Wet · BWBR0031799
Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het, in verband met de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en de noodzaak ook voor toekomstige generaties een solide stelsel van collectieve voorzieningen zeker te stellen, wenselijk is de leeftijd waarop op grond van de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen ontstaat met ingang van 2013 stapsgewijs te verhogen naar 66 jaar in 2019 en naar 67 jaar in 2023 en vervolgens te koppelen aan de stijging van de levensverwachting en in samenhang daarmee ook de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage12 juli 2012BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,H. G. J.KampDe Staatssecretaris van Financiën,F. H. H.Weekersde achttiende juli 2012De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.OpsteltenWijzigt de Algemene Ouderdomswet.
Wijzigt de Wet werk en bijstand.
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Vervallen
De artikelen I, II en V van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel III en artikel IV, onderdelen A, K, L, M, N, O en Z, treden in werking met ingang van 1 januari 2014.
Artikel IV, onderdelen B, P en AA, treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel IV, onderdelen C, Q en AB, treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.
Artikel IV, onderdelen D, R en AC, treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.
Artikel IV, onderdelen E, S en AD, treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.
Artikel IV, onderdelen F, T en AE, treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.
Artikel IV, onderdelen G, U en AF, treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.
Artikel IV, onderdelen H, V en AG, treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.
Artikel IV, onderdelen I, W en AH, treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.
Artikel IV, onderdelen J, X en AI, treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
Artikel IV, onderdeel Y, treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd.