Wijzigingen Officiële bron
Besluit telecommunicatie scheepvaart BESBesluit telecommunicatie scheepvaart BES

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Ter zake van telecommunicatievoorzieningen ten behoeve van de scheepvaart gelden, onverminderd de regels gesteld bij en krachtens artikel 101 van het Schepenbesluit 2004, bij en krachtens het Vissersvaartuigenbesluit 2002 voor zover betrekking hebbende op maritieme radiocommunicatie alsmede, tenzij anders bepaald, gesteld bij en krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES, de navolgende bepalingen.

De machtiginghouder onderscheidenlijk de gezagvoerder van een schip is verplicht het geheim te bewaren van alle berichten welke door middel van de inrichting te zijner kennis komen, voor zover niet voor hem of een der opvarenden bestemd.

De machtiginghouder mag de marifoon tijdelijk aanwezig hebben op een andere plaats dan in de beschikking staat aangegeven, mits de machtiginghouder passende maatregelen treft ter voorkoming van het gebruik van de marifoon.

Een portofoon mag alleen worden gebruikt voor uitwisseling van nautische informatie met en tussen schepen.

De bediening van een portofoon mag ook geschieden door de houder van een beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie of een certificaat VHF marifonie.

Alle uitzendingen van een scheepsstation worden onmiddellijk gestaakt zodra een kuststation of een kustwachtpost dit verzoekt.

De machtiginghouder mag uitsluitend gebruik maken van de kanalen, de frequenties, het zendvermogen en klasse van uitzending zoals staat aangegeven op het bewijs van goedkeuring.

Het is, behoudens in door Onze Minister te bepalen gevallen, verboden een scheepsstation te gebruiken buiten de toegestane frequenties die zijn aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage 2, alsmede indien het scheepsstation storing veroorzaakt.

De machtiginghouder is uitsluitend bevoegd het scheepssatellietstation te gebruiken voor nood-, spoed- en veiligheidsverkeer en algemeen communicatieverkeer door middel van een satellietsysteem.

Behoudens voor zover het scheepssatellietstation wordt gebruikt voor nood-, spoed- en veiligheidsverkeer, mag de bediening ervan ook geschieden door degenen die niet in het bezit zijn van een algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie.

Ter verkrijging van een algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie of een certificaat VHF marifonie, voor de bediening van zendinrichtingen ten behoeve van de scheepvaart, kan Onze Minister categorieën van examens vaststellen naargelang de aard van de bevoegdheden die aan het desbetreffende certificaat van bediening zullen zijn verbonden. Examens voor de eerste en tweede klasse radio elektronische certificaten als bedoeld in onderscheidenlijk de artikelen 3890 B en 3890 C van het radioreglement worden niet in een openbaar lichaam afgenomen.

Het is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 35, vierde lid, van de wet om een verbod als omschreven in de artikelen 4, 15, derde lid, 21, 22, derde en vierde lid, 26, tweede lid, en 28, eerste lid, te overtreden.

De geldigheidsduur van een machtiging die is verleend krachtens artikel 15, eerste lid, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES en die bestemd is voor maritieme communicatie bedraagt vijf jaar gerekend van af het tijdstip van vergunning verlening.

Een erkenning die is verleend krachtens artikel 6, eerste lid, van het Landsbesluit telecommunicatie scheepvaart wordt gelijkgesteld met een erkenning verleend krachtens artikel 6, eerste lid.

Een ontheffing die is verleend krachtens artikel 31, derde lid, van het Landsbesluit telecommunicatie scheepvaart wordt gelijkgesteld met een ontheffing verleend krachtens artikel 31, derde lid.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit telecommunicatie scheepvaart BES.

Aanroepprocedure radio maritiem verkeer/openbaar verkeer(*1):

Aanroepprocedure nautisch verkeer/openbaar verkeer(*1):

Bovenstaande aanroep mag tweemaal gezonden worden met een tussenruimte van minimaal een minuut. De aanroep mag daarna niet binnen drie minuten worden herhaald.

Algemeen:

Noodseinen:

In het radio maritiem verkeer wordt van de volgende noodsein gebruik gemaakt:

INMARSAT terminal:

Dit geeft aan dat een schip, luchtvaartuig of ander middel van vervoer in ernstig en dreigend gevaar verkeert en onmiddellijk hulp nodig heeft.

De radiotelefonie noodprocedure bestaat uit:

De radiotelegrafie noodprocedure bestaat uit:

Alarmsein:

Het alarmsein bestaat uit twee, elkaar voortdurend afwisselende audio frequente tonen van 1300 en 2200 Hz. Het alarmsein wordt minimaal 30 seconden tot maximaal 1 miniuut uitgezonden.

