U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2023.

Algemene maatregel van bestuur · BWBR0029236

Douane- en Accijnswet BES

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 16 december 2010 tot vaststelling van de Wet Douane- en Accijnswet BES (Douane- en Accijnswet BES)Douane- en Accijnswet BESWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is maatregelen te treffen zodat voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt voorzien in een belastingstelsel op het terrein van de accijnzen en het douanerecht en wordt voorzien in een regeling betreffende handels- en dienstenentrepots op het moment dat in het kader van de staatkundige vernieuwing van het Koninkrijk der Nederlanden deze eilanden als openbaar lichaam onderdeel gaan uitmaken van het land Nederland;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage16 december 2010BeatrixDe Staatssecretaris van Financiën,F. H. H.WeekersDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J. P. H.Donnerde achtentwintigste december 2010De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

In deze wet en de daarop gebaseerde bepalingen wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:

Deze wet is van toepassing op het grondgebied van de BES eilanden met inbegrip van hun luchtruim, hun maritieme binnenwateren en territoriale zeeën, en elk gebied buiten de territoriale zeeën grenzend aan de BES eilanden, waarin het Koninkrijk, in overeenstemming met het internationale recht, jurisdictie of soevereine rechten uitoefent met betrekking tot de zeebodem, de ondergrond daarvan, het bovenliggende water en luchtruim.

Goederen in het vrije verkeer, die van de ene plaats in een openbaar lichaam over zee of door de lucht naar een andere plaats in hetzelfde openbaar lichaam worden gebracht, worden bij aankomst op die andere plaats als herkomstig uit het vrije verkeer beschouwd, voor zover zulks blijkt uit overgelegde bescheiden en de bij vertrek eventueel aangebrachte douaneverzegeling of andere identificatiemaatregel van de douane ongeschonden wordt bevonden.

Bij regeling van Onze Minister van Financiën, teneinde de goede werking van deze wet te waarborgen, kunnen bepalingen worden vastgesteld met betrekking tot:

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het wijzigen of buitenwerking stellen van een aangifte nadat deze is aanvaard, doch voordat een aanvang is gemaakt met de controle daarvan.

Artikel 2.29 is van overeenkomstige toepassing op de verklaring tot inklaring en de verklaring tot uitklaring als bedoeld in artikel 2.10 onderscheidenlijk artikel 2.18.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:

De inspecteur kan na vrijgave van de goederen, om zich van de juistheid en volledigheid van de gegevens in het document te vergewissen, overgaan tot een controle van alle bescheiden en gegevens betreffende deze goederen of betreffende voorafgaande of latere handelstransacties met deze goederen. De inspecteur kan eveneens overgaan tot onderzoek van de goederen of tot het nemen van monsters, zolang hij daartoe nog de mogelijkheid heeft.

De inspecteur maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is en kan overeenkomstig de bepalingen van deze titel alle maatregelen nemen die hij daarvoor nodig acht.

De bedragen aan invoerrechten, bedoeld in de artikelen 2.75 en 2.76, worden vastgesteld op grond van de voor de betreffende goederen geldende grondslagen en maatstaf van heffing op het tijdstip waarop de desbetreffende douaneschuld is ontstaan.

Ter zake van de invordering van invoerrechten, bestuurlijke boeten, interest en kosten, zijn de bepalingen van hoofdstuk VIII, titel 5, van de Belastingwet BES, van overeenkomstige toepassing, tenzij anders is bepaald.

De personen, die schuldenaren zijn ingevolge artikel 2.69 tot en met 2.73, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de kosten, interest, verschuldigde invoerrechten en bestuurlijke boeten.

De inspecteur kan ten behoeve van een doorlopende zekerheid aanvaarden:

Indien de inspecteur vaststelt dat de gestelde zekerheid niet of niet meer voldoende waarborgen biedt dat de douaneschuld binnen de gestelde termijnen in haar geheel zal worden voldaan, dan wordt aan de schuldenaar of persoon, bedoeld in artikel 2.88, tweede lid, schriftelijk medegedeeld dat deze naar eigen keuze, doch binnen een door de inspecteur te stellen termijn, hetzij een aanvullende zekerheid dient te stellen, hetzij de oorspronkelijke zekerheid door een nieuwe dient te vervangen.

Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen andere in het kader van de wet passende nadere regels worden gesteld ter aanvulling van in deze titel geregelde onderwerpen.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt met inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk, het stelsel van douane-entrepots vastgesteld dat geldt voor de opslag van goederen onder douanetoezicht in een door de inspecteur goedgekeurde inrichting zonder verschuldigdheid van invoerrechten.

Tenzij de inspecteur bepaalt dat, binnen een door hem te stellen termijn, een nadere bestemming wordt gegeven aan goederen die zijn opgeslagen in een douane-entrepot dat is bestemd voor de opslag door een ieder, kunnen goederen voor onbepaalde tijd in douane-entrepot worden opgeslagen.

Indien voor goederen de formaliteiten met betrekking tot het binnenbrengen, aanbrengen en inklaren, niet, niet tijdig of niet behoorlijk worden vervuld, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur degene die gehouden is deze formaliteiten te vervullen en degene door wiens toedoen de formaliteiten niet, niet tijdig of niet behoorlijk worden vervuld, ieder een boete van ten hoogste USD 140 kan opleggen.

Indien voor goederen in tijdelijke opslag de formaliteiten welke nodig zijn om aan deze goederen een douanebestemming te geven niet worden vervuld binnen de termijn, genoemd in artikel 2.12, derde lid, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur degene die deze formaliteiten dient te vervullen en degene door wiens toedoen de formaliteiten niet binnen deze termijn worden vervuld, ieder een boete van ten hoogste USD 140 kan opleggen.

Indien voor goederen waaraan de douanebestemming tijdelijke invoer, doorgaand vervoer of doorvoer is gegeven, de aan deze bestemmingen verbonden formaliteiten ter beëindiging daarvan niet of niet tijdig worden vervuld, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur degene die deze formaliteiten dient te vervullen en degene door wiens toedoen die formaliteiten niet of niet tijdig worden vervuld ieder een boete van ten hoogste USD 140 kan opleggen.

Indien in een ruimte voor tijdelijke opslag, douane-entrepot, of in een handels- en dienstenentrepot een vermis wordt bevonden, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag, het douane-entrepot, of degene die tot vestiging in een handels- en dienstenentrepot is toegelaten onderscheidenlijk degene die aan de goederen de douanebestemming douane-entrepot of handels- en dienstenentrepot heeft gegeven, een boete van ten hoogste USD 140 kan opleggen.

Indien voor uitgaande goederen de formaliteiten met betrekking tot het uitgaan van deze goederen niet, niet tijdig of niet behoorlijk worden vervuld, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur degene die gehouden is deze formaliteiten te vervullen en degene door wiens toedoen de formaliteiten niet, niet tijdig of niet behoorlijk worden vervuld, ieder een boete van ten hoogste USD 140 kan opleggen.

Indien niet, niet tijdig of niet behoorlijk wordt voldaan aan een ingevolge deze wet vastgestelde voorwaarde, voorschrift of opgelegde verplichting:

vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur degene die gehouden is deze voorwaarde, bepaling of opgelegde verplichting te vervullen een boete van ten hoogste USD 140 kan opleggen. Indien de betrokkene opzet of grove schuld kan worden verweten, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur aan hem een boete kan opleggen van ten hoogste USD 2 800.

Het overtreden van een krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregel van bestuur of regeling van Onze Minister wie het aangaat kan bij die algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk regeling van Onze Minister wie het aangaat, worden aangemerkt als een verzuim ter zake waarvan de inspecteur degene aan wie het verzuim te wijten is een boete kan opleggen van ten hoogste het in die algemene maatregel van bestuur of regeling van Onze Minister wie het aangaat te vermelden bedrag. Dat bedrag beloopt ten hoogste USD 2 800 indien het verzuim betrekking heeft op een algemene maatregel van bestuur, en beloopt ten hoogste USD 140 indien het verzuim betrekking heeft op een regeling van Onze Minister wie het aangaat.

De bevoegdheid tot het opleggen van een boete als bedoeld in deze afdeling vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop het verzuim of het vergrijp waarop de boete betrekking heeft, heeft plaatsgevonden.

Indien de grondslag voor een bestuurlijke boete wordt gevormd door het bedrag aan invoerrechten, wordt de opgelegde boete naar evenredigheid verlaagd bij vermindering of teruggaaf van invoerrechten, voor zover deze vermindering of teruggaaf, het bedrag aan invoerrechten betreft waarover de boete is berekend.

De inspecteur stelt degene aan wie het verzuim of het vergrijp te wijten is op diens verzoek in de gelegenheid inzage te nemen in, dan wel kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels te vervaardigen van de gegevensdragers waarop het voornemen tot het opleggen, dan wel het opleggen van een bestuurlijke boete berust.

De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt indien ter zake van het feit op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen degene die haar heeft belopen een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek op de zitting van het Gerecht in eerste aanleg is aangevangen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 2.147 van deze wet.

Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van anderen dan degene aan het verzuim of het vergrijp te wijten is, aan wie ingevolge de douanewetgeving een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.

Van de bij beschikking opgelegde bestuurlijke boete kan door of vanwege Onze Minister van Financiën gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend.

De bedragen, bedoeld in de artikelen 2.126 tot en met 2.135 ten aanzien van geldboetes, worden verhoogd met eenmaal het bedrag van die boete indien het bepaalde in die artikelen betrekking heeft op goederen die aan accijns zijn onderworpen.

Degene die opzettelijk het in artikel 4.6 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven accijns, hetzij met één van deze straffen.

Degene die opzettelijk een accijnsgoed waarvoor vrijstelling of teruggaaf van accijns is verleend een bestemming geeft waarvoor geen vrijstelling of teruggaaf van accijns zou zijn verleend, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven accijns, hetzij met één van deze straffen.

De bij dit hoofdstuk strafbaar gestelde feiten, waarop gevangenisstraf is gesteld, zijn misdrijven. De overige bij dit hoofdstuk strafbaar gestelde feiten, alsmede de in de op dit hoofdstuk berustende bepalingen gestelde feiten, zijn overtredingen.

Bij onherroepelijke veroordeling wegens een bij wettelijke regelingen als misdrijf aangemerkt strafbaar feit alsmede wegens een bij artikel 2.149, onderdeel a, bedoeld misdrijf, begaan door een douane-expediteur in de uitoefening van zijn bedrijf, kan de rechter ontzetting uitspreken van het recht om het bedrijf van douane-expediteur uit te oefenen voor een tijd die de duur van de gevangenisstraf ten minste zes maanden en ten hoogste zes jaren te boven gaat, of in geval van veroordeling tot geldboete als enige hoofdstraf, voor een tijd van tenminste zes maanden en ten hoogste zes jaren.

Het recht tot strafvervolging op de voet van deze afdeling met betrekking tot een verzuim of een vergrijp als bedoeld in deze titel, vervalt ten aanzien van degene aan wie de inspecteur ter zake van dat verzuim of dat vergrijp reeds een bestuurlijke boete heeft opgelegd.

Bij veroordeling wegens een in de artikelen 2.126 tot en met 2.129 en 2.133 omschreven feiten kunnen de in artikel 35 van het Wetboek van Strafrecht BES genoemde voorwerpen en vorderingen ook worden verbeurd verklaard, indien zij niet aan de in dat artikel bedoelde personen toebehoren.

Ten dienste van de vervolging en berechting van bij dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten kan Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, aanwijzen die het contact onderhouden met het openbaar ministerie.

De griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie verstrekt aan de inspecteur desgevraagd kosteloos afschrift of uittreksel van vonnissen of beslissingen, met toepassing van dit hoofdstuk gewezen of genomen.

Vervallen

Invoerrechten worden geheven naar de waarde van de goederen, vastgesteld aan de hand van de in titel 2 van dit hoofdstuk opgenomen bepalingen.

Het tijdstip voor de bepaling van de douanewaarde is, tenzij anders is bepaald, het tijdstip waarop de douaneaangifte wordt aanvaard.

Een ieder die direct of indirect bij de invoer van goederen is betrokken, dient aan de inspecteur binnen een door hem vastgestelde termijn alle nodige bescheiden en inlichtingen met betrekking tot die invoer te verstrekken en de inspecteur alle bijstand te verlenen, die hij redelijkerwijs noodzakelijk acht voor de uitoefening van zijn bevoegdheden.

Indien de inspecteur afwijkt van de aangifte, verstrekt hij binnen één maand na ontvangst van een daartoe strekkend verzoek, een schriftelijke toelichting op de wijze waarop het geharmoniseerde systeem is toegepast dan wel de douanewaarde van de ingevoerde goederen is vastgesteld, behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 3.15, derde lid.

Het verzoek bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk één maand na het vaststellen van de verschuldigde invoerrechten schriftelijk bij de inspecteur ingediend.

Indien goederen in een handels- en dienstenentrepot, een behandeling hebben ondergaan of in een douane-entrepot een bepaalde door de inspecteur toegestane behandeling hebben ondergaan, wordt op verzoek van de aangever voor het bepalen van het bedrag van de invoerrechten uitgegaan van de soort, de douanewaarde en de hoeveelheid die in aanmerking zouden zijn genomen indien de goederen niet aan genoemde behandelingen zouden zijn onderworpen.

De volgende kosten, betalingen en commissies behoren niet tot de douanewaarde, vastgesteld overeenkomstig artikel 3.16, op voorwaarde dat ze onderscheiden zijn van de werkelijk betaalde of te betalen prijs:

De douanewaarde van ingevoerde goederen, vastgesteld met toepassing van dit artikel, wordt gebaseerd op een berekende waarde, zijnde de som van:

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

Het is verboden:

De inspecteur kan in de vergunning bepalen dat in aangiften ten invoer die voor de goederen, bedoeld in artikel 3.32 van deze wet, worden gedaan, als soort van de goederen mag worden vermeld: verhuisgoed.

Binnen twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte ten invoer is aanvaard, mogen de met vrijstelling ingevoerde persoonlijke goederen niet zonder voorafgaande toestemming van de inspecteur worden uitgeleend, verpand, verhuurd, noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen.

De inspecteur kan in de vergunning bepalen dat in aangiften ten invoer die voor de goederen, bedoeld in artikel 3.39 van deze wet worden gedaan, als soort van de goederen mag worden vermeld: roerende goederen studenten.

Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.

Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van publicaties en documenten van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, mits uit de aard en de hoeveelheid van de goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken.

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van goederen die deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, voor zover deze goederen:

Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van farmaceutische producten voor geneeskunde die bestemd zijn voor gebruik door personen en dieren die uit het buitenland komen om aan op de BES eilanden georganiseerde internationale sportevenementen deel te nemen, zulks binnen de grenzen van hun behoeften gedurende het verblijf op de BES eilanden.

De inspecteur kan in de vergunning bepalen dat in aangiften ten invoer als soort van de goederen mag worden vermeld: goederen voor bestrijding van rampen.

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van merken, modellen of tekeningen en de desbetreffende indieningdossiers, alsmede de dossiers betreffende aanvragen van octrooien en dergelijke, die bestemd zijn voor het Bureau voor de Intellectuele Eigendom.

Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van toeristisch reclamemateriaal, voor zover het betreft:

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van materialen van uiteenlopende aard, zoals kabels, stro, doek, papier, karton, hout en plastic, die worden gebruikt voor het stuwen en de bescherming – met inbegrip van thermische bescherming – van goederen tijdens het vervoer naar de BES eilanden en die normaliter niet in aanmerking komen om opnieuw te worden gebruikt.

De met vrijstelling ingevoerde brandstoffen en smeermiddelen mogen niet uit het voertuig of de container waarin zij werden ingevoerd, worden verwijderd, behoudens ten behoeve van opslag gedurende reparaties aan het voertuig of de container.

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:

Voor vrijstelling komen veredelingsproducten in aanmerking die door de vergunninghouder of voor zijn rekening ten invoer zijn aangegeven.

Indien de vrijstelling wordt verleend overeenkomstig de in artikel 3.87, eerste lid, bedoelde procedure, is geen vergunning vereist.

Vrijstelling van invoerrechten wordt, onder bij regeling van Onze Minister van Financiën te stellen voorwaarden, verleend voor de invoer van goederen, aangevoerd onder vigeur van vrijdombepalingen opgenomen in verdragen gesloten met internationale organisaties.

Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.

Het is verboden een met vrijstelling ingevoerd vervoermiddel te gebruiken zonder dat het ten bewijze van deze vrijstelling door de inspecteur afgegeven document, waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken, kan worden getoond.

Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van laadborden die, teneinde daarmee goederen uit of in te voeren, leeg dan wel in gebruik worden ingevoerd, om na ten hoogste twaalf maanden op de BES eilanden te zijn verbleven, weer te worden uitgevoerd.

Toestemming als bedoeld in artikel 3.29, kan worden verleend zonder dat er sprake behoeft te zijn van bijzondere omstandigheden die bij de invoer niet waren voorzien.

De aangifte ten invoer voor gevuld ingevoerde verpakkingen kan mondeling geschieden.

De met vrijstelling ingevoerde verpakkingen mogen niet opnieuw op de BES eilanden worden gebruikt, behalve met het oog op de uitvoer van goederen uit de BES eilanden. Indien de verpakkingsmiddelen gevuld zijn ingevoerd, is dit verbod pas van toepassing vanaf het tijdstip waarop zij van hun inhoud zijn ontdaan.

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van vervangende productiemiddelen die tijdelijk gratis ter beschikking van de importeur worden gesteld door of op initiatief van de leverancier van:

Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen toeristisch reclamemateriaal dat toebehoort aan een persoon, gevestigd in het buitenland, en in redelijke hoeveelheden wordt ingevoerd in het licht van het voorgenomen gebruik ervan.

De met vrijstelling ingevoerde goederen worden weer uitgevoerd samen met de vervoermiddelen waarmee de goederen zijn binnengebracht.

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder teruggaaf:

Teruggaaf wordt niet verleend indien het bedrag van de terug te geven invoerrechten, per aangifte ten invoer of document, minder bedraagt dan USD 8.

Het is verboden onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken dan wel handelingen te verrichten die leiden dan wel kunnen leiden tot ten onrechte teruggaaf van invoerrechten.

Teruggaaf van invoerrechten voor de in artikel 3 151, eerste lid, bedoelde goederen wordt niet verleend in de gevallen waarin:

Teruggaaf van invoerrechten wordt verleend indien:

Teruggaaf van invoerrechten wordt verleend voor op de BES eilanden aangekochte goederen onder vigeur van teruggaafbepalingen opgenomen in verdragen betreffende internationale organisaties waarbij Nederland is aangesloten.

In dit hoofdstuk en de daarop gebaseerde bepalingen wordt onder het vervaardigen van een accijnsgoed verstaan elk handelen waarbij of waardoor een accijnsgoed ontstaat of de samenstelling van een accijnsgoed wordt gewijzigd.

