Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 13 december 2010, houdende regels over de aanstelling, bevordering, schorsing en ontslag als buitengewoon agent van politie alsmede over de verlening van opsporingsbevoegdheid en over de eisen van bekwaamheid, geschiktheid en betrouwbaarheid waaraan zij moeten voldoen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Besluit buitengewone agenten van politie BES)Besluit buitengewone agenten van politie BES Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onze Minister van Justitie, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 augustus 2010, directie Wetgeving nr. 5665435/10/6;

Gelet op artikel 10, vierde lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en artikel 184, eerste lid, onder c, en zesde lid van het Wetboek van Strafvordering BES;

De Raad van State gehoord (advies van 11 oktober 2010, nr. W03.10.0418/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 3 december 2010, nr. 5676538/10/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage13 december 2010BeatrixDe Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opsteltende tweeëntwintigste december 2010De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

De buitengewoon agent van politie wordt, gehoord de procureur-generaal, de desbetreffende gezaghebber en de korpschef, bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, aangesteld voor het grondgebied.

De buitengewoon agent van politie die beschikt over:

is bevoegd op het grondgebied, vermeld in die akte, de opsporingsbevoegdheden uit te oefenen ter zake van de feiten die in die akte zijn vermeld en daarvan ambtsedig proces-verbaal op te maken als bedoeld in artikel 186 van het Wetboek van Strafvordering BES.

De titel van opsporingsbevoegdheid is de rechtsgrond die de bevoegdheid tot opsporen bepaalt van de buitengewoon agent van politie, bedoeld in artikel 184, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering BES.

Onze Minister verleent de akte van opsporingsbevoegdheid, waarin het grondgebied en de strafbare feiten staan vermeld waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt.

Onverminderd artikel 10, derde lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan Onze Minister bepalen dat de buitengewoon agent van politie beschikt over daartoe aangewezen politiebevoegdheden en geweldmiddelen, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden.

In het proces-verbaal van opsporingshandelingen of in enige andere schriftelijke verslaglegging van de uitoefening van bevoegdheden vermeldt de buitengewoon agent van politie het nummer van zijn akte van beëdiging.

De buitengewoon agent van politie is van rechtswege in zijn ambt geschorst wanneer hem rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, tenzij de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet tot regeling van het toezicht op krankzinnigen BES, genomen in het belang van de volksgezondheid.

Aan de buitengewoon agent van politie wordt, tenzij het tegendeel blijkt, geacht eervol ontslag te zijn verleend, zodra de op de akte van aanstelling vermelde tijd is verstreken.

De toezichthouder ziet erop toe dat de buitengewoon agent van politie zijn taak bij de opsporing naar behoren vervult en de opsporingsbevoegdheden alsmede de politiebevoegdheden op juiste wijze uitoefent.

Tot het moment waarop uitvoering is gegeven aan de onderlinge regeling van 1 juli 2010, houdende kwaliteitseisen, opleidings- en trainingsvereisten politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, bepaalt Onze Minister de eisen die gesteld worden aan de vaardigheden met betrekking tot het gebruik van geweld, waaronder schietvaardigheid, alsmede die met betrekking tot de uitoefening van aanhouding en zelfverdediging van buitengewoon agenten van politie, met uitzondering van degene die werkzaam zijn bij de Koninklijke marechaussee en bij de Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewone agenten van politie BES

Bij aanvaarding van de aanwijzing tot buitengewoon agent van politie legt de desbetreffende persoon de navolgende eden (verklaringen en beloften) af: