Ministeriële regeling · BWBR0031413
Regeling tarieven Spoorwegwet 2012
Gelet op artikel 91 van de Spoorwegwet;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen-Maas GeesteranusIn deze regeling wordt verstaan onder:
wet:Spoorwegwet;
deel A: de constatering, bedoeld in artikel 16, vierde lid, onder a, van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidscertificaat hoofdspoorwegen;
deel B: de constatering, bedoeld in artikel 16, vierde lid, onder b, van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidscertificaat hoofdspoorwegen.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 121,– per uur.
Voor de behandeling van een aanvraag om het geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten van een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 6.104,–.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 8, zesde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 121,– per uur.
De kosten, bedoeld in het eerste en derde lid, worden voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag begroot en aan de aanvrager medegedeeld.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 9, eerste, lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 121,– per uur.
Voor de behandeling van een aanvraag tot beoordeling van een informatiedossier als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 6.104,–.
Voor de behandeling van een aanvraag om het geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten van een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 6.104,–.
De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag begroot en aan de aanvrager medegedeeld.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 16a, tweede lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 121,– per uur.
De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag begroot en aan de aanvrager medegedeeld.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 121,– per uur.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
Vergunning | |
beperkte bedrijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet en artikel 8, eerste lid, van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidscertificaat | € 1.430,– |
beperkte bedrijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet en artikel 8, tweede lid, van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidscertificaat | € 4.663,– |
De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag begroot en aan de aanvrager medegedeeld.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32 van de wet is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
Veiligheidscertificaat | Deel A | Deel B |
veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die minder dan 300 personeelsleden een veiligheidsfunctie laat uitoefenen | € 13.743,– | € 9.161,– |
veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die 300 personeelsleden of meer een veiligheidsfunctie laat uitoefenen | € 29.205,– | € 19.470,– |
veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die gebruik maakt van de hoofdspoorweg op één locatie ten behoeve van overgave van spoorvoertuigen of met zelfrijdend gereedschap of een daarmee vergelijkbaar voertuig om werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg uit te voeren op een deel van een hoofdspoorweg dat daartoe buiten dienst is gesteld | € 5.247,– | – |
Voor de behandeling van een aanvraag tot het opnieuw verlenen van een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32 van de wet is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
Hernieuwd veiligheidscertificaat | Deel A | Deel B |
hernieuwd veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die minder dan 300 personeelsleden een veiligheidsfunctie laat uitoefenen | € 10.772,– | € 6.872,– |
hernieuwd veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die 300 personeelsleden of meer een veiligheidsfunctie laat uitoefenen | € 14.738,– | € 8.131,– |
hernieuwd veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die gebruik maakt van de hoofdspoorweg op één locatie ten behoeve van overgave van spoorvoertuigen of met zelfrijdend gereedschap of een daarmee vergelijkbaar voertuig om werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg uit te voeren op een deel van een hoofdspoorweg dat daartoe buiten dienst is gesteld | € 5.246,– | – |
Voor de behandeling van een aanvraag tot wijziging van een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 33, vierde lid, van de wet is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
Wijziging veiligheidscertificaat | Deel A | Deel B |
wijziging van een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die minder dan 300 personeelsleden een veiligheidscertificaat laat uitoefenen | € 6.872,– | € 4.581 |
wijziging van een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die 300 personeelsleden of meer een veiligheidsfunctie laat uitoefenen | € 10.308,– | € 6.872,– |
wijziging van een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die gebruik maakt van de hoofdspoorweg op één locatie ten behoeve van overgave van spoorvoertuigen of met zelfrijdend gereedschap of een daarmee vergelijkbaar voertuig om werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg uit te voeren op een deel van een hoofdspoorweg dat daartoe buiten dienst is gesteld | € 1.749,– | – |
Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 36b, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 4.165,–.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor indienststelling van een spoorvoertuig als bedoeld in de artikelen 36, derde lid, en 36b, derde lid, van de wet of een aanvullende vergunning voor indienststelling van een spoorvoertuig als bedoeld in de artikelen 36, vijfde lid, en 36b, vierde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 5.979,–.
Voor de behandeling van een aanvraag om het buiten toepassing laten van een voor een subsysteem geldende technische specificatie inzake interoperabiliteit als bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 6.104,–.
Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 36, negende lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 2.714,–.
Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in de artikelen 36, tiende lid, en 36b, achtste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 2.714,–.
In afwijking van het tweede lid is voor de in dat lid genoemde aanvragen een tarief verschuldigd van € 3.017,– indien het een aanvraag betreft die uitsluitend betrekking heeft op de hoofdspoorwegen, bedoeld in artikel 4, derde lid, of 23, tweede lid, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen.
Voor de behandeling van een aanvraag om een vergunning of een ontheffing als bedoeld in dit artikel die alleen betrekking heeft op goederenwagens is, in afwijking van de andere leden van dit artikel, een tarief verschuldigd van € 2.298,–.
Voor het inschrijven van spoorvoertuigen in het register, bedoeld in artikel 37, derde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 69,– per voertuig.
Voor het wijzigen van gegevens, bedoeld in artikel 37, vijfde lid, van de wet, is per wijzigingsverzoek, dat kan bestaan uit één of meerdere wijzigingsopdrachten, een tarief verschuldigd van € 27,– per voertuig.
Voor het schrappen van inschrijvingen, bedoeld in artikel 37, zevende lid, van de wet, is per schrapping een tarief verschuldigd van € 27,– per voertuig.
Voor het wijzigen van de NAW-gegevens is geen tarief verschuldigd.
Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen van een vergunning voor indienststelling of een aanvullende vergunning voor indienststelling van een type spoorvoertuigen als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 5.979,–.
Voor de behandeling van een aanvraag tot beoordeling van een informatiedossier als bedoeld in artikel 37b, tweede lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 1.151,–.
Voor de behandeling van een aanvraag om een of meer voor het betrokken subsysteem vastgestelde technische specificaties inzake interoperabiliteit buiten toepassing te laten als bedoeld in artikel 37b, vijfde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 6.104,–.
Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen van een certificaat als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 1˚, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen is een tarief van € 13.741,– verschuldigd.
Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen van een certificaat als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 2˚, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen is een tarief van € 8.327,– verschuldigd.
Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen van een certificaat als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel b, onder 1˚, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen is een tarief van € 4.758,– verschuldigd .
Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen van een certificaat als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel b, onder 2˚, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen is een tarief van € 4.758,– verschuldigd.
Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen van een certificaat als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel b, onder 3˚, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen is een tarief van € 5.949,– verschuldigd.
Voor de behandeling van een gelijktijdige aanvraag voor het verlenen van meerdere certificaten als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 2˚, en onderdeel b, onder 1˚, 2˚ en 3˚, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen, is een tarief verschuldigd dat bestaat uit de som van 100% van het hoogste verschuldigde tarief, genoemd in het tweede tot en met het vijfde lid, en 35% van elk overig verschuldigd tarief genoemd in het tweede tot en met het vijfde lid, voor zover deze certificaten zijn aangevraagd.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een of meerdere certificaten als bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid, is hetzelfde tarief verschuldigd, als genoemd in artikel 13, tweede lid.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een erkenning in verband met onderhoud en herstel van spoorvoertuigen als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de wet is per locatie een tarief van € 7.732,– verschuldigd.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een erkenning als bedoeld in het eerste lid, is per locatie een tarief van € 2.241,– verschuldigd.
Voor de behandeling van een gelijktijdige aanvraag voor het verlenen van een erkenning als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de wet en een certificaat als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel b, onder 3˚, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen is het tarief, genoemd in het eerste lid, verschuldigd.
Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen van een erkenning van een keuringsinstituut als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, van de wet is een tarief van € 2.003,– verschuldigd en voor een erkenning van een vestiging waar keuringen worden uitgevoerd is een tarief van € 1.245,– verschuldigd.
Voor de behandeling van een aanvraag voor een wijziging van een erkenning als bedoeld in het eerste lid is een tarief van € 1.245,– verschuldigd en de behandeling van een aanvraag voor een wijziging voor een erkenning van een vestiging waar keuringen worden uitgevoerd, is een tarief van € 1.245,– verschuldigd.
Voor de examinering van de vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden van een machinist, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onder a, en artikel 51a, eerste lid, onder c, van de wet, is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
Profiel machinist | |
module: Vergunning theorie | € 200,– |
module: Vergunning Simulatie | € 400,– |
module: Veiligheidscommunicatie | € 400,– |
Voor de examinering van de vastgestelde eisen inzake algemene kennis, bekwaamheid en ervaring van een rangeerder, wagencontroleur of treindienstleider, bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, van de wet, is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
Profiel rangeerder | |
module: Algemene vakkennis theorie | € 200,– |
module: Samenstellen en begeleiden van treinen theorie | € 200,– |
module: Veiligheidscommunicatie | € 400,– |
module: Samenstellen en begeleiden van treinen praktijk | € 679,– |
Profiel wagencontroleur | |
module: Basisbekwaamheden theorie | € 200,– |
module: Vervoer gevaarlijke stoffen RID/VSG cat 2 theorie | € 200,– |
module: Veiligheidscommunicatie | € 400,– |
module: Basisbekwaamheden en Vervoer gevaarlijke stoffen RID/VSG categorie 2 praktijk | € 679,– |
Profiel treindienstleidervolledig bevoegd | |
module: Basisbekwaamheden treindienstleider volledig bevoegd theorie | € 500,– |
module: Veiligheidscommunicatie | € 400,– |
module: Basisbekwaamheden treindienstleider volledig bevoegd praktijk | € 400,– |
Profiel treindienstleiderminimaal bevoegd | |
module: Basisbekwaamheden treindienstleider minimaal bevoegd theorie | € 500,– |
module: Veiligheidscommunicatie | € 400,– |
module: Basisbekwaamheden treindienstleider minimaal bevoegd praktijk | € 400,– |
Voor niet in het eerste tot en met tweede lid van een tarief voorziene elementen, verband houdende met de examinering, bedoeld in artikelen 50, eerste lid, onder a, 50, tweede lid, onder a, en 51a, eerste lid, onder c, van de wet, is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
Verstrekking van een duplicaat certificaat | € 50,– |
Inzage in een gemaakt examen | € 50,– |
Voor de examinering en jaarlijkse professionalisering, verband houdende met de erkenning van een examinator als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van het Besluit spoorwegpersoneel 2011, is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
Examinator | |
Examinator (initieel examen) | € 1.000,– |
Toevoeging extra module examinator | € 0,– |
Professionalisering examinator | € 500,– |
Verlenging van de erkenning als examinator | € 0,– |
Voor de behandeling van een aanvraag voor de erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder b, van de wet en de daarbij behorende bevoegdheden, genoemd in paragraaf 4 van de Regeling spoorwegpersoneel 2011, is een tarief verschuldigd van € 75,- per uur.
De kosten, bedoeld in het vijfde lid, worden voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag begroot en aan de aanvrager medegedeeld. Het aantal uren kan na het onderzoek niet meer dan 20 procent naar boven of naar beneden worden bijgesteld.
Voor de behandeling van een aanvraag van een machinistenvergunning als bedoeld in artikel 51a, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 114,–.
Voor het verstrekken van een duplicaat van een machinistenvergunning als bedoeld in artikel 51a, achtste lid, onder b, van de wet is een tarief verschuldigd van € 56,–.
Voor de behandeling van een aanvraag voor de verlening van een erkenning van een opleidingsinstituut als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 5.069,–.
Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing of vrijstelling als bedoeld in artikel 54a van de wet is een tarief verschuldigd van € 2.298,–.
Voor de behandeling van een aanvraag voor een aanwijzing van een keuringsinstantie als bedoeld in artikel 93, eerste lid, van de wet is een tarief van € 4.490,– verschuldigd.
Voor de behandeling van een aanvraag voor een wijziging van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is een tarief van € 1.741,– verschuldigd.
Voor de behandeling van de aanvraag van de goedkeuring van het systeem van personeelsbeheer als bedoeld in artikel 17, van het Besluit spoorwegpersoneel 2011 is een tarief van € 4.481,– verschuldigd.
Voor de behandeling van een aanvraag om aangewezen te worden als arts-deskundige, bedoeld in artikel 1 van de Regeling spoorwegpersoneel 2011, is een tarief van € 8.300,– verschuldigd.
Voor de behandeling van een ontheffing als bedoeld in artikel 3 van het Besluit spoorweginfrastructuur is een tarief van € 4.611,– verschuldigd.
Voor de behandeling van een aanvraag om erkenning als beoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder d, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 402/2013 van de Commissie van 30 april 2013 betreffende de gemeenschappelijke veiligheidsmethode voor risico-evaluatie en -beoordeling en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 352/2009 (PbEU 2013, L 121) is een tarief verschuldigd van € 8.165,–.
Voor de behandeling van de aanvraag is een tarief verschuldigd van € 4.172,–, indien deze aanvraag gelijktijdig wordt ingediend met een aanvraag voor:
- a.
een veiligheidsvergunning als bedoeld in artikel 16a van de Spoorwegwet;
- b.
een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32 van de Spoorwegwet, of
- c.
een onderhoudscertificaat als bedoeld in artikel 46, vijfde lid, van de Spoorwegwet.
Het tarief wordt verminderd met € 1.331,– indien de aanvrager beschikt over een accreditatie conform Europese Norm 17020.
Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 5, derde lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen is een tarief verschuldigd van € 1.222,–.
Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen is een tarief verschuldigd van € 121,– per uur.
Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen is een tarief verschuldigd van € 121,– per uur.
De kosten, bedoeld in het tweede en derde lid, worden voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag begroot en aan de aanvrager medegedeeld.
In afwijking van de bedragen genoemd in de eerste en tweede rij van de tabel in artikel 5 en de bedragen genoemd in de artikelen 6, 7, 13, 14 en 18, is voor de behandeling van een aanvraag van de in die artikelen bedoelde beschikkingen een tarief van € 1.089,– verschuldigd, indien daarvoor een documentatiebeoordeling volstaat.
In afwijking van de genoemde bedragen in de artikelen 2 tot en met 20, met uitzondering van artikel 9 en 16, bedraagt het tarief voor de behandeling van een aanvraag die uitsluitend betrekking heeft op een administratieve aanpassing € 154,–.
Voor een aanvraag van een beschikking als bedoeld in deze regeling door een organisatie die met historische spoorvoertuigen voor niet commerciële doeleinden gebruik maakt van de hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg, is een vergoeding van 10% van het voor de betreffende beschikking bepaalde tarief verschuldigd, met een minimum van € 248,– met uitzondering van administratieve aanpassingen als bedoeld in artikel 21, waarvoor geen tarief verschuldigd is.
De beslissing op een aanvraag om verlening van een beschikking als bedoeld in deze regeling wordt niet eerder genomen dan nadat het daarvoor verschuldigde tarief is voldaan.
In afwijking van het eerste lid wordt de beslissing op een aanvraag om verlening van een beschikking waarvoor een uurtarief geheven wordt, niet eerder genomen dan nadat het verschuldigde tarief zoals dat ingevolge artikel 2, vierde lid, artikel 3, vierde lid of artikel 4, tweede lid, vooraf is begroot, is voldaan.
Bij een beschikking waarvoor een uurtarief geheven wordt, kunnen via een naheffing of een terugbetaling de werkelijke kosten in rekening gebracht worden. De naheffing en de terugbetaling wordt berekend door het genoemde uurtarief te vermenigvuldigen met het aantal werkelijk bestede uren, minus het reeds betaalde tarief, bedoeld in het tweede lid. De aanvrager voldoet de naheffing binnen dertig kalenderdagen na de verzending van een betalingsverzoek daartoe.
Deze regeling is niet van toepassing op aanvragen voor beschikkingen die gedaan worden in verband met de vervanging van de Spoorwegwet 1875 door de wet.
Buitenlandse reis- en verblijfkosten die verband houden met de in deze regeling genoemde handelingen of werkzaamheden, worden tegen de werkelijke kosten in rekening gebracht en zijn separaat verschuldigd naast de in deze regeling genoemde tarieven. Binnenlandse reis- en verblijfkosten worden niet separaat in rekening gebracht.
De in het eerste lid genoemde buitenlandse reis- en verblijfkosten worden voorafgaand aan het in behandeling nemen van een aanvraag begroot en aan de aanvrager medegedeeld. De werkelijk gemaakte kosten mogen het begrote bedrag niet overstijgen.
De Regeling tarieven Spoorwegwet wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 15, dat in werking treedt op 1 juli 2012.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tarieven Spoorwegwet 2012.