U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2011.

Ministeriële regeling · BWBR0028775

Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 september 2010, nr. WJZ-236771 (8292), houdende nadere regels op grond van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011 (Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011)Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011 De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 5, 6, eerste en tweede lid, 10, derde lid, 12, derde lid, en 38, eerste lid, van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.M. vanBijsterveldt-Vliegenthart

In deze regeling wordt verstaan onder:

Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van beschermde monumenten of zelfstandige onderdelen, als bedoeld in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten Brim 2011, opgenomen als bijlage bij deze regeling.

In het aanvraagformulier kunnen de volgende aanvullende bescheiden worden gevraagd:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011.

HOOFDSTUK 1.1. ALGEMENE BEPALINGEN SUBSIDIABELE KOSTEN

HOOFDSTUK 1.2. UITWERKING ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1.3. SUBSIDIABELE KOSTEN

STABU-codering:

HOOFDSTUK 2. TABELLEN EN GRONDSLAGEN VOOR BEREKENINGEN

Paragraaf:

Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van beschermde monumenten of zelfstandige onderdelen, voor zover dat is bepaald in deze bijlage, met dien verstande dat:

In hoofdstuk 1.1 staan algemene bepalingen ten aanzien van subsidiabele kosten. Deze bepalingen gelden voor alle subsidiabele kosten, genoemd in deze bijlage.

Met deze bijlage 'Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten Brim 2011' (hierna: Leidraad) wordt gestreefd naar een efficiënte afhandeling van subsidieaanvragen en subsidievaststellingen. Daartoe is aangesloten bij de indeling van werkzaamheden bij de reeds bestaande ‘STABU-hoofdcodering’. STABU staat voor Standaardbestek voor de Burger- en Utiliteitsbouw. De Leidraad is gebaseerd op dezelfde codering als STABU. Voor specifieke werkzaamheden, die niet of onvoldoende in de STABU-hoofdcodering voorkomen, is een nieuwe codering toegevoegd. Dit is bijvoorbeeld gebeurd voor werktuigbouwkundige installaties, ‘klinkende’ monumenten (zoals orgels), ‘groene’ monumenten (zoals parken en tuinen) en archeologische monumenten.

In het instandhoudingsplan, met name in de werkomschrijving of het bestek en in de begroting, moeten de onderdelen zoals genoemd in deze Leidraad terug te vinden zijn.

Kosten van werkzaamheden die niet zijn opgenomen in de Leidraad komen niet voor subsidieverlening in aanmerking. In een aantal gevallen is aangegeven welke kosten niet subsidiabel zijn. Deze niet-subsidiabele kostenposten zijn telkens bedoeld ter verduidelijking en als afbakening om aan te geven waar de grens tussen subsidiabel en niet-subsidiabel ligt, maar zijn niet limitatief.

Waar in de Leidraad wordt gesproken van ‘instandhouding’, wordt gelet op artikel 34 van de Monumentenwet 1988 zowel op onderhoud als op herstel gedoeld.

De werkzaamheden moeten strekken tot instandhouding van het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel daarvan, ze moeten sober, doelmatig en technisch noodzakelijk zijn en gericht op maximaal behoud van monumentale waarden. Het is uiteindelijk ter beoordeling van de minister of aan deze uitgangspunten wordt voldaan. Sober en doelmatig houdt in dit verband in dat de werkzaamheden gericht moeten zijn op maximaal behoud van monumentale waarden, dat ze op een vakkundige wijze worden uitgevoerd en dat met de werkzaamheden verval en vervolgschade worden voorkomen. Behoud gaat hierbij vóór herstel, herstel vóór vervanging en vervanging vóór reconstructie. Het reconstrueren van monumenten is in beginsel niet subsidiabel.

Bij (materiaal)technisch noodzakelijk gebleken vervanging dienen de nieuwe onderdelen in materiaal, vorm, detaillering, uitvoering, afwerking én kwaliteit zoveel mogelijk overeen te komen met de afkomende, te vervangen onderdelen. Van geval tot geval zal een gedegen afweging moeten plaatsvinden of onderdelen of elementen gereconstrueerd mogen en kunnen worden en zo ja op welke manier.

