Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028596

Wet beginselen gevangeniswezen BES

Wijzigingen Officiële bron
Wet beginselen gevangeniswezen BESWet beginselen gevangeniswezen BES

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:

De gestichten of afdelingen van de gestichten worden onderscheiden in gevangenissen, huizen van bewaring en door Onze Minister aangewezen instellingen.

De door Onze Minister aangewezen instellingen zijn bestemd tot opneming van:

Onze Minister wijst een of meer gevangenissen aan, waarvan afdelingen in het bijzonder bestemd zijn voor de opneming van mannelijke tot gevangenisstraf veroordeelden, die de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet hebben bereikt.

Onze Minister wijst een of meer gevangenissen aan, waarvan afdelingen in het bijzonder bestemd worden voor de opneming van mannelijke tot gevangenisstraf veroordeelden, niet in aanmerking komende voor plaatsing in een van de in artikel 7 genoemde afdelingen, wier werkelijke straftijd niet meer dan acht maanden bedraagt.

Onze Minister wijst een of meer gevangenissen aan, waarvan afdelingen in het bijzonder bestemd worden voor de opneming van mannelijke tot gevangenisstraf veroordeelden, niet in aanmerking komende voor plaatsing in een* van de in artikel 7 bedoelde afdelingen, wier werkelijke straftijd meer dan acht maanden bedraagt.

Onze Minister wijst een of meer gevangenissen aan, waarvan afdelingen in het bijzonder bestemd worden voor de opneming van mannelijke tot gevangenisstraf veroordeelden, die meer dan de helft van een opgelegde onvoorwaardelijke straf van tenminste drie jaren hebben doorgebracht in een andere afdeling van een gevangenis of huis van bewaring.

Onze Minister wijst een of meer gevangenissen aan, waarvan afdelingen in het bijzonder bestemd worden voor de opneming van gedetineerden uit alle kategorieën, die tijdelijk een regime met intensieve persoonlijke begeleiding behoeven.

Omtrent de wijze, waarop de tot gevangenisstraf veroordeelden over de verschillende gevangenissen worden verdeeld, worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regelen gegeven.

Het opperbeheer van de gestichten berust bij Onze Minister, die voor elk gesticht of elke afdeling daarvan een huishoudelijk reglement vaststelt.

Het beheer van ieder gesticht berust bij de direkteur of een hoofd op wie het in deze wet omtrent de direkteur bepaalde van toepassing is.

Het personeel van de gestichten wordt door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen.

Met handhaving van het karakter van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt de tenuitvoerlegging hiervan mede dienstbaar gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer van de gedetineerden in de maatschappij.

Onverminderd het bepaalde in artikel 19, tweede lid, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot het toestaan van individuele voorrechten.

De tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een gesticht vindt plaats in algehele of in beperkte gemeenschap, dan wel in afzondering.

De arbeid zal zich bij voorkeur uitstrekken tot het verrichten van de huisdienst en tot het vervaardigen van voorwerpen voor de overheidsdienst en objecten van algemeen nut.

De wijze waarop de uitgaanskas aan de gedetineerden na hun invrijheidstelling wordt uitgekeerd, wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld.

De arbeidstijd wordt bij huishoudelijk regelement van de gestichten of afdelingen vastgesteld, zoveel mogelijk overeenkomstig die welke gebruikelijk is in het vrije bedrijf.

De arbeid zal zoveel mogelijk mede dienstbaar worden gemaakt aan het onderhouden, vergroten of verwerven van vakbekwaamheid.

Het behoort tot de taak van de direkteur te bevorderen, dat de gedetineerden de te hunnen behoeve gehouden godsdienstoefeningen en bezinningssamenkomsten kunnen bijwonen.

Het behoort tot de taak van de direkteur de gedetineerden te helpen bij het zoeken naar een oplossing van de maatschappelijke moeilijkheden, die met het feit van hun detentie of met de omstandigheden, die tot het plegen van het strafbare feit hebben geleid, in verband staan.

De gedetineerden worden in de gelegenheid gesteld gebruik te maken van de in het gesticht aanwezige mogelijkheden tot onderwijs, vorming en rekreatie.

Aan gedetineerden, voor wie zulks wenselijk wordt geacht, wordt zoveel mogelijk aanvullend schoolonderricht gegeven.

Indien de officier van justitie of de rechter-commissaris maatregelen heeft bevolen in het belang van strafrechtelijk onderzoek ten aanzien van een onveroordeelde voert de directeur die maatregelen onverwijld uit.

De bevoegdheden, ingevolge dit hoofdstuk toegekend aan de directeur, kunnen bij zijn afwezigheid, belet of ontstentenis tevens worden uitgeoefend door zijn plaatsvervanger.

In bijzondere gevallen kan Onze Minister bepalen, dat de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf gedurende een tijdvak van ten hoogste drie maanden wordt onderbroken.

Op de beslissingen met betrekking tot medische verzorging, veiligheid, orde of goede gang van zaken die voor het tijdstip van transitie, bedoeld in artikel 1, onder a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn genomen door de daartoe bevoegde personen van een gesticht is deze wet van toepassing.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet beginselen gevangeniswezen BES.