Noodoproep (radiotelefonie):

Noodoproep (radiotelegrafie):

Noodbericht (radiotelefonie):

Noodbericht (radiotelegrafie):

Bevestiging van ontvangst (reçu)

Reçu (radiotelefonie):

Reçu (radiotelegrafie):

Aanvullend reçu:

Ieder station in de nabijheid van het in nood verkerend station mag – indien nodig – een ander station het zwijgen opleggen:

Radiotelefonie:

Radiotelegrafie:

Door het in nood verkerende station of door het station dat de leiding van het noodverkeer heeft zal voor dit doel gebruikt worden:

Radiotelefonie:

Radiotelegrafie:

Elk station dat kennis heeft van noodverkeer en zelf het station in nood niet kan assisteren zal het noodverkeer volgen totdat hulpverlening gegarandeerd is.

Totdat het bericht ontvangen is dat normaal werken kan worden hervat, is het alle stations die kennis hebben van het noodverkeer en hieraan niet deelnemen verboden te zenden op de frequenties waarop het noodverkeer plaatsvindt.

Wanneer het noodverkeer op een frequentie geëindigd is zal het schip dat de leiding van dit noodverkeer heeft gehad, op deze frequentie de volgende, aan allen gerichte mededeling uitzenden, aangevende dat de normale werkzaamheden mogen worden hervat:

Radiotelefonie:

Radiotelegrafie:

Wanneer het noodverkeer op een frequentie nog gaande is doch het niet langer noodzakelijk wordt geacht een absoluut stilzwijgen te handhaven zal het schip dat de leiding van het noodverkeer heeft, op deze frequentie de volgende aan allen gerichte mededeling uitzenden, aangevende dat op deze frequentie beperkt verkeer kan worden hervat:

Radiotelefonie:

Radiotelegrafie:

Een scheepsstation of een kuststation dat bemerkt dat een station in nood verkeert, zal in een van de volgende gevallen een noodbericht heruitzenden:

De heruitzending van het noodbericht wordt altijd voorafgegaan door de volgende oproep:

Radiotelefonie:

Radiotelegrafie:

Algemeen:

Spoedseinen:

radiotelegrafie:

radiotelex:

DSC/INMARSAT SATCOM:

Dit geeft aan dat het station een zeer dringend bericht zal overbrengen betreffende de veiligheid van een schip, een luchtvaartuig of ander middel van vervoer of de veiligheid van een persoon.

Het spoedsein mag voorafgegaan worden door het alarmsein uitsluitend in geval van «Man over boord» indien de hulp van andere schepen is gewenst en deze hulp niet voldoende kan worden verkregen met gebruik van het spoedsein alleen.

Het spoedsein en spoedbericht dienen te worden uitgezonden op een of meerdere internationale noodfrequenties.

Het spoedbericht dient echter op een werkfrequentie uitgezonden te worden in geval van:

Een aanduiding dienaangaande dient aan het einde van de oproep te worden vermeld.

Algemeen:

Het veiligheidssein is:

radiotelefonie:

radiotelegrafie:

radiotelex:

DSC/INMARSAT SATCOM:

Het veiligheidssein geeft aan dat het station een bericht zal overbrengen waarvan de inhoud een belangrijke waarschuwing bevat ter zake van de meteorologische omstandigheden en/of navigatie.

Het veiligheidssein en de oproep dienen uitgezonden te worden op een of meerdere internationale noodfrequenties.

Het veiligheidsbericht dient echter uitgezonden te worden:

In de oproep wordt de desbetreffende frequentie vermeld.

Onder bovengenoemde bestemmingen wordt verstaan:

De EED of GELOFTE:

Ik,......................., geboren de.............. te.............. zweer/beloof, dat ik de berichten, welke mij bij de uitvoering van de mij opgedragen werkzaamheden terzake van de maritieme telecommunicatie ter kennis komen, aan niemand, wie het ook zijn moge, zal openbaren, dan aan de bevoegde autoriteit aan wie ik volgens wettelijke regelingen verplicht ben zulks te doen. En dat ik alle overtredingen van wettelijke regelingen op het grondgebied van een openbaar lichaam geldig en van de wettelijke internationale voorschriften met betrekking tot de verreberichtgeving, alsmede van de voorwaarden, waaronder de machtiging aan de eigenaar van het vaartuig is verleend die mij ter kennis komen naar waarheid aan de bevoegde autoriteiten zal rapporteren.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig / Dat beloof ik.

Deze eed is door mij...................in mijn functie van........... afgenomen heden, de..............

...........................................................

Voor het Bureau Telecommunicatie,

...................................

De certificaathouder,