Zoals gezegd worden alleen de werkzaamheden die direct verband houden met de instandhouding van de monumentale waarden van het beschermd monument, op grond van het Brim 2011 gesubsidieerd. Uit de aard der zaak wordt de hoofdstructuur van het monument daartoe gerekend, maar ook bijvoorbeeld vaste interieuronderdelen en monumentale installaties. In de Leidraad zijn werkzaamheden die als zodanig kunnen worden aangemerkt opgenomen. Een en ander neemt niet weg dat deze werkzaamheden niet altijd noodzakelijk zullen zijn en dus ook niet altijd zonder meer subsidiabel zullen zijn. Zo zal bijvoorbeeld herstel van voegwerk dat technisch gezien nog goed is, niet subsidiabel zijn. Het onderhoud van niet-monumentale verwarmingsinstallaties, elektrotechnische en andere installaties is evenmin subsidiabel.

Voor zover het werkzaamheden aan het interieur van het monument betreft, wordt het volgende opgemerkt. In de Leidraad is bij de subsidiabele kosten niet telkens onderscheid gemaakt tussen kosten van werkzaamheden aan de buitenkant van een monument en van werkzaamheden aan de binnenkant van een monument. Uitgangspunt is dat kosten die betrekking hebben op werkzaamheden aan de binnenkant van een monument, slechts subsidiabel zijn indien die werkzaamheden strekken tot behoud van de monumentale waarde van het monument of bijvoorbeeld om constructieve reden noodzakelijk zijn. Zo zal het ‘witten’ van binnenmuren in de meeste gevallen niet subsidiabel zijn omdat dit niet noodzakelijk is voor de bescherming van de monumentale waarde of een constructieve noodzaak heeft. Dit schilderwerk is wel subsidiabel indien pleisterwerk om constructieve of technische redenen vervangen moet worden.

Of interieuronderdelen daadwerkelijk monumentale waarden bezitten, dient, voor zover mogelijk, beoordeeld te worden aan de hand van hetgeen vermeld is in de omschrijving van het beschermd monument in het monumentenregister. Daarnaast kan ook het oordeel van de minister ertoe leiden dat in het kader van de vaststelling van de subsidiabele kosten aan bepaalde onderdelen monumentale waarde wordt toegekend.

Het interieur van een beschermd monument bestaat uit vaste en losse onderdelen.

Het Burgerlijk Wetboek (art. 3:4) is bepalend voor de vraag of iets kan worden aangemerkt als vast interieuronderdeel van een gebouw. De vuistregels zijn in dit verband grofweg: is iets hecht verbonden met het gebouw of maakt iets het gebouw als gebouw compleet.

Ten aanzien van de fysieke hechtheid van de verbinding werd in het verleden ook wel gesproken van ‘aard- en nagelvast’. Hierbij kan worden gedacht aan vloeren, plafonds, schouwen en betimmeringen, hecht verankerd (kerk)meubilair, maar ook aan wandbespanningen en geschilderd behangsel.

Voor de vraag of een gebouw incompleet is, moet worden gekeken of het gebouw zonder het interieuronderdeel als gebouw incompleet – onaf – is. Voorbeelden van dit soort interieuronderdelen zijn deuren (die betrekkelijk eenvoudig uit hun hengsels zijn te lichten) en wandafwerkingen, aangebracht op of voor onafgewerkte muurvlakken, die zonder beschadiging zijn te verwijderen. Het gaat hierbij overigens om het gebouw en niet zozeer om de functie die het heeft. Het ontbreken van een object dat van belang is voor de functie, bijvoorbeeld voor de eredienst in een kerkgebouw, maakt dit gebouw niet incompleet.

Voor zover vaste interieuronderdelen van belang zijn voor de monumentale waarde van het beschermd monument, zijn de kosten van werkzaamheden aan deze onderdelen in beginsel subsidiabel.

Bij losse interieuronderdelen (veelal de inrichting) kan gedacht worden aan gebruiksvoorwerpen, gordijnen, kandelaars, los meubilair, kerkschatten, schilderijen en tapijten. Losse interieuronderdelen en de werkzaamheden daaraan, zijn niet subsidiabel.

Hiermee is uiteraard niet gezegd dat losse voorwerpen en objecten niet van waarde kunnen zijn in relatie tot het beschermd monument. Hiervan is namelijk in veel gevallen sprake, zoals ook blijkt uit veel omschrijvingen van beschermde monumenten in het monumentenregister. De Monumentenwet 1988 maakt subsidiëring van dergelijke – ‘roerende’ – zaken echter niet mogelijk.

De Arbeidsomstandighedenwet stelt eisen met betrekking tot veiligheid, gezondheid en welzijn van degenen die met de uitvoering van werk belast zijn. Die wet is ook van toepassing op restauratiewerkzaamheden. Op grond daarvan moeten zogenoemde Arbo-voorzieningen worden getroffen om risico’s zo veel mogelijk te beperken. Met betrekking tot de instandhouding van monumenten wordt onderscheid gemaakt tussen tijdelijke bouwplaatsvoorzieningen (steigers, dakrandbeveiliging, en dergelijke) en voorzieningen van meer permanente aard (zoals ladder- en veiligheidshaken, loopbruggen, luiken en verlichting).

De tijdelijke bouwplaatsvoorzieningen zijn uitsluitend nodig, indien ingrijpende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. In de regel wordt hiervoor een (hoofd)aannemer ingeschakeld. Het treffen van de benodigde tijdelijke voorzieningen valt onder de verantwoordelijkheid van de aannemer (zie hoofdstuk 1.3, paragrafen 01.04 en 01.05).

Het komt vaak voor dat delen van monumenten zeer moeilijk of niet bereikbaar zijn zonder een hoogwerker, kraan of steiger. Om reguliere inspecties en werkzaamheden goed en veilig te kunnen uitvoeren is het in zo’n situatie noodzakelijk voorzieningen van meer permanente aard aan te brengen om die gedeelten steeds gemakkelijk te kunnen bereiken. Voorbeelden van dergelijke voorzieningen zijn loopbruggen in ruimten boven gewelven in kerken, ladder- en veiligheidshaken, klimhaken (voldoende en op de juiste plaats) en dak- en torenspitsluiken. Hoewel zelden een verfraaiing, zijn dergelijke Arbo-voorzieningen noodzakelijk om monumenten in stand te kunnen blijven houden. Het aanbrengen, mits tot een minimum beperkt en deskundig uitgevoerd, is dan ook subsidiabel (zie hoofdstuk 1.3, paragrafen 32, 33 en 70).

Afhankelijk van de aard en omvang van de in het instandhoudingsplan opgenomen werkzaamheden moeten stukken bij de subsidieaanvraag gevoegd worden. In de toelichting op het aanvraagformulier is nauwkeurig aangegeven wanneer welke stukken bijgevoegd moeten worden en aan welke eisen deze stukken moeten voldoen.

De tekeningen worden onderscheiden in: opnametekeningen (bestaande toestand en gebrekentekeningen), plantekeningen (nieuwe toestand, hoe de gebreken worden verholpen, of welke wijzigingen worden aangebracht) en aanvullende tekeningen (zoals doorsneden, principedetails en werktekeningen).

Het vervaardigen van de tekeningen behoort bij het opstellen van het instandhoudingsplan en is subsidiabel (zie paragraaf 01.04 van de Leidraad bij ‘architecten-/plankosten’).

Diverse specialistische werkzaamheden worden in de planvorming niet door de (restauratie)architect uitgevoerd, maar door andere specialisten. In dit verband kan gedacht worden aan adviezen op bouwfysisch, constructief of installatietechnisch gebied, aan bouwhistorisch- of interieuronderzoek, aan beeldhouwwerk, bijzonder schilderwerk en werkzaamheden aan installaties en interieur en aan specialistische werkzaamheden ten behoeve van groene of archeologische monumenten (zoals het opstellen van tuinhistorische adviezen of adviezen over grondmechanica en het maken van bodem- en geochemische analyses). Dergelijke werkzaamheden door derden (zoals adviseurs, onderzoekers en restauratoren) zijn subsidiabel, mits ze noodzakelijk zijn en voorgeschreven dan wel vooraf goedgekeurd zijn door de minister (zie hoofdstuk 1.3, paragraaf 01.04, onder ‘overige kosten’).

Voor de instandhouding van een monument is specifiek vakmanschap doorgaans onontbeerlijk. De regelgeving biedt een eigenaar van een monument de ruimte om instandhoudingswerkzaamheden – gedeeltelijk of geheel – door eigen personeel te laten uitvoeren of zelf uit te voeren, in het kader van een door hem gedreven onderneming (zie hoofdstuk 1.3, paragraaf 01.04).

In het algemeen geldt dat de kosten van ‘zelfwerkzaamheid’ alleen dan subsidiabel zijn indien de eigenaar achteraf kan aantonen (bijvoorbeeld door middel van een accountantsverklaring) hoeveel uren door hemzelf of zijn personeel binnen het kader van een door hem gedreven onderneming zijn besteed aan subsidiabele werkzaamheden. Uren die zijn besteed buiten het kader van de door hem gedreven onderneming gelden als ‘doe-het-zelf’-uren en zijn niet subsidiabel.

Tijdens de uitvoering van het instandhoudingsplan kunnen onverwacht gebreken aan het licht komen, waardoor extra werkzaamheden noodzakelijk zijn om het beschermd monument in stand te kunnen houden. Mits het subsidiabele instandhoudingswerkzaamheden betreft, kan de begrotingspost ‘onvoorzien’ voor de dekking hiervan gebruikt worden. De systematiek van het Brim 2011 laat het tussentijds verhogen van de subsidie voor dergelijk meerwerk namelijk niet toe.

Kosten die verband houden met het geven van informatie aan bezoekers, zoals het aanbrengen of vernieuwen van richting- en informatieborden, zijn niet subsidiabel. Ook kosten die verband houden met het toegankelijk maken of ontsluiten van een monument voor het publiek zijn niet subsidiabel. Het betreft kosten, gerelateerd aan het vergroten van het draagvlak voor beschermde monumenten, die niet direct noodzakelijk zijn voor de instandhouding ervan.

Subsidiabel zijn de kosten van:

Keuring van materialen, bouwstoffen en grond:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Aannemerskosten:

De subsidiabel aannemerskosten zijn onder te verdelen naar:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Zelfwerkzaamheid:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Architecten-/plankosten:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Begeleidingskosten:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Overige kosten:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Legeskosten:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Omzetbelasting/btw:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Tussentijdse aanpassing van de btw-percentages wordt in deze beschouwd als meer- of minderwerk.

Prijsindexering:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Aanvullende tekeningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Overige bescheiden:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Hiervoor wordt verwezen naar de paragrafen 32, 33, 70 en 84. Tijdelijke Arbo-voorzieningen op de bouwplaats vallen onder de verantwoordelijkheid van de aannemer (zie daarvoor de paragrafen 01.04 en 01.05).

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Groot materieel:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Saneringen en verwijderingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Stut en stempelwerk:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Beschermende voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Civiele werken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor werkzaamheden aan hierbij behorende onderdelen van bouwkundige en/of werktuigbouwkundige aard wordt verwezen naar de desbetreffende paragrafen.

Riolering en drainage;

Subsidiabel zijn de kosten van:

Bestrating:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Beschoeiingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Deze paragraaf betreft historisch groen zoals begraafplaatsen, parken, tuinen en de bijbehorende natuurlijke elementen voor zover van monumentale waarde.

Boomgaarden en leifruitcollecties:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Gazons (met uitzondering van parkweiden):

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten voor het herstel van schade aan het gazon, ontstaan door oneigenlijk gebruik.

Hagen, vormbomen en berceaus:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Heestergroepen, plantenborders, bloemperken en stinsenbeplanting (voor zover aantoonbaar onderdeel ontwerp aanleg):

Subsidiabel zijn de kosten van:

Kuipplanten (voor zover aantoonbaar onderdeel ontwerp aanleg):

Subsidiabel zijn de kosten van het verzorgen van bomen en beplanting (zoals snoeien, bemesten, onkruid- en ongediertevrij houden, verkuipen en water geven bij aanhoudende droogte).

Laanbeplantingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Park- en sterrenbossen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Parkweiden (met uitzondering van parkweiden die door vee worden begraasd):

Subsidiabel zijn de kosten van het maaien (twee keer per jaar) en het afvoeren van het maaisel (hooilandbeheer).

Solitaire bomen en boomgroepen, waaronder lei- en knotbomen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Zichtassen en zichtlijnen (vista’s):

Subsidiabel zijn de kosten van:

Beschermde archeologische monumenten

Subsidiabel zijn de kosten van:

Deze paragraaf betreft diverse bouwkundige en weg- en waterbouwkundige elementen die onderdeel uitmaken van een historische aanleg of die zijn aangebracht ten behoeve van de instandhouding van een beschermd archeologisch monument.

Bouwkundige elementen (geen gebouw zijnde):

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor omvangrijke metsel-, smeed- en timmerwerkzaamheden aan bouwkundige elementen wordt verwezen naar de betreffende paragrafen 22, 43 en 45.

Bruggen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van reconstructie van een geheel verdwenen brug.

Civiele werken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor werkzaamheden aan hierbij behorende onderdelen van bouwkundige en/of werktuigbouwkundige aard wordt verwezen naar de desbetreffende paragrafen 21, 22, 24, 25, 43 en 90

Waterpartijen en waterlopen inclusief bijbehorende stuwen en duikers, waterpeilen en waterkwaliteit:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Wegen en paden (zie ook paragraaf 15):

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Betonconstructies:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor ankerwerken en bevestigingen zie paragraaf 43.

Funderingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Behandelingen en voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het isoleren van betonwerk zie paragraaf 37.

Metselwerk:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor ankerwerken en bevestigingen zie paragraaf 43

Voegwerk:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor vulling van voegen als dilatatievoegen zie paragraaf 36.

Funderingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Afdekkingen en bekledingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Zie in dit verband ook paragraaf 33.

Behandelingen en voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het isoleren van metselwerk zie paragraaf 37.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Houtconstructies:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor ankerwerken en bevestigingen zie paragraaf 43.

Voor werktuigbouwkundige onderdelen van molens zie paragraaf 90.

Voor specifieke werkzaamheden betreffende luidklokken en beiaarden zie paragraaf 91.

Funderingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Beschietingen, bekledingen en betimmeringen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor aftimmerwerk zie paragraaf 45.

Behandelingen en voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het isoleren van timmerwerk zie paragraaf 37.

Metaalconstructies:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor metalen elementen en onderdelen als ankerwerken en bevestigingen zie paragraaf 43.

Behandelingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het isoleren van metaalconstructies zie paragraaf 37.

Schoorstenen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het isoleren van bouwkundige kanaalelementen zie paragraaf 37.

Voor werktuigbouwkundige onderdelen bij/in industrieel erfgoed zie paragraaf 90.

Schachten en kokers:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Kozijnen, ramen, deuren en dergelijke:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Hang- en sluitwerk:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Behandelingen en voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Trappen en balustraden:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Arbo-voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Dak- en gevelbedekkingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het saneren en verwijderen van asbesthoudende onderdelen zie paragraaf 10.

Balkons, luifels en dergelijke:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Behandelingen en voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het isoleren van daken en dergelijke zie paragraaf 37.

Arbo-voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Natuursteenwerken en -beeldhouwwerken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Behandelingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het isoleren van natuur- en kunststeenwerken zie paragraaf 37.

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Voor voegwerk in metselwerk zie paragraaf 22.

Isolatie:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Na-isolatie:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het isoleren van stucwerk zie paragraaf 37.

Subsidiabel zijn de kosten van:

Vloerafwerkingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het isoleren van vloeren zie paragraaf 37.

Voor de instandhouding van geschilderde vloerdecoraties zie paragraaf 46.

Metaalwerken en metalen ornamenten:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Roosters en dergelijke:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Hijs- en ankerwerken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Plafonds en wanden:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het isoleren van plafonds en wanden zie paragraaf 37.

Aftimmerwerk:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Behandelingen en voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Voor het isoleren van afbouwtimmerwerk zie paragraaf 37.

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor binneninrichting en binnenafwerking zie de paragrafen 47 en 48.

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Voor interieurafwerking zie paragraaf 48.

Voor sanitair zie paragraaf 53.

Voor verwarming zie paragraaf 60.

Voor verlichting zie paragraaf 70.

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor binneninrichting zie paragraaf 47.

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor gootconstructies en gootlijsten zie de paragrafen 24 en 45.

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Elektrotechnische installaties:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Bliksemafleidingsinstallaties:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Arbo-voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Communicatie-installaties:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Brandmeldinstallaties:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Inbraakbeveiligingsinstallaties:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor bij hijsinstallaties behorende metaalwerken zie paragraaf 43.

Subsidiabel zijn de kosten van:

Arbo-voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Algemeen:

Omdat veel werkzaamheden voor met name de functionele instandhouding van de zogenoemde klinkende monumenten specifiek en specialistisch van aard zijn is ervoor gekozen hier een aparte paragraaf voor op te nemen. Voor subsidie komen alleen in aanmerking werkzaamheden aan (onderdelen van) klinkende monumenten die hetzij zelf als monument zijn beschermd dan wel expliciet in de redengevende omschrijving van een beschermd monument zijn opgenomen.

Luidklokken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor de klokkenstoel c.q. klokkentoren/dakruiter en bijbehorende onderdelen zie paragraaf 24.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Beiaarden:

Zie onder luidklokken. Daarnaast:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Voor de klokkenstoel c.q. klokkentoren/dakruiter en bijbehorende onderdelen zie paragraaf 24.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Orgels:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

Uurwerken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

De kosten voor het opstellen van een instandhoudingsplan, door een architect/bouwkundige/groenbeheerder/archeoloog, zullen worden getoetst aan de hieronder uitgewerkte honorariumpercentages. Tot de werkzaamheden inzake het opstellen van een instandhoudingsplan behoren:

In de toelichting op het aanvraagformulier is aangegeven aan welke eisen genoemde stukken dienen te voldoen.

Het subsidiabele honorariumbedrag voor het opstellen van een instandhoudingsplan wordt als volgt vastgesteld:

Eerst wordt het honorariumpercentage bepaald aan de hand van het hiernavolgende overzicht, waarin dat percentage is gerelateerd aan de totale instandhoudingskosten/bouwsom. Vervolgens wordt het subsidiabele honorariumbedrag berekend door het gevonden honorariumpercentage te vermenigvuldigen met de subsidiabele kosten.

Bij instandhoudingsplannen is begeleiding door een architect/bouwkundige/groenbeheerder/ archeoloog subsidiabel indien en voor zover die begeleiding uit de volgende werkzaamheden bestaan:

De totale kosten voor de begeleiding van de uitvoering van een instandhoudingsplan, over de planperiode van zes jaar gerekend, zijn aan een maximum gebonden.

Het subsidiabele honorariumbedrag voor de begeleiding wordt als volgt vastgesteld:

Eerst wordt het honorariumpercentage bepaald aan de hand van het hiernavolgende overzicht, waarin dat percentage is gerelateerd aan de totale instandhoudingskosten/bouwsom. Vervolgens wordt het subsidiabele honorariumbedrag berekend door het gevonden honorariumpercentage te vermenigvuldigen met de subsidiabele kosten.

Indien de instandhoudingswerkzaamheden ook ingrijpender herstel en/of grote ingrepen omvatten zijn aanvullende, meer gedetailleerde stukken nodig om het instandhoudingsplan goed te kunnen beoordelen. Welke aanvullende stukken dat betreft hangt af van het uit te voeren werk. In dit verband wordt verwezen naar de uitgebreide toelichting op het aanvraagformulier.

Voor het (laten) vervaardigen van de benodigde aanvullende stukken mag de architect/bouwkundige/groenbeheerder/archeoloog boven op het honorarium een toeslag berekenen. De totale som (plankosten, begeleidingskosten en toeslag) is aan een maximum gebonden conform onderstaande tabel.

Grondslagen voor de berekening van de gemiddelde loonkosten van aannemers en onderaannemers zijn:

Subsidiabele gemiddelde (bouwplaats)uurloon:

Het actuele subsidiabele gemiddelde uurloon staat vermeld op de internetsite van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed www.cultureelerfgoed.nl en op www.monumenten.nl.

Het gemiddelde uurloon is inclusief twee reisuren maar exclusief algemene bouwplaatskosten, algemene bedrijfskosten, winst + risico en btw.

De kosten van een aannemer zijn te verdelen in directe en indirecte kosten.

Directe kosten:

Tot de directe kosten van een bouwwerk behoren de kosten van de daarin te verwerken materialen en het daarbij behorende loon van het personeel. Onder de directe kosten worden voor instandhoudingswerkzaamheden ook begrepen de kosten van eventuele onderaannemers en steigerwerk.

Indirecte kosten:

De indirecte kosten zijn de kosten van de hulpmiddelen en de organisatie die nodig zijn om het bouwwerk tot stand te brengen.

De indirecte kosten worden verdeeld in:

Normen voor subsidiabele aannemerskosten:

De onderdelen c, d en e bij elkaar vormen een opslag (ABK) van maximaal 20%.

Omvatten de instandhoudingswerkzaamheden ook ingrijpender herstel en/of grote ingrepen dan dient de begroting van de aannemer dan wel de architect, archeoloog of ingenieur voor de beoordeling van de subsidiabele kosten, gespecificeerd te zijn in onder andere eenheden, uren, materiaal- en materieelkosten, stel- en verrekenposten.