U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2013.

Algemene maatregel van bestuur · BWBR0029244

Belastingwet BES

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 16 december 2010 houdende vaststelling van de Wet Belastingwet BES (Belastingwet BES)Belastingwet BESWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is maatregelen te treffen zodat voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt voorzien in een fiscaal stelsel op het moment dat in het kader van de staatkundige vernieuwing van het Koninkrijk der Nederlanden deze eilanden als openbaar lichaam onderdeel gaan uitmaken van het land Nederland;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage16 december 2010BeatrixDe Staatssecretaris van Financiën,F. H. H.WeekersDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J. P. H.Donnerde achtentwintigste december 2010De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

De bepalingen van deze belastingwet gelden op de BES eilanden bij de heffing van de BES belastingen alsmede de invordering van de BES belastingen.

Krachtens deze belastingwet worden de volgende belastingen geheven en ingevorderd:

Deze belastingwet verstaat onder:

Waar in deze belastingwet wordt gesproken van:

Gereserveerd

Gereserveerd

Onder de naam vastgoedbelasting wordt een belasting geheven ter zake van voordelen uit een op de BES eilanden gelegen onroerende zaak.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als één onroerende zaak aangemerkt:

De belasting wordt niet geheven ter zake van voordelen uit:

De belasting wordt geheven naar de opbrengst.

Inhouding van de belasting blijft achterwege met betrekking tot:

Indien een inhoudingsplichtige niet langer voldoet aan de voorwaarden van artikel 5.2, tweede of derde lid, of op basis van artikel 1.5 niet langer op de BES eilanden is gevestigd of voor de toepassing van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting dan wel de Belastingregeling voor het Koninkrijk niet meer wordt aangemerkt als inwoner van de BES eilanden, dan wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk de inhoudingsplichtige op het direct daar aan voorafgaande tijdstip geacht zijn vermogen te hebben uitgedeeld aan de deelgerechtigden tot dat vermogen naar de mate van hun gerechtigdheid.

In dit hoofdstuk en in de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

Onder de naam algemene bestedingsbelasting wordt in een openbaar lichaam een belasting geheven ter zake van:

Onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden kan op de belasting, verschuldigd ter zake van leveringen van goederen, door de producent in een tijdvak van aangifte in aftrek worden gebracht:

één en ander voor zover de goederen worden gebruikt als grond- of hulpstof of als halffabricaat voor de door de producent ten behoeve van zijn te belasten leveringen voortgebrachte goederen.

Diensten zijn alle prestaties, niet zijnde leveringen van goederen in de zin van artikel 6.4, die tegen vergoeding worden verricht.

De plaats waar een levering wordt verricht, is:

De plaats van een dienst die voor andere dan ondernemers wordt verricht door een tussenpersoon die in naam en voor rekening van derden handelt, is de plaats waar de onderliggende handeling overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk wordt verricht.

De plaats van een door een ondernemer, een andere dan een BES ondernemer, verrichte dienst die betrekking heeft op een onroerende zaak, met inbegrip van diensten van experts en makelaars in onroerende zaken, het verstrekken van accommodatie in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie, zoals vakantiekampen of locaties die zijn ontwikkeld voor gebruik als kampeerterreinen, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerende zaak, alsmede van diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden of te coördineren, zoals de diensten verricht door architecten en door bureaus die toezicht houden op de uitvoering van het werk, is de plaats waar de onroerende zaak is gelegen.

De plaats van vervoerdiensten verricht door een ondernemer, een andere dan een BES ondernemer, is de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden.

De plaats van een door een ondernemer, een andere dan een BES ondernemer, voor een ondernemer verrichte dienst bestaande in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangverlening samenhangende diensten, is de plaats waar deze evenementen daadwerkelijk plaatsvinden.

De plaats van door een ondernemer, een andere dan een BES ondernemer, verrichte restaurant- en cateringdiensten is de plaats waar die diensten materieel worden verricht.

De hierna genoemde diensten die worden verricht door ondernemers die buiten de BES eilanden wonen of zijn gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting hebben van waaruit de dienst wordt verricht, of die, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats buiten de BES eilanden hebben, en de plaats van die diensten buiten de BES eilanden is gelegen worden aangemerkt als worden zij in het openbaar lichaam van de afnemer verricht, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie in dat openbaar lichaam plaatsvinden:

Voor de toepassing van de regels voor de plaats van dienst in dit hoofdstuk en de daarop gebaseerde bepalingen wordt een ondernemer die ook werkzaamheden verricht die overeenkomstig artikel 7, zevende lid, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 niet als belastbare goederenleveringen of diensten worden beschouwd, met betrekking tot alle voor hem verrichte diensten als ondernemer aangemerkt.

Bij ministeriële regeling kan, om dubbele heffing of niet-heffing te voorkomen en onder daarbij te stellen regels, voor de diensten, bedoeld in de artikelen 6.7 tot en met 6.7j, een andere plaats van dienst worden aangewezen.

In afwijking in zoverre van artikel 6.12, eerste lid, is de belasting ter zake van verzekeringen die worden afgesloten bij een niet in het openbaar lichaam van de afnemer gevestigde verzekeringsmaatschappij, verschuldigd door de tussenpersoon bij die verzekering.

De inspecteur is bevoegd op schriftelijk verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking teruggaaf te verlenen van de belasting ter zake van leveringen en diensten, voor zover de ondernemer aannemelijk maakt dat:

De ondernemer die in een openbaar lichaam woont of is gevestigd, wordt geacht zijn leveringen en diensten in dat openbaar lichaam te verrichten, voor zover hij niet aan de hand van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers het tegendeel aantoont. Deze bepaling is eveneens van toepassing op de ondernemer die in een openbaar lichaam een vaste inrichting heeft, voor zover de leveringen en diensten vanuit die inrichting worden verricht.

Het is verboden in de gevallen waarin ingevolge dit hoofdstuk algemene bestedingsbelasting verschuldigd is, goederen en diensten aan te bieden tegen prijzen waarin de algemene bestedingsbelasting niet is begrepen.

Bij ministeriële regeling kunnen:

Hij aan wie ingevolge een vóór de inwerkingtreding van een wijziging in de wetgeving inzake algemene bestedingsbelasting gesloten overeenkomst goederen worden geleverd of een dienst wordt verleend, is bevoegd van hem die verplicht is de goederen te leveren of de dienst te verlenen, terug te vorderen hetgeen met betrekking tot die goederen of dienst wegens algemene bestedingsbelasting minder is gevorderd dan vóór de inwerkingtreding van die wijziging had kunnen geschieden. Hiermee strijdige bedingen zijn nietig.

Ingeval van wijziging van de in dit hoofdstuk genoemde tarieven van heffing wordt:

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onverminderd de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Koophandel omtrent overdracht van onroerende zaken en schepen, moeten oprichtingen van een naamloze vennootschap, besloten vennootschap, coöperatie of vereniging waarbij onroerende zaken of schepen worden ingebracht, op straffe van nietigheid geschieden bij op de BES eilanden verleden authentieke akte.

Voor zover de titel van de gemeenschap niet is vermeld of de gemeenschap niet behoorlijk is aangetoond, is op akten van verdeling de belasting verschuldigd over de toegedeelde waarde van de onroerende zaken of schepen.

Indien bij een verdeling als bedoeld bij artikelen 7.6 en 7.7 aan verschillende deelgenoten tezamen goederen zijn toegedeeld en later tot verdeling van die goederen wordt overgegaan, is op de latere akte of akten wegens deze verdeling belasting verschuldigd, die, indien de daarbij gedane toedelingen reeds bij de eerste akte hadden plaats gehad, meer verschuldigd zou zijn geweest dan hierop is geheven.

De belasting bedraagt 5 percent van de waarde van de onroerende zaak of het schip. De waarde is ten minste gelijk aan die van de tegenprestatie.

Onder waarde wordt verstaan: waarde in het economische verkeer.

In geval van overdracht binnen zes maanden na een vorige overdracht van dezelfde onroerende zaak of hetzelfde schip door een ander wordt de waarde verminderd met het bedrag waarover ter zake van de vorige overdracht overdrachtsbelasting was verschuldigd.

De belasting wordt geheven van de verkrijger.

De belasting wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld welke ertoe strekken, dat de belasting ter zake van een verkrijging waarvan een notariële akte is opgemaakt, wordt voldaan ter gelegenheid van de aanbieding van die akte ter registratie.

Het recht tot dwanginvordering van de belasting verschuldigd op een niet geregistreerde akte verjaart na twintig jaren na de dagtekening van deze akte. Als die dagtekening geldt de dagtekening van de akte, tenzij het tegendeel blijkt. Het recht tot dwanginvordering van de belasting van een niet geregistreerd vonnis verjaart na drie jaren na de dagtekening van het vonnis.

De notarissen zijn niet verplicht hun diensten te verlenen voor het verlijden van akten, aan overdrachtsbelasting onderworpen, wanneer niet een voldoende som ter voldoening van de belasting in hun handen ter verrekening is gestort of voor de betaling van de belasting voldoende zekerheid is gesteld. Wat betreft de aan de belasting onderworpen overdrachten waarvoor vonnissen zijn gegeven, zijn de belanghebbenden verplicht tot gelijke storting als gemeld in handen van de griffier, uiterlijk op de voorlaatste werkdag van de termijn van registratie.

Bij ministeriële regeling kunnen:

Onder de naam «kansspelbelasting» wordt een directe belasting geheven van:

De belastingplichtige is gehouden volgens door Onze Minister te stellen regelen een register te houden en daarin de gegevens te boeken welke voor de heffing van de belasting van belang zijn.

De inspecteur neemt het besluit om aan hem die aangifte heeft gedaan, geen aanslag op te leggen, bij voor bezwaar vatbare beschikking.

De inspecteur kan vertegenwoordiging uitsluiten in de nakoming van een verplichting van degene die zelf tot nakoming in staat is.

De bepalingen van deze afdeling gelden niet met betrekking tot strafvordering.

In bezwaar- en beroepschriften is degene die niet op de BES eilanden een vaste woonplaats of plaats van vestiging heeft, verplicht domicilie kiezen op de BES eilanden.

Ingeval ingevolge de belastingwet een aangiftebiljet of ander stuk moet worden uitgereikt aan degene die niet op de BES eilanden een vaste woonplaats of plaats van vestiging heeft, kan die uitreiking ook geschieden:

Onze Minister is bevoegd:

Titel 7 van dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing bij het opleggen van bestuurlijke boeten, met dien verstande dat de belastingplichtige of inhoudingsplichtige tegen wie het onderzoek naar de oplegging van een bestuurlijke boete is gericht slechts gehouden is toe te laten dat de inspecteur gegevensdragers of de inhoud daarvan raadpleegt dan wel toegang te verlenen tot gebouwen of gronden.

Indien de inspecteur jegens de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige een handeling heeft verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is, voor zoveel nodig in afwijking van titel 7, de belastingplichtige onderscheidenlijk de inhoudingsplichtige niet langer verplicht ter zake van die gedraging enige verklaring af te leggen voor zover het betreft de boete-oplegging.

De inspecteur stelt de belastingplichtige of inhoudingsplichtige op diens verzoek in de gelegenheid inzage te nemen in, dan wel kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels te vervaardigen van de gegevensdragers waarop het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete berust.

Ingeval een belastingplichtige of inhoudingsplichtige alsnog een juiste en volledige aangifte doet dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden, wordt in plaats van een vergrijpboete een verzuimboete opgelegd van ten hoogste 15% van de belasting die op grond van de juiste en volledige aangifte of juiste en volledige inlichtingen is verschuldigd.

Indien de grondslag voor een boete wordt gevormd door het bedrag van de belasting, wordt de opgelegde boete naar evenredigheid verlaagd bij vermindering, teruggaaf, terugbetaling of kwijtschelding van belasting, voor zover deze vermindering, teruggaaf, terugbetaling of kwijtschelding het bedrag betreft waarover de boete is berekend.

Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van anderen dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige aan wie ingevolge de belastingwet een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.

De toerekening en afschrijving van de betalingen of van de tot verhaal van het verschuldigde ontoereikende opbrengst bij uitwinning geschiedt in de volgende orde:

Naast het bepaalde in de artikelen 8.96 en 8 102 wordt de verplichting tot betaling van de BES belastingen niet geschorst door:

Op het bezwaar en beroep inzake de op grond van deze titel genomen beschikkingen is titel 8 van overeenkomstige toepassing.

Een belastingaanslag is door de belastingschuldige in zijn geheel verschuldigd.

Indien een aanmaning uiterlijk een maand na de verzending niet tot betaling of het verlenen van een betalingsregeling heeft geleid kan de ontvanger overgaan tot dwanginvordering.

De belastingaanslag, de bestuurlijke boete, de interest en de kosten van vervolging kunnen worden ingevorderd door middel van een dwangschrift. Het dwangschrift kan betrekking hebben op verschillende aanslagen.

Alle exploten en andere akten van vervolging voor de invordering van BES belastingen worden betekend door belastingdeurwaarders ten verzoeke van de ontvanger overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

De dwangschriften hebben dezelfde kracht en worden op dezelfde wijze ten uitvoer gelegd als de grossen van in kracht van gewijsde gegane vonnissen in burgerlijke zaken.

Indien een dwangschrift, uitgevaardigd voor een gedeelte van het in te vorderen bedrag, ten uitvoer wordt gelegd door beslag, kan bij datzelfde dwangschrift het volle openstaande bedrag worden ingevorderd, mits dit bedrag in het dwangschrift is vermeld.

In deze afdeling wordt, in afwijking in zoverre van artikel 1.3, onderdeel d, onder de belasting mede begrepen de daarmee samenhangende bestuurlijke boeten, interest en kosten van vervolging voor zover het belopen daarvan aan de aansprakelijk gestelde is te wijten.

Ingeval een niet in het openbaar lichaam van zijn afnemer wonende of gevestigde ondernemer, een andere dan een BES ondernemer als bedoeld in artikel 6.1, onderdeel h, diensten verricht ten behoeve van een in dat openbaar lichaam wonende of gevestigde afnemer, niet zijnde een ondernemer, is degene aan wie de dienst wordt verleend, hoofdelijk aansprakelijk voor de algemene bestedingsbelasting, de boeten, interest en kosten indien deze dienst aan belasting zou zijn onderworpen wanneer de dienst door een in het openbaar lichaam wonende of gevestigde ondernemer zou zijn verricht behoudens ingeval de betrokkene ten genoegen van de inspecteur kan aantonen dat de verschuldigde belasting aan hem in rekening is gebracht en hij deze betaald heeft.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bedrijfssectoren en bedrijfstakken worden aangewezen ten aanzien waarvan artikel 8.67 alsmede artikel 8.68 niet van toepassing zijn.

Indien artikel 4.2, derde lid, toepassing vindt, is ieder van de belastingplichtigen hoofdelijk aansprakelijk voor het gehele belastingbedrag.

Indien krachtens artikel 7.18 overdrachtsbelasting ter zake van een verkrijging moet worden voldaan ter gelegenheid van de aanbieding ter registratie van de door de notaris ter zake opgemaakte akte, is de notaris hoofdelijk aansprakelijk voor die belasting tot het bedrag dat ingevolge de inhoud van de akte is verschuldigd.

Degene die niet voldoet aan de hem opgelegde verplichting ingevolge de artikelen 8.84, tweede lid, en 8.85, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de derde categorie.

De griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba verstrekt aan de directeur desgevraagd kosteloos afschrift of uittreksel van vonnissen, in belastingstrafzaken gewezen.

De verplichting tot betaling wordt niet geschorst door de indiening van een bezwaarschrift inzake een belastingaanslag.

Als secretaris van de Raad treedt op de griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die zo nodig wordt vervangen door de substituut-griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

De verplichting tot betaling wordt niet geschorst door het instellen van beroep.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

De secretaris zendt zo spoedig mogelijk een kopie van alle door een partij toegezonden stukken aan de wederpartij.

De Raad kan de indiener van het beroepschrift in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren. In dat geval wordt de inspecteur in de gelegenheid gesteld schriftelijk te dupliceren. De Raad stelt de termijnen voor repliek en dupliek vast.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Indien het beroep is gericht tegen een belastingaanslag met betrekking tot welke ten onrechte de vereiste aangifte niet is gedaan, of niet volledig is voldaan aan de verplichting ingevolge de artikelen 8.83, 8.84 en 8.86 verklaart de Raad het beroep tegen de belastingaanslag ongegrond, tenzij gebleken is dat, en zo ja in hoeverre, de uitspraak op bezwaar onjuist is.

Binnen twee weken na de dagtekening van de uitspraak zendt de secretaris kosteloos een afschrift van de uitspraak of van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak aan partijen.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Alle rechtsvorderingen tot betaling van belastingen, alsmede alle strafvervolgingen wegens misdrijven in belastingzaken behoren tot de kennisneming van de rechter in eerste aanleg op de zittingsplaats, waar de ontvanger waaronder de belastingschuldige ressorteert is gevestigd of het misdrijf is gepleegd en in hoger beroep tot de kennisneming van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Behoudens de bepalingen van deze wet worden burgerlijke rechtsvorderingen behandeld overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES, strafvervolgingen overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering BES.

Waar in wettelijke regelingen ten aanzien van belastingen, bijdragen en vergoedingen op de overtreding een geldboete tot een bepaald bedrag als straf is gesteld, geldt dit bedrag voor de toepassing van artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht BES als het daar bedoelde maximum.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld, waardoor in aansluiting aan de desbetreffende bepalingen voorkomende in de wetgeving van een ander deel van het Koninkrijk of van een andere staat dan wel in de besluiten van een volkenrechtelijke organisatie, dubbele belasting geheel of gedeeltelijk wordt voorkomen.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waardoor ten aanzien van op de BES eilanden wonende diplomatieke, consulaire en andere vertegenwoordigers van een vreemde Mogendheid alsmede hun gezinsleden, de hun toegevoegde ambtenaren en de bij hen inwonende in hun dienst zijnde personen vrijstelling van belasting wordt verleend.

Indien een gedeelte van een inkomen wordt genoten van een internationale organisatie en dit gedeelte ingevolge bepalingen van internationaal recht van de heffing van belasting op de BES eilanden is vrijgesteld, wordt behoudens voor zover bij die bepalingen een nadere wijze van berekenen is voorgeschreven, de inkomstenbelasting verschuldigd over het overige gedeelte van het inkomen gesteld op het verschil tussen de belasting berekend zonder inachtneming van de vrijstelling en de belasting welke volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels aan het vrijgestelde gedeelte van het inkomen dient te worden toegerekend.

Titel 6 van dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die niet voldoet aan de in artikel 8.129 bedoelde verplichtingen.

Onze Minister verstrekt geen inlichtingen aan een bevoegde autoriteit indien de wetgeving van de staat van die autoriteit geen verplichting tot geheimhouding oplegt aan ambtenaren van de belastingadministratie van die staat met betrekking tot hetgeen hun wordt medegedeeld of blijkt bij de uitvoering van de belastingwetten van die staat.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Op het bezwaar en beroep inzake de op grond van dit hoofdstuk genomen beschikkingen is hoofdstuk VIII, titel 8, van overeenkomstige toepassing.

Deze wet wordt aangehaald als: Belastingwet BES.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.