Op dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, behoudens die ter zake van de heffing van accijns bij invoer, zijn de bepalingen van hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES van overeenkomstige toepassing.

Het is niet toegestaan:

Onder benzine wordt verstaan elk product dat is ingedeeld onder postonderverdeling 2710.12 van het geharmoniseerde systeem, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a.

Onder bier wordt verstaan elk product dat is ingedeeld onder post 22.03 van het geharmoniseerde systeem als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a, voor zover dit product een alcoholgehalte heeft van meer dan 0,5%vol.

Onder wijn wordt verstaan elk product dat is ingedeeld onder de posten 22.04, 22.05 en 22.06 van het geharmoniseerde systeem als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a, met een alcoholgehalte van ten hoogste 20%vol.

De accijns bedraagt per hectoliter wijn: USD 128,50.

Onder overige alcoholhoudende producten worden verstaan:

De accijns voor overige alcoholhoudende producten bedraagt per hectoliter per volumeprocent alcohol: USD 12,85.

Onder tabaksproducten worden verstaan:

Onder sigaretten wordt verstaan elk product dat is ingedeeld onder postonderverdeling 2402.20 van het geharmoniseerde systeem, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a.

De accijns bedraagt per honderd stuks voor:

De accijns bedraagt per kilogram rooktabak: USD 30.

Een plaats kan alleen als accijnsgoederenplaats worden gebruikt indien daartoe op schriftelijk verzoek een vergunning is verstrekt door de inspecteur.

De vergunninghouder die een aanpassing van de in de vergunning opgenomen voorwaarden wenst, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur.

Degene die een accijnsgoederenplaats wil overnemen, dient gezamenlijk met de vergunninghouder een verzoek in bij de inspecteur tot een zodanige aanpassing van de vergunning voor die accijnsgoederenplaats dat hij voor alle uit de vergunning voortvloeiende rechten en verplichtingen in de plaats treedt van de vergunninghouder.

De vergunning voor een accijnsgoederenplaats kan door de inspecteur worden ingetrokken ingeval:

De accijns wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip van de uitslag.

Vervallen

Vervallen

Bij regeling van Onze Minister van Financiën wordt, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, vrijstelling van accijns verleend voor de invoer van goederen waarvoor aanspraak op vrijstelling van invoerrechten bestaat.

Vrijstelling van accijns wordt verleend ter zake van de uitslag en invoer van ethylalcohol en andere alcoholhoudende producten als bedoeld in artikel 4.13, onderdelen a en d, die op bij regeling van Onze Minister van Financiën voorgeschreven wijze zijn gedenatureerd.

Een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten kan, onverminderd het bepaalde in de artikelen 4.23, eerste en tweede lid, en 4.24 uitsluitend worden verkregen door degene die:

In de vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten kan worden toegestaan dat de vergunninghouder onder daarbij te stellen voorwaarden gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak of tabaksproducten al dan niet voorzien van accijnszegels, tijdelijk buiten de accijnsgoederenplaats bepaalde bewerkingen of verpakkingshandelingen kan laten ondergaan zonder dat het tijdelijk buiten de accijnsgoederenplaats brengen van die tabaksproducten, in afwijking van artikel 4.4, wordt aangemerkt als uitslag.

Vervallen

Het is een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten niet toegestaan:

Onze Minister van Financiën of een door hem aangewezen functionaris is belast met het beheer en de exploitatie van handels- en dienstenentrepots.

Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen goederen worden aangewezen die niet dan wel slechts onder voorwaarden in een handels- en dienstenentrepot aanwezig mogen zijn.

Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens dit hoofdstuk is de inspecteur belast.

Onverminderd de toepassing van de bepalingen van de hoofdstukken II en III van deze wet, zijn op de afdelingen 1 tot en met 4 van dit hoofdstuk de bepalingen van hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES van overeenkomstige toepassing.

Deze wet wordt aangehaald als: Douane- en Accijnswet BES.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.