b, eerste lid, van de Kadasterwet bij mij een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag van verzending van deze brief.

De directeur.

Kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te .......

Aan: ......

Datum:

Bekendmaking van voorstellen van vernieuwing

Hierbij deel ik u mede dat het door het Kadster uitgevoerde onderzoek van vernieuwing heeft geleid tot vernieuwing van de kadastrale registratie en kaarten

Bijgaand doe ik u toekomen het voorstel/de voorstellen van vernieuwing betreffende het perceel/de percelen waarbij u belanghebbende bent. Dit voorstel/Deze voorstellen ligt/liggen voorts ook voor een ieder ter inzage op mijn kantoor (kamer ...), en wel tot en met ...

In het voorstel/de voorstellen zijn onder meer vermeld de gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden, de grootte en de kadstrale aanduiding betreffende het perceel/de percelen.

Indien u het met de inhoude van het voorstel/de voorstellen van vernieuwing niet eens bent, kunt u op grond van artikel 56b, eerste lid, van de Kadasterwet bij mij een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag van de verzending van deze brief.

De directeur.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.