U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2015.

Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028067

Wet bescherming persoonsgegevens BES

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 17 mei 2010, houdende regels inzake de bescherming van persoonsgegevens van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet bescherming persoonsgegevens BES)Wet bescherming persoonsgegevens BES Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is dat met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitvoering wordt gegeven aan artikel 10, tweede en derde lid, van de Grondwet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage17 mei 2010BeatrixDe Minister van Justitie,MinistervanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. M. H.Hirsch BallinDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,A. Th. B.Bijleveld-Schoutende eerste september 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

Persoonsgegevens worden in overeenstemming met de wet en op behoorlijke en zorgvuldige wijze verwerkt.

Persoonsgegevens worden voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden verzameld.

Persoonsgegevens mogen slechts worden verwerkt indien:

De verantwoordelijke legt passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau, gelet op de risico’s die de verwerking en de aard van te beschermen gegevens met zich meebrengen. De maatregelen zijn er mede op gericht onnodige verzameling en verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen.

De verantwoordelijke draagt zorg voor de naleving van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 6 tot en met 12 en 14, tweede en vijfde lid van dit hoofdstuk.

De verwerking van persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, alsmede persoonsgegevens betreffende het lidmaatschap van een vakvereniging is verboden behoudens het bepaalde in deze paragraaf. Hetzelfde geldt voor strafrechtelijke persoonsgegevens en persoonsgegevens over onrechtmatig of hinderlijk gedrag in verband met een opgelegd verbod naar aanleiding van dat gedrag.

Het verbod om persoonsgegevens betreffende iemands ras te verwerken, bedoeld in artikel 16, is niet van toepassing indien de verwerking geschiedt:

De verantwoordelijke kan de artikelen 9, eerste lid, 25, 26 en 27 buiten toepassing laten voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:

Een beslissing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 27, 28 en 30, tweede lid, alsmede een beslissing naar aanleiding van de aantekening van verzet als bedoeld in de artikelen 32 of 33 gelden, voor zover deze zijn genomen door een bestuursorgaan, als een beschikking als bedoeld in artikel 3 van de Wet administratieve rechtspraak BES.

Aan de leden van de commissie wordt bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, ontslag verleend:

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de vergoeding alsmede de overige rechten en plichten die betrekking hebben op de rechtspositie van de leden van de commissie.

De commissie beschikt te harer ondersteuning over een secretariaat, waarvan de ambtenaren door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister, gehoord de voorzitter, worden benoemd, geschorst of ontslagen.

Onze Minister kan de commissie om advies vragen over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur die geheel of voor een belangrijk deel betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens in de openbare lichamen.

De commissie stelt jaarlijks vóór 1 september een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en de doeltreffendheid van haar werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan Onze Minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.

De commissie verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitvoering van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van zijn taak nodig is.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde, voor zover daarin niet bij wet is voorzien.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet bescherming persoonsgegevens BES.