Regeling · BWBR0028620

Regeling amateurradiozendexamens BES

Wijzigingen Officiële bron
Regeling amateurradiozendexamens BESRegeling amateurradiozendexamens BES

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het examen Radiotechniek en Voorschriften wordt schriftelijk afgenomen. Het examen heeft een tijdsduur van ten minste één uur en ten hoogste twee uur per onderdeel.

Een kandidaat, welke heeft deelgenomen aan een examen als bedoeld in artikel 7 heeft het examen met goed gevolg afgelegd indien hij naar het oordeel van 2 examinatoren heeft aangetoond dat hij:

Indien de kandidaat is geslaagd voor een buitenlands amateurexamen of voor een ander examen in het opnemen en seinen van morsetekens, welke zijn afgenomen door een bevoegde autoriteit en naar het oordeel van de commissie gelijkwaardig zijn aan een der examens bedoeld in artikel 2, eerste lid, kan de voorzitter hem geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van één of meer onderdelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid.

De commissie kan nadere regels vaststellen voor de gang van zaken met betrekking tot het examen, welke niet in strijd mogen zijn met deze beschikking.

In de gevallen waarin deze regeling en de ingevolge artikel 13 vastgestelde regels niet voorzien, beslist de voorzitter.

Deze regeling berust op de artikelen 5 en 6 van het Besluit radioamateurs BES.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling amateurradiozendexamens BES.

Het onderzoek voor dit onderdeel bestaat uit 2 proeven van elk 5 minuten. De in de Nederlandse of Engelse taal opgestelde examentest bestaat uit 300 morsetekens voor de amateurradio machtiging A en uit 200 morsetekens voor de amateurradio machtiging B. Elke letter wordt daarbij als één teken, elk cijfer als twee tekens geteld.

Een kandidaat heeft voldoende voor een opneemproef verkregen indien binnen de vastgestelde tijd de examentekst wordt opgeschreven in voldoende leesbaar handschrift. Hierbij mogen maximaal 8 fouten worden gemaakt in de examentekst voor de amateurradio machtiging A en een maximaal aantal 5 fouten in de examentest voor de amateurradio machtiging B.

Niet of onjuist opgenomen tekens binnen een groep van 5 opeenvolgende tekens worden voor één fout gerekend.

De groep van 5 tekens wordt bepaald te beginnen met het niet of onjuist opgenomen morse-teken.

De kandidaat heeft voldoende voor het onderdeel opnemen verkregen indien een van de beide opneemproeven met een voldoende is gewaardeerd.

Het onderzoek voor dit onderdeel bestaat uit 2 proeven van elk 5 minuten. De in de Nederlandse of Engelse taal opgestelde examentest bestaat uit 300 tekens voor de amateurradio machtiging A en 200 tekens voor de amateurradio machtiging B.

Elk letter wordt daarbij als één teken, elk cijfer als twee tekens geteld.

Een kandidaat heeft voldoende voor een seinproef verkregen indien binnen de vastgestelde tijd de examentest wordt geseind in voldoende leesbaar en regelmatig seinschrift. Hierbij mogen maximaal 8 fouten worden gemaakt in de examentest voor de amateurradio machtiging A en maximaal 5 fouten in de examentest voor de amateurradio machtiging B.

Fouten in het seinschrift worden als verbeterd beschouwd als na een geseind vergissingsteken opnieuw is begonnen met het laatste goed geseinde woord. Onjuist geseinde tekens binnen een groep van 5 opeenvolgende tekens worden voor één fout gerekend. De groep van 5 tekens wordt bepaald te beginnen met het onjuist geseinde morseteken.

Niet binnen de gestelde tijd geseinde tekens worden elk als één fout geteld.

De kandidaat heeft voldoende voor het onderdeel seinen verkregen indien één van de seinproeven met een voldoende is gewaardeerd.

I. Kennis van de wetgeving van het openbaar lichaam betreffende radioamateurs, alsmede kennis van de internationale voorschriften op telecommunicatiegebied, voorzover deze betrekking hebben op radioamateurs.

Nationale en internationale gebruikregels en procedures

A.1 Spellingsalfabet

(V = vraag; A = antwoord)

QRK V: Wat is de neembaarheid van mijn signalen?

A: De neembaarheid van uw signaal is ...

QRM V: Wordt u gestoord?

A: Ik word gestoord.

QRN V: Heeft u last van luchtstoring?

A: Ik heb last van luchtstoring.

QRO V: Zal ik het zendvermogen verhogen?

A: Verhoog zendvermogen.

QRP V: Zal ik mijn zendvermogen verminderen?

A: Verminder zendvermogen.

QRS V: Zal ik de seinsnelheid verlagen?

A: Verlaag seinsnelheid.

QRT V: Zal ik ophouden?

A: Houd op.

QRV V: Bent u beschikbaar?

A: Ik ben beschikbaar.

QRX V: Op welk tijdstip zult u mij weer oproepen?

A: Ik zal om ..... uur weer roepen.

QRZ V: Door wie ben ik geroepen?

A: U wordt geroepen door.....

QSB V: Verandert de sterkte van mijn signaal?

A: De sterkte van uw signaal verandert.

QSL V: Wilt u mij de ontvangst bevestigen?

A: ik bevestig u de ontvangst.

QSO V: Kunt u rechtstreeks met ..... werken?

A: Ik kan rechtstreeks met ..... werken.

QSY V: Zal ik op een andere frequentie gaan zenden?

A: Ga op een andere frequentie zenden.

QTH V: Wat is uw positie?

A: Mijn positie is .....

A.3 Gebruikelijke afkortingen

AR Einde uitzending of bericht.

BK Teken om een lopende uitzending te onderbreken

CQ Algemene oproep aan alle stations

CW Onderbroken draaggolf

DE Van, gebruikt om de roepletters van het opgeroepen en het oproepende station te scheiden

K Uitnodiging om te zenden

MSG Bericht

PSE Alstublieft

RST Leesbaarheid, signaalsterkte, toonkwaliteit

R Ontvangen

RX Ontvanger

TX Zender

UR Uw

VA Einde verbinding, sluiten station

Internationale noodsignalen, noodverkeer en communicatie bij rampen

A.4 Noodsignalen

-In de radiotelegrafie ...---... en in de radiotelefonie ‘MAYDAY’.

B.1 Stroomgeleiding

B.2 Bronnen

B.3 Elektrisch veld

B.4 Magnetisch veld.

B.5 Elektromagnetisch veld.

B.6 Sinusvormige signalen

B.7 Niet-sinusvormige signalen

B.8 Gemoduleerde signalen

B.9 Vermogen en energie

C.1 Weerstand.

C.2 Condensator

C.3 Spoel

C.4 Toepassing en gebruik van transformatoren

C.5 Diode

C.6 Transistor

De transistor in:

C.7 Digitale techniek:

C.8 Diversen

D.1 Combinatie van componenten

D.2 Filter

D.3 Voeding

D.4 Versterker

D.5 Detector

D.6 Oscillator

D.7 Phase locked Loop (PLL)

E.1 Uitvoering

E.2 Blokschema's

E.3 Werking en functies van de volgende schakelingen (alleen als onderdeel van een blok-schema)

E.4 Ontvangerspecificaties (eenvoudige omschrijving)

F.1 Uitvoering

F.2 Blokschema's

F.3 Werking en functies van de volgende schakelingen (alleen als onderdeel van het blok-schema)

F.4 Zenderspecificaties (eenvoudige omschrijving).

G.1 Antenne typen

G.2 Antenne eigenschappen

G.3 Transmissielijnen

I.1 Meten

Het meten van:

I.2 Meetinstrumenten

Het meten met:

J.1 Storing in elektronische apparatuur

J.2 Oorzaak van de storing in de elektronische apparatuur

J.3 Maatregelen tegen storing

Voorzieningen ter voorkoming van en opheffing van storingen:

K.1 Het menselijk lichaam.

K.2 Netvoeding.

K.3 Hoge spanningen.

K.4 Bliksemontlading

Kennis van de wetgeving van het openbaar lichaam betreffende radioamateurs, alsmede kennis van de internationale voorschriften op telecommunicatie-gebied, voorzover deze betrekking hebben op radioamateurs.

Nationale en internationale gebruiksregels en procedures

A.1 Spellingsalfabet

(V = vraag; A = antwoord)

QRK V: Wat is de neembaarheid van mijn signalen?

A: De neembaarheid van uw signaal is ...

QRM V: Wordt u gestoord?

A: Ik word gestoord.

QRN V: Heeft u last van luchtstoring?

A: Ik heb last van luchtstoring.

QRO V: Zal ik het zendvermogen verhogen?

A: Verhoog zendvermogen.

QRP V: Zal ik mijn zendvermogen verminderen?

A: Verminder zendvermogen.

QRS V: Zal ik de seinsnelheid verlagen?

A: Verlaag seinsnelheid.

QRT V: Zal ik ophouden?

A: Houd op.

QRV V: Bent u beschikbaar?

A: Ik ben beschikbaar.

QRX V: Op welk tijdstip zult u mij weer oproepen?

A: Ik zal om ..... uur weer roepen.

QRZ V: Door wie ben ik geroepen?

A: U wordt geroepen door.....

QSB V: Verandert de sterkte van mijn signaal?

A: De sterkte van uw signaal verandert.

QSL V: Wilt u mij de ontvangst bevestigen?

A: ik bevestig u de ontvangst.

QSO V: Kunt u rechtstreeks met ..... werken?

A: Ik kan rechtstreeks met ..... werken.

QSY V: Zal ik op een andere frequentie gaan zenden?

A: Ga op een andere frequentie zenden.

QTH V: Wat is uw positie?

A: Mijn positie is .....

A.3 Gebruikelijke afkortingen

AR 1Einde uitzending of bericht.

BK Teken om een lopende uitzending te onderbreken

CQ Algemene oproep aan alle stations

CW Onderbroken draaggolf

DE Van, gebruikt om de roepletters van het opgeroepen en het oproepende station te scheiden

K Uitnodiging om te zenden

MSG Bericht

PSE Alstublieft

RST Leesbaarheid, signaalsterkte, toonkwaliteit

R Ontvangen

RX Ontvanger

TX Zender

UR Uw

VA1 Einde verbinding, sluiten station

A.4 Noodsignalen

B.1 Stroomgeleiding

B.2 Bronnen

B.3 Radiogolven

B.4 Sinusvormige signalen

B.5 Niet-sinusvormige signalen

B.6 Gemoduleerde signalen

B.7 Vermogen en energie

C.1 Weerstand.

C.2 Condensator

C.3 Spoel

C.4 Overige Componenten

D.1 Combinatie van componenten

D.2 Filter

E.1 Uitvoering

E.2 Blokschema's

E.3 Werking en functies van de volgende schakelingen (alleen als onderdeel van een blok-schema)

F.1 Blokschema's

F.2 Werking en functies van de volgende schakelingen (alleen als onderdeel van het bloksche-ma)

F.3 Zendereigenschappen

(alleen opbouw, richteigenschappen en polarisatie)

G.2 Transmissielijnen

Frequentiespectrum

I.1 Meten

Het meten van:

I.2 Meetinstrumenten

Het meten met:

J.1 Storing in elektronische apparatuur

J.2 Oorzaak van de storing in de elektronische apparatuur

J.3 Maatregelen tegen storing

Voorzieningen ter voorkoming van en opheffing van storingen:

K.1 Het menselijk lichaam.

K.2 Netvoeding

K.3 Gevaren

K.4 Bliksemontlading

Betreffende het internationaal gebruik van radiocommunicatie in de frequentiebanden toegewezen aan de radioamateur bij natuurlijke rampen.

De Wereld Administratieve Radio Conferentie te Genève, 1979,

overwegende:

dat bij natuurlijke rampen de normale communicatie systemen dikwijls overbelast, beschadigd of geheel onderbroken zijn;

dat een snelle tot stand brengen van communicatie essentieel is voor het tot stand brengen van wereldwijde hulp acties;

dat de aan de radioamateur toegewezen frequentiebanden niet gebonden zijn door internationale planning en notificatie procedures, en daardoor uitstekend geschikt zijn voor korte termijn gebruik bij rampen;

dat de internationale rampen communicatie vergemakkelijkt wordt door het gebruik van bepaalde banden die toegewezen zijn aan de amateur dienst;

dat onder die toestanden stations behorende tot de amateur dienst door hun grote verspreiding en het door hun bewezen vaardigheid in zulke omstandigheden, bijstand kunnen verlenen voor het in stand komen van de noodzakelijke communicatie;

het bestaan van nationale en regionale amateur noodverbindingen die gebruik maken van frequenties in banden toegewezen aan de amateur dienst;

dat, in een geval van een natuurlijke ramp, de directe verbinding tussen amateur stations en andere stations vitale communicatie tot stand kan brengen en in stand houden totdat de normale verbindingen zijn hersteld;

erkennende:

dat de rechten en verantwoordelijkheden voor verbindingen gedurende rampen een taak is van de betreffende administraties;

nodigt de administraties